Docent Anna
Welkom bij de Proefles. In deze stories starten we met wat uitleg over FlexibelStuderen® bij NTI!
Bij NTI studeer je waar en wanneer jou dat uitkomt. Je werkt met de nieuwste lesmethodes.
En je oefent in jouw persoonlijke online leeromgeving, met handige studietools.
Bij vragen staan jouw docenten en mentoren voor je klaar. Zo sta je er niet alleen voor tijdens je studie.
Start wanneer het jou uitkomt, want bij NTI kun je meteen aan de slag.
We willen je graag laten zien hoe ons lesmateriaal eruit ziet.
Scroll naar beneden om jouw proefles te starten! ⇩
scroll

Dieren EHBO

1 Welkom!

Welkom bij de proefles van de opleiding Dieren EHBO. Door het doen van deze proefles krijg je meer inzicht in wat je kunt verwachten van het studeren bij NTI. Wij vinden het belangrijk dat jij een weloverwogen studiekeuze maakt. In deze proefles duik je in de lesstof en zie je hoe het lesmateriaal eruitziet. Natuurlijk kunnen we in deze proefles maar een heel klein gedeelte van de lesstof behandelen, we hopen dan ook dat dit onderwerp je aanspreekt ;-). Tijdens het doornemen van de lesstof kun je je kennis gelijk testen met de mutiplechoicevragen! 

Succes met de proefles!

2 Proefles: Dieren EHBO

Inleiding

Houd je van dieren? Volg dan nu de cursus Dieren EHBO!

Met deze proefles krijg je een indruk van de beroepsopleiding Dieren EHBO van het NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Tijdens het lezen van de lesstof kun je jezelf testen door vragen te beantwoorden.

Lees ook de ervaring van Renske de Busschere:

Renske de Busschere: "Erg fijn om op mijn eigen tempo te studeren. Ik volg de opleiding dieren EHBO en Ik werk als vrijwilliger voor een stichting die katten helpt, dus mijn kennis kan ik direct in praktijk brengen. Het is fijn dat ik nu weet wat ik moet doen, mocht er een kat gewond of ziek zijn. Mijn studie is erg goed te combineren met het werk voor de stichting."

6 Geneesmiddelen

Er zijn veel soorten geneesmiddelen voor dieren in de handel. Elk middel heeft zijn eigen werkzaamheid en toedieningsvorm. 

Werkzaamheid Toedieningsvorm
Met de werkzaamheid van een medicijn wordt bedoeld waartegen het medicijn werkt. Onder toedieningsvorm wordt verstaan hoe een middel toegediend moet worden aan een dier. Dit heeft te maken met de uiterlijke vorm van een middel. Er zijn verschillende vormen van geneesmiddelen. Denk hierbij aan poeders, tabletten of een vloeistoffen.

6.1 Manieren van toediening

Medicijnen worden op verschillende manieren toegediend:

  • oraal: via de mond;
  • rectaal: via de anus;
  • lokaal: op een bepaalde plaats;
  • parenteraal: op een andere plaats dan via het maag-darmkanaal in het lichaam.

6.1.1 Orale toediening

Orale middelen zijn middelen die via het slijmvlies van het maag-darmkanaal worden opgenomen. Vanuit het maag-darmkanaal worden de middelen in het bloed opgenomen. Sommige middelen blijven in het maag-darmkanaal om daar hun werking te doen. 

Orale middelen zijn dus alle middelen die via de bek worden ingegeven en die via het maag-darmkanaal hun plaats van bestemming bereiken. Voorbeelden van orale middelen zijn tabletten, poeders, vloeistoffen en pasta’s. Het oraal toedienen van medicijnen kan met behulp van het voer of het drinkwater. Met drinkwater is het echter niet zeker of alle medicijnen ook daadwerkelijk zijn ingegeven. Ook als een dier braakt of diarree heeft, is de kans groot dat het dier te weinig medicijn binnenkrijgt.

6.1.2 Rectale toediening

Rectale of anale middelen worden via de anus ingebracht. Een voorbeeld van een rectaal medicijn is de zetpil. Rectale middelen bestaan vaak uit een vettige substantie. Hierdoor is het inbrengen gemakkelijker. Het middel wordt snel door het slijmvlies van het rectum (het achterste gedeelte van de darm) opgenomen. Net als de orale middelen worden rectale middelen via het maag-darmkanaal door het lichaam opgenomen.

