Proefles: Zelf klussen

Nooit meer een klusser nodig met de cursus zelf klussen!

Met deze proefles krijg je een indruk van de cursus Zelf klussen van het NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

Hoofdstuk 5 Veilig werken

In dit hoofdstuk vindt u tips voor het veilig werken met gereedschap dat gevaar kan opleveren, en informatie hoe u uzelf kunt beschermen. Gebruik gereedschap niet voor een ander doel dan waarvoor het is gemaakt en gebruik het op de juiste manier. Houd het in goede conditie en schoon. Beschadigd gereedschap leidt namelijk makkelijk tot verwondingen. Steek nooit een scherp stuk gereedschap, zoals een schroevendraaier, beitel, drevel en kraspen in uw zak; vooral als u valt, kan dit verwondingen opleveren. Berg gereedschap veilig op. Vervang een beschadigd netsnoer van elektrisch gereedschap in zijn geheel; repareer het niet. Houd machines en andere (scherpe) gereedschappen buiten bereik van kinderen.

5.1 Hand- en elektrisch gereedschap

5.1a Beitels. Voorzie een houtbeitel na gebruik van een beschermend kapje. Beweeg een beitel alleen van u af en zorg dat de hand waarmee u het werkstuk vasthoudt zich steeds achter de beitel bevindt. Nóg beter: zet het werkstuk vast. Steenbeitels (koubeitels) kunnen aan de kop waarop u slaat een scherpe rand (‘baard’) krijgen, waaraan u uw handen kunt verwonden. Pas ook op voor wegspringende metaaldeeltjes bij het hameren op een steenbeitel. Werk alleen van u af en draag een veiligheidsbril.

5.1b Boormachine. Dit is een krachtige machine: pas op dat de boor niet vastloopt, waardoor hij uit uw handen kan slaan. Er zijn boormachines met een beveiliging die dit voorkomt. Wees bij dunne boortjes bedacht op breuk en let extra op het moment dat de boor door het materiaal heenkomt. Zet werkstukken stevig vast, zodat ze niet kunnen gaan meedraaien.

5.1c Cirkelzaag. Een gevaarlijk apparaat. Lees altijd de gebruiksaanwijzing goed door en volg de aanwijzingen op. Zorg voor een ordelijke werkplaats en voor een stabiele, stroeve ondergrond, waarop u stevig met beide benen tegelijk kunt staan. Houd tijdens het werken kinderen en huisdieren uit de buurt. Draag geen sjaal of stropdas, maar wél een veiligheids- of stofbril, gehoor- en adembescherming. Draag geen ring(en). 

veilig werkenMaak vóór het zagen het hout spijkervrij. Veel ongevallen gebeuren door ‘terugslag’, als het zaagblad op een spijker of knoest in het hout stuit. Let op goede ondersteuning voor het hout. Gebruik schone, scherpe, onvervormde en passende zaagbladen; monteer die goed en let vooral op de draairichting. Aanslag kunt u met staalwol van het zaagblad poetsen. Zorg voor een goed gemonteerd spouwmes, deze zit direct achter het zaagblad en voorkomt dat het zaagblad het hout optilt. Haal voor elke nieuwe instelling aan de machine de stekker uit het stopcontact. Laat hulpgereedschap voor het instellen niet aan de machine zitten en voer het elektrasnoer van de cirkelzaag zó weg, bij voorkeur over uw schouder, dat u het niet kunt doorzagen. Een aanzienlijk deel van de ongevallen met cirkelzagen gebeurt met tafelcirkelzagen en met handcirkelzagen die in een zaagtafel zijn gemonteerd. Gebruik bij het zagen van kleine stukken hout een ‘duwhout’. Houd bij het vasthouden van het hout de vingers aaneengesloten; dat beperkt het risico van in een vinger zagen. Wees voorzichtig na het afzetten van de zaag tot het zaagblad stilstaat.

