Proefles: Basiskennis Loonadministratie

Het diploma Basiskennis Loonadministratie biedt je interessante carrièremogelijkheden!

Met deze proefles krijg je een indruk van de beroepsopleiding Basiskennis Loonadministratie van het NTI.
Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren.
Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op.
Heel veel succes en plezier met de proefles.

Inhouding en afdracht

Inleiding 
In het vorige hoofdstuk hebt u kennisgemaakt met de bruto-nettoberekening. We herhalen hieronder de belangrijkste punten uit hoofdstuk 3. De bruto-nettoberekening is verdeeld in vier kolommen:

  •  kolom 1: de omschrijving van de diverse looncomponenten;
  •  kolom 2: alle bedragen die leiden tot het bepalen van het brutoloon naar het nettoloon;
  •  kolom 3: de bedragen die van belang zijn om het fiscaal loon te bepalen. Dit is het loon waarover loonheffing en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw wordt berekend;
  •  kolom 4: de bedragen die van belang zijn om het premieloon te bepalen. Dit is het loon waarover de premies werknemersverzekeringen moeten worden bepaald.

Sommige looncomponenten tellen alleen mee voor het fiscaal loon, andere alleen voor het premieloon. Weer andere looncomponenten moeten tot beide gerekend worden. Ook zijn er vrijgestelde loonbestanddelen, zoals bepaalde vergoedingen en verstrekkingen. Als deze vergoedingen en verstrekkingen belast moeten worden, dan wordt de waarde bepaald op basis van:

  •  de waarde in het economisch verkeer (de werkelijke waarde);
  •  de waarde zoals de fiscus deze heeft vastgesteld (forfaitaire waarde).

De forfaitaire waarde wordt door de fiscus in de vorm van tabellen, overzichten en percentages aan de inhoudingsplichtige meegedeeld. Ook is in hoofdstuk 3 het begrip aanspraken behandeld, voor zover het voor het examen relevant is. In dit hoofdstuk behandelen we de werkzaamheden voor de salarisadministrateur die met de inhouding en afdracht samenhangen. Ook behandelen we de formulierenstroom die nodig is om tot een (elektronische) loonaangifte te komen.

Inhouding

basiskennis loonadministratieDe inhouding van de loonheffing, de premies werknemersverzekeringen en de verrekening van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw vindt plaats als de salarisadministrateur de bruto- nettoberekening maakt voor de werknemer. Bij de behandeling van de sociale verzekeringen leggen we uitgebreid uit op welke manier premies werknemersverzekeringen in de bruto-nettoberekening terechtkomen. Het is voor nu genoeg om te weten welke inhoudingen wel en welke niet zichtbaar worden op de loonstrook van de werknemer.

Met WW-premie wordt de premie Werkloosheidswet bedoeld. Met WAO/ WIA-premie wordt de premie bedoeld die verschuldigd is voor de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering/Wet werk en inkomen naar Arbeidsvermogen.

Genietingsmoment
De inhoudingsplichtige heeft de verplichting de belasting en premies in te houden op het moment dat de werknemer het loon geniet. Onder het genietingsmoment verstaan we het tijdstip waarop de werknemer zijn loon kan vorderen van de werkgever.

Dit is echter een ander moment dan het tijdstip waarop hij het loon daadwerkelijk krijgt uitbetaald. Op het moment dat de inhoudingsplichtige de bruto-nettoberekening maakt, geniet de werknemer zijn loon. Dan vinden de diverse inhoudingen van loonheffing, premies werknemersverzekeringen en de verrekening van de inkomensafhankelijke bijdrage in de Zvw plaats. De werknemer zal echter zijn loon daadwerkelijk pas enkele dagen later op zijn bankrekening bijgeschreven krijgen.

De werkgever zal de loonheffing volgens tabel (zie hoofdstuk 2) inhouden zoals deze op het moment van de bruto-nettoberekening voor de werknemer geldt.

