Proefles: Frans voor beginners


Altijd al Franse les gewild?
Volg dan nu onze cursus Frans voor beginners!

Met deze proefles krijg je een indruk van de cursus Frans voor beginners van het NTI. Je krijgt inzicht in een deel van de lesstof.

Je begint zo meteen met Les 4, waarin je je luister- en schrijfvaardigheid oefent aan de hand van opgenomen dialogen. Daarna leer je meer over de Franse grammatica. Je kan ook alvast oefeningen maken en deze later in de proefles controleren.

Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

Les 4 - Quatrième leçon

Heeft u informatie? - Vous avez des renseignements?

InformatieHoe pak je deze les aan?
1. Je gaat luisteren naar twee dialogen. De eerste dialoog speelt zich af op een Syndicat d’Initiative, een Frans VVV-kantoor. In de tweede dialoog vraagt Guy aan Daniel enkele inlichtingen over Parijs. Vervolgens luister je dezelfde dialogen met pauzes ertussen, zodat je de zinnen kunt naspreken. Daarna kun je op de volgende pagina de dialogen met geschreven tekst erbij bekijken.

 Beluister dialoog 1

Luisterfragment Beluister dialoog 2

2. Dezelfde teksten zijn nu met pauzes opgenomen. Spreek ze meteen zin voor zin na en herhaal dit tot je denkt, dat je ze van buiten kent.

LuisteroefeningBeluister dialoog 1 met pauzes

LuisteroefeningBeluister dialoog 2 met pauzes

3. Luister nogmaals naar de twee dialogen, maar nu met geschreven tekst erbij.

Texte A Je voudrais quelques informations, s’il vous plaît
 Beluister dialoog 1 
Employée- Bonjour, Monsieur.
Touriste- Bonjour, Madame. Je voudrais quelques informations, s’il vous plaît.
Employée - Oui, Monsieur, je vous en prie.
Touriste - Il y a des musées ici?
Employée - Oui, Monsieur: il y a un musée d’art moderne et un musée de sculpture. Nous avons aussi une cathédrale et une basilique avec un trésor.
Touriste- Il y a aussi des monuments ici?
Employée- Mais bien sûr, Monsieur! Il y a une statue de Jeanne d’Arc et une fontaine, place Lemoine.
Touriste - Des affiches… Vous avez des affiches d’une église, d’une maison ou d’un pont, par exemple?
Employée - Oui, Monsieur. Voici un poster d’une maison, rue Lafitte. Il est gratuit. Et j’ai encore quelques dépliants pour vous.
Touriste - Merci, merci, Madame… Euh… Mais. Mais je voudrais aussi un plan de votre ville. 
Employée - Bien sur, Monsieur. Un instant… Voilà!
Touriste - Merci beaucoup, Madame.
Employée -Je vous en prie, Monsieur. Au revoir!

Texte B
Luisterfragment Beluister dialoog 2
Guy - Tu as un guide Michelin de Paris?
Daniel - Non, mais j’ai un beau livre sur Paris, avec des photos. Ma sœur Françoise a un guide Michelin et elle a même un plan de Paris. Et mes parents ont une liste d’hôtels.
Guy - Vous avez tout ça?
Daniel - Mais oui, nous avons tout ça!

4. Leer tekst A en B nu foutloos schrijven. Doe dit als volgt: nadat je de teksten aandachtig bekeken hebt, draai je weer de gepauzeerde versie van de tekst. Beluister daarbij elke zin goed, stop het geluidsbestand na elke zin en vul de volgende oefening in.

Texte A Je voudrais quelques informations, s’il vous plait LuisteroefeningBeluister dialoog 1 met pauzes

  • Employée - Bonjour, ---.
  • Touriste - ---, Madame. --- quelques ---, ---.
  • Employée - Oui, Monsieur, ---.
  • Touriste - --- des musées ici?
  • Employée - Oui, Monsieur: --- un musée --- et --- de sculpture. --- aussi une --- et --- avec un trésor.
  • Touriste - Il y a aussi --- ici?
  • Employée - Mais ---, Monsieur! Il y a --- de Jeanne d’Arc et ---, place Lemoine.
  • Touriste - ---… Vous avez --- d’une ---, d’une --- ou ---, par exemple?
  • Employée - Oui, Monsieur. Voici --- d’une maison, rue Lafitte. Il est ---. Et --- encore --- pour vous.
  • Touriste - Merci, merci, Madame… Euh… Mais --- aussi --- de votre ville.
  • Employée - --- Monsieur, ---… Voilà!
  • Touriste - ---, Madame.
  • Employée - ---, Monsieur. Au revoir!