5.1d Haakse slijpmachine. Ook deze machine is vrij gevaarlijk. Haal altijd de stekker uit het stopcontact als u iets aan de machine verstelt. Gebruik uitsluitend de voor uw klus geschikte schijven; overtuig u van maximaal toegestaan toerental en omtreksnelheid. Monteer nooit grotere schijven dan de beschermkap toelaat. Controleer de schijf voor montage en gebruik op beschadigingen, zoals een hapje eruit of breuk(lijnen); behandel de schijf met gepaste zachtheid. De schijf moet soepel over de as passen; zowel een te ruim als te nauw asgat is gevaarlijk. Zet de schijf altijd met de ‘klemschijven’ van de machine vast. Laat voor u begint te slijpen de schijf altijd even vrijdraaien, en wel zó dat als er iets mis gaat, niemand gevaar loopt. Werk nooit zonder beschermkap en stel de beschermkap steeds optimaal af tussen de schijf en uzelf. Draag bij het slijpen altijd een veiligheidsbril waarvan liefst ook de luchtgaatjes zijn afgeschermd. Gebruik bij wat langer werken gehoorbescherming. Het dragen van werkhandschoenen is aan te bevelen en draag aangepaste kleding, dus geen (strop)das en dergelijke. Draag, vooral bij het slijpen van steen, een goed stofmasker. Zet het werkstuk stevig vast. Zet nooit de slijper vast, zoals in een bankschroef; daar is hij niet voor gemaakt. Er zijn 

wel speciale statieven te koop. Houd de machine altijd met twee handen vast; de benaming ‘eenhandslijpmachine’ is misleidend gevaarlijk. Laat de schijf na het slijpen vrij uitlopen; rem dus niet geforceerd af. Belast de machine niet te zwaar. Druk niet extra, maar laat de slijpschijf het werk doen. Belast een schijf die daarvoor niet is gemaakt, niet zijdelings. Slijp of snijd geen materialen waarvan u de samenstelling niet kent, in verband met het ontstaan van gevaarlijke dampen of stofwolken. Bedenk dat bij het slijpen van metaal de vonken heet zijn en letsel of brand kunnen veroorzaken. Houd het elektrasnoer uit de buurt van de draaiende schijf.

5.1e Hamer
De kop van een hamer moet goed aan de steel vastzitten.

5.1f Hand-houtzaag
Dit werktuig is scherp. Bij botte tanden, of als hij niet voldoende is ‘gezet’, kan het blad vastlopen en breken. Bij te wild zagen kan het blad omvouwen of breken.

5.1g Moersleutel
Een moersleutel moet goed passen, omdat u anders makkelijk uitschiet; verleng daarom ook nooit een sleutel. Bedenk dat bij het hameren op een moersleutel metaaldeeltjes kunnen wegschieten.

5.1h Schroevendraaier
Een schroevendraaier moet van de juiste maat zijn voor de te gebruiken schroeven, omdat hij anders de schroefgleuf kan beschadigen en er te snel uitschieten. Houd het werkstuk nooit in de hand, omdat de schroevendraaier kan uitschieten. Sla nooit met een hamer op een schroevendraaier die daarvoor niet is gemaakt.

5.1i Slijpmachine
Dit apparaat is voor het slijpen van bijvoorbeeld gereedschap. Pas op bij stoten van de steen; bij beschadiging kan hij uit elkaar vliegen tijdens het gebruik. Dat kan ook gebeuren als hij te warm wordt. Let op waar de gloeiendhete vonken terechtkomen.

5.1j Tangen. Tangen mogen niet vettig zijn; bij slippen kunt u zelf mee doorschieten. Dat kan ook gebeuren als het scharnier is versleten. Pas bij het doorknippen van metaal op dat er geen stukken wegschieten. Een tang is geen moersleutel; de kans op slippen is groot.

5.1k Vijlen. Vijlen moeten een stevig vastzittend heft hebben, omdat anders de arend (zie paragraaf 2.2.10) in de hand of pols kan schieten. Sla nooit met een hamer op een vijl, omdat er dan stukken kunnen afspringen. Gebruik hem niet als hefboom, want het metaal is te broos.

5.2 Huurgereedschap. Let vanwege de veiligheid bij huurgereedschap op de volgende punten:

  • Kijk of de machine schoon is en of ze sterke slijtage of beschadigingen vertoont. Dit geeft vaak al een indruk van het onderhoud van de machine. Controleer of snoeren en stekkers beschadigd zijn. Weiger beschadigde apparatuur.
  • Ga na of instellingen vast- en losgezet kunnen worden, of daarvoor het hulpgereedschap aanwezig is en of de instellingen het ook werkelijk doen. 
  • Controleer bij apparatuur met een benzinemotor of er voldoende benzine en olie inzit of wordt meegeleverd en vraag om de machine een keer te starten. 
  • Eis, zeker als u de machine niet kent, een schriftelijke gebruiks- en veiligheidsinstructie, zodat u deze thuis nog eens rustig kunt doornemen. Gebruik geen machine waarvan u niet goed weet hoe ze werkt. Vraag gerust een demonstratie. 
  • Ontdekt u bij het gebruik een defect, ga dan ogenblikkelijk terug naar de winkel en vraag een ander apparaat. 

