Proefles: Desktop Publishing met CS5 (DTP)

Word ook grafisch vormgever met deze opleiding Desktop Publishing!

Met deze proefles krijg je een indruk van de beroepsopleiding Desktop Publishing met CS5 van het NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

 

InDesign CS5

Palet Lagen

Het palet Lagen (Layers) van InDesign CS5 lijkt op dat van Adobe Illustrator. Ten eerste worden bij het maken van objecten  direct sublagen gemaakt. De naam van deze sublaag komt overeen met de naam van het object. Uiteraard kunnen  deze namen worden aangepast. Bij het maken van een tekstkader zal het begin van de tekst uit het artikel worden overgenomen. Indien de naam van de tekstlaag handmatig is aangepast, zal deze niet meer worden bijgewerkt wanneer  de tekstinhoud  wordt aangepast.

De inhoud van sublagen is afhankelijk van de gekozen pagina. Wordt een andere pagina getoond, dan zal in de sublagen zichtbaar worden wat op de geselecteerde pagina aan elementen aanwezig is. Wanneer een groep is gemaakt, zullen de gegroepeerde objecten worden samengevoegd in een sublaag met de naam Groep (Group).

Achter het vergrendelingspictogram is de kleur van de laag te zien. Bij een vergrendeld object is aan het object een klein slot zichtbaar. Door hier eenmaal  op te klikken, zal het worden ontgrendeld.

Ook is in het palet Lagen zichtbaar op welke pagina u zich bevindt. De sublagen zijn alleen zichtbaar op de pagina die geopend  is. Dit is ook de reden waarom onder in het palet wordt getoond  welke pagina’s zijn geselecteerd.

Een laag of enkel object kan nu vanuit het palet Lagen eenvoudigweg  worden  geselecteerd door op het open  vierkantje te klikken achter de naam van de laag of het object. In de vorige InDesign-versies kon op deze wijze een laag worden geselecteerd, maar dit moest door met de Alt/Option-toets ingedrukt op de laag te klikken.

Afbeelding 1.30  Het palet Lagen (Layers) heeft meer de vormgeving uit Adobe Illustrator.

Voor het wijzigen van de naam van de laag is het venster Laagopties (Layer options) niet nodig, dit kan direct in het palet Lagen (Layers). Klik tweemaal  rustig op de naam van de laag en een veld geeft de mogelijkheid de naam te veranderen.

■ Afbeelding 1.31 Een eigen paginaformaat maken.

 

 

Palet Pagina’s

In InDesign CS5 is het mogelijk elke pagina binnen  een document een ander paginaformaat te geven. Dit is te zien aan een klein teken in de paginaweergave.Voorvoegsel (Prefix) . Verder is het mogelijk onder in het palet een voorgedefinieerd  formaat te kiezen. Bij Aangepast paginaformaat (Custom pag size) kunt u een eigen paginaformaat maken.Binnen de Deelvensteropties (Panel options) is het mogelijk een extra groot formaat (Jumbo) te kiezen voor de weergave van pagina’s en stramienen.

Pathfinder

Aan het palet Pathfinder zijn pictogrammen toegevoegd voor het omzetten  van ankerpunten. Zie voor uitgebreide  informatie over paden en ankerpunten hoofdstuk 7 Tekenen.


Regelpaneel

Binnen het Regelpaneel (Control panel) is het nu ook mogelijk de vulen lijnkleur te kiezen. Wanneer  een object niet geselecteerd  is, kan die kleur door te slepen op het object worden geplaatst, zodat dat wordt gekleurd. Is het gereedschap  Tekst geselecteerd,  dan kan de tekst op dezelfde wijze worden gekleurd.

Ook nieuw in het Regelpaneel is de mogelijkheid de Hoekopties  (Corner options) in te stellen. Door één keer met de Alt/Optiontoets ingedrukt te klikken op het pictogram zal het venster Hoekopties  worden getoond.

Afbeelding 1.33  Kleuren en kaderhoeken instellen via het Regelpaneel.

 

Photoshop CS5

Kloonstempel

Met het Kloonstempel (Clone Stamp Tool) kopieert u pixels naar een ander deel van de afbeelding. Zo kunt u beschadigingen  wegwerken. Maar het is net zo eenvoudig om een vorm in de afbeelding al schilderend  te kopiëren.

De meeste instellingen in de eigenschappenbalk zijn besproken  in het vorige hoofdstuk, Zelf schilderen, dat de schildergereedschappen behandelde. Van belang is de optie Uitgelijnd (Aligned) in de werkbalk Opties (Options). Selecteer deze optie om het gebied met bronpixels te verplaatsen terwijl u schildert. Ook als u stopt met schilderen, dus de muisknop loslaat en verderop  opnieuw schildert, verhuist het brongebied  mee. Dit is de standaardinstelling. Als u deze optie niet selecteert en elders in de afbeelding weer met schilderen begint, dan zal het oorspronkelijke brongebied met pixels opnieuw  het startpunt voor het klonen zijn.

