Proefles HBO Bachelor Rechten

Wat leuk dat je geïnteresseerd bent in HBO Bachelor Rechten van Hogeschool NTI. De opleiding is opgebouwd uit verschillende modules. We geven je met deze proefles een kijkje in twee modules van de opleiding HBO Bachelor Rechten

  1. Module: E-juridische dienstverlening (e-video)
  2. Module: Inleiding recht (theorie + vragen)

Je start je proefles zo direct met het kijken van een e-video. Daarna lees je een interessant stuk uit het boek Hoofdlijnen Nederlands Recht. Na het lezen van de lesstof kun je jezelf testen door vragen te beantwoorden. Uiteraard krijg je de antwoorden later in de proefles. Heb je nog vragen? Neem gerust contact met ons op.

Succes en plezier met de proefles van HBO Bachelor Rechten!


Start proefles

De onderstaande video is afkomstig uit de module E-juridische dienstverlening. Elke module die je volgt bij Hogeschool NTI bevat meerdere video's waarin belangrijke onderwerpen uit de module worden uitgelegd.

Kennisclip E-juridische dienstverlening

Theorie Inleiding recht

Je gaat nu het begin van hoofdstuk 1 Terreinverkenning lezen, afkomstig uit het boek Hoofdlijnen Nederlands Recht.

Terreinverkenning

1.1  Is recht saai?
1.2  Waarom recht?
1.3  Waar vinden we het recht?
1.4  Enkele onderscheidingen binnen het recht

 

1.1 Is recht saai?

Als je mensen vertelt dat je rechten studeert of het vak recht volgt, wordt al snel opgemerkt: 'wat zal dat saai zijn'. Recht wordt namelijk door de leek uitgelegd als 'wetten uit je hoofd leren '.Is die gedachte terecht? Nee, pertinent niet. Recht omvat veel meer dan wetten leren en kennen, hoewel de wet natuurlijk wel een belangrijke rechtsbron is. Maar dan nog: recht vormt een centraal onderdeel van het maatschappelijk leven, is even dynamisch maar vaak ook even complex.

Dat het recht van belang is voor zeer veel handelingen die we dagelijks verrichten, zullen we verduidelijken aan de hand van een paar voorbeelden. Stel dat je met een motor door een rood verkeerslicht bent gereden en dat een flitscamera deze strafbare gedraging heeft geregistreerd. Na enkele maanden ontvang je een acceptgirokaart waarop een bedrag staat vermeld. Of je dit maar even wilt betalen. Je weet je de gebeurtenis nog haarscherp te herinneren omdat je je toen overhaast naar de intensivecareafdeling van het ziekenhuis had begeven; je vader was daarin opgenomen met ernstige hartklachten. Je peinst er niet over om te betalen. Terecht? Maar wat gebeurt er als je niet betaalt? Wat voor juridisch verweer kun je voeren? Dergelijke vragen hebben betrekking op het strafrecht. Op het moment dat je je in een dergelijke situatie bevindt (of een die daarop lijkt) is het recht niet saai meer. Je wilt er het fijne van weten en te weten komen welke rechten je hebt. Een ander voorbeeld. Je hebt onlangs een nieuwe iPhone gekocht. Al na enkele maanden blijken enkele functies niet meer te werken. Wat zijn dan je rechten? Doorgaans wordt in zo'n situatie gereageerd met: binnen de garantieperiode wordt er tot kosteloos herstel overgegaan. Hoe is echter de situatie als hetzelfde manco enkele weken na de garantieperiode ontstaat?

Hierop geven de regels van het vermogensrecht antwoord. Ook in deze situatie zul je zeer benieuwd zijn hoe je er rechtens voorstaat. Een laatste voorbeeld. Je bent eigenaar van een groot stuk grond. Hierop wil je een geluiddicht gebouwtje neerzetten om ongestoord piano te kunnen spelen. Als het bouwwerk half af is en de kosten inmiddels zijn opgelopen tot €12.000, ontvang je van de gemeente een brief waarin je gesommeerd wordt niet verder te gaan met de werkzaamheden, omdat je geen vergunning hebt aangevraagd en verkregen. Wat je hebt opgebouwd, zul je moeten afbreken. Hoe sterk staat de gemeente in haar rechten en - voor jou belangrijker- kun je van jouw kant iets ondernemen om deze financiële ramp te voorkomen? De regels van het bestuursrecht geven hierop het antwoord. Saai? Het is maar hoe men ertegenaan kijkt.