5.3 Klimmaterieel
Draag goed vastzittende schoenen, met platte, stroeve zolen, en blijf met beide voeten op de trap of ladder staan. Neem voorzorgsmaatregelen als u de trap of ladder voor een deur(opening) of in een passage plaatst. 

Wees erop bedacht dat het materiaal van een aluminium ladder of trap die buiten wordt bewaard en steeds aan weer en wind is blootgesteld, op den duur kan verzwakken. Bewaar houten trappen en ladders in een droge, goedgeventileerde ruimte. Klim nooit op een trap of ladder als uw schoenen gladde, natte of modderige zolen hebben; en let op als de sporten nat of zelfs beijzeld zijn. Wees erg voorzichtig met een aluminium ladder in de buurt van overhangende blote elektrische draden.

5.3a Trap
Een trap moet u als volgt gebruiken:

  • zet hem neer op een stabiele, vlakke ondergrond; 
  • leun op de trap niet te ver opzij, voor- of achterover; 
  • het plateau is niet altijd bedoeld om op te staan; 
  • u moet zich aan de trap (kunnen) vasthouden. Bij werken op een trap moeten uw benen steeds even boven de knie steun vinden tegen een steunbeugel of trede. Gebruik geen trap met doorgebogen trede of ingescheurde (aluminium) buis. Kijk hem af en toe na; kunststof onderdelen zijn vaak kwetsbaar.

Kooptips voor een huishoudtrap

  • Bedenk vooraf wat u ermee wilt doen; is het platform bijvoorbeeld groot genoeg om er een emmer op te zetten? 
  • Met vijf treden bent u voor de meeste klusjes in huis goed toegerust. Voor kleine klusjes buitenshuis kan, afhankelijk van uw lengte, een huishoudtrap met zes of meer treden handiger zijn. Wilt u nog hoger, dan heeft u een ladder nodig (zie het kader ‘Soorten ladders’). 
  • Hebben de treden en het platform een antisliplaag? Zitten beschermende dopjes en voetjes niet los? 
  • Bekijk het gemak van in- en uitklappen, let op de kans om met handen of vingers bekneld te raken. Let ook op scherpe randen en hoeken, waaraan u zich kunt bezeren. 
  • Stel indien mogelijk de trap in de winkel op, en klim erop. Voelt het veilig als u op het platform staat? Blijft het platform stabiel en in vorm als u op een hoek staat? Maak een reikbeweging. Is de trap stabiel en wiebelt hij niet?
  • Bij trappen met onderdelen van aluminium is de aangeraden materiaaldikte minimaal 1,2 milimeter. Dikker aluminium is meestal sterker. 
  • Verbindingen met één klinknagel zijn doorgaans minder stevig dan met meer klinknagels.

Een houten trap heeft af en toe onderhoud nodig, zoals de verbindingen vastdraaien. Schilder hem niet met verf, omdat de conditie van het hout dan niet meer te beoordelen is. Ook wordt de ‘vochthuishouding’ van de trap verstoord, zodat de sporten kunnen gaan loszitten. U kunt hem wel voorzien van een dunne laag transparante lak of beits.

5.3b Ladder
LadderZet een ladder alleen op een stevige, stabiele ondergrond: deze mag niet zacht of glad zijn. Zet hem niet ondersteboven, achterstevoren of tegen een ronde of smalle zuil, of in de hoek en dergelijke. Met een ‘stabilisatiebalk’ kunt u de ladder een groter draagvlak geven en met een ‘vrijhouder’ kunt u een breder steunvlak voor de bovenkant maken. Gebruik een ladder die daarvoor niet is gemaakt nooit als loopplank of onderdeel van een steiger. Bij meerdelige (opsteek)ladders dienen de opsteekbeugels gaaf te zijn en goed vast te zitten. Let erop dat ze goed over de sport grijpen. Als u wat langer op één plek op de ladder wilt werken, kunt u hem voor extra veiligheid vastbinden. Het vastbindpunt moet dan wel recht achter de ladder zitten.

Op een zachtere ondergrond kunt u de ladder op een brede plank zetten waarop een lat stevig is bevestigd, die het wegglijden van de ladder voorkómt. De plank dient aan de voorkant (dus aan de kant waarop u op de ladder klimt) wel breed genoeg te zijn, om te voorkomen dat hij kantelt. In de plank maakt u vier gaatjes, waardoorheen u lange tentharingen kunt steken om de plank in de ondergrond te verankeren.

