scroll

HBO Bachelor SPD Bedrijfsadministratie

1 Welkom!

Welkom bij de proefles van de opleiding HBO Bachelor SPD Bedrijfsadministratie. Door het doen van deze proefles krijg je meer inzicht in wat je kunt verwachten van het studeren bij NTI. Wij vinden het belangrijk dat jij een weloverwogen studiekeuze maakt. In deze proefles duik je in de lesstof en zie je hoe het lesmateriaal eruit ziet. Natuurlijk kunnen we in deze proefles maar een heel klein gedeelte van de lesstof behandelen, we hopen dan ook dat dit onderwerp je aanspreekt ;-). Tijdens het doornemen van de lesstof kun je je kennis gelijk testen met de mutiple choice vragen! 

Succes met de proefles!

2 Proefles HBO SPD

HBO Bachelor SPD Bedrijfsadministratie

De opleiding HBO Bachelor SPD Bedrijfsadministratie is opgebouwd uit verschillende modules. We geven je met deze proefles een kijkje in drie modules van de opleiding:

  1. Module: Elasticiteiten (e-video)
  2. Module: Winstmaximalisatie (e-video)
  3. Module: Algemene Economie (theorie + vragen)

Je start zo direct met een e-video. Daarna lees je een interessant stuk uit het boek Algemene Economie. Tijdens het lezen van de lesstof kun je jezelf testen door vragen te beantwoorden.

Start de proefles

De onderstaande e-video vertelt in het kort waar de module Elasticiteit over gaat.

De onderstaande e-video vertelt in het kort waar de module Winstmaximalisatie over gaat.

Algemene Economie
Algemene economie en bedrijfsomgeving.
W.Hulleman, A.J Marijs

4.3.2 Overheidsinvloed op prijzen: maximum en minimum

De overheid oefent invloed uit op de prijzen van verschillende producten. Ze legt maximum- of minimumprijzen op. Daarnaast hebben belastingen op de toegevoegde waarde (btw) en accijnzen invloed op de hoogte van de prijzen.

Maximum- en minimumprijzen
De overheid reguleert diverse markten met het doel de afnemers te beschermen door middel van maximumprijzen. Zij kan ook de producenten beschermen met minimumprijzen. Aan de hand van vraag- en aanbodcurven is de overheidsinvloed goed te zien. In figuur 4.10 is een maximumprijs afgebeeld die onder het marktevenwicht ligt. Alleen in dat geval beïnvloedt een maximumprijs het marktproces. Als de evenwichtsprijs onder de maximumprijs ligt, zal deze laatste gewoon gelden.
SPD figuur 4.10
Consumenten betalen minder bij een prijs die onder de evenwichtsprijs ligt dan op een vrije markt. De vraag is dan ook groter dan bij marktevenwicht. Producenten ontvangen een lagere prijs dan bij marktevenwicht. Het aanbod is dan ook kleiner dan bij marktevenwicht (zie figuur 4.10).

De vraag is groot, het aanbod is klein: er is een vraagoverschot. De markt is in dit geval niet in staat een evenwichtshoeveelheid tot stand te brengen. Er zijn vragers die meer voor een product overhebben dan de maximumprijs en er zijn aanbieders die daarin willen voorzien. Maar dat kan niet en daarom zal de overheid met een vergunningensysteem de vraag moeten rantsoeneren. Een mogelijk gevolg van maximumprijzen is dat er een zwarte markt ontstaat.

Kopers kunnen de producten tegen een hogere prijs doorverkopen. Een rantsoeneringssysteem en het toezicht op de markt gaan gepaard met kosten voor de overheid. De overheid zal dan ook zwaarwegende argumenten moeten hebben om op deze manier in markten in te grijpen. Die zijn er bijvoorbeeld op de markt van huurwoningen.

Stelling: 'Consumenten betalen minder bij een prijs die onder de evenwichtsprijs ligt dan op een vrije markt.'

In figuur 4.11 is een situatie afgebeeld waarin de overheid minimumprijzen vaststelt.

