Proefles: Basiskennis Calculatie

Vergroot jouw inzicht met Basiskennis Calculatie

Met deze proefles krijg je een indruk van de beroepspleiding Basiskennis Calculatie van het NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

8 De opslagmethode 

Welk bedrag moet een aannemer opnemen in de prijs van een dakkapel voor zijn kantoorpersoneel en de huur van zijn werkplaats? Hier kun je de primitieve of de verfijnde opslagmethode voor gebruiken. 
Voor het berekenen van de kostprijs is een groot aantal methodes ontwikkeld. Deze methodes zijn gebaseerd op verschillende indelingen van de kosten. Kosten kunnen we op diverse manieren indelen zoals die in:

• constante en variabele kosten;
• directe en indirecte kosten. 

De eerste methode die we behandelen om de kostprijs te berekenen is de opslagmethode. Deze wordt toegepast bij stukproductie (heterogene productie). Hiervan is sprake als met de wensen van de individuele afnemer/opdrachtgever rekening wordt gehouden zoals bij de verbouwing van een huis, de aanleg van een tuin, de aanschaf van een schip dat aan specifieke eisen moet voldoen en de aanschaf van een maatkostuum. De opslagmethode is gebaseerd op het onderscheid in directe en indirecte kosten. 

Een aannemer die een offerte moet maken voor bijvoorbeeld het aanbrengen van een dakkapel kan goed berekenen welk materiaal hij nodig heeft. Hij kan vooraf ook redelijk berekenen hoeveel uur zijn timmerman bezig zal zijn. Maar welk bedrag moet hij in de offerteprijs opnemen voor allerlei andere kosten waarmee hij te maken heeft zoals de afschrijving op zijn gebouw, machines en auto’s, de rentekosten, de loonkosten van het kantoorpersoneel en de energiekosten?

De leerdoelen van dit hoofdstuk zijn:
• het verschil weten tussen directe en indirecte kosten;
• de primitieve en verfijnde opslagmethode kennen.

8.1       Directe en indirecte kosten 

Er is sprake van directe kosten als er een rechtstreeks verband is te leggen tussen de kosten en het product waarvoor ze worden gemaakt. Schematisch ziet dit er als volgt uit:

 basiskennis loonadministratie

Het grondstoffenverbruik (een kostensoort) is een voorbeeld van directe kosten. We kunnen meestal precies nagaan hoeveel materiaal er is verbruikt bij het vervaardigen van bijvoorbeeld een dakkapel. Ook kunnen we exact vaststellen hoe lang een arbeider aan zo’n product gewerkt heeft. Ook de loonkosten van een productiearbeider zijn directe kosten.
Dus bij de bouw van een dakkapel zijn de directe kosten de materiaalkosten (grondstofkosten) van de dakkapel en de loonkosten van arbeiders die direct bij de bouw van de dakkapel betrokken zijn (zoals een timmerman en een loodgieter). Alle andere kosten van de aannemer zijn indirecte kosten. Hoe moeten we nu de loonkosten van de telefoniste van het bedrijf, het kantoorpersoneel of de directeur in de kostprijs opnemen? Wanneer er geen rechtstreeks verband is te leggen tussen de kostensoort en de kostendrager (het product), spreken we van indirecte kosten. Behalve genoemde loonkosten behoren hier ook toe: afschrijvingskosten, interestkosten, onderhoudskosten enzovoort. Een andere naam voor indirecte kosten is overheadkosten. 
Bij de opslagmethode bestaat de kostprijs uit directe kosten en indirecte kosten. De directe kosten van bijvoorbeeld de dakkapel zijn redelijk goed te berekenen: de aannemer weet op basis van zijn ervaring hoeveel de materiaalkosten van de dakkapel zullen zijn en hoeveel manuren de bouw zal vergen. Maar welk bedrag moet hij in de kostprijs opnemen voor zijn indirecte kosten? De opslagmethode probeert antwoord te geven op deze vraag.