Zet de ladder onder een hoek van 70 tot 75˚, met beide stijlen (‘bomen’) tegen het object. De afstand van de voet van de ladder tot de muur is dan ongeveer gelijk aan een kwart van de ladderlengte. Een meerdelige ladder mag alleen aan de opgestoken zijde worden beklommen. Beklim de ladder met het gezicht ernaartoe en houd u met minstens één hand vast. Reik nooit verder zijwaarts dan armlengte. Laat geen gereedschap aan een ladder hangen als u van de ladder gaat. Repareer een ladder nooit zelf.
Hangladder. Is te huur, hoewel tegenwoordig nog maar sporadisch, gezien de veiligheidsrisico’s; zie verderop. De ladder bestaat uit een aantal losse delen: een gebogen bovenstuk dat is bevestigd aan een blok hout en losse ladders van verschillende lengte. Schaarvormige hulpstukken houden de ladders op afstand van de gevel. Degene die op de ladder werkt, staat in een bak, die op elke gewenste hoogte aan de sporten van de ladder kan worden gehangen. Elke keer dat u de ladder wilt verplaatsen, moet u van de ladder af. Het blok hout komt in de dakgoot of op het (platte) dak te rusten. Deze ondergrond dient dus een betrouwbaar, stevig draagvlak te vormen. Er mag geen gevaar zijn voor wegglijden, noch voor instabiliteit of loslaten. De hangladder wordt eerst in elkaar gezet en dan pas opgehangen. Dit ophangen kan een hele krachttoer zijn, waarvoor algauw twee personen nodig zijn. Het bakje wordt er pas naderhand aan gehangen; het is dus te verplaatsen zonder dat u van de ladder af hoeft. Dit is zeker geen klimgereedschap voor mensen met hoogtevrees. Het werkt makkelijk om gereedschappen en dergelijke in een emmer te doen, die aan een sport wordt gehangen. Hangladders zijn bepaald niet veilig. We citeren uit de ‘Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving’ (versie geldig vanaf 1 januari 2007): ‘Niet permanent aangebrachte hangladders en hangsteigers vormen grote risico’s voor valgevaar bij het aanbrengen en het verplaatsen ervan (tillen van een onhandelbaar groot voorwerp en het vooroverbuigen/bewegen van het lichaam in de valrichting), die niet afdoende door technische oplossingen worden beheerst. Ook het werken op niet-permanent aangebrachte hangsteigers kent een aantal onzekere factoren die niet afdoende door de uitvoering en inrichting van de hangsteiger zelf worden beheerst. Dat zijn bijvoorbeeld de ophangconstructie van de hangsteiger, de sterkte van het dak, waarop bijvoorbeeld dakbalken zijn aangebracht om een hangsteiger aan op te hangen, het verplaatsen van de ophangconstructie op het dakvlak, of het in- en uitstappen van de hangbak.’

Soorten ladders 
Er zijn acht soorten ladders:

  • Enkele ladder. 
  • Opsteekladder. Twee of meer ladderdelen; beugels en opsteekhaken houden ze op elkaar. De lengte regelt u door delen met de hand te verschuiven. 
  • Schuifladder. Twee- of driedelig; vergelijkbaar met de opsteekladder. Voor het uitschuiven worden een touw en een katrol toegepast. 
  • Dubbele ladder. Twee ladders die als een omgekeerde V tegen elkaar staan, met aan de bovenkant scharnieren. U kunt hem aan beide kanten beklimmen. 
  • Reformladder. Combinatie van schuifladder en dubbele ladder. 
  • Telescoopladder. Met uitschuivende in plaats van over elkaar heen schuivende bomen. 
  • Multifunctionele ladder of vouwladder.

5.3c Steiger. In allerlei vormen te huur. De moderne snelbouwsteigers zijn makkelijk op te bouwen en te demonteren. Maar de oudere steigers vereisen minstens een goede handleiding; begin er anders niet aan. De ondergrond dient stabiel en vlak te zijn: zelfs op een bestrate ondergrond is het vaak aan te raden draagbalken neer te leggen, behalve onder een rolsteiger. 5 - Veilig werken 91 Zorg dat de steiger stevig vaststaat; hij wordt vaak met touwen aan de gevel vastgemaakt aan bijvoorbeeld een balkon, stevige haken in het kozijnhout of in de muur. Als dat niet mogelijk is, gebruikt u stabilisatorpoten (staander-afstanden). Die schuine poten moeten ook op een bredere ondersteuning op de bodem rusten. Elke steiger dient voorzien te zijn van veiligheidsleuningen. Bij het werken op een steiger moet men altijd met z’n tweeën zijn: al is het alleen maar in het stadium dat de gereedschappen en materialen naar boven worden gehesen. Laat iemand anders dan degene die de koppelingen maakt, ze achteraf nalopen. Controleer ook of de steiger stabiel en waterpas staat; er mag wel een lichte neiging naar de naastgelegen muur zijn. U kunt de stabiliteit vergroten door extra schoren (schuine delen) aan te brengen en door de steiger aan de bovenzijde (zo nodig ook op andere plaatsen) aan de gevel vast te zetten. Let extra op een juiste opbouw van een rolsteiger. Zo’n steiger mag buiten alleen tot 8 m hoogte worden gebruikt. Rondom de vloer van de steiger