Loonaangifte 

De inhoudingen moeten worden afgedragen aan de Belastingdienst. Hierbij maken grote werkgevers vaak gebruik van een eigen loonaangifteprogramma. Kleinere werkgevers gebruiken vaak de internettoepassing van de Belastingdienst. Aangifte moet in elk geval elektronisch gebeuren, behalve als de werkgever van de Belastingdienst hiervoor een ontheffing heeft gekregen. In specifieke gevallen wil de Belastingdienst weleens afwijken van de verplichting tot het doen van elektronische aangifte. Jaarlijks, in november, krijgt de inhoudingsplichtige de Aangiftebrief Loonheffingen van de Belastingdienst toegezonden. Hierin staat op welke manier aangifte moet worden gedaan. In de aangiftebrief staan de aangiftetijdvakken voor het komende jaar en de uiterste aangifteen betaaldata vermeld. De aangifte moet op tijd worden ingediend. Ook moeten de loonheffingen op tijd worden betaald. Als de aangifte niet op de juiste manier gebeurt, dan legt de Belastingdienst een naheffingsaanslag en/of een boete op. Dit gebeurt ook als fouten niet tijdig en op de juiste wijze worden gecorrigeerd. Als er te weinig aan loonheffingen is betaald, vordert de Belastingdienst de ontbrekende bedragen in. Het is dan ook duidelijk waarom wij het zo belangrijk vinden dat de ondernemer/manager eindverantwoordelijk is. De salarisadministrateur of het externe administratiekantoor heeft geen eindverantwoordelijkheid.
De inhoudingsplichtige moet kiezen uit een aangiftetijdvak van:

  • vier weken;
  • een maand;
  • een halfjaar (bijvoorbeeld bij binnenschippers);
  • een jaar (bijvoorbeeld bij huispersoneel en meewerkende kinderen).

 

Hieronder staat het processchema voor de loonaangifte als er per maand aangifte wordt gedaan. Dit schema gaat uit van het aangiftetijdvak mei 2010. De uiterste aangifteen betaaldatum is 30 juni 2010.
Afwijking aangiftetijdvak met loontijdvak
Het aangiftetijdvak is meestal gelijk aan het loontijdvak. Dit komt doordat de periode waarover de inhoudingsplichtige het loon betaalt, vaak ook een kalendermaand of vier weken bestrijkt. Als het loontijdvak niet gelijk is aan het aangiftetijdvak, bepaalt de inhoudingsplichtige per aangiftetijdvak of daarin de loonheffingen berekend en ingehouden moeten worden.

basiskennis loonadministratie

Voorbeeld
De inhoudingsplichtige heeft een loontijdvak van een kwartaal en een aangiftetijdvak van een kalendermaand. Per kwartaal worden een keer de loonheffingen ingehouden. Dit gebeurt op het moment waarop het loon wordt betaald. Voor die maand doet de inhoudingsplichtige aangifte en draagt hij de loonheffingen af. Voor de andere twee maanden van het kwartaal wordt een (nihil) aangifte gedaan. Er wordt dan dus niets afgedragen.

Voorbeeld
Het loontijdvak van de inhoudingsplichtige is een week. Het aangiftetijdvak is vier weken. Deze wordt per vier weken bij aangifte afgedragen.
Als de inhoudingsplichtige het loontijdvak wil wijzigen, moet hij hiervoor een verzoek voor 1 januari van het betreffende kalenderjaar bij de Belastingdienst hebben ingediend.

Uitvalen correctiebericht
Uit het processchema hiervoor blijkt dat de Belastingdienst de aangiftes goed controleert. Dat betekent dat bij fouten of ontbrekende gegevens, de inhoudingsplichtige een uitvalbericht krijgt toegezonden. Denk hierbij aan een ontbrekend of foutief burgerservicenummer of een stagiair zonder loonopgave die alsnog belastingen verzekeringsplichtig is. De inhoudingsplichtige moet na het ontvangen van een uitvalsbericht zo spoedig mogelijk een correctiebericht sturen naar de Belastingdienst. Als er financiële gevolgen voortvloeien uit een correctiebericht, dan moet de inhoudingsplichtige dit bij de eerstvolgende aangifte verwerken. Zo’n correctie kan er zelfs toe leiden dat er een negatieve aangifte bij de Belastingdienst wordt ingediend. Als de inhoudingsplichtige een nabetaling doet aan een werknemer, is dat geen correctie. Het moment van genieten is immers bepalend voor het moment waarop inhouding en afdracht moeten plaatsvinden. De werknemer geniet de nabetaling ook pas als deze via een brutonettoberekening voor hem is bepaald.

 

Onjuiste of onvolledige aangifte
Er kunnen zich dus bij het indienen van een onjuiste of onvolledige aangifte loonheffingen drie situaties voordoen:

1. De correctie valt voor de uiterste aangiftedatum.
2. De uiterste aangiftedatum is verstreken, maar er kan in dat jaar nog een aangifte loonheffingen worden ingezonden.
3. De uiterste aangiftedatum is verstreken en de correctie heeft betrekking op een ander belastingjaar.

In het eerste en het tweede geval doet de inhoudingsplichtige een aanvullende aangifte. Dit kan met zijn aangifte- of administratiesoftware, of met een papieren aangifte.
In het derde geval moet er een losse correctie worden ingestuurd. Soms staat de Belastingdienst toe dat er een apart correctiebericht wordt verzonden, zonder dat dit onderdeel uitmaakt van een aangifte loonheffingen.

De elektronische aangifte
De aangifte over een bepaald aangiftetijdvak bestaat uit de volgende twee delen:
1. een werkgeversdeel met daarin de collectieve gegevens van de onderneming. Voorbeelden hiervan zijn de totaalgegevens, eindheffingen en afdrachtverminderingen. (Dit wordt nog behandeld);
2. een werknemersdeel met daarin voor elke werknemer de (afzonderlijke) nominatieve gegevens. Hieronder worden, onder andere, verstaan het burgerservicenummer, de naam, het adres, de woonplaatsgegevens en de loongegevens.

Ook de eventuele correcties op voorgaande aangiftetijdvakken bestaan uit deze twee delen. Het te betalen bedrag van de aangifte wordt als volgt berekend: het totaal te betalen bedrag voor het aangiftetijdvak plus of min de nog te betalen of te ontvangen bedragen van de correcties. De inhoudingsplichtige heeft deze correcties door middel van een correctiebericht met de aangifte opgegeven.

4.3 Formulierenstroom

De nominatieve gegevens worden opgenomen in de polisadministratie van UWV. UWV houdt per werknemer een zogeheten polisadministratie bij. De Belastingdienst zorgt voor de gegevens hiervoor. (Zie hiervoor het ‘alles via één loket’-schema in hoofdstuk 1.)

Op basis van deze polisgegevens kan UWV, onder andere, het recht op een sociale verzekeringsuitkering bepalen, als de werknemer hiervoor in aanmerking komt. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een WW-uitkering. Uitzendbureaus hebben de mogelijkheid om naast hun normale loonaangifte (stel per maand), wekelijks aangifte te doen. Op die manier kunnen zij gegevens opnemen in de polisadministratie.

We hebben de systematiek van de loonaangifte uiteengezet. Bij deze loonaangifte moeten er diverse gegevens worden opgegeven, die direct uit de salarisadministratie van de inhoudingsplichtige moeten worden herleid. Daardoor zijn deze gegevens ook controleerbaar door de Belastingdienst. Veel van deze gegevens zijn te ontlenen aan het wettelijk voorgeschreven traject van formulieren en registraties die de werkgever moet invullen, invoeren en bewaren. Dit noemen we de administratieve verplichtingen.

Hieronder beschrijven we de formulierenstroom zoals deze geldt voor een werknemer die in dienst komt, zijn loon ontvangt en waarvan de inhouding en afdracht van de loonheffingen en premies werknemersverzekeringen door de inhoudingsplichtige moet gebeuren.

Niet alleen moet een inhoudingsplichtige de nodige gegevens van zijn werknemer(s) aanleveren bij de Belastingdienst. Als hij zelf voor het eerst inhoudingsplichtige wordt omdat hij personeel in dienst heeft genomen, moet dat vanuit de administratieve verplichtingen direct, op de voorgeschreven wijze, bij de Belastingdienst worden gemeld. Ook als de werkgeversgegevens wijzigen, moet dit worden gemeld aan de Belastingdienst. De Belastingdienst geeft de relevante gegevens door aan UWV.

Als de werkgever heeft gemeld dat hij personeel in dienst neemt en dus inhoudingsplichtige wordt, dan zal de Belastingdienst hem per omgaande de volgende informatie toezenden:

  • de Aangiftebrief loonheffingen, waarin staat wanneer aangifte moet worden gedaan;
  • herinneringen voor het doen van aangifte (Mededeling loonheffingen aangifte doen en betalen);
  • de Beschikking sectoraansluiting;
  • informatie over de premies werknemersverzekeringen.

Indiensttreding nieuwe werknemer
Bij de indiensttreding van een nieuwe werknemer, worden van de salarisadministrateur de volgende handelingen verwacht:

− De identiteit van de werknemer moet worden vastgesteld. Geldige documenten daarvoor zijn:

  • een Nederlands paspoort;
  • een Nederlandse identiteitskaart;
  • de gemeentelijke identiteitskaart;
  • een verblijfsdocument van de Vreemdelingendienst I tot en met IV of de Europese Unie/Europese economische ruimte (EU/ EER);
  • een nationaal paspoort en identiteitsbewijs van een land van de EER;
  • een (elektronisch) W-document;
  • een nationaal paspoort van een land buiten de EER met een door de Vreemdelingendienst aangetekende vergunning tot verblijf (aanmeldsticker);
  • een vluchtelingenpaspoort;
  • een vreemdelingenpaspoort;
  • een diplomatiek paspoort;
  • een dienstpaspoort.

− De werknemer moet de noodzakelijke gegevens aan de salarisadministrateur verstrekken voor het correct toepassen van de loonheffingen. De salarisadministrateur moet de volgende gegevens van de werknemer weten.

  • de naam en voorletters;
  • de geboortedatum;
  • het burgerservicenummer;
  • het adres;
  • de postcode en woonplaats; 

 

  • het woonland en de regio als hij niet in Nederland woont.

Als een werknemer in dienst treedt die bij de Belastingdienst al een BSN heeft aangevraagd, maar dit nog niet heeft ontvangen, dan mag tot de afgifte van het BSN zijn personeelsnummer in de salarisadministratie worden gebruikt. De Belastingdienst kent het ‘Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen’. Dit model kunt u gebruiken om alle benodigde gegevens van de werknemer te verzamelen. Het model is hierna opgenomen. In een aantal specifieke gevallen moet de salarisadministrateur ook een zogeheten Eerstedagmelding (EDM) doen aan de Belastingdienst. Vroeger was dit verplicht bij elke indiensttreding. Tegenwoordig hoeft de EDM alleen maar te worden ingezonden, als de Belastingdienst dit verplicht stelt aan de inhoudingsplichtige. Dit kan de Belastingdienst doen als er een verdenking is, of als er daadwerkelijk sprake is van fraude of illegale werknemers bij de inhoudingsplichtige. De inhoudingsplichtige kan dan tot drie jaar lang worden verplicht van elke indiensttreding melding te maken. Een EDM moet elektronisch worden aangeleverd. Dit kan op de volgende manieren:

− via de website van de Belastingdienst;
− met aangifteof administratiesoftware;
− door verzorging door een belastingconsulent (of administratiekantoor).

Als de werknemer op dezelfde dag gaat werken als waarop hij is aangenomen, dan moet de inhoudingsplichtige aan al deze verplichtingen voldoen voordat de werknemer begint met werken. Bij fusies of overnames en dergelijke kan van deze regel worden afgeweken. Zolang de werknemer de regels voor de gegevens voor de loonheffingen of voor het vaststellen van de identiteit niet nakomt (of bijvoorbeeld zijn BSN niet verstrekt), past de inhoudingsplichtige het zogenoemde anoniementarief toe. Er wordt dan op het loon 52% loonbelasting/premie volksverzekeringen ingehouden. Bij de werknemersverzekeringen wordt voor de premiebepaling geen rekening gehouden met het maximumpremieloon en de franchise. Als een werkgever voor het eerst een werknemer in dienst neemt, moet hij zich ook als werkgever aanmelden bij de Belastingdienst.

Loonadministratie aanleggen
Als een werkgever een of meer werknemers in dienst neemt, zal er een loonadministratie bijgehouden moeten worden. Deze administratie moet aan bepaalde voorwaarden voldoen. Als er werknemers uit dienst gaan of als de inhoudingsplichtige zijn onderneming stopt, dan moet dat binnen een maand aan de Belastingdienst worden gemeld. Dat is nodig voor een juiste berekening van de loonheffing en premies werknemersverzekeringen en om de juiste gegevens te kunnen verstrekken aan de Belastingdienst en UWV. Bovendien moeten de gegevens zo worden geadministreerd, dat ze toegankelijk zijn voor controle door Belastingdienst en UWV. 

De Belastingdienst heeft de volgende regels opgesteld over de bewaarplicht van diverse administratieve gegevens:
− Voor zogenoemde basisgegevens geldt een fiscale bewaarplicht van zeven jaar. U moet bij de basisgegevens denken aan gegevens, informatie, en documenten met betrekking tot:
• het grootboek;
• de debiteurenen crediteurenadministratie;
• de inen verkoopadministratie;
• de voorraadadministratie;
• de loonadministratie.
− Loonbelastingverklaringen of formulieren met de gegevens voor de loonheffingen, zoals het Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen en het Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen, en kopieën van het identiteitsbewijs, moeten ten minste vijf volle kalenderjaren na het einde van de dienstbetrekking bewaard blijven. Deze termijn geldt ook voor vervallen loonbelastingverklaringen en vervallen gegevens voor de loonheffingen. 

Loonstrook verstrekken
De werkgever is verplicht om de werknemer een loonstrook te verstrekken. Een loonstrook is een schriftelijke opgave van de loongegevens. Dit moet op de volgende momenten gebeuren:
− bij de eerste loonbetaling;
− bij elke wijziging in de loonbetaling.

Jaaropgaaf verstrekken
basiskennis loonadministratieDe werkgever is verplicht om, na afloop van het kalenderjaar, aan de werknemer een jaaropgaaf te verstrekken. Dit moet altijd, ook als de werknemer er zelf niet om vraagt. Op de jaaropgaaf moeten alle gegevens worden vermeld die van belang zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen. Een werkgever kan zelf een jaaropgaaf ontwikkelen, maar hiervoor ook het model van de Belastingdienst gebruiken. Dit model is gratis te downloaden.
Gegevens die staan vermeld op de jaaropgaaf, zijn zaken als:
− het totaalbedrag dat in het jaar aan loon is uitbetaald;
− de ingehouden bedragen;
− het tijdvak waarover loon is genoten en de toegepaste tabel;
− de verrekende arbeidskorting;
− het burgerservicenummer van de werknemer;
− het loon waarover de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zvw is berekend;
− de ingehouden bijdrage Zvw;
− de code loonheffingskorting (0 = niet toegepast, 1 = wel toegepast). De loonheffingskorting mag immers maar door één werkgever worden toegepast.

De loonstaat: rubrieken
Voor iedere werknemer moet een loonstaat worden aangelegd. Deze loonstaat is ook een hulpmiddel voor het doen van de (elektronische) loonaangifte. De som van alle gegevens van alle loonstaten, de zogenaamde cumulatieve gegevens, kunnen immers een op een in de loonaangifte worden verwerkt.

 

basiskennis loonadministratieDe modelloonstaat (of het equivalent in een salaris computerprogramma) is het hart van de loonadministratie. De Belastingdienst en UWV gebruiken de hierin vermelde gegevens als basis voor eventuele controles. Ook dient de loonstaat als onderlegger voor de loonaangiftes en de jaaropgaven van de werknemers. De kop van de loonstaat noemen we ook de rubrieken. We bespreken hieronder de verschillende rubrieken.

Bij de rubriek Werknemer vult de inhoudingsplichtige de persoonlijke gegevens van de werknemer in. Deze gegevens heeft hij meestal verzameld bij het in dienst treden van de werknemer. Bij het BSN ziet u soms nog de omschrijving Sofinummer staan. Dit sociaalfiscaal nummer is de vroegere naam voor het BSN.

In de rubriek Gegevens voor tabeltoepassing geeft de inhoudingsplichtige aan of, en zo ja, vanaf wanneer, loonheffingskorting aan de werknemer is verleend. Het al dan niet verstrekken van loonheffingskorting heeft invloed op de hoogte van de ingehouden loonheffing (loonbelasting en premie volksverzekeringen).

Als de inhoudingsplichtige loonheffing gaat inhouden, krijgt deze van de Belastingdienst een loonheffingennummer toegekend. Dit wordt gebruikt bij het doen van aangifte en bij andere contacten met de Belastingdienst.

 

De loonstaat: kolommen
Naast de rubrieken, kent de (model)loonstaat ook kolommen. Bij de behandeling van het bruto-nettotraject in het voorafgaande hoofdstuk hebt u hiermee al kennisgemaakt. De gegevens die u in de kolommen invult of

basiskennis loonadministratiedie door uw salarispakket automatisch naar de kolommen van de loonstaat worden getransporteerd, zijn direct afgeleid van de loonstrook die u voor de werknemer produceert. Een salarisstrook hoeft alleen maar te worden gemaakt als de gegevens zijn gewijzigd. Soms wordt er dan ook geen salarisstrook gemaakt. In dat geval worden de gegevens van de laatste salarisoutput (de salarisrun) in de loonstaat geboekt. 

Salarisstrook
De salarisstrook bevat de berekening van bruto naar netto van een werknemer. Meestal bevat de salarisstrook ook een aparte rubriek Cumulatieven. In deze rubriek worden de totalen vanuit het bruto-nettotraject, van het begin van het jaar tot aan de huidige periode, genoteerd. Het is handig om uw eigen loonstrook goed te bestuderen. Op alle loonstroken komen in principe dezelfde gegevens voor. 

In de modelloonstaat wijzen de kolommen zichzelf. Als u vragen hebt, kan het Handboek Loonheffingen u hierbij helpen. We behandelen in het kort de diverse kolommen. Een aantal kolommen zal u bekend voorkomen, omdat we in de diverse loonberekeningschema’s in de vorige hoofdstukken de meeste looncomponenten al hebben behandeld.

 

Kolom 1: Loontijdvak
Het loontijdvak is het tijdvak waarover de werknemer loon ontvangt. Dat kan bijvoorbeeld een dag, een week of een maand zijn. Afhankelijk van wat hier wordt ingevuld, wordt een tijdvaktabel (bijvoorbeeld de maandtabel) voor de loonheffing gekozen. 

Kolom 3: Loon in geld
In de kolom Loon in geld wordt het loon in geld uit tegenwoordige dienstbetrekking ingevuld. Hierop moet dus loonheffing worden ingehouden. Bepaalde soorten loon moeten in deze kolom worden geboekt.

Loon waarover geen premies werknemersverzekeringen moeten worden betaald, maar wel loonbelasting en premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, mogen niet in kolom 3 worden verwerkt. Daarvoor wordt kolom 9 gebruikt. Uitkeringen aan een ex-werknemer (loon uit een vroegere dienstbetrekking) bijvoorbeeld, worden in kolom 9 geboekt. Spaarloon mag in kolom 3 worden geboekt. Als spaarloon in kolom 3 wordt verwerkt, dan moet hetzelfde bedrag ook in kolom 7 worden geboekt.

Kolom 4: Loon anders dan in geld
In kolom 4 gaat het om loon in natura en aanspraken, waarop de loonheffing ingehouden moet worden. Bij aanspraken gaat het om de belaste waarde van een aanspraak. Dat is de totale waarde, verminderd met een eventuele werknemersbijdrage.

Kolom 5: Fooien en uitkeringen uit fondsen
In kolom 5 worden de door anderen aan de werknemer betaalde looncomponenten geboekt. Het gaat hier om fooien en uitkeringen uit fondsen. Het gaat hier om niet-vrijgestelde uitkeringen die de werknemer rechtstreeks van fondsen krijgt die niet zijn vrijgesteld, bijvoorbeeld uitkeringen van een personeelsfonds. Het fonds dat een belastbare uitkering verstrekt, is verplicht de werkgever daarover te informeren.

Kolom 10: Loon anders dan in geld
In kolom 10 vult de salarisadministrateur bedragen in, die uitsluitend van belang zijn voor de loonbelasting en volksverzekeringen en de Zvw. In deze kolom wordt bijvoorbeeld de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak geboekt (zie hoofdstuk 3).

Kolom 11: Ingehouden premie WW alsmede vereveningsbijdrage
In kolom 11 wordt het werknemersdeel van de premie WW geboekt. Ook andere inhoudingen voor werkloosheid, zoals de vereveningsbijdrage of pseudopremies werknemersverzekeringen, vinden hun plaats in deze kolom.

Kolom 13: Uitsluitend voor de loonbelasting en volksverzekeringen
In kolom 13 wordt de werkgeversbijdrage van de inkomensafhankelijke bijdrage van de Zvw genoteerd. Deze wordt ingehouden op het loon van de werknemer.

Kolom 15: Ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen
De berekende loonheffing, die op het loon van de werknemer wordt ingehouden, wordt in kolom 15 geboekt.

Kolom 16: Ingehouden werknemersbijdrage Zvw
De bij de werknemer ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage in de Zvw wordt in kolom 16 verantwoord.
Kolom 18: Verrekende arbeidskorting
De arbeidskorting is geïntegreerd in de totale loonheffing. Dit betekent dat de arbeidskorting niet nog een keer extra aan de werknemer wordt verstrekt, maar al verwerkt is in de loontijdvaktabellen. Deze arbeidskorting is in mindering gebracht op de verschuldigde loonbelasting. Daarom ziet u dat kolom 18 na kolom 17 Uitbetaald komt. Kolom 18 heeft een signaleringsfunctie. Het totaal aan verstrekte arbeidskorting mocht in 2010 niet meer bedragen dan € 1.504. Dat kan de salarisadministrateur controleren aan de hand van kolom 18.

basiskennis loonadministratieKolom 19: Levensloopverlofkorting
De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag van het opgenomen levenslooptegoed. Het bedraagt echter maximaal € 188 per jaar waarin geld is gestort in de levensloopregeling. Kolom 19 heeft hierin een signalerings- en controlefunctie. Voor uw opleiding is dit verder niet van belang.

Van salarisstrook naar loonstaat
Het is niet zo ingewikkeld de bedragen van een salarisstrook te transporteren naar de loonstaat. Dit gebeurt automatisch in een geautomatiseerd salarispakket. Wij laten dit zien aan de hand van een voorbeeld.

Voorbeeld
Bestudeer de volgende salarisstrook van een werknemer.

basiskennis loonadministratieGeef aan op welke plaats in de loonstaat de bedragen van de salarisstrook moeten worden genoteerd. 
Uitwerking
We laten dezelfde salarisstrook zien. Hierbij staat achter de diverse bedragen in welke kolom van het model loonstaat u de bedragen moet noteren. Achter elke looncomponent die van belang is voor notatie in de modelloonstaat, is de desbetreffende kolom van de loonstaat genoteerd. Als een pijltje naar een getal verwijst, dan wordt deze looncomponent niet opgenomen in de modelloonstaat. De loonstaat ziet er dan als volgt uit:

Bestudeer de ingevulde kolommen van de loonstaat goed. U ziet steeds in de kolommen staan wat er geplust en gemind moet worden om een volgende kolom te berekenen. U hoeft voor uw examen niet te weten op welke manier de bedragen tot stand zijn gekomen. Wel moet u bedragen vanaf een salarisstrook naar een loonstaat kunnen transporteren. Dat is niet zo moeilijk, omdat de omschrijvingen op een salarisstrook bijna hetzelfde zijn als de kolomopschriften van de loonstaat. 

Tot slot 

Naast de gegevens die de werkgever moet bijhouden (en die in dit hoofdstuk al zijn genoemd) en registreren, moet de werkgever ook afzonderlijk met de werknemer afgesproken zaken gescheiden administreren. U kunt hierbij denken aan:
−Loonadministratie, arbeidsrecht en sociale zekerheid
− de afspraken over het privégebruik van de auto (van de zaak);
− het vervoer voor de werkgever (bedrijfsbusjes en dergelijke);
− de verstrekte (onbelaste) reiskostenvergoedingen;
− de verstrekte belastingvrije uitkeringen.

Bestudeer de vorige hoofdstukken nog een keer en probeer alle formulieren nog eens in te vullen, bijvoorbeeld aan de hand van uw eigen loonstrook. Door veel te oefenen, veel te herlezen en de website en het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst te raadplegen, wordt u handig in het herkennen van de samenhang van formulieren en de voorschriften in de salarisadministratie.

Huiswerkopgaven

In de huiswerkopgaven wordt teruggegrepen op de leerstof uit dit hoofdstuk, maar er kan ook worden teruggegrepen naar voorafgaande hoofdstukken. Ook moet u soms aanvullende literatuur raadplegen of ergens anders informatie opzoeken, bijvoorbeeld op het internet. Hoe meer bronnen u bij het maken van uw huiswerk betrekt, hoe sneller u de leerstof zult doorgronden. Wij raden u deze manier van werken dan ook dringend aan. Het zal u meer tijd kosten, maar op deze manier bereidt u zich het beste op uw examen voor.

basiskennis loonadministratie

 


1 Welke identiteitsbewijzen zijn geldig als een werkgever van een werknemer de identiteit moet vaststellen, bij aanvang van de werkzaamheden? 

2  a. Welke gegevens worden genoteerd in de rubrieken van de loonstaat?
b. Welke gegevens worden genoteerd in de kolommen van de loonstaat? 

3 Voor welke andere formulieren is de loonstaat van de werknemer het uitgangspunt?

4 Welke gegevens moeten ten minste op een jaaropgaaf van een werknemer worden vermeld?

5 Beantwoord de volgende vragen over de elektronische loonaangifte die een inhoudingsplichtige bij de Belastingdienst moet doen.
a. Uit welke aangiftetijdvakken kan de inhoudingsplichtige een keuze maken?
b. Een inhoudingsplichtige hanteert als aangiftetijdvak een maand.

Hij moet de loonaangifte over oktober 2010 verrichten. Wat kunt u zeggen over de uiterste aangiftedatum en de uiterste betaaldatum?

c. Noem drie oorzaken die ertoe kunnen leiden dat de Belastingdienst een loonaangifte niet accepteert en daarom een uitvalbericht naar de inhoudingsplichtige stuurt.
d. Welke actie moet de inhoudingsplichtige hierop ondernemen? 

 

6  Bestudeer de volgende loonberekening.
a. Geef per looncomponent aan in welke kolom van de modelloonstaat u het desbetreffende bedrag moet noteren. Gebruik (een kopie van) de modelloonstaat zoals u deze in uw Handboek Loonheffingen aantreft of hebt gedownload van de website van de Belastingdienst.
b. Geef aan op welke wijze u het loon in natura hebt verwerkt en waarom u dat op die manier hebt gedaan.
c. Waarom is de werkgeversbijdrage in de Zvw-basisverzekering een belast feit?

7 Bestudeer de volgende loonberekening.
Verwerk deze salarisstrook in de modelloonstaat.

Hieronder treft u een aantal stellingen aan. Geef bij elke vraag aan welke van de vier antwoorden correct is. Het is voldoende als u de letter van het antwoord (A, B, C of D) noemt. 

8 Stelling I: De inhoudingsplichtige kan per maand of per kwartaal zijn loonaangifte doen.
Stelling II: De inhoudingsplichtige kan per maand of per vier weken zijn loonaangifte doen.
A. I en II zijn juist.
B. I is juist en II is onjuist.
C. I is onjuist en II is juist.
D. I en II zijn onjuist. 

9 Stelling I: De Verklaring Arbeidsrelatie moet bij de Belastingdienst worden aangevraagd door de opdrachtnemer.
Stelling II: De Verklaring Arbeidsrelatie moet zowel door de opdrachtnemer als door de opdrachtgever worden aangevraagd bij de Belastingdienst.
A. I en II zijn juist.
B. I is juist en II is onjuist.
C. I is onjuist en II is juist.
D. I en II zijn onjuist.

10 Stelling I: In de witte en groene loonbelastingtabel wordt rekening gehouden met de arbeidskorting.
Stelling II: In de groene loonbelastingtabel wordt rekening gehouden met de arbeidskorting.
A. I en II zijn juist.
B. I is juist en II is onjuist. C. I is onjuist en II is juist. D. I en II zijn onjuist. 

11 Stelling I: Een bezwaarschrift tegen een premievaststelling over het jaar 2007 wordt in 2010 afgehandeld door UWV.
Stelling II: Op het loon wordt alleen loonheffing ingehouden.
A. I en II zijn juist.
B. I is juist en II is onjuist. C. I is onjuist en II is juist. D. I en II zijn onjuist.

12 Er zijn twee soorten belastingen: directe en indirecte belastingen.
a. Is loonbelasting een directe of indirecte belasting?
b. Van welke groepen personen wordt volgens de wet loonbelasting geheven?
c. Op grond van welke wet houdt de inhoudingsplichtige loonheffing in, om deze vervolgens weer af te dragen aan de Belastingdienst?
d. Geef de definitie van brutoloon. Motiveer uw antwoord.
e. Geef de definitie van premieloon. Motiveer uw antwoord. f. Wat is vrijgesteld loon? Geef hiervan een voorbeeld.
g. Wat is de maximale onbelaste vergoeding per kilometer?
h. Voor welke belasting kan de loonbelasting een voorheffing zijn?

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de cursus Basiskennis Loonadministratie dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus

Het nieuwe studeren begint hier

Bij het NTI studeer je op je eigen manier. Je kunt op ieder gewenst moment met de opleiding van je keuze beginnen. Dankzij het nieuwe studeren, bepaal je zelf waar en wanneer je studeert. Het nieuwe studeren brengt nog meer voordelen met zich mee. Het is de ideale combinatie van online thuisstudie en klassikale bijeenkomsten. Je volgt thuis een opleiding en je maakt gebruik van moderne studiemethodes waaronder de online leeromgeving, waar je contact met andere studenten en docenten hebt, e-modules, interactieve opdrachten en video-instructies. Hiernaast worden tijdens een groot deel van de opleidingen enkele praktijkdagen en/of workshops georganiseerd.

1 / 23