8.2    De primitieve of enkelvoudige opslagmethode

Bij de primitieve of enkelvoudige opslagmethode worden de indirecte kosten in de kostprijs opgenomen door middel van één opslag. De opslagmethode wordt enkelvoudig genoemd, wanneer de indirecte kosten worden verbijzonderd (toegerekend aan het product of aan de order) door middel van slechts één opslagpercentage.

Er zijn bij de primitieve opslagmethode drie varianten mogelijk. We kunnen de indirecte kosten namelijk aan het product of de order toerekenen door middel van:
• een opslag op de directe grondstofkosten;
• een opslag op de directe loonkosten;
• een opslag op de totale directe kosten. 

Voorbeeld 1
In een industriële onderneming heeft men uit de administratie van het vorig boekjaar de volgende gegevens verzameld:
• toegestane directe grondstofkosten: € 1.200.000;
• toegestane directe loonkosten: € 800.000;
• toegestane indirecte kosten: € 400.000.

• Bereken op drie manieren het opslagpercentage voor de indirecte kosten:
–  in procenten van het directe grondstoffenverbruik;
–  in procenten van de directe loonkosten;
–  in procenten van de totale directe kosten.

Het opslagpercentage op het directe grondstoffenverbruik is:
basiskennis loonadministratie

Het opslagpercentage op de directe loonkosten is:
basiskennis loonadministratie 

Het opslagpercentage op de totale directe kosten is: 
basiskennis loonadministratie 

In een industriële onderneming kan men niet willekeurig een van deze opslagpercentages kiezen. Men zal goed moeten onderzoeken met welke directe kosten de indirecte kosten het meest verband houden. Vervolgens zal de onderneming kiezen voor de methode waarvoor geldt dat de indirecte kosten het meest samenhangen met die directe kosten.

Voorbeeld 2
Voor een product is aan directe grondstoffen € 60 nodig, terwijl voor directe loonkosten € 20 is vereist.
• Bereken met behulp van de in het vorige voorbeeld berekende opslagpercentages de kostprijs van het product op drie manieren. 

De opslag voor de indirecte kosten bedraagt in voorbeeld 1 33⅓% van het directe grondstoffenverbruik. De kostprijs wordt dus:
basiskennis loonadministratie

 

De opslag voor de indirecte kosten bedraagt in voorbeeld 1 50% van de directe lonen. We krijgen dus:
basiskennis loonadministratie

De opslag voor de indirecte kosten in voorbeeld 1 is 20% van het totaalbedrag van het directe grondstoffenverbruik en de directe lonen. De kostprijs wordt hier:
basiskennis loonadministratie
Welke van deze drie methoden de juiste is, is in zijn algemeenheid niet aan te geven. Het is wel duidelijk, dat de drie verschillende uitkomsten de na voorbeeld 1 geplaatste opmerking onderstrepen. 

8-A Voor het berekenen van haar kostprijs voor het komende jaar gaat een onderneming uit van de volgende gegevens over het afgelopen jaar:
• toegestane directe grondstofkosten: € 360.000;
• toegestane directe loonkosten: € 480.000;
• toegestane indirecte kosten: € 600.000.

a. Bereken in één decimaal nauwkeurig het opslagpercentage voor de indirecte kosten als het percentage wordt uitgedrukt in:
–  de directe grondstofkosten;
–  de directe loonkosten;
–  de totale directe kosten.

b. Bereken met behulp van de bij a gevonden opslagpercentages op drie manieren de kostprijs van een product waaraan moet worden besteed aan:
–  directe grondstofkosten: € 50     –  directe loonkosten: € 70
c.  Bereken opnieuw de opslagpercentages, in één decimaal nauwkeurig, als voor het komend jaar rekening moet worden gehouden met de volgende prijsstijgingen van:
–  de directe grondstofkosten: 3%   –  de directe loonkosten: 4%    –  de indirecte kosten: 10% 