Een geneesmiddel wordt rectaal ingegeven omdat een dier bijvoorbeeld moeite met slikken heeft, misselijk is of problemen met de maag heeft. Ook bij dieren met een epileptische aanval is het moeilijk om medicijnen oraal in te geven. Het dier heeft dan te veel krampen. In dat geval worden speciale medicijnen, rectioles genaamd, via het rectum ingegeven. Ook een klysma is een voorbeeld van een rectale toedieningsvorm. Een klysma is een (vettige) vloeibare stof die in een knijptube zit. Klysma’s worden gebruikt om dieren te laxeren.

6.1.3 Lokale toediening

dieren ehboLokale preparaten worden direct op de te behandelen plek aangebracht. Lokale middelen zijn middelen die via de huid of het slijmvlies, anders dan de slijmvliezen van het maag-darmkanaal, worden opgenomen. Denk hierbij aan zalven, crèmes, sprays en vloeistoffen die op de huid, in het oor of in de ogen worden toegepast.

De lokale middelen werken direct op de aangebrachte plaats. Het middel wordt niet, of slechts gedeeltelijk, in de bloedbaan opgenomen. Hierdoor hebben lokale preparaten veel minder bijwerkingen.
Lokale preparaten zijn makkelijk te doseren en meestal makkelijk toe te passen. Soms zal het echter niet zo makkelijk zijn. Denk hierbij aan een anti-vlooienspray voor katten. Katten zijn vaak erg bang voor het geluid van de spray.
Een ander nadeel van lokale preparaten is dat dieren het middel zelf vaak weer kunnen oplikken. Denk maar aan huidzalven. Als een huidzalf wordt opgebracht, zal het dier enige tijd moeten worden afgeleid, bijvoorbeeld door te gaan wandelen.

Maak de volgende zin af. Een klysma is een voorbeeld van een …

6.1.4 Parenterale toediening

Parenterale toediening wordt gedaan bij middelen die niet via het maag-darmkanaal worden opgenomen. Ze worden gegeven via een injectie.

De meeste parenterale toedieningen mogen alleen door een dierenarts worden gegeven. Een uitzondering hierop is het toedienen van insuline. Eigenaren mogen hun dieren zelf inspuiten met insuline. 

Er zijn verschillende vormen parenterale middelen:

  • subcutaan (sc): onder de huid;
  • intradermaal (id): in de huid;
  • intramusculair (im): in de spieren;
  • intraveneus (iv): in de bloedbaan;
  • intracardiaal (ic): in het hart;
  • intraperitoniaal (ip): in de buik. 

Een subcutane injectie wordt onder de huid gegeven. 

Een intramusculaire injectie wordt vaak in de bilspier gegeven.

Maak de volgende zin af. Een vlooienpipet is een voorbeeld van een …

6.2 Farmaceutische aspecten van een diergeneesmiddel

De farmaceutische aspecten geven de kenmerken van geneesmiddelen aan. ‘Farmacon’ is het Griekse woord voor ‘geneesmiddel’. Een geneesmiddel heeft verschillende farmaceutische aspecten, zoals:

  • Welke vorm heeft dit middel (tabletten, injecties, capsules en dergelijke)?
  • Wat is de werkzame stof?
  • Wat doet het middel? (Werkt het op de blaas in of op de keel? Remt het ontstekingen of verlaagt het middel de koorts?)
  • Voor welk diersoort is dit middel bedoeld?
  • Hoe vaak moet het middel worden gegeven?
  • Hoe moet het middel worden gegeven (oplossen in water, voor het eten, na het eten en dergelijke)? 

In de bijsluiter van een middel staat, als het goed is, het antwoord op de bovenstaande vragen gegeven. Het is dus belangrijk om bij de toediening van een geneesmiddel eerst de bijsluiter te lezen. 

In deze paragraaf gaan we dieper in op de kenmerken van de verschillende, meest gangbare, preparaten.