SPD figuur def4.11

Minimumprijzen die boven het marktevenwicht liggen, beschermen de producenten tegen (te) lage prijzen. Een voorbeeld hiervan was het landbouwbeleid van de EU. Voor verschillende producten bestonden minimumprijzen.
Overheden die minimumprijzen instellen, doen dit vaak om de productie van bepaalde goederen voor een land te behouden. Consumenten worden door het instellen van minimumprijzen benadeeld. Zij betalen een hogere prijs en zij consumeren minder dan op een vrije markt. In figuur 4.11 is te zien dat minimumprijzen gepaard gaan met een aanbodoverschot.
Dit overschot dient op een of andere wijze uit de markt genomen te worden.
Dat kan door de desbetreffende producten te vernietigen, op te slaan of met subsidie te exporteren. AI deze maatregelen kosten veel. Deze moet de overheid zelf betalen. Om deze kosten niet al te hoog op te laten lopen, kan de overheid productiequota verstrekken aan een beperkt aantal producenten.
Deze quota vormen een toetredingsbelemmering.

Accijnzen en omzetbelasting
De overheid heeft op de meeste producten belasting op de toegevoegde waarde (btw) en belast sommige producten ook nog met een extra accijns.
Producenten ervaren deze belastingen als kostenverhogend. De belasting drukt op elk product als extra marginale kosten. Belastingen hebben dus gevolgen voor de ligging van de aanbod curve. Als de belasting een bepaald percentage bedraagt, zal de aanbodcurve een andere helling krijgen, zoals in figuur 4.12 is weergegeven.
In figuur 4.12 is te zien dat door belastingheffing de evenwichtsprijs stijgt en de evenwichtshoeveelheid daalt. Producenten proberen de belasting af te wentelen op de afnemers door de prijs te verhogen. De consumenten betalen een prijs p2 terwijl zij voor de belastingheffing de prijs p1 betaalden.

SPD figuur 4.12

Wat is de juiste definitie van de term 'toetredingsbelemmeringen'?

Economische analyse
De tweede pijler voor de verwachte inflatie is de economische analyse. Hierin onderzoekt de ECB de invloed van allerlei economische variabelen analyse op de inflatie. Deze variabelen noemt men inflatie-indicatoren, zoals de Inflatie indicator, de grondstofprijzen, de lonen en de wisselkoersen. De ECB zal Indicatoren een stijging van de inflatie verwachten bij hoogconjunctuur, stijgende grondstofprijzen, stijgende lonen en een dalende wisselkoers van de euro.
Uit de monetaire en economische analyse leidt de ECB een inflatieverwachting af. Op die verwachting baseert de ECB haar beleid. In figuur 18.4 is het beleid van de centrale bank samengevat.

SPD figuur 18.4

18.2.2 Instrumenten van het monetair beleid

Als de inflatie te snel stijgt of te snel daalt, zal de ECB maatregelen nemen.
In deze subparagraaf behandelen we eerst de gangbare of conventionele instrumenten van het monetair beleid. Daarna gaan we in op de ongebruikelijke of onconventionele instrumenten die centrale banken hebben ingezet tijdens de Grote Recessie van 2008/2009 en de daaropvolgende schuldencrisis in het eurogebied.

Conventionele monetaire Instrumenten
Inflatie steekt de kop op als mensen te veel geld voor te weinig producten betalen. De ECB kan dit voorkomen door de geldhoeveelheid te beperken.
Zij moet dan wel greep hebben op de liquiditeitspositie van banken. Want alleen als banken krap bij kas zitten, zullen ze minder krediet verlenen.
Om greep te houden op het bankwezen zorgt de ECB ervoor dat de gezamenlijke banken in het eurogebied altijd geld tekort komen (zie figuur 18.5).
Ze moeten dus altijd bij de ECB lenen. Via het hoeveelheidsbeleid beïnvloedt de ECB de hoogte van het bedrag dat banken tekortkomen. Banken beleid lenen het geldmarkttekort bij de ECB tegen een rente die zij vaststelt. Dit noemen we het prijsbeleid: de ECB bepaalt tegen welke prijs banken bij haar kunnen lenen.
Zowel het hoeveelheids- als het prijsbeleid hebben uiteindelijk invloed op de kosten die banken maken voor de kredietverlening aan klanten. Deze kosten berekenen zij door in de rente. Bij een hoge rente lenen de klanten minder en zal de geldschepping afnemen. Dat vermindert de kans op inflatie.

SPD figuur 18.5 Instrumenten van het monetaire beleid van de ECB

Hoeveelheidsbeleid: beïnvloeding van het geldmarkttekort
Het belangrijkste instrument van het hoeveelheidsbeleid is de reserveverplichting of de geldmarktkasreserve. Hiermee zorgt de ECB ervoor dat banen voortdurend geld tekort komen.
De geldmarktkasreserve is een bedrag dat banken moeten storten o een rekening bij de ECB. Banken kunnen tijdelijk niet over dit bedrag beschikken.
Het is een geblokkeerd tegoed.
Als banken te ruim bij kas zitten, dreigt de geldhoeveelheid te snel toe te nemen.
De ECB verhoogt dan de reserveverplichting. Hierdoor komen de banken meer geld tekort en moeten zij meer lenen van de ECB tegen een rente die zij nodig vindt met met het oog op de inflatie (zie voorbeeld 18.2).

