Associate degree Kinderopvang

Leuk dat je geïnteresseerd bent in de opleiding Associate degree Kinderopvang van Hogeschool NTI. De opleiding is opgebouwd uit verschillende modules. We geven je met deze proefles zicht in twee modules van de opleiding:

  • Module: Opvoedingsondersteuning (e-video)
  • Module: Hulpverlening (theorie + vragen)

Je start zo direct met een e-video. Daarna lees je een leuk stuk over hulpverlening. Na het lezen van de lesstof kun je jezelf testen door vragen te beantwoorden. Uiteraard krijg je de antwoorden later in de proefles. Heb je nog vragen? Neem gerust contact met ons op.

Succes en veel plezier met de proefles van de opleiding!

HBO Studieadvies


Start proefles

De onderstaande e-video vertelt in het kort waar de module Opvoedingsondersteuning over gaat en hoe jij de module succesvol kunt afronden.


Theorie

Onderstaand lees je wat hulpverlening inhoudt. Je kunt hierna vragen maken, de antwoorden komen later in de proefles terug. Veel plezier!

Hulpverlening

In de proefles sta je stil bij de drie belangrijkste factoren die de effectiviteit van de hulpverlening bepalen: 

  • de cliënt, bij wie ik het belang van zijn 'theory of change' zal benadrukken; 
  • de hulpverlener: hoe hij zichzelf kan zijn en op een persoonlijke manier leiding kan geven aan het hulpverleningsproces; 
  • een persoonlijke en betrokken werkrelatie tussen beiden.

Ad Kinderopvang

De hulpverlener

Aan bijna ieder menselijk streven liggen de twee basisbehoeften ten grondslag die we autonomie en verbondenheid hebben genoemd. Ook de hulpverlener heeft dit tweeledige verlangen. Allereerst wil hij iets betekenen voor de ander, de cliënt. In de tweede plaats wil hij dat doen op een manier die hem zelf voldoening geeft. In zijn zorgen voor de cliënt verwezenlijkt de hulpverlener zijn behoefte aan betrokkenheid en verbondenheid in zijn relatie met de cliënt. In zijn zorgen voor zichzelf verwezenlijkt de hulpverlener zijn behoefte aan autonomie en zelfstandigheid in zijn relatie met de cliënt. De interventies van de hulpverlener hebben dus een tweeledig doel (Kempler, 1974, p. 78):

  1. Zorgen voor de cliënt: hem die hulp geven die hij nodig heeft om beter te functioneren. Het betreft hier de taak van de hulpverlener om leiding te geven aan het veranderingsproces van de cliënt.
  2. Zorgen voor jezelf als hulpverlener in je relatie met de cliënt: je zo opstellen en uiten dat je je 'goed' voelt over jezelf, over wat je zegt en doet ten opzichte van de cliënt, waardoor je je ook positief en respectvol blijft voelen ten opzichte van hem. Het gaat daarbij veelal om het uiting geven aan eigen gedachten, behoeften en gevoelens die de werkrelatie met de cliënt verstoren, om te verhinderen dat ze een onoverkomelijk obstakel worden.

Het integreren van dit leiding geven aan de interacties in de cliënt en de persoonlijke participatie noemen wij het persoonlijk leiding geven (Kempler, 1974, p. 96). Dit vraagt een creatieve activiteit van iedere hulpverlener: leiding geven vanuit wie hij is, wat hij nodig heeft, ervaart, waarneemt en denkt, dient hij te combineren met de zorg voor de cliënt, voor wie die is, wat die nodig heeft, ervaart, waarneemt en denkt.

Zorgen voor jezelf in relatie met de ander

Associate degree Kinderopvang opleidingIn de hulpverlening geldt in feite hetzelfde als in persoonlijke relaties. Daar gaat het er in eerste instantie niet om dat je de ander gelukkig maakt, maar dat je ervoor zorgt dat jij gelukkig bent bij die ander, dat jij geniet van het contact met die ander. Dat is jouw bijdrage aan het welslagen van de relatie. Doordat je zelf zorgt dat je geniet van het contact, hoeft de ander niet voor jouw plezier te zorgen en maak je ruim baan opdat hij ook voor zijn plezier in de relatie kan zorgen. Streef je er in de eerste plaats naar de ander gelukkig te maken, dan wordt jouw geluk afhankelijk van zijn gelukkig zijn. Daarmee word je afhankelijk van de ander, terwijl je bovendien de ander belast. In de hulpverlening verloopt het proces analoog.