6.2.1 Orale preparaten

De orale middelen zijn, zoals gezegd, de middelen die via het slijmvlies van het maag-darmkanaal worden opgenomen. We behandelen hieronder de verschillende orale preparaten. 

dieren ehboTabletten
Tabletten zijn vervaardigd uit samengeperste poedermengsels. Er komen steeds meer tabletten op de markt die aan de buitenkant een laagje met een smaakje bevatten. Het dier neemt daardoor het tablet gemakkelijker in. Tabletten zijn plat en rond van vorm. Sommige tabletten zijn voorzien van een breekgleuf. Hierdoor zijn ze makkelijk in tweeën te delen. 

dieren ehboDragees
Een dragee is een tablet met een glad laagje eromheen. Bepaalde vitaminetabletten voor mensen hebben bijvoorbeeld zo’n gecoat laagje. Dragees hebben een glad laagje aan de buitenkant. Door het gecoate laagje wordt de dragee gemakkelijker doorgeslikt. Het blijft niet, zoals tabletten, in de keel plakken. De zure maag heeft ook geen invloed op dit laagje. Hierdoor zal het werkzame bestanddeel zonder problemen de maag passeren en pas in de darm het geneesmiddel afgeven.

Bolussen
Een bolus is niets anders dan een tablet, alleen is deze groter en ovaal van vorm. De bolus is een typisch diergeneesmiddel dat bij de humane geneeskunde niet voorkomt. Ontwormingsmiddelen, zoals die bij de landbouwhuisdieren gebruikt worden, zijn vaak in de vorm van bolussen. 

Poeders
Poeders worden vaak toegediend over het voer of via het drinkwater. Vaak worden poeders bij koppelmedicatie gebruikt. Dat wil zeggen dat een grote groep dieren in één keer wordt behandeld. Koppelmedicatie wordt vaak in de varken- of rundveehouderij toegepast, maar ook bij vogels in volières. De medicijnen worden dan via het drinkwater of het voer voor het hele koppel toegediend.

Bij koppelmedicatie is het nadeel dat niet precies nagegaan kan worden hoeveel een dier van het geneesmiddel binnenkrijgt. Een ander nadeel is dat een ziek dier meestal minder eet of drinkt, en poeders in drinkwater zijn vaak niet smakelijk. Ten slotte zijn poeders kwetsbaar en vochtgevoelig.

Granulaat
Granulaat zijn kleine korreltjes. Deze korreltjes worden over het voer toegediend. Ze zijn wat grover van structuur dan de poeders. Granulaat heeft dezelfde voor- en nadelen als poeders.

Capsules
dieren ehboEen capsule is een poeder met een omhulsel. Dit omhulsel is langwerpig van vorm met afgeronde uiteinden. Het omhulsel bestaat meestal uit gelatine.
Het voordeel van een capsule is dat een capsule minder kwetsbaar is dan een poeder of een granulaat. Een capsule is steviger en minder vochtgevoelig. Ook geeft een capsule geen vieze smaak. 

Vloeistoffen
Een vloeistof is waterig en niet stroperig. In een vloeibaar preparaat is een geneesmiddel opgelost. Er zijn kant-en-klare oplossingen die zo kunnen worden ingegeven. Maar er zijn ook sterk geconcentreerde vloeistoffen die eerst verdund moeten worden met water.
Vloeistoffen kunnen via het drinkwater worden toegediend. Het nadeel is dat er op die manier geen controle is op de hoeveelheid die wordt ingenomen. Het is dan ook beter om een vloeistof direct in de bek in te geven met behulp van een spuitje.

Siropen
Een siroop is stroperiger dan een vloeistof. Een siroop is wel vloeibaar. Hoestdrankjes zijn voorbeelden van siropen. Aan een siroop is vaak een smaakje toegevoegd zodat het lekker smaakt.

Pasta’s
Een pasta is een dikke substantie. Pasta’s zitten in tubes. Veel ontwormingsmiddelen zijn er in pastavorm. Als de pasta toegediend wordt, blijft deze in de bek kleven. Het dier kan het hierdoor niets uitspugen. Als een kat de pasta niet in wil nemen via de bek, is het mogelijk de pasta op de voorpoot te smeren. Een kat zal zich altijd schoonlikken en op die manier de pasta binnenkrijgen. 

Suspensies
Suspensies zijn vloeistoffen met daarin onopgeloste deeltjes. De deeltjes geneesmiddel zijn heel fijn verdeeld. Het kan zijn dat het middel uitvlokt. Een suspensie moet dan ook altijd goed worden geschud of gezwenkt. Er zijn suspensies voor orale toediening en om te injecteren.

Wat valt niet onder de kenmerken van een geneesmiddel?