(schop)planken bevestigen verhoogt de veiligheid en vermindert de kans dat voorwerpen van de werkvloer over de rand worden geschoven en eraf vallen. De huurprijs van een steiger is zó pittig, dat u de werkzaamheden strak moet plannen. Bespreek hem tijdig, omdat de voorraad beperkt is. Bij niet te hevige regen kunt u soms toch nog wat doorwerken door boven het werk een dekvloer aan te brengen. Ook is wel afdekking met dekkleden mogelijk, maar pas op dat de wind er geen vat op krijgt; er kan ook een flinke kracht op de steiger worden uitgeoefend, zodat deze extra stabiel moet staan! Vanaf windkracht 6 gaat u de steiger niet meer op. Zorg ervoor dat de steigervloer voldoende stevig is voor het werk dat u gaat doen. Bij metselwerk krijgt hij heel wat gewicht te dragen in de vorm van specie en stenen. Het dragen van een veiligheidshelm en veiligheidscorset waarmee u aan de steiger vastzit, is aan te raden. Gebruik voor het klimmen altijd het laddergedeelte en niet de steigerconstructie zelf. Draag schoenen of laarzen met antislipzolen. Bedenk dat natte delen en verse specie glad zijn. Klim nooit vanaf een raam of dak op een rolsteiger. Houd voorbijgangers op afstand van de steiger door een veiligheidsmarkering te spannen. Graafwerkzaamheden in de buurt van een steiger zijn absoluut niet toegestaan. Vaak heeft u toestemming van de gemeente of politie nodig om een steiger te plaatsen. Voor een kortdurende klus kan het goedkoper zijn om een hoogwerker te huren.

5.4 Persoonlijke bescherming
5.4a Adembescherming. Bij sommige bezigheden (cirkelzagen, slijpen en dergelijke) is het aan te bevelen uw luchtwegen te beschermen. De gebruikelijke chirurgische en simpele vezelachtige mondkapjes (‘snuitjes’) houden echter maar zo’n 20% van het stof tegen. En van schuurstof, asbestvezels, metaaldamp of -rook maar 7%. Kies liever een goed stofmasker (met een stoffilter). Ook damp van organische oplosmiddelen en sommige andere middelen (zoals sterke zuren en basen) kunt u beter niet inademen. Met een gewoon kapje krijgt u meer verfoplosmiddel binnen dan zonder, doordat druppeltjes zich aan het masker hechten en daar verdampen. Er zijn voor ademmaskers drie klassen: 
• P1: de geringste filterkwaliteit;  • P2: zit qua filterwerking tussen P1 en P3 in;  • P3 de beste filterkwaliteit.

Er zijn maskers met een gasfilterbus en zogeheten snuitjes. Een gasfilterbus bevat kleine deeltjes actieve kool, die gassen, dampen en nevel absorberen. De meeste gasfilterbussen zijn geschikt voor slechts één soort gas of damp. De letter- en kleurcodering daarvoor is: 
• A (bruin): voor dampen van organische stoffen (zoals wasbenzine en terpentine); 
• B (grijs): voor zure gassen;
• K (groen): voor ammoniak.