Texte B LuisteroefeningBeluister dialoog 2 met pauzes

  • Guy -  --- un guide Michelin de Paris?
  • Daniel - Non, mais --- un beau livre sur Paris, avec ---, --- Françoise a --- Michelin et elle a même --- de Paris. Et mes parents --- une liste ---.
  • Guy - --- tout ça?
  • Daniel - Mais oui, --- tout ça!

5. Pak nu de tekst uit de les erbij en vergelijk die met de tekst die je geschreven hebt. Bovendien vind je de in te vullen woorden achterin deze les.

6. Vul in onderstaande zinnen de ontbrekende woorden in, terwijl je naar het geluidsbestand van oefening 3 luistert. De tekst van oefening 3 bevat veel elementen uit de teksten A en B.

Luisteroefening Beluister oefening 3

  • Touriste - Bonjour, Monsieur. --- des hôtels ici?
  • Employé - Oui, ---, Mademoiselle. Voici --- d’hôtels.
  • Touriste - --- aussi --- Michelin, ---.
  • Employé - Oui, Mademoiselle, ---.
  • Touriste - --- aussi --- ou --- d’un monument ou ---?
  • Employé - Oui, --- quelques --- et --- d’une basilique et ---, avec ---.
  • Touriste - ---, Monsieur.
  • Employé - ---, Mademoiselle.

De antwoorden vind je achterin in deze les.

7. Leer de volgende woorden eerst Frans-Nederlands en daarna Nederlands-Frans.

une affice affiche, poster
un art kunst 
avec met
une avenue laan
avoir hebben
une basilique basiliek
beau mooi
beaucoup veel
beaucoup de veel (+ zelfst. nw)
bien sûr natuurlijk
bon goed
un boulevard boulevard
une cathédrale kathedraal
cours (m) wandellaan
un dépliant folder
des (geen betekenis)

 

 

une église kerk, kerkgebouw
Kerk   
elle a zij heeft
un employé  bediende (mnl.) achter de balie
une employée  bediende (vr.) achter de balie
encore nog, ook nog
un exemple voorbeeld
une fontaine  fontein
grand groot
gratuit gratis
un guide  gids (boek met informatie)
un homme  man
un hôtel hotel
ici hier
il er
il y a er is, er zijn
ils ont ze hebben
un parent ouder (vader of moeder)
par exemple bijvoorbeeld
une photo foto
une place plein
place Lemoine  op het Lemoineplein
un plan  plattegrond
plusieurs verscheidene 
un pont
brug
un poster affiche, poster
pour voor
quatrième vierde
quelques enige, enkele
répondez en néerlandais  beantwoord(t) in het Nederlands
rue Lafitte  in de Lafittestraat 
une information  informatie, inlichting
un instant  ogenblik 
j' (= je) ik
j'ai ik heb
je voudrais ik zou (graag) willen 
je vous en prie! ga/gaat uw gang!, tot uw dienst!
le de, het
une lecture leesles, leesstuk, leestekst
une liste lijst
un livre boek 
mais bien sûr!  jazeker! maar natuurlijk!
mais oui!  jazeker! zeker! 
une maison  huis 
même zelfs
merci beaucoup  (heel) hartelijk dank, (heel) veel dank 
mes mijn (meervoud)
moderne modern
un monument  gedenkteken, monument
un musée  museum
un musée d’art moderne  museum voor moderne kunst
un musée de sculpture  museum voor beeldhouwkunst
néerlandais Nederlands, Nederlandse taal
nous avons  we hebben Gesprek
ou  of
pardon! neemt u me niet kwalijk, pardon, sorry
une sculpture  beeldhouwkunst, beeldhouwwerk
une statue standbeeld
sur Paris  over Parijs 
sûr zeker 
un/une touriste  toerist(e) 
tout alles 
tout ça  dat allemaal, dat alles 
un trésor  schat, schatkamer 
tu as  je hebt 
une ville  stad
voilà  alstublieft (bij het aanbieden van iets) 
vous avez  jullie hebben, u hebt

8. Controleer nu jouw schrijfwijze door de kolom met de Franse woorden af te dekken en dan de vertaling van de Nederlandse woorden op te schrijven.