 

6.2.2 Lokale preparaten

De lokale preparaten die we achtereenvolgens gaan bespreken zijn de huid-, oog-, oor- en neuspreparaten.

Huidpreparaten
De huidpreparaten zijn er in de vorm van een zalf, een crème, een spray of een pipet. Ze worden direct op de huid gesmeerd of gespoten en doen daar hun werk. Het verschil tussen een zalf en een crème is dat een zalf op vetbasis en een crème op waterbasis is gemaakt.

Het sprayen van katten geeft nog weleens problemen doordat een kat schrikt. U kunt het middel dan eventueel eerst op watten spuiten en vervolgens op de huid smeren. Veel anti-vlooienmiddelen zijn in een sprayflacon te verkrijgen, maar ook als pipetjes voor in de nek. Het voordeel van deze pipetjes is dat het dier niet schrikt van het spray-geluid.

 

Oogpreparaten
dieren ehboHet oog is een zeer kwetsbaar orgaan dat snel geïrriteerd raakt. Een oogpreparaat moet dan ook steriel zijn. Oogpreparaten worden vaak in tubes of knijpflesjes verpakt. Op die manier blijven ze zo steriel mogelijk. De preparaten bevatten vaak conserveringsmiddelen om een langere houdbaarheid te verkrijgen.

Oogpreparaten zijn meestal als druppels of zalf vervaardigd. Een oogzalf moet dun vloeibaar zijn, waardoor het goed in het oog kan worden verdeeld. Zalven blijven langer in het oog zitten dan druppels. Het nadeel van zalf is wel dat het dier er wazig door gaat zien. Dit gebeurt met druppels minder. Bij gebruik van zalf is het aan te bevelen om de zalf eerst in de hand wat te verwarmen. Doordat de zalf dan iets vloeibaarder wordt, kan deze zich beter in het oog verspreiden.

Het is van groot belang dat de dierenarts een goede diagnose stelt, voordat er oogdruppels of -zalf wordt voorgeschreven. Als het oog beschadigd is, kan een verkeerd medicijn grote ellende veroorzaken.

Oorpreparaten
Voor aandoeningen aan de uitwendige gehoorgangen, zoals de oorschelp, worden oorzalven of oordruppels gebruikt. De zalven en druppels zijn vaak vettig. Hierdoor blijven ze goed in de gehoorgang zitten.
Als het trommelvlies niet beschadigd is, dan hoeft het middel niet noodzakelijk steriel te zijn. Bij een gescheurd trommelvlies of bij aandoeningen in het middenoor moeten de preparaten wel steriel zijn. Ook mogen de preparaten niet giftig zijn voor het binnenoor.  Alle antibiotica zijn echter wel giftig; dus niet geschikt om toe te dienen bij aandoeningen aan het trommelvlies of binnenoor. Ook moet het middel op waterbasis zijn.

Ook hier is het dus van belang dat de dierenarts het oor goed bekijkt voordat het dier een oorpreparaat krijgt. Vaak moet de gehoorgang eerst worden schoongespoeld zodat het trommelvlies kan worden bekeken. Bij het gebruik van zalf is het handig om de tube eerst in de hand te verwarmen. Hierdoor wordt de zalf vloeibaarder en zal de zalf zich beter in het oor verspreiden. 

Neuspreparaten
Neuspreparaten worden in de neus toegediend voor een lokaal effect. De middelen die gebruikt worden zijn druppels, zalven en sprays. Voor kennelhoest bij de hond of niesziekte bij de kat bijvoorbeeld bestaan vaccinaties die in de neus worden toegediend. Hierdoor heeft het middel veel sneller effect dan een injectie die eerst geheel in de bloedbaan moet worden opgenomen om te werken.

6.2.3 Parenterale preparaten

Parenterale preparaten worden geïnjecteerd. Er zijn veel manieren waarop geïnjecteerd kan worden. De meest gangbare manieren zijn:
- subcutane preparaten;
- intradermale preparaten;
- intramusculaire preparaten;
- intraveneuze preparaten;
- intracardiale preparaten;
- intraperitoniale preparaten.

Subcutane preparaten
‘Subcutaan’ betekent ‘onder de huid’. Dit wil zeggen dat de injectievloeistof onder de huid wordt gespoten. Subcutane preparaten zijn vloeistoffen die zowel waterig als wat stroperig kunnen zijn. Deze laatste hebben dan een hogere viscositeit. Een middel met een hoge viscositeit is erg stroperig. Een middel met een lage viscositeit is waterig. Suspensies kunnen ook onder de huid worden gespoten.