8.3    De meervoudige of ver fijnde opslagmethode 
Als een onderneming de indirecte kosten in de kostprijs opneemt door middel van één opslag (percentage), loopt zij een niet gering risico. Als namelijk de opslag te laag is, worden de indirecte kosten niet volledig gedekt (terugverdiend). Als de opslag te hoog is, wordt de kostprijs te hoog en daarmee waarschijnlijk ook de aanbiedingsprijs. Dat daardoor (potentiële) klanten naar de concurrent lopen, is zeker niet uitgesloten. Om aan dit probleem tegemoet te komen, heeft men de verfijnde opslagmethode ontwikkeld. Bij deze methode worden de indirecte kosten niet in de kostprijs opgenomen via één opslag, maar door middel van meerdere opslagen. Daartoe kan men de indirecte kosten in een aantal groepen verdelen, bijvoorbeeld in de volgende drie delen:
• een deel dat samenhangt met het grondstoffenverbruik;
• een deel waarbij een verband is te leggen met de directe loonkosten;
• een deel dat niet of moeilijk te verbijzonderen is en dat men probeert terug te verdienen met een opslag op de totale directe kosten.

Voorbeeld 3
In een industriële onderneming heeft men over het afgelopen boekjaar de volgende gegevens verzameld:
• standaard (toegestane) directe grondstofkosten: € 800.000;
• standaard (toegestane) directe loonkosten: € 1.200.000;
• standaard (toegestane) indirecte kosten: € 400.000. 

De indirecte kosten zijn als volgt verder te verbijzonderen:
• € 200.000 hangt samen met het grondstoffenverbruik;
• € 120.000 hangt samen met de directe loonkosten;
• € 80.000 hangt samen met de grondstoffen én de directe lonen.
• Bereken de opslagpercentages.

Het opslagpercentage op het grondstoffenverbruik is:
basiskennis loonadministratie

Het opslagpercentage op de lonen is:
basiskennis loonadministratie

Het opslagpercentage op de totale directe kosten is:
basiskennis loonadministratie

• Bereken de kostprijs van een product, waarvoor aan directe kosten is vereist:
–  € 80 grondstoffen; –  € 180 loonkosten.

8-B Over het jaar 2012 zijn van een onderneming de volgende gegevens bekend:
• standaard grondstofkosten: € 500.000;
• standaard directe loonkosten: € 800.000;
• standaard indirecte kosten: € 1.000.000.

Van deze indirecte kosten hangt 50% samen met de grondstofkosten, 30% met de loonkosten en 20% met het totaal van de directe kosten. Voor 2013 wordt verwacht dat de grondstofprijzen met 6% zullen stijgen. De directe loonkosten zullen naar schatting met 3% omhoog gaan, terwijl wordt verwacht dat de indirecte kosten met 10% zullen stijgen. De onderneming past de verfijnde opslagmethode toe.
a. Bereken voor 2013 in één decimaal:
1. het opslagpercentage op de directe loonkosten;
2. het opslagpercentage op de grondstofkosten;
3. het opslagpercentage op de totale directe kosten.
b. Bereken voor 2013 volgens deze methode de kostprijs van een order waarvoor nodig is aan:
–  directe lonen € 1.000;
–  grondstoffen € 3.000. 

Let er goed op dat er bij de verfijnde opslagmethode verschillende opslagpercentages zijn, maar dat er maar één kostprijs ontstaat. Dit in tegenstelling tot de primitieve opslagmethode waarbij meerdere opslagpercentages mogelijk zijn, aan de hand waarvan dan ook verschillende kostprijzen kunnen worden berekend met telkens slechts één opslagpercentage. De onderneming neemt dan die kostprijs waarvoor geldt dat deze het best de samenhang tussen haar directe kosten en indirecte kosten weergeeft.
Als in de kostprijs de dekking van de indirecte kosten wordt berekend als percentage van de grondstoffen of van de directe loonkosten, stijgt deze opslag als de prijzen van grondstoffen of de directe loonkosten hoger worden, terwijl de indirecte kosten mogelijk niet of met een ander percentage toenemen. Als bijvoorbeeld een onderneming een opslagpercentage berekent over de directe loonkosten en de lonen stijgen met 3%, dan neemt ook de opslag voor indirecte kosten met 3% toe. Dit nadeel kunnen we voorkomen door de opslag te berekenen over het materiaalverbruik in hoeveelheden en/ of over het aantal directe manuren. Er wordt dan niet meer gewerkt met een opslagpercentage of met opslagpercentages maar met een opslag per kg grondstof en/of een opslag per direct manuur.