Grammatica (Grammaire) 

9. Hieronder leer je meer over bepaalde onderwerpen uit de Franse grammatica.
a. Présent van avoir

avoir hebben
j'ai  ik heb
tu as jij hebt
il/elle a hij/zij heeft
nous avons wij hebben
vous avez jullie hebben/u heeft
ils/elles ont zij hebben

b. Het onbepaald lidwoord

Het onbepaald lidwoord is voor het mannelijk un, voor het vrouwelijk une.

Om uit te leggen wat een onbepaald lidwoord is, moeten we eerst even stilstaan bij het zelfstandig naamwoord.

Zelfstandige naamwoorden zijn woorden waarvoor men, in het Nederlands, de, het of een (‘n) kan zetten, bijvoorbeeld:
- de jongen - een jongen
- het kind - een kind
- de inlichting - een inlichting
- het gevoel - een gevoel

FrancaisWe willen het nu alleen hebben over het woord een (‘n). We noemen dat woord: een onbepaald lidwoord.
In tegenstelling tot het Nederlands kent het Frans meer dan één vorm van het onbepaald lidwoord. Nu beperken we ons even tot un en une. Voor elk zelfstandig naamwoord in het Frans moeten we leren welk van de twee lidwoorden we moeten gebruiken. Dat komt omdat we in het Frans twee groepen zelfstandige naamwoorden hebben. De ene groep noemen we: mannelijke zelfstandige naamwoorden; de woorden van deze groep worden voorafgegaan door un. De andere groep noemen we: vrouwelijke zelfstandige naamwoorden: die groep wordt voorafgegaan door une.
- mannelijk: un musée
- vrouwelijk: une basilique

Je zal je afvragen hoe je kunt weten of een zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk is. Voor sommige woorden ligt dat voor de hand: 
- un homme - een man 
- une femme - een vrouw

Voor de meeste woorden is het echter een kwestie van leren. Later zullen we zien hoe belangrijk het is te weten of een zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk is. In de voorgaande lessen hebben we al een aantal mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden gehad. Die staan hieronder opgenomen.

mannelijk
accent - hôpital - photographe - Allemand - infinitif - Polonais - Américain - ingénieur - Portugais - Anglais - instituteur - prénom - Belge - Irlandais - présent - chauffeur - Luxembourgeois - réceptionniste - Danois - mari - Russe - Espagnol - médecin - Suédois - français - moment - Suisse - Français - Monsieur - trait - frère - Néerlandais - trait d’union - Hollandais - nom

vrouwelijk 
Allemande - infirmière - profession - Américaine - institutrice - radio - Anglaise - interview - réception - apostrophe - Irlandaise - réceptionniste - Belge - Japonaise - rue - caissière - leçon - Russe - cédille - Luxembourgeoise - sœur - Danoise - Madame - Suédoise - femme - Mademoiselle - Suissesse - fête - photographe - union - Française - Polonaise - Hollandaise - Portugaise

c. Het onbepaald lidwoord meervoud
Het onbepaald lidwoord meervoud is des.
Wanneer we in het Frans niet willen spreken over een museum of een affiche, maar over musea of affiches, zetten we het woord des voor het zelfstandig naamwoord meervoud. 

Dit geldt zowel voor mannelijke als vrouwelijke zelfstandige naamwoorden meervoud. In deze gevallen noemen we des het onbepaald lidwoord meervoud. 
- un musée - des musées 
- une affiche - des affiches 
Des is dus het meervoud van un of une; het heeft, in dit geval, geen betekenis in het Nederlands.

Ook de woorden plusieurs (verscheidene) en quelques (enige) geven een onbepaalde hoeveelheid aan. Zij worden niet gevolgd door des
- J’ai encore quelques dépliants pour vous. - Ik heb nog enige folders voor u. 
- Je voudrais quelques informations. - Ik zou graag enige inlichtingen hebben. 
- Il y a plusieurs ponts ici. - Er zijn hier verscheidene bruggen.

d. Il y a

Il y a heeft twee betekenissen:
1. Er is
2. Er zijn

Na il y a kan het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud of in het meervoud staan. De betekenis in het Nederlands is afhankelijk van dat zelfstandig naamwoord.
- Il y a un musée ici. Er is een museum hier.
- Il y a des basiliques ici. Er zijn basilieken hier.