Een voorbeeld van een subcutaan preparaat is de jaarlijkse vaccinatie van de hond en kat. De huid wordt opgepakt en de naald wordt onder de huid gebracht. Doorgaans wordt de huid in de nek of de lies gebruikt. Op deze plaatsen zit de huid namelijk vrij los van het lichaam. Deze plaatsen zijn ook het minst pijnlijk voor het dier.

Een ander veelgebruikt subcutaan preparaat is het onderhuids infuus. Een fysiologische zoutoplossing wordt hierbij onder de huid gespoten. Een onderhuids infuus wordt toegepast bij dieren die uitgedroogd zijn, bijvoorbeeld omdat de nierfunctie niet goed meer werkt. 

Vooral bij grotere honden wordt in dit geval meestal een infuus aangelegd, zoals we dat in de humane geneeskunde kennen. Grote honden moeten namelijk vaak zo veel infuus hebben dat dit niet meer onderhuids kan worden gespoten. De bloedvaten bij kleinere dieren zijn kleiner, waardoor een ‘normaal’ infuus moeilijker aan te leggen is. De opname van een subcutaan middel duurt langer dan een middel dat direct in de ader of in de spier wordt gespoten.

Intradermale preparaten
‘Intra’ is het Latijnse woord voor ‘in’ of ‘binnen’. ‘Derma’ is Grieks voor ‘huid’. Een intradermaal preparaat wordt dus in de huid gespoten. Dit soort preparaten wordt vooral toegepast bij allergietesten. Hierbij worden verschillende vloeistoffen in de huid gespoten. Na een bepaalde tijd wordt er gekeken of er een allergische reactie heeft plaatsgevonden. 

Intramusculaire preparaten
Intramusculaire preparaten zijn middelen die in een spier worden gespoten. Bij kleine huisdieren wordt er meestal in de dijspier geïnjecteerd. Een intramusculaire iniectie wordt snel in de bloedbaan opgenomen. Een voorbeeld van een intramusculair preparaat zijn narcosemiddelen. 

Intramusculaire preparaten lijken op subcutane preparaten. Het is echter niet zo dat een intramusculair preparaat onder de huid kan worden gespoten of een subcutaan in de spieren.

De eisen voor een intramusculair preparaat zijn minder streng dan bij een middel dat direct in de bloedbaan gespoten wordt. Het zijn vloeibare middelen, maar deze kunnen onopgeloste middelen bevatten. De steriliteit is hierbij ook minder streng dan bij middelen die direct in de bloedbaan worden geïnjecteerd.

Intraveneuze preparaten
Intraveneuze preparaten zijn vloeibare middelen die direct in de ader gespoten worden. Aan deze toedieningsvorm worden strenge eisen gesteld. Het middel moet steriel zijn. Verder mag het niet vlokken of onopgeloste deeltjes bevatten. Intraveneuze preparaten zijn direct beschikbaar voor het lichaam en werken snel. Ze worden immers direct in de bloedbaan gespoten. Bij de hond en de kat wordt de halsader of de ader in de voorpoot gebruikt. Voorbeelden van intraveneuze preparaten zijn euthesaet of T61. Dit zijn middelen om dieren in te laten slapen.

Intracardiale preparaten
‘Cardiaal’ is het Latijnse woord voor ‘met betrekking tot het hart’. Intracardiale preparaten worden dus in het hart gespoten. Deze techniek wordt soms toegepast bij euthanasie. Het dier krijgt eerst een narcosemiddel in de spieren toegediend. Als het dier in slaap is, wordt een overdosis narcosemiddel direct in het hart gespoten. In het hart werkt dit sneller dan in een ader.

Intraperitoniale preparaten
Het woord ‘peritoneum’ betekent ‘buikvlies’. Intraperitoniale preparaten worden binnen het buikvlies gespoten, dus in de buik. Ook deze vorm van injecteren wordt soms bij euthanasie toegepast. Bij knaagdieren en vogels wordt hierbij het narcosemiddel in de buikholte gespoten.