Voorbeeld 4
Spelier bv heeft over 2012 de volgende gegevens verzameld:
• standaard directe grondstofkosten (100.000 kg): € 800.000;
• standaard directe loonkosten (14.000 uur): € 420.000;
• standaard indirecte kosten: € 480.000.

De indirecte kosten zijn als volgt te verbijzonderen:
• € 200.000 hangt samen met het directe grondstoffenverbruik;
• € 280.000 hangt samen met de directe loonkosten.

Spelier bv rekent met een opslag per kg grondstof en per manuur.
• Bereken de opslagen voor de dekking van de indirecte kosten. De opslag op het directe grondstoffenverbruik bedraagt:

De opslag op het directe grondstoffenverbruik bedraagt:
basiskennis loonadministratie

De opslag op de directe loonkosten is:
basiskennis loonadministratie

 

Samenvatting

Er is sprake van directe kosten als er een rechtstreeks verband is te leggen tussen de kosten en het product waarvoor ze worden gemaakt. Ontbreekt dit verband, dan spreekt men van indirecte kosten. Bij de primitieve of enkelvoudige opslagmethode worden de indirecte kosten in de kostprijs opgenomen door middel van één opslag. De opslagmethode wordt enkelvoudig genoemd wanneer de indirecte kosten worden verbijzonderd (toegerekend) door middel van één opslagpercentage. Bij de verfijnde opslagmethode worden de indirecte kosten niet in de kostprijs opgenomen door middel van één opslag, maar door middel van meerdere opslagen.

directe kosten
kosten waarbij een rechtstreeks verband is te leggen tussen de kosten en het product waarvoor ze worden gemaakt 

enkelvoudige opslagmethode
indirecte kosten worden in de kostprijs opgenomen door middel van één opslag, primitieve opslagmethode

heterogene productie
stukproductie 

indirecte kosten
kosten waarbij geen rechtstreeks verband is te leggen tussen de kosten en het product waarvoor ze worden gemaakt, overheadkosten. 

meervoudige opslagemethode
indirecte kosten worden in de kostprijs opgenomen door middel van meerdere opslagen, verfijnde opslagmethode 

opslagmethode
methode om de indirecte kosten door middel van een of meer opgeslagen op te nemen in de kostprijs. De kostprijs bestaat uit de som van directe kosten en de opslag(en) ter dekking van de indirecte kosten 

overheadkosten
kosten waarbij geen rechtstreeks verband is te leggen tussen de kosten en het product waarvoor ze worden gemaakt, indirecte kosten 

primitieve opslagmethode
indirecte kosten worden in de kostprijs opgenomen door middel van één opslag; andere naam: enkelvoudige opslagmethode 

verfijnde opslagmethode
indirecte kosten worden in de kostprijs opgenomen door middel van meerdere opslagen, meervoudige opslagmethode

Opgaven

8-1 Wat is het verschil tussen directe en indirecte kosten?

8-2 Noem een andere naam voor indirecte kosten.

8-3 Wat is het voordeel van de verfijnde opslagmethode ten opzichte van de primitieve opslagmethode?

8-4 Welk voordeel biedt een opslag per direct manuur boven een opslagpercentage van de directe loonkosten?

8-5 Wordt bij stukproductie op voorraad geproduceerd? Motiveer het antwoord.