Wanneer de hulpverlener er in de eerste plaats op gericht is om de cliënt zich goed te laten voelen, dan wordt hij afhankelijk van de tevredenheid van de cliënt. Of hij zich tevreden voelt over wat hij ten opzichte van de cliënt doet, wordt dan niet bepaald door tevredenheid over zijn eigen handelen, maar door het resultaat van dat handelen: de tevredenheid van de cliënt. Dit is voor de cliënt een zware last, omdat hij nu verantwoordelijk is voor het welzijn van beiden. De hulpverlener dient zich daarbij te realiseren dat hij mensen niet kan veranderen. Hij kan hen alleen zó begeleiden dat zij veranderen willen en kunnen (De Vries, 1987). Veranderen kan hij alleen zichzelf (Cliënten komen om hulp omdat ze willen leren om beter voor zichzelf in relatie tot anderen te zorgen. Een van de manieren om dat te leren is via de ervaring die zij met de hulpverlener hebben.

De hulpverlener moet ruimte scheppen om te leren en eventueel het voorbeeld zijn van dat wat hij zijn cliënten wil leren. Daarom en voor zijn eigen welbevinden is het voor de hulpverlener noodzakelijk dat hij ernaar streeft om zowel zijn cliënten te helpen als om tevreden te zijn over hoe hij dat als persoon en als hulpverlener heeft gedaan.

Zorgen voor jezelf als hulpverlener houdt dus onder andere in (De Vries, 1987):

  • dat je kunt uitkomen voor wat je ervaart en nodig hebt in een gesprek;
  • dat je niet hoeft te doen wat je niet kunt of wilt; 
  • dat je hulp vraagt als je het niet meer weet; 
  • dat je aandacht kunt vragen voor persoonlijke zaken als die in een gesprek naar boven komen; 
  • dat je kunt zeggen wat jij denkt dat behulpzaam is voor de cliënt. Er zijn voor een hulpverlener vele manieren van persoonlijk reageren op wat gebeurt.

Wat is persoonlijk reageren?

Persoonlijke reacties
Hulpverlening bestaat voornamelijk uit het voeren van een gesprek. Zoals in elk gesprek spelen er, al dan niet uitgesproken, allerlei gevoelens en gedachten mee. Hulpverlener en cliënt reageren, of ze dat nu willen of niet, of ze zich dat bewust zijn of niet, als personen op elkaar. De persoonlijke reacties van de hulpverlener zijn altijd een probleem geweest en zijn uitvoerig beschreven in het kader van overdracht en tegenoverdracht.

Ons uitgangspunt is dat de hulpverlener zijn reacties, voor zijn eigen welbevinden en voor de zuiverheid van de relatie beter openlijk kan bespreken. Sterker nog, deze gevoelens en ideeën zijn een potentieel en belangrijk hulpmiddel van de hulpverlener om daadwerkelijk nieuwe en concrete ervaringen met de cliënt te bewerkstelligen. Het feit dat de persoonlijke reacties tegelijk een potentieel gevaar zijn houdt niet in dat ze daarom ontkend of in technisch handelen verstopt moeten worden. Het methodisch hanteren door de hulpverlener van zichzelf als persoon tijdens zijn professionele taakuitoefening is een rode draad in deze basismethodiek.

Persoonlijk reageren is niet hetzelfde als open en eerlijk reageren. Wanneer een hulpverlener op het verhaal van een verwaarloosde jeugd van een cliënt reageert met 'dat is een erg triest verhaal dat u mij vertelt en ik zie dat het u nog steeds aangrijpt. 'reageert hij open en is hij eerlijk. Persoonlijk wordt zijn reactie pas als hij daaraan toevoegt wat het verhaal hem zelf doet: 'Daar word ik erg stil van, ik weet niet goed wat te zeggen nu ... het raakt mij wat u zegt.'


Toch laat onderzoek ook zien dat 'debriefing.' het uiten en delen van gevoelens en gedachten na een trau­matische ervaring, niet voor iedereen goed is. Voor sommige reddingswerkers werd de zaak er zelfs slechter door (Withuis, 2002). Persoonlijke en professionele ideeën kunnen helpen, maar of zij dat doen bij deze specifieke cliënt hangt af van de vraag of die cliënt wel of niet vindt dat ze hem helpen. Voorschrijven, overreden, opleggen omdat men van iets persoonlijk overtuigd is moet dus vermeden worden. Het staat of valt met vóórleggen van, overléggen over, en afstemmen van ideeën en zorgvuldig nagaan of ze helpen.