Selecteer de optie Monster: Alle lagen (Sample: All Layers) om de pixels van alle (zichtbare) lagen te bemonsteren. Als u deze optie niet selecteert, kunnen  alleen pixels op de actieve laag (selecteer een laag in het palet Lagen/Layers) als brongebied  voor het klonen fungeren.

U bepaalt het brongebied  in een afbeelding door met een ingedrukte Alt-toets (Windows) of Option-toets  (Macintosh) op een gebied te klikken. Zodra u deze toets indrukt, verandert de cursor in een ‘vizier’. Hiermee wordt aangegeven dat u een brongebied  kunt selecteren. Laat de toets vervolgens los en schilder op een andere plek in de afbeelding de kloon.

 

Zelfde kleurmodus

Als de afbeelding waarin u pixels bemonstert niet dezelfde kleurmodus heeft als de afbeelding waar u met de Kloonstempel schildert, werkt het gereedschap niet. Beide afbeeldingen moeten  dezelfde kleurmodus hebben.

Brongebied instellen

Photoshop heeft een speciaal palet Bron klonen (Clone Source; geïntroduceerd in Photoshop CS3) waarmee u in totaal vijf brongebieden kunt instellen voor de kloonen herstelgereedschappen. Schakel de optie Bedekking tonen (Show Overlay) in om het aangegeven brongebied te markeren in de actieve afbeelding. Het palet bevat opties om het brongebied te vergroten/verkleinen en te roteren.

U opent  het palet in het menu Venster (Window), of door te klikken op het pictogram Het deelvenster  Bron klonen in-/ uitschakelen (Toggle the Clone Source panel) in de werkbalk Opties (Options).

Animatie tijdlijn

De Extended versie van Photoshop  heeft een uitgebreider palet Bron klonen. U treft hier opties aan voor het klonen van inhoud van video- en animatieframes.

Kies de Patroonstempel (Pattern Stamp Tool) om een patroon  op een afbeelding te schilderen. In eerste instantie lijkt dit gereedschap helemaal niets te maken te hebben  met het bijwerken van een afbeelding. Zeker niet als u een van de vooraf gedefinieerde  structuren uit de Photoshop-bibliotheek kiest. Er valt immers niet zoveel aan een afbeelding te repareren met een bubbeltjespatroon of met een van de andere  bizarre structuren.

Nee, u maakt natuurlijk een eigen patroon en gebruikt dit om mee te schilderen (zie ook het vorige hoofdstuk, Zelf schilderen). Selecteer met het Rechthoekig selectiekader (Rectangular Marquee Tool) het deel van de afbeelding dat u als patroon  wilt gebruiken. 

Ga naar het menu Bewerken (Edit) en klik op Patroon definiëren (Define Pattern). Geef de structuur een naam in het dialoogvenster Patroonnaam (Pattern Name).

Selecteer de Patroonstempel en kies in de structuurbibliotheek in de werkbalk Opties de zojuist gemaakte structuur.

Om het patroon  dat u schildert danig te verwoesten,  selecteert u in de werkbalk de optie Impr.  (Impressionistisch/Impressionist), die overigens niets met het impressionisme van doen  heeft.

Afbeelding 10.8   Selecteer het deel dat u als patroon wilt gebruiken en geef de structuur een naam.

Tabletdruk bepaalt grootte

De werkbalk Opties heeft er in Photoshop CS5 voor veel schilderen vergelijkbare gereedschappen, waaronder  Kloonstempel (en Patroonstempel, een nieuwe optie bij: Tabletdruk bepaalt grootte (Tablet pressure controls size). Hoe meer druk u met de tekenpen op uw tablet uitoefent,  hoe groter de penseelpunt. De tabletdruk weegt ‘zwaarder’ dan de instellingen in het palet Penseel (Brush); met andere woorden: werkt u met een drukgevoelig tekentablet, dan overschrijft de pendruk de in het palet Penseel gekozen penseelpuntgrootte.

Retoucheerpenseel

De hiervoor besproken  kloongereedschappen vallen in het niet bij het Retoucheerpenseel (Healing Brush Tool). U schildert met bemonsterde pixels, maar hier houdt de vergelijking met de beide kloonstempels op. Het Retoucheerpenseel kijkt tijdens het beschilderen  van een beschadigd  gebied namelijk ook naar de eigenschappen van het gebied waar u overheen  schildert. Er wordt rekening gehouden met de bestaande structuur, tint en belichting. De nieuwe pixels die u schildert, sluiten hierdoor  naadloos aan bij de bestaande pixels.

Afbeelding 10.10  De opties Monster en Patroon leggen een link naar de stempelgereedschappen.

Het penseel is een logische verbetering van de twee stempels en dit blijkt uit de opties in de werkbalk. U kunt er namelijk voor kiezen om de optie Monster (Sampled) van de Kloonstempel of Patroon (Pattern) van de Patroonstempel toe te passen.

16  bitsafbeelding

De optie Patroon in de werkbalk is vanaf Photoshop 7 ook beschikbaar voor 16 bitsafbeeldingen. Dat was niet zo in oudere versies.