8-6 In onderneming Ruvivé wordt de primitieve opslagmethode toegepast. Ruvivé baseert zich daarbij op de gegevens van 2012.
Over 2012 is het volgende bekend:
• totaal standaard grondstoffenverbruik: € 150.000;
• totale standaard directe loonkosten: € 250.000;
• totale standaard indirecte kosten: € 120.000.
a. Bereken het te gebruiken opslagpercentage als dit wordt uitgedrukt in:
–  de directe grondstofkosten;
–  de directe loonkosten;
–  de totale directe kosten.
b. Bereken in elk van deze gevallen de kostprijs van een product wanneer daaraan moet worden besteed:
–  grondstofkosten: € 300;
–  directe lonen: € 500.
c.  Bereken in elk van deze gevallen de kostprijs van een product, wanneer daarvoor nodig is aan:
–  grondstoffen: € 400;
–  directe lonen: € 1.400.
d. Om welke reden krijgen we bij b. drie dezelfde kostprijzen, terwijl dit bij c. niet het geval is? 

8-7 In de onderneming De Rooij zijn over 2012 de volgende gegevens verzameld:
• toegestaan grondstoffenverbruik: € 1.000.000;
• toegestane directe loonkosten: € 400.000;
• indirecte kosten: € 800.000.
Van deze indirecte kosten is gegeven dat:
• € 300.000 samenhangt met de grondstofkosten;
• € 220.000 samenhangt met de directe loonkosten;
• € 280.000 samenhangt met de directe kosten in zijn totaal.
De Rooij past de verfijnde opslagmethode toe. a. Bereken de opslagpercentages.

Voor bepaald werk is in januari 2013 nodig:
• € 600 aan directe loonkosten;
• € 1.100 aan grondstofkosten.
b. Bereken de kostprijs van dit werk.

8-8 Aan de administratie over 2012 van de industriële onderneming Vonk zijn de volgende gegevens ontleend:
•   toegestane directe grondstofkosten: € 480.000;
•   toegestane directe loonkosten: € 600.000;
•   toegestane indirecte kosten: € 1.200.000.
Vonk past voor haar kostprijsberekening de opslagmethode toe. Daarbij wordt 40% van de indirecte kosten uitgedrukt in een percentage van de directe grondstofkosten en 60% van de indirecte kosten in een percentage van de directe loonkosten.
a. Wat verstaat men onder indirecte kosten?
b. Bereken de opslagpercentages voor de indirecte kosten die in 2012 werden gebruikt.
De onderneming moest eind 2012 een offerte maken voor 1.000 eenheden product. Per product was nodig aan:
•   grondstoffen: 2 kg à € 4,20 per kg;
•   directe lonen: ½ uur à € 14 per uur.
De winstopslag werd op 30% van de verkoopprijs exclusief de omzetbelasting gesteld. De omzetbelasting bedraagt 19%.
c.  Bereken de kostprijs per eenheid product.
d. Bereken het totaalbedrag van de offerte inclusief de omzetbelasting. 

8-9 Bilal bv gebruikt als verdeelsleutel voor de toerekening van de indirecte kosten aan de directe grondstofkosten, de directe loonkosten en de totale directe kosten de verhouding 2 : 2 : 1. In het afgelopen jaar waren de:
•   standaard directe grondstofkosten € 320.000;
•   standaard directe loonkosten € 480.000;
•   standaard indirecte kosten € 200.000.
a. Bereken de gebruikte opslagpercentages in één decimaal nauwkeurig.
b. Bereken de kostprijs van een product, waarvoor vereist is aan:
–  directe grondstofkosten: € 120;
–  directe loonkosten: € 160. 
De winstopslag is een percentage van de kostprijs. De verkoopprijs inclusief 19% btw is € 599.
c.  Bereken in één decimaal nauwkeurig de winstopslag.

8-10  Sanchez bv heeft in 2012 de kostprijs van een product als volgt samengesteld:
a. Bereken de gebruikte opslagpercentages.
In 2013 vervaardigt Sanchez bv dit product opnieuw. Voor dit jaar verwacht men de volgende wijzigingen:
• de grondstofkosten zullen met 10% stijgen;
• de loonkosten zullen met 5% stijgen;
• de indirecte kosten zullen een stijging ondergaan van 20%.
De verhouding bij de verdeling van de totale indirecte kosten is gelijk gebleven.
b. Bereken de nieuwe opslagpercentages (in 2 decimalen nauwkeurig).
c.  Bereken de kostprijs van dit product voor 2013. 