Associate degree

Effecten

Op een persoonlijke wijze werken heeft een aantal effecten.

  • Het leidt snel tot een gedegen werkrelatie. Cliënten voelen zich als persoon respectvol tegemoet getreden. Zij hebben het gevoel dat de hulpverlener daadwerkelijk bij hen betrokken is.
  • De gesprekken hebben een alledaagse toon, ze sluiten daardoor aan bij de leefwereld en manier van praten van de cliënten. De dingen worden bij hun naam genoemd. Dit waarderen cliënten zeer.
  • De hulpverlener voelt zich vrijer en kan creatiever te werk gaan. Niet een bepaalde methode bepaalt zijn werk, maar hijzelf, zijn vakmanschap en intuïtie zijn even belangrijk.
  • Door met zijn persoonlijke reacties en zijn professionele behoeften naar voren te komen wordt de hulpverlener niet gepreoccupeerd met het achterhouden van wat hem bezighoudt in de sessie. Hij is daardoor opener tegenover de cliënt.
  • De hulpverlener heeft zichzelf als basis om op terug te vallen: wat ervaar ik, wat vind ik hiervan, wat wil ik hiermee, wat denk ik dat er gebeuren moet? Deze persoonlijke basis voor zijn identiteit als vakman maakt het mogelijk om intensieve interacties aan te gaan en er richting aan te geven. 
  • Doordat de hulpverlener respect heeft voor zijn eigen reacties, zal hij ook eerder respect willen hebben voor de reactie van zijn cliënten. Doordat de hulpverlener zich bewust is hoe hij zelf in hulpverleningsinteracties reageert, wordt hij zich er ook meer van bewust hoe anderen daar op hun manier op reageren. Zijn kennis van hoe mensen in relaties opereren wordt al werkend vergroot.
  • Er ontstaat een gelijkwaardige relatie. Zowel hulpverlener als cliënt kan zichzelf zijn. Door deze gelijkwaardigheid wordt het ongelijke in de relatie - de hulpvrager die afhankelijk is van de kennis en ervaring van de hulpgever - eerder geaccepteerd. De getoonde integriteit van de hulpverlener en zijn betrokkenheid bij de cliënt zijn de basis waarop de cliënt zich toevertrouwt aan de hulpverlener en hem toestaat invloed uit te oefenen op zijn leven. Het persoonlijke in de werkrelatie wordt de legitimatie van de sturing (macht, gezag) van de hulpverlener. Het beroepsmatig handelen door middel van persoonlijk reageren wordt 'persoonlijk leiding geven' genoemd (Bouwkamp & De Vries, 1992, hoofdstuk 8).

Vragen

Ben je benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Maak dan de onderstaande vragen. De antwoorden komen later in de proefles terug.

1. Noem drie factoren die effectiviteit van hulpverlening bepalen.

2. Wat houdt zorgen voor jezelf als hulpverlener in volgens de Vries (1987)?

3. Als iemand in een kinderopvang werkt op een persoonlijke wijze. Welk positief effect kan dit onder andere hebben?


Hoe studeer je bij het NTI?

Dankzij het nieuwe studeren bepaal je zelf waar en wanneer je studeert. Het nieuwe studeren is de ideale combinatie tussen online en klassikaal onderwijs. De onderstaande video laat je het nieuwe studeren zien.


Bekijk hier de antwoorden

Onderstaand kun je jouw antwoorden controleren.

1. De client, de hulpverlener en de werkrelatie tussen beiden.

2. Dat je kunt uitkomen voor wat je ervaart en nodig hebt in een gesprek, dat je niet hoeft te doen wat je niet kunt of wilt, dat je hulp vraagt als je het niet meer weet, dat je aandacht kunt vragen voor persoonlijke zaken als die in een gesprek naar boven komen, dat je kunt zeggen wat jij denkt dat behulpzaam is voor de cliënt. Er zijn voor een hulpverlener vele manieren van persoonlijk reageren op wat gebeurt.

3. Het leidt snel tot een goede relatie tussen het kind en de medewerker. 


Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met Associate degree Kinderopvang dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze digitale leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus

Neem gerust contact met ons op, als je nog vragen hebt. Succes met het kiezen van je opleiding!

1 / 1