1.2 Waarom recht?

De voorafgaande voorbeelden geven aan dat het recht heel verschillende terreinen van de maatschappij bestrijkt. Maar waarom is dat nodig? Waarom zouden we het niet gewoon zonder rechtsregels kunnen doen? Deze vragen hebben betrekking op de functies van het recht. Vier van die functies zullen worden besproken.

In de eerste plaats zijn er gedragsregels waarvan nagenoeg iedereen in de samenleving vindt, dat zij moeten worden nageleefd en opgevolgd. Die gedragsregels (normen) vinden we in moreel opzicht zo belangrijk, dat we ze schriftelijk vastleggen, met een straf als zij worden overtreden. Deze normen zijn niet alleen ethische normen (behoren niet alleen tot de moraal) maar zijn daarnaast ook rechtsnormen. Moord, diefstal, verkrachting, terroristische aanvallen en discriminatie wegens ras of geslacht zijn voorbeelden van dergelijke rechtsnormen. We spreken hier van de normatievefunctie van het recht.

In bepaalde (oude) samenlevingen neemt men zelf het heft in handen als zo'n fundamentele groepsnorm met voeten wordt getreden; daarbij gaat men uit van het adagium 'oog om oog, tand om tand'. In de westerse cultuur is deze eigenrichting verboden. Wij kennen een rechterlijke organisatie(de rechterl ijke macht) die bij uitsluiting oordeelt of iemand moet worden gestraft en zo ja, op welke wijze en met behulp van welke procedure. Dit wordt (in de tweede plaats) ook wel de geschiloplossende functie van het recht genoemd.

Een derde functie van het recht heeft te maken met het feit, dat het een ervaringsgegeven is dat mensen niet alles tot in de puntjes regelen. Welke regels gelden als zich een situatie voordoet waarmee de betrokkenen geen rekening hebben gehouden? Je koopt bijvoorbeeld een kostbare designstoel voor €5.000 en spreekt met de verkoper af dat de stoel gelijk kan worden meegenomen. Je zult over een week betalen. Na twee dagen wordt er bij je thuis ingebroken, ondanks de peperdure beveiligingsmaatregelen die je hebt getroffen. De stoel is verdwenen. Moetje toch de koopprijs betalen? Normaal spreken partijen over dit soort zaken niets af. De wetgever heeft daarom een regeling getroffen die staat in art. 10 van boek 7 Burgerlijk Wetboek: 'De zaak is voor risico van de koper van de aflevering af, zelfs al is de eigendom nog niet overgedragen. Derhalve blijft hij de koopprijs verschuldigd, ongeacht tenietgaan of achteruitgang van de zaak door een oorzaak die niet aan de verkoper kan worden toegerekend.' Het betreft hier de additionele (aanvullende) functie van het recht: het biedt een rechtsregel als partijen vergeten zijn op een bepaald punt afspraken te maken. Hebben zij dit wel gedaan, dan gaat die afspraak v&oacute&oacuter en is de wettelijke regeling niet meer van toepassing.

Ten slotte kan worden gewezen op de instrumentelefunctie van het recht. Een goed voorbeeld hiervan levert het verkeersrecht. Dat de wet bepaalt dat er op de wegen rechts wordt gereden, heeft natuurlijk niets te maken met een bepaald normbesef. Ook is volstrekt niet toereikend als mensen daar zelf afspraken over maken; de gevolgen zijn niet te overzien als (zoals te verwachten valt) tegenovergestelde afspraken tot stand komen. Daarom hakt de wetgever op tal van onderwerpen de knoop door: zo doen wij het en niet anders. Deze instrumentele functie van het recht is de laatste decennia steeds belangrijker geworden.

In schema ziet het eruit als in figuur 1.1.

Volg HBO Rechten bij Hogeschool NTI

 1.3 Waar vinden we het recht?

Als recht zoveel met het maatschappelijk leven te maken heeft, is het van groot belang te weten waar we dat recht kunnen vinden. We spreken in dit verband ook wel van de rechtsbronnen. In de voorafgaande paragraaf zijn we al een erg belangrijke rechtsbron tegengekomen: de wet. Maar het Nederlandse recht kent nog meer rechtsbronnen, vier in totaal:

1. de wet;

2. het verdrag;

3. de jurisprudentie;

4. de gewoonte.