VOORBEELD 18.2 
Op een gegeven moment hebben de gezamenlijke banken van de eurozone een liquiditeitsoverschot van €75 mld. Ze komen geen geld tekort en hoeven dus niet te lenen van de ECB. Hierdoor kan de ECB de rente in de eurozone niet te sturen. Het monetair beleid gericht op inflatiebestrijding werkt zone niet meer. De ECB stelt in dit geval een geldmarktkasreserve van bij voorbeeld €125 mld in. Hierdoor komen de banken in de eurozone weer - €50 ml te kort. Dit bedrag moeten de banken lenen bij de ECB tegen de rente die zij met het oog op de inflatiebestrijding wenselijk vindt.

Stelling: 'Indien de banken te ruim bij kas zitten dreigt de geldhoeveelheid toe te nemen met als gevolg dat de bestedingen te hard stijgen waardoor de inflatie zal oplopen. Om dit te bestrijden dient de centrale bank de geldmarktkasreserve te verhogen.'

6.2.2 Marktvormen

Ondernemingen die op eenzelfde markt producten aanbieden, concurreren met elkaar om het marktaandeel. Op sommige markten zijn veel ondernemingen actief, op andere weinig of slechts een. Op sommige markten is sprake van een homogeen product. Op andere markten zijn er veel verschillende productkenmerken.
Het is gebruikelijk markten in te delen op grond van het aantal aanbieders en de mate van productdifferentiatie. De andere concurrentiebepalende factoren worden daarbij buiten beschouwing gelaten.
Tabel 6.3 is het uitgangspunt voor de analyse van de verschillende marktvormen.
SPD Tabel 6.3 Marktvormen

Volledig vrije mededinging
De marktvorm volledig vrije mededinging bestaat uit veel aanbieders. Zij brengen een homogeen product voort, zoals op de markt voor suikerbieten, melk en graan en de markt voor dollars. De markt is zeer groot vergeleken met de afzet van elke individuele aanbieder. De prijs komt tot stand door vraag en aanbod. De prijs is voor individuele aanbieders een gegeven waarop zij geen invloed kunnen uitoefenen.

Individuele aanbieders van dollartegoeden kunnen de prijs niet opstuwen door hun dollars van de markt te houden.
De prijs zal niet reageren op zo'n kleine hoeveelheidsverandering. Zij kunnen wel beslissen hun dollars aan te houden als de marktprijzen laag zijn, om op een later tijdstip van hogere prijzen te profiteren. Aanbieders op markten van volledig vrije mededinging zijn prijsnemers en hoeveelheidsaanpassers. In figuur 6.2 is een situatie van volledig vrije mededinging in beeld gebracht.

SPD figuur 6.2 Marktevenwicht en individueel evenwicht

SPD figuur 6.2 Marktevenwicht en individueel evenwicht versie b

In het linkerdeel van figuur 6.2 zijn de collectievevraag- en aanbodcurve afgebeeld. Er komt een evenwichtshoeveelheid van 3.000 en een evenwichtsprijs van 10 tot stand komt.
In het rechterdeel van figuur 6.2 is de evenwiehtsprijs als een horizontale lijn weergegeven. De marktprijs is voor elke aanbieder een gegeven.
Het doet er niet toe hoeveel een individuele onderneming op de markt brengt. De prijs blijft constant. De prijs is gelijk aan de opbrengsten per eenheid product, ofwel de gemiddelde opbrengst. Omdat de prijs constant blijft, is de gemiddelde opbrengst gelijk aan de marginale opbrengst (zie ook hoofdstuk 4). Want de onderneming ontvangt voor elk product dezelfde prijs.

Op basis van de marktprijs bepaalt de ondernemer de hoeveelheid die hij gaat aanbieden voor maximale winst (zie het rechterdeel van figuur 6.2).
De onderneming die naar maximale winst streeft, zal zoveel producten op de markt brengen dat de marginale kosten juist gelijk zijn aan de prijs van 10. Bij een prijs van 10 brengt deze producent dus 10 eenheden op de markt. Dit is een zeer kleine hoeveelheid vergeleken met de omvang van de markt (3000). Hieruit blijkt nogmaals dat een individuele aanbieder geen invloed heeft op de prijs.