De opnamecapaciteit van het filter wordt aangegeven met de cijfers 1 tot en met 3, waarbij 1 de minste opnamecapaciteit heeft. Voor het filteren van zowel stof als damp zijn er gecombineerde filterbussen, zoals A2P3 en A2P2. U kunt de randafsluiting van het masker testen door de filteropening met de hand dicht te houden en te proberen in te ademen. Als dit niet lukt, sluit het masker luchtdicht af. Komt er wél lucht in het masker, probeer dan of het beter afsluit als u de hoofdband(en) verstelt. Ook mag een masker niet gaan irriteren of gaan plakken. Verder is het belangrijk dat een masker in combinatie met een veiligheidsbril en/of gehoorbeschermers te dragen is. Zodra u moeilijkheden met ademhalen krijgt, kunt u beter een ander masker nemen of het filter vervangen. Wannéér u het masker of filter moet vervangen, hangt af van de poriëngrootte van het filtermateriaal, van de hoeveelheid stof en de luchtvochtigheid. Zodra u moeilijkheden krijgt met ademhalen, kunt u beter een ander masker nemen of het filter vervangen. Let op of er een gebruiksaanwijzing bij zit met informatie over verschillende soorten filterelementen en waartegen die beschermen. Filters hebben een beperkte werkingsduur; na een bepaald aantal gebruiksuren moet u ze vervangen. Als u zo’n filter maar af en toe gebruikt, kunt u het tussendoor in veel gevallen goed verpakt bewaren, waardoor het zijn effectiviteit behoudt.

Meer informatie
Veel meer informatie over persoonlijke bescherming vindt u via www.arbobondgenoten.nl. Klik bij deze site op ‘zoeken’ en vul daar de term ‘persoonlijke beschermingsmiddelen’ in. Ga dan naar ‘Arbosite FNV Bondgenoten: links PBM’. Hier staan links naar diverse goede sites.

Snuitjes (vaak mondkapjes genoemd) zijn er ook met de coderingen 1 tot en met 3, waarbij 3 de meeste bescherming biedt. Maar: een P3-snuitje beschermt veel minder dan een P3-filter. Ook kan stof 

door de ademhaling langs de randen van het masker naar binnen worden gezogen. Gebruik een snuitje alleen bij kortdurende werkzaamheden.

5.4b Gehoor. Bescherm uw gehoor bij lawaaiige klussen, zoals het werken met een hamerboormachine, haakse slijpmachine en cirkelzaag.

5.4c Handbescherming 
handbeschermingOnze huid beschermt zichzelf en houdt zich soepel met een vet (talg) dat in de huid wordt geproduceerd. Bijna alle schoonmaakproducten lossen vet op, waardoor de huid schraal kan worden. De ene huid is gevoeliger voor ontvetting dan de andere. Erg schrale huid kan barsten en - pijnlijke - kloven vormen. Ook kunnen schoonmaakproducten de huid irriteren (roodheid, neiging tot schilfering) of tot allergische reacties (eczeem) leiden. Ook opgezette nagelriemen en blaasjes op de handen zijn symptomen van aantasting van de huid. Sommige schoonmaakmiddelen zijn ‘zacht voor de handen’, omdat ze vetachtige stoffen bevatten, die op de huid achterblijven, zodat deze niet zo schraal wordt door de ontvettende werking van het schoonmaakmiddel. Het gaat hierbij vooral om afwasmiddelen, allesreinigers en andere huishoudelijke schoonmaakmiddelen; maar ook om vloeibare handenwasmiddelen en specifieke handenreinigers voor na het klussen. Over het algemeen is het niet nodig die vetachtige stoffen van het gereinigde oppervlak te spoelen met schoon water, tenzij de gebruiksaanwijzing hierom vraagt of tenzij u een bijzonder oppervlak reinigt. Allerlei speciale reinigingsmiddelen kunnen schadelijk zijn doordat ze door onze huid heen kunnen dringen. Bijvoorbeeld sommige organische oplosmiddelen, zoals aceton en thinner. Die kunnen in ons lichaam het nodige kwaad uitrichten, onder meer aan zenuwen en de lever. We moeten dus zoveel mogelijk voorkomen dat de huid met die middelen in aanraking komt. Voor het beschermen van de handen kunt u rubber ofkunststof handschoenen gebruiken. Uit welk materiaal de handschoen moet bestaan, hangt af van de vloeistof waartegen hij moet beschermen. Voor sop van bijvoorbeeld afwasmiddelen, wasmiddelen en allesreinigers zijn alle waterdichte handschoenen geschikt.