In het Nederlands wordt het woordje er wel eens weggelaten. In het Frans schrijven we dan toch il y a.
- Partout en France, il y a des Syndicats d’Initiative. Overal in Frankrijk zijn (er) verkeersbureaus.

e. Woordvolgorde van zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord

Het bijvoeglijk naamwoord staat meestal ná het zelfstandig naamwoord.

Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. In het Nederlands staat een bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord, in het Frans meestal erachter.

In het hierna volgende voorbeeld geeft het woord moderne aan, hoe de kunst is die in het betreffende museum tentoongesteld wordt. We noemen moderne dus een bijvoeglijk naamwoord; het staat hier achter het zelfstandig naamwoord art
- un musée d’art moderne - een museum voor moderne kunst. 

GesprekWe willen nu alvast vermelden dat de bijvoeglijke naamwoorden 
- bon, beau, grand - goed, mooi, groot 
als regel vóór het zelfstandig naamwoord worden geplaatst. 
- Un bon hôtel - Een goed hotel 
- Un beau musée - Een mooi museum 
- Un grand boulevard - Een grote boulevard

f. Namen van straten, pleinen, etc.

Bij namen van straten, pleinen, enz. worden de woorden rue, place, avenue, boulevard, etc. met een kleine letter geschreven, de namen echter met een hoofdletter.
Wanneer we in het Frans de naam van een straat of een plein gebruiken, beginnen we met het woordje rue (straat) of place (plein). Daarna volgt de naam van de straat of het plein.

Dit geldt ook voor woorden als boulevard en avenue. We schrijven de woorden rue, place, boulevard en avenue dan altijd met een kleine letter en de naam die volgt met een hoofdletter. 

- rue Albert-Schweitzer - Albert Schweitzerstraat 
- place Plumereau - Plumereauplein

Wanneer we nu willen zeggen dat zich iets in een bepaalde straat of op een bepaald plein afspeelt of bevindt, gebruiken we in het Nederlands de woorden in of op. In het Frans is in dat geval de naam van de straat of het plein voldoende. Deze wordt dan wel voorafgegaan door een komma. Die komma dient ervoor te laten zien dat men in de uitspraak een duidelijke pauze aan moet brengen. 
- une fontaine, place Lemoine - een fontein op het Lemoinplein

Wanneer het niet gaat om een zogenaamde adresaanduiding, gebruikt het Frans ook dans, sur of au (samentrekking van à + le). 
- dans le rue - op straat, in de straat 
- sur la place - op het plein 
- sur l’avenue - op de laan 
- au cours - op de wandellaan

g. Voilà
Voilà betekent: 
1. daar is/daar zijn 
2. Alstublieft

In de vorige les hebben we gezien, dat voilà betekent daar is/daar zijn. Wanneer men iemand iets geeft, zegt men ook vaak voilà. Dan betekent het alstublieft.

Uitwerkingen oefenopgaven

Oefenopgave 4 A 
Monsieur 
Bonjour --- 
Je voudrais --- informations, s’il vous plaît 
je vous en prie 
Il y a 
il y a --- d’art moderne --- un musée --- Nous avons --- cathédrale ---une basilique 
des monuments 
bien sûr --- une statue --- une fontaine 
Des affiches --- des affiches --- église --- maison --- d’un pont 
un poster --- gratuit --- j’ai --- quelques dépliants
je voudrais --- un plan 
Bien sûr ---- Un instant 
Merci beaucoup 
Je vous en prie

Oefenopgave 4 
Tu as 
j’ai --- des photos --- Ma sœur --- un guide --- un plan --- ont --- d’hôtels
Vous avez 
nous avons

Oefenopgave 6 
MichelinIl y a 
bien sûr --- une liste 
Vous avez --- un guide --- s’il vous plaît 
violà 
Il y a --- un poster --- une affiche --- d’une église 
voici --- affiches --- un poster --- d’un musée --- un trésor
Merci beaucoup 
Je vous en prie

 

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de cursus Frans voor beginners dus zet vandaag nog de eerste stap!

Daarom FlexibelStuderen®:

  1. Erkende opleidingen, bekende naam
  2. Studeren met veel persoonlijk contact
  3. Voordelig studeren, transparant over kosten
  4. Studeren op jouw moment en jouw manier
  5. Overal studeren met onze online leeromgeving
  6. Persoonlijke begeleiding door mentoren en ervaren docenten
  7. Werkgevers zijn snel overtuigd
1 / 20