1.3.1 Wet

In ons land zijn we eraan gewend dat het maatschappelijk leven gereglementeerd wordt door middel van wetten. Bij 'wet' denken de meeste mensen aan strafwetten. Als je steelt, kun je tot gevangenisstraf worden veroordeeld: dat staat in de wet! Er zijn echter veel meer wetten dan alleen strafwetten. Daarom volgt een nadere rubricering. Ook komt aan de orde wie wetgever zijn en wat de rangorde tussen de verschillende wetgevende organen is. Ten slotte gaan we in op het verschil tussen een wet in formele zin en een wet in materiële zin.

Wetten met betrekking tot het privaatrecht

Allereerst zijn er wetten op het terrein van het privaatrecht, ook wel het civiele recht of het burgerlijk recht genoemd. Het privaatrecht valt uiteen in twee deelgebieden: het personen- en familierecht en het vermogensrecht (zie figuur 1.2).

Volg HBO Rechten bij Hogeschool NTI

Het personen- en familierecht regelt zaken als geboorte, huwelijk, geregistreerd partnerschap, echtscheiding, adoptie, ondercuratelestelling en de regeling van het vermogen tussen echtgenoten. Veel van dit recht t reften we aan in het Burgerlijk Wetboek (BW) en wel in boek 1. Naast het personenen familierecht kennen we het vermogensrecht als deel van het privaatrecht. Binnen dit rechtsgebied, zo zouden we globaal kunnen stellen, vallen alle op geld waardeerbare handelingen tussen burgers onderling waaraan juridische gevolgen verbonden zijn. Denk aan het hiervoor genoemde voorbeeld van de kostbare designstoeL

Daarnaast kun je denken aan talloze ongevallen en ongelukjes die dagel ijks plaatsvinden: de mooie vaas die je per ongeluk omstoot, de bal die door de ruit gaat en de botsing waarbij twee auto's total loss raken. Voorts behoren zaken als de aanschaf van een machinepark of een kantoorinventaris tot dit rechtsgebied. Bij geschillen op het terrein van het vermogensrecht wordt vaak schade geleden, die via de rechter verhaald wordt op degene die de schade heeft toegebracht. De regels op het terrein van het vermogensrecht vinden we ook in het Burgerlijk Wetboek (BW), maar dan met name in de boeken 3, 5 en 6. Bij deze opsomming past een kanttekening.

Tot 1 januari 1992 was het BW van 1838 van toepassing. Dit was sterk verouderd en moest worden veranderd. Na de Tweede Wereldoorlog heeft men daarmee een begin gemaakt. Het heeft zeer lang geduurd voordat de belangrijkste delen van het toen geheten Nieuw Burgerlijk Wetboek konden worden ingevoerd. In 1970 werd het al eerder genoemde boek 1 uitgevaardigd. Zes jaar later - in 1976 - werd boek 2, dat hierna aan de orde zal komen, ingevoerd. In 1991 gebeurde dit voor boek 8 (verkeersmiddelen en vervoer). Per 1 januari 1992 zijn de boeken 3, 5 en 6 afgerond en van kracht geworden. In 2003 is boek 4 BW met betrekking tot het erfrecht ingevoerd. Verspreid over de jaren zijn onderdelen van boek 7 in werking getreden (bijzondere overeenkomsten). Anno 2013 bestaat het BW uit negen wetboeken:

Boek 1: Personen- en familierecht (ingevoerd in 1970).
Boek 2: Rechtspersonen (ingevoerd in 1976).
Boek 3: Vermogensrecht in het algemeen (ingevoerd in 1992).
Boek 4: Erfrecht (ingevoerd in 2003).
Boek 5: Zakelijke rechten (ingevoerd in 1992).
Boek 6: Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht (ingevoerd in 1992).
Boek 7: Bijzondere overeenkomsten (deels ingevoerd, verspreid over de jaren).
Boek 8: Verkeersmiddelen en vervoer (ingevoerd in 1991).
Boek 10: Internationaal privaatrecht (ingevoerd in 2012; in dit boek zijn regels opgenomen over bijvoorbeeld de vraag welk recht van toepassing is als je als Nederlander in het buitenland bij een auto-ongeval betrokken raakt).