Een ander voorbeeld van een intraperitoniale injectie is een suikeroplossing in de buikholte van een onderkoelde big spuiten. Het voordeel van intraperitoniaal injecteren is dat een grote hoeveelheid vloeistof kan worden geïnjecteerd. Er vindt een vrij snelle opname plaats doordat de buikholte goed doorbloed is.

Welke toedieningsvorm wordt het snelst in de bloedbaan opgenomen?

6.3 Houdbaarheid en bewaarcondities

dieren ehboEen belangrijk kwaliteitsaspect van een diergeneesmiddel is de houdbaarheid. Er is een aantal factoren dat van invloed kan zijn op de houdbaarheid. Deze factoren zijn:
- de stabiliteit van de werkzame bestanddelen;
- de samenstelling van het middel;
- de toevoeging van conserveringsmiddelen;
- de bewaarcondities. 

Op elke verpakking staat een uiterste houdbaarheidsdatum en een gebruikstermijn. De houdbaarheidsdatum is de termijn waarbinnen het middel onaangebroken kan worden bewaard. De gebruikstermijn is de termijn waarbinnen het aangebroken middel kan worden gebruikt.
De stabiliteit van de bestanddelen en de samenstelling van een middel zijn door de fabrikant getest. Aan de hand van deze testen worden de houdbaarheid en de gebruikstermijn bepaald. Het is voorstelbaar dat een bestanddeel na een bepaalde tijd gaat veranderen of een reactie gaat geven op de andere bestanddelen. Hierdoor kan de samenstelling en de werkzaamheid veranderen. Een middel dat ver over de datum is, kan dan niet meer werken of zelfs schadelijk zijn.
Ook met de bewaarcondities moet rekening worden gehouden. Die staan altijd op de verpakking vermeld. Zo staat er op de verpakking of een middel in het donker of bij kamertemperatuur moet worden bewaard. Als niet aan de bewaarcondities wordt voldaan, dan geldt de houdbaarheidsdatum niet!

De keuze van de verpakking kan de houdbaarheid beïnvloeden. Een medicijn dat in een tube is verpakt, is langer houdbaar dan in een pot. Tabletten zijn vaak verpakt in doordrukstrips. Hierdoor zijn ze langer houdbaar dan als ze los in een potje of zakje zitten. Injectiemiddelen die in het donker bewaard moeten worden, zijn vaak verpakt in flesjes van donkerbruin glas.

In de tabel staan de algemene gebruikstermijnen van verschillende geneeskundige preparaten. Houd er hierbij rekening mee dat het om richtlijnen gaat en dat het altijd verstandig is de datum op de verpakking te controleren. 

Toedieningsvorm gebruikstermjin
injectievloeistof, geconserveerd 1 maand
injectievloeistof, niet geconserveerd 24 uur
oogdruppels, waterhoudend 1 maand
oogzalf, watervrij 6 maanden
oogzalf, waterhoudend 1 maand
crème, waterhoudend in een pot 3 maanden
crème, waterhoudend in een tube 1 jaar
zalf, watervrij in een pot 6 maanden
zalf, watervrij in een tube 3 jaar
tablet, capsule, in een pot 1 jaar
poeder (vochtvrij bewaard) 1 jaar
drank, druppels (oraal), waterhoudend 6 maanden

6.4 Wet op de diergeneesmiddelen

In de Wet op de diergeneesmiddelen staan allerlei regels beschreven die van toepassing zijn op diergeneesmiddelen. Het is niet nodig om deze wet uitgebreid te kennen. Wel zult u, tijdens uw werk als dierenartsassistent, de termen vrije middelen, UDA-middelen en UDD-middelen vaak horen. Dit zijn belangrijke termen die we hieronder zullen bespreken. 

Niet alle middelen mogen namelijk door een eigenaar, pensionhouder of dierverzorger toegediend worden. In de Diergeneesmiddelenwet zijn verschillende categorieën beschreven.

Vrije middelen
Vrije geneesmiddelen mogen in dierenwinkels worden verkocht. Iedereen mag ze toedienen. Denk hierbij aan veel vlooien- en wormenmiddelen.

UDA-middelen
UDA-middelen mogen eigenaren wel toedienen. Ze zijn echter alleen bij de dierenarts verkrijgbaar. Dit zijn dus vaak medicijnen die eigenaren meekrijgen van de dierenarts, zoals antibioticakuren.