8-11  Aan de administratie van de firma Verbeek zijn over 2012 de volgende gegevens ontleend:
• toegestaan grondstoffenverbruik: € 400.000;
• toegestane directe loonkosten: € 500.000;
• toegestane indirecte kosten: € 600.000. 

De grondstofen loonkosten zullen in 2013 naar verwachting 5% hoger zijn dan in 2012. De indirecte kosten zullen waarschijnlijk met 10% stijgen.
a. Bereken voor 2013 het opslagpercentage voor de indirecte kosten uitgedrukt in procenten van het grondstoffenverbruik (afronden op een heel percentage).
b. Bereken met behulp van dit percentage de kostprijs van een order waarvoor nodig is aan:
–  grondstoffen: € 3.000;
–  directe loonkosten: € 3.500.
c.  Bereken voor 2013 de opslagpercentages voor de indirecte kosten in 2 decimalen nauwkeurig, wanneer firma Verbeek de verfijnde opslagmethode zou toepassen. Hierbij moet worden uitgegaan van de volgende relaties:
–  € 210.000 van de indirecte kosten houdt verband met het grondstoffenverbruik;
–  € 315.000 van de indirecte kosten houdt verband met de directe loonkosten;
–  het restant houdt verband met de totale directe kosten.
d. Bereken met behulp van de onder c. berekende percentages de kostprijs van een order waarvoor vereist is aan:
–  grondstoffen: € 3.000;
–  directe loonkosten: € 3.500.

8-12  Onderneming Van Basten maakt bij het bepalen van de kostprijs gebruik van de primitieve opslagmethode. Zij heeft de volgende gegevens verzameld betreffende het afgelopen jaar:
•   grondstoffenverbruik 25.000 kg à € 10 = € 250.000;
•   directe loonkosten 10.000 uur à € 40 = € 400.000;
•   indirecte kosten € 200.000. Onderneming Van Basten heeft voor het bepalen van de opslag voor indirecte kosten de keuze uit de volgende vijf mogelijkheden:
1. een opslag in een percentage van de grondstofkosten;
2. een opslag in een percentage van de directe loonkosten;
3. een opslag in een percentage van de totale directe kosten (in 3 decimalen nauwkeurig);

4. een opslag per kg grondstoffenverbruik;
5. een opslag per direct manuur.
a. Bereken voor de bovenstaande vijf mogelijkheden de opslag.
b. Waaraan kun je zien dat de primitieve opslagmethode wordt toegepast?
c.  Bereken, uitgaande van de mogelijkheden 1, 3 en 5, de kostprijs van een order waarvoor nodig is:
–  50 kg grondstoffen à € 10;
–  20 uur arbeid à € 40.
d. Om welke reden zijn de kostprijzen bij c. berekend aan elkaar gelijk?
e.  Bereken, uitgaande van de mogelijkheden 2 en 4, de kostprijs van een order waarvoor nodig is:
–  40 kg grondstoffen à € 10;
–  20 uur arbeid à € 30.
f.  Om welke reden zijn de kostprijzen, berekend bij e., niet aan elkaar gelijk?
g. Bereken opnieuw de opslag bij de vijf mogelijkheden als rekening moet worden gehouden met de volgende prijsstijgingen:
–  voor de grondstofkosten 10%;
–  voor de directe loonkosten 5%;
–  voor de indirecte kosten 7½%.
Bereken alle uitkomsten in één decimaal nauwkeurig.
h. Wat is het voordeel van de opslag berekend per kilogram grondstoffenverbruik of per direct arbeidsuur ten opzichte van een opslagpercentage?

 

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de beroepsopleiding Basiskennis Calculatie dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus
1 / 18