De wetgever was eerst van plan ook nog een boek 9 in te voeren. Boek 9 BW zou moeten gaan over de rechten op voortbrengselen van de geest, zoals het auteursrecht en het octrooirecht. Dit boek is nog steeds niet ingevoerd en wordt dat vermoedelijk ook niet. Behalve in het BW kan men vermogensrecht ook aantreffen in een aantal andere, niet grote wetten die met betrekking tot een specifieke materie zijn uitgevaardigd. Voorbeelden zijn de Pachtwet, de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en de Colportagewet (een wet die consumenten beschermt tegen agressieve verkoopmethoden zoals bij telefonische verkopen of huis-aan-huisverkopen).

Wetten met betrekking tot het ondernemingsrecht

Het privaatrecht bestaat niet alleen uit het personen- en familierecht maar kent ook het ondernemingsrecht, het rechtsgebied dat- zoals het woord al zegt- alles regelt wat ondernemingen en bedrijven betreft. Het uitoefenen van een onderneming of bedrijf vindt vaak plaats in de vorm van een naamloze of een besloten vennootschap, soms via een coöperatie of een stichting. Veel activiteiten in club- of teamverband worden ontplooid door middel van een vereniging. De wettelijke bepalingen die op deze ondernemingsvormen betrekking hebben, worden tot het ondernemingsrecht gerekend; dit deel van het recht staat voor een groot deel opgetekend in boek 2 van het BW. Daarnaast behoort ook nog een aantal losse wetten tot dit rechtsgebied. Genoemd kunnen worden de Handelsnaamwet, de Handelsregisterwet en de Faillissementswet.

Traditioneel wordt het ondernemingsrecht tot het privaatrecht gerekend. Als vak heeft het ondernemingsrecht (dat men vroeger handelsrecht noemde) een zelfstandige ontwikkeling doorgemaakt. Omdat het ondernemingsrecht tot het privaatrecht wordt gerekend, kunnen we figuur 1.2 aldus aanvullen (zie figuur 1.3).

Volg HBO Rechten bij Hogeschool NTI

Wetten met betrekking tot het burgerlijk procesrecht

Heeft iemand een privaatrechtelijk geschil met een ander (Jelle vindt bijvoorbeeld dat Sanne hem schade heeft toegebracht die moet worden vergoed, maar Sanne ontkent dat Jelle door haar schade heeft geleden), dan moet die persoon naar de rechter stappen om zijn gelijk te krijgen. Op het terrein van het privaatrecht is er niet een derde (onafhankelijke persoon) die daarvoor in actie komt, dat moet de burger zelf doen. Naar de rechter gaan om een geschil te laten beslechten, noemen we procederen. De regels die op het voeren van juridische procedures op het terrein van het privaatrecht van toepassing zijn, worden tot het burgerlijk procesrecht gerekend en zijn voor een groot deel in het Wetboek voor burgerlijke rechtsvordering (Rv) aan te treffen. Het privaatrecht omvat dus in totaal (zie figuur 1.4):

Volg HBO Rechten bij Hogeschool NTI

Wetten met betrekking tot het strafrecht

Naast wetten op het terrein van het privaatrecht en het ondernemingsrecht kennen we wetten op het terrein van het strafrecht. Kenmerkend voor dit deel van het recht is dat de staat door middel van het Openbaar Ministerie (OM) actief optreedt om sancties (boete, gevangenisstraf en dergelijke) te eisen bij overtreding van de normen. Bij het privaatrecht is dit anders, zo zagen we hiervoor. Als een burger geen actie onderneemt om schadevergoeding te krijgen, zal de staat zich daar verder niet mee bemoeien, ook al zou die burger in zijn recht staan. Bij het strafrecht bezit de staat een monopo- liepositie. Alleen het OM kan tot vervolging van strafbare feiten overgaan, zo luidt de hoofdregel. De wettelijke bepalingen op het terrein van het strafrecht treft men aan in het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en een groot aantal andere losse wetten, zoals de Opiumwet, de Wet op de economische