Denk niet: het is maar een allesreiniger, dus ik hoef geen handschoenen te dragen, want onverdunde allesreinigers kunnen flink basisch (pH 11) of zuur (pH 2) zijn. Bij organische oplosmiddelen luistert het materiaal van de handschoen nauw. In tabel 5.1 vindt u een opsomming van vloeistoffen en het materiaal waarvan handschoenen moeten zijn gemaakt voor afdoende bescherming; hoe dikker de handschoen des te beter, maar uiteraard hangt de bescherming ook af van de kwaliteit van de handschoen. Verder hangt de bescherming af van hoelang er met de handschoen wordt gewerkt: op den duur kan damp er toch doorheendringen. Veel van de in tabel 5.1 genoemde handschoenen zijn vrijwel nergens te koop en dus moeilijk te vinden. Maar als u werkt met ‘professionele’ reinigingsmiddelen, is het aan te raden professionele beschermingsmiddelen te gebruiken. Om te zorgen dat de huid niet nat wordt door zweet dat niet kan verdampen, kunt u het best voor gevoerde handschoenen kiezen. Een natte huid is kwetsbaarder en doorlatender. Was de handschoenen geregeld in een warm zeepsopje, zeker na het gebruik van middelen die in uw huid kunnen dringen. De binnenkant van ongevoerde handschoenen kunt u na het drogen van wat talkpoeder voorzien, waardoor ze makkelijker aan en uit te doen zijn. Mocht u toch een keer zonder handschoenen met sterk ontvettende middelen werken, dan is het aan te raden daarna niet uw handen met zeep te wassen (dat ontvet extra), maar ze zo nodig alleen met water af te spoelen. Smeer ze daarna eventueel met handcrème in.

5.4d Oogbescherming
Het dragen van een veiligheidsbril is verstandig bij werkzaamheden waarbij splinters, stof of gruis ontstaan en bij het werken met apparaten die deze deeltjes vaart geven, bijvoorbeeld een haakse slijpmachine. Ook kan een veiligheidsbril tegen spetters beschermen. Er zijn verschillende typen. De gewone veiligheidsbril heeft een versterkt kunststof montuur, geharde glazen of kunststof ‘glazen’ en vaak zijkapjes. Andere brillen lijken meer op een duikof skibril. Zo’n ruimzichtmodel sluit rondom op het gezicht aan en is aan de zijkanten voorzien van luchtgaten, om te voorkomen dat de bril beslaat. Soms zijn de luchtgaten nog beschermd met kapjes. Het beslaan is een groot probleem als u zo’n veiligheidsbril draagt in combinatie met een stofmaskertje. De veiligheidsbril mag het beeld uiteraard niet vervormen en het zicht rondom niet te veel belemmeren.  

Verder moet het doorkijkgedeelte vrij zijn van verontreinigingen en blaasjes, en mag het nietmakkelijk krassen. Vooral een montuurmodel ziet er breekbaar uit, maar in de praktijk valt dit reuze mee. Het biedt echter minder bescherming dan een gesloten model, vooral aan de zijkant. Mensen die al een gewone bril dragen, zijn algauw aangewezen op een groter model; test in de winkel of uw bril eronder past. Een stofmasker samen met een veiligheidsbril dragen is bijna altijd lastig. Bij het werken met gevaarlijke vloeistoffen, prikkelende gassen en dampen is een gasdichte bril met veiligheidsglas nodig. Zo’n model is bijna altijd gecombineerd met luchtwegbescherming. Bij autogeen lassen en snijden (door middel van een hete vlam twee metalen voorwerpen aan elkaar lassen of een stuk metaal in tweeën snijden) moet de veiligheidsbril donker zijn, om te beschermen tegen infrarode straling; de lasbrillen verschillen in beschermingsfactor.

5.4e Houtbewerking. Het stof van veel houtsoorten (waaronder ebbenhout, mahonie, walnoot en Western red cedar) kan huidirritatie en allergieën geven. Wie hier gevoelig voor is, kan dus het beste handschoenen dragen (zie ook paragraaf 5.4c). Beukenhout, iroko, Western red cedar en teak kunnen zware astma veroorzaken. Zie voor luchtwegbescherming paragraaf 5.4a. Kurkeikenhout, palmhout en red-wood kunnen een acute ziekte veroorzaken die lijkt op longontsteking.

5.4f Mond. Spijkertjes en dergelijke mag u nooit tussen de lippen vasthouden. Zie ook paragraaf 5.4a.Veiligheid

5.4g Slaap. Slaapgebrek schaadt de nauwkeurigheid en reactiesnelheid zelfs meer dan alcoholgebruik. Iets om aan te denken als u een gevaarlijke klus wilt ondernemen. Wie te weinig slaapt, kan bovendien slechter tegen alcohol: de combinatie is dus extra link. Ook veel medicijnen kunnen de reactiesnelheid verminderen; dit moet in de bijsluiter staan.