UDD-middelen
UDD-middelen mag alleen de dierenarts toedienen. Denk hierbij aan de verschillende injecties die de dierenarts geeft. 

6. Ten slotte

Geneesmiddelen zijn er in allerlei vormen. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste vormen besproken. Ook zijn de belangrijkste kenmerken van de verschillende toedieningsvormen besproken.

Belangrijk is dat medicijnen op een goede manier worden bewaard. Op de verpakking staat hoe en hoelang een bepaald medicijn bewaard kan blijven.

De dierenarts mag alle medicijnen toedienen. Sommige medicijnen mogen ook door eigenaren zelf worden toegediend.

 

Dit is het einde van het lesstof-gedeelte van de proefles. Hopelijk heb je hiermee een goed beeld gekregen van het lesmateriaal van de opleiding. Naast de literatuur studeer je bij NTI ook met allerlei online studietools. Wil je hier meer over weten? Scroll dan snel verder naar "Studeren bij NTI"!

3 Studeren bij NTI

FlexibelStuderen® doe je bij NTI

Boekenwurmen, nachtbrakers, ochtendmensen, carrièretijgers; iedereen is anders en iedereen studeert anders. Met FlexibelStuderen® van NTI studeer jij op een manier die echt bij jou past. Start met jouw opleiding wanneer je wilt. Bepaal zelf waar en wanneer je studeert in een online leeromgeving en met echte studieboeken. Zo kun jij een opleiding goed combineren met een drukke baan, hobby’s en gezinsleven. FlexibelStuderen® doe je bij NTI.

Studietools

Bij NTI gebruik je, afhankelijk van je opleiding, verschillende studietools. Zo ga je aan de slag in de online leeromgeving, gebruik je jouw Mijn NTI en werk je met studieboeken.

Wil je meer weten?

Neem gerust contact met ons op als je nog vragen hebt. Onze adviseurs staan voor je klaar!

Persoonlijk studieadvies    Start een chat

Daarom FlexibelStuderen®:

  1. Erkende opleidingen, bekende naam
  2. Studeren met veel persoonlijk contact
  3. Voordelig studeren, transparant over kosten
  4. Studeren op jouw moment en jouw manier
  5. Overal studeren met onze online leeromgeving
  6. Persoonlijke begeleiding door mentoren en ervaren docenten
  7. Werkgevers zijn snel overtuigd

Direct inschrijven

Wat is jouw volgende stap?

We denken graag verder met je mee! Het starten van een studie is spannend en roept misschien nog wel meer vragen op. Maar wist je dat iets nieuws leren ook bijdraagt aan je levensgeluk? Je verder ontwikkelen is bovendien goed voor je zelfvertrouwen en je hebt natuurlijk aan de eettafel weer iets te vertellen ;-)

Klaar om te beginnen?

Schrijf je nu in

Heb je na het doen van deze proefles nog vragen? Of zijn er dingen waar je over twijfelt? Onze studieadviseurs geven je geheel vrijblijvend een persoonlijk studieadvies en beantwoorden al je vragen.

5 Ervaringen

Wat vinden onze eigen studenten van hun opleiding?

Bij NTI streven we naar kwalitatief goed onderwijs dat voor iedereen bereikbaar is. En wie kan dit beter beoordelen dan onze eigen studenten?

Chantal, 47 jaar

5star reviews

"Dit is mijn 2de studie bij de NTI en ik ben nog steeds enthousiast! Er is veel verbeterd vergeleken met mijn eerste studie en het is heel duidelijk wat je wanneer moet doen. Verder heb je veel vrijheid om zelf je tempo te bepalen en is de leerstof duidelijk aangegeven in de meeste boeken. Ik kan studeren bij de NTI van harte aanbevelen!" 

Rick

5star reviews

"Prima opleiding! Het niveau is niet te moeilijk, je kunt er lekker snel doorheen werken. Ik vind de stages die erbij horen erg leuk.. zo leer je direct in de praktijk. Over het NTI zelf, ik zou ze zeker aanraden. Contact verloopt netjes en snel, bij vragen regelen ze vrijwel direct alles voor je. Top!" 

Irene

4star.png

"Een goede ervaring over het algemeen. Het thuis studeren bevalt me erg goed en ik vind het prettig dat ik de vrijheid heb om mijn studie zo in te delen zoals het voor mij goed uitkomt."

Barbara de Loor

Vakopleiding Gewichtsconsulent