In figuur 6.2 is ook de gemiddelde totale kostencurve (GTK-curve) getekend. De totale kosten (100) kunnen eenvoudig met behulp van figuur 6.2 berekend worden door de kosten per eenheid (10) te vermenigvuldigen met het aantal eenheden ( 10 ). De onderneming heeft bij een omzet van 100 dus winst noch verlies.

Stelling: 'Bij een marktvorm van volledig vrije mededinging is het aantrekkelijk voor een ondernemer om zijn prijs te laten afwijken van die van zijn concurrenten.'

 

Dit is het einde van het lesstof-gedeelte van de proefles. Hopelijk heb je hiermee een goed beeld gekregen van het lesmateriaal van de opleiding. Naast de literatuur studeer je bij NTI ook met allerlei online studietools. Wil je hier meer over weten? Scroll dan snel verder naar "Studeren bij NTI"!

3 Studeren bij NTI

FlexibelStuderen® doe je bij NTI

Boekenwurmen, nachtbrakers, ochtendmensen, carrièretijgers; iedereen is anders en iedereen studeert anders. Met FlexibelStuderen® van NTI studeer jij op een manier die echt bij jou past. Start met jouw opleiding wanneer je wilt. Bepaal zelf waar en wanneer je studeert in een online leeromgeving en met echte studieboeken. Zo kun jij een opleiding goed combineren met een drukke baan, hobby’s en gezinsleven. FlexibelStuderen® doe je bij NTI.

Studietools

Bij NTI gebruik je, afhankelijk van je opleiding, verschillende studietools. Zo ga je aan de slag in de online leeromgeving, gebruik je jouw Mijn NTI en werk je met studieboeken.

Wil je meer weten?

Neem gerust contact met ons op als je nog vragen hebt. Onze adviseurs staan voor je klaar!

Persoonlijk studieadvies    Start een chat

Daarom FlexibelStuderen®:

  1. Erkende opleidingen, bekende naam
  2. Studeren met veel persoonlijk contact
  3. Voordelig studeren, transparant over kosten
  4. Studeren op jouw moment en jouw manier
  5. Overal studeren met onze online leeromgeving
  6. Persoonlijke begeleiding door mentoren en ervaren docenten
  7. Werkgevers zijn snel overtuigd

Direct inschrijven

Wat is jouw volgende stap?

We denken graag verder met je mee! Het starten van een studie is spannend en roept misschien nog wel meer vragen op. Maar wist je dat iets nieuws leren ook bijdraagt aan je levensgeluk? Je verder ontwikkelen is bovendien goed voor je zelfvertrouwen en je hebt natuurlijk aan de eettafel weer iets te vertellen ;-)

Klaar om te beginnen?

Schrijf je nu in

Heb je na het doen van deze proefles nog vragen? Of zijn er dingen waar je over twijfelt? Onze studieadviseurs geven je geheel vrijblijvend een persoonlijk studieadvies en beantwoorden al je vragen.

5 Ervaringen

Wat vinden onze eigen studenten van hun opleiding?

Bij NTI streven we naar kwalitatief goed onderwijs dat voor iedereen bereikbaar is. En wie kan dit beter beoordelen dan onze eigen studenten?

Chantal, 47 jaar

5star reviews

"Dit is mijn 2de studie bij de NTI en ik ben nog steeds enthousiast! Er is veel verbeterd vergeleken met mijn eerste studie en het is heel duidelijk wat je wanneer moet doen. Verder heb je veel vrijheid om zelf je tempo te bepalen en is de leerstof duidelijk aangegeven in de meeste boeken. Ik kan studeren bij de NTI van harte aanbevelen!" 

Rick

5star reviews

"Prima opleiding! Het niveau is niet te moeilijk, je kunt er lekker snel doorheen werken. Ik vind de stages die erbij horen erg leuk.. zo leer je direct in de praktijk. Over het NTI zelf, ik zou ze zeker aanraden. Contact verloopt netjes en snel, bij vragen regelen ze vrijwel direct alles voor je. Top!" 

Irene

4star.png

"Een goede ervaring over het algemeen. Het thuis studeren bevalt me erg goed en ik vind het prettig dat ik de vrijheid heb om mijn studie zo in te delen zoals het voor mij goed uitkomt."

Barbara de Loor

Vakopleiding Gewichtsconsulent

Studieadvies

studieadvies chat pop upHeb je een vraag of wil je studieadvies? Onze studieadviseurs zijn nu bereikbaar via de chat.

Start een chat