5.4h Werkkleding
Deze mag niet te wijd zijn of loshangende delen hebben, die door draaiende machines kunnen worden meegenomen. Dus geen dassen en loshangende sjaals en slippen. Schoenen moeten goed passen en stevig aan de voet zitten. De zolen moeten gaaf zijn. Als u vaak en veel zware klussen doet, is het te overwegen veiligheidsschoenen te kopen, met een stalen neus; er zijn ook laarzen met een stalen neus. Pas ook op met een polshorloge, armbanden en ringen, waarachter u kunt blijven haken. Draag bij klussen die slecht voor de huid zijn, geschikte handschoenen; zie paragraaf 5.4c.

5.4i Meer beschermingstips

  • Houd schoonmaakmiddelen buiten bereik van kinderen. 
  • Eet, drink en rook niet tijdens het gebruik van een schoonmaakmiddel. 
  • Houd vluchtige, brandbare schoonmaakmiddelen ver van open vuur en andere bronnen van hitte en vonken. 
  • Volg de gebruiksaanwijzing op.
  • Voorkom dat u spatten van agressieve schoonmaakmiddelen op uw huid krijgt. Gebeurt dat toch, spoel dan direct langdurig met koud water af. Dat geldt ook voor spetters in uw ogen. Raadpleeg bij oogletsel, ernstig huidletsel, ademhalingsmoeilijkheden en misselijkheid een arts. 
  • De bijtende werking van zuur op uw huid kunt u na het spoelen met water verminderen met een oplossing van 10 gram soda (natriumcarbonaat) in een liter water. Spoel dit een minuutje over uw huid.

5.5 De bouwplaats

Een bouwplaats vereist maatregelen om te voorkomen dat er bij uw afwezigheid vernielingen, diefstal en ongevallen kunnen plaatsvinden. Zeker tijdens uw afwezigheid moet de toegang voor onbevoegden worden belemmerd: met een hek. Berg (huur)gereedschappen en kostbare bouwmaterialen zorgvuldig op, zo nodig binnenshuis. Zorg voor een passende verzekering. 

Probeer te voorkomen dat uw afvalcontainer wordt gebruikt voor illegale vuilstort. Dek voor u weggaat waar nodig af tegen neerslag en zorg dat de afdekking voldoende verzwaard is tegen opwaaien. Zorg dat onder meer steigers voldoende verankerd zijn tegen om- en opwaaien. Niet alleen voorkomt dit schade, maar ook ongevallen. U kunt aansprakelijk gesteld worden voor schade toegebracht aan anderen. Zorg bij een elektrische installatie voor een goed afsluitbare verdeelkast met hoofdschakelaar.

5.5 De bouwplaats

Een bouwplaats vereist maatregelen om te voorkomen dat er bij uw afwezigheid vernielingen, diefstal en ongevallen kunnen plaatsvinden. Zeker tijdens uw afwezigheid moet de toegang voor onbevoegden worden belemmerd: met een hek. Berg (huur)gereedschappen en kostbare bouwmaterialen zorgvuldig op, zo nodig binnenshuis. Zorg voor een passende verzekering. Probeer te voorkomen dat uw afvalcontainer wordt gebruikt voor illegale vuilstort. Dek voor u weggaat waar nodig af tegen neerslag en zorg dat de afdekking voldoende verzwaard is tegen opwaaien. Zorg dat onder meer steigers voldoende verankerd zijn tegen om- en opwaaien. Niet alleen voorkomt dit schade, maar ook ongevallen. U kunt aansprakelijk gesteld worden voor schade toegebracht aan anderen. Zorg bij een elektrische installatie voor een goed afsluitbare verdeelkast met hoofdschakelaar.

 

Meerkeuzevragen

1. Waarom is het goed om bij elektrisch gereedschap bij het verstellen of het verwisselen van de boren, zagen en schijven de stekker uit het stopcontact te halen? 
A. Omdat er altijd een kans is dat de machine aangaat. 
B. Omdat het makkelijker te verstellen of verwisselen is. 
C. Omdat de boor, zaag of schijf anders niet past. 
D. Omdat de boor, zaag of schijf anders beschadigt.

2. De keuze van de soort handschoen die u bij het klussen gebruikt, wordt bepaald door: 
A. De vloeistof waartegen onze handen beschermd moeten worden. 
B. De prijs. 
C. Hoe soepel ze zijn. 
D. De kleur van de handschoen.

3. Waarom voldoet een stofmasker niet voor oplosmiddelen?
A. Omdat dan maar twintig procent niet ingeademd wordt. 
B. Omdat een stofmasker niet nat mag worden. 
C. Omdat het in de P3-klasse zit. 
D. Omdat een stofmasker maar een beperkte werkingsduur heeft.

Bouwplaats

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden? 

Je kunt elke dag starten met de cursus Zelf klussen dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus
1 / 18