Afbeelding 10.11  Kies een brongebied en schilder op een andere plek.

Klik in de werkbalk Opties op de penseelkiezer (Brush picker) om de penseelpunt in te stellen. Het extra menu bevat de optie Grootte (Size; Photoshop  hanteert  hier in oudere  versies de term Diameter), Hardheid (Hardness), Tussenruimte (Spacing), Hoek (Angle) en Ronding (Roundness) die u kent van het gereedschap  Penseel (Brush). De opties in de vervolgkeuzelijst Grootte zijn bedoeld  voor gebruikers van een drukgevoelig tekentablet. Kies Pendruk (Pen Pressure) om de grootte van de punt te beïnvloeden door de druk die op de tekenpen wordt uitgeoefend  (zie ook dezelfde optie in de werkbalk Opties). Om de druk door het duimwiel van de pen te bepalen,  kiest u Pendrukschijf (Stylus Wheel). Om beide opties uit te schakelen, selecteert u Uit (Off). In dit geval varieert de grootte niet en wordt alleen gekeken naar het aantal pixels dat u bij Grootte hebt opgegeven.

Alt+klik (Windows) of Option+klik (Macintosh) in de modus Monster op het brongebied en schilder met de bemonsterde pixels op het doelgebied.  Aanvankelijk tek nen de verschillen zich sterk af, maar als u even wacht ‘zinken’ de nieuwe pixels weg in de bestaande. U ziet nauwelijks een over gang. Zeker als u in de werkbalk de modus Normaal (Normal) hebt gekozen, anders kan het resultaat heel anders uitpakken.

Les 14 - InDesign CS5 Hoofdstuk 4

Leerstof

U bestudeert het hoofdstuk ‘Documenten en afbeeldingen’, pagina 147 t/m 182.

Open vragen

14-1   In welke programma’s kan een vectorafbeelding worden gemaakt en in welk programma kunnen pixelafbeeldingen worden bewerkt?

14-2   Wat doet de optie Actieve bijschriften?

14-3   Welke bestandsformaten kunnen het beste worden geplaatst binnen InDesign ?

14-4   Wat is de toepassing van een InDesign-bibliotheek?

14-5   Wat is het nadeel van het volledig insluiten van een bestand binnen een InDesign document?

Opgaven

14-1   Maak een liggend A5-document aan. Plaats de afbeeldingen op de pagina zoals binnen het voorbeeld Hfst_4_Opdr_1.pdf is aangegeven.

14-2   Haal uit de bibliotheek de naam etiketten en wijzig de namen van de cursisten. Voeg het NTI-logo aan de bibliotheek toe (zie voorbeeld Hfst_4_Opdr_2.pdf). 

 

14-3   Open het InDesign -document opgave 2 uit hoofdstuk 3. Plaats het bestand Vrijstaand.psd en pas hierop tekstomloop toe. Pas de tekstomloop met behulp van het gereedschap Direct selecteren zodanig aan, dat de tekst mooi om de afbeelding loopt (zie voorbeeld Hfst_4_ Opdr_3_.pdf). Stuur de opgaven als drie losse InDesign-bestanden op. Stuur ook de gewijzigde bibliotheek op.

Les 42 - Photoshop CS5 Hoofdstuk 10

Leerstof

U bestudeert het hoofdstuk ‘Afbeeldingen bijwerken’, pagina 251 t/m 282.

Open vragen

42-1   Wat is het gevoelige verschil tussen het Kloonstempel en Retoucheerpenseel? 

42-2   Welk klein nadeel heeft het Retoucheerpenseel? 

42-3   Wat is het effect van een te hoge scherpteinstelling?

42-4   Hoe kan snel van het ene naar het andere gelijksoortige gereedschap worden overgeschakeld?

42-5   Wat geeft het Histogram weer?

Opgaven

42-1   Verwijder het persoon binnen de afbeelding Standbeeld.psd met het Kloonstempel, Retouchepenseel en Reparatie-gereedschap. (zie voorbeeld Hfst_10_Opdr_1.pdf)

42-2   Wijzig de rode jas binnen het bestand Duiven.jpg in blauw (zie voorbeeld Hfst_10_Opdr_2. pdf).

 

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de opleiding DTP CS5, dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus

Het nieuwe studeren begint hier

Bij het NTI studeer je op je eigen manier. Je kunt op ieder gewenst moment met de opleiding van je keuze beginnen. Dankzij het nieuwe studeren, bepaal je zelf waar en wanneer je studeert. Het nieuwe studeren brengt nog meer voordelen met zich mee. Het is de ideale combinatie van online thuisstudie en klassikale bijeenkomsten. Je volgt thuis een opleiding en je maakt gebruik van moderne studiemethodes waaronder de online leeromgeving, waar je contact met andere studenten en docenten hebt, e-modules, interactieve opdrachten en video-instructies. Hiernaast worden tijdens een groot deel van de opleidingen enkele praktijkdagen en/of workshops georganiseerd.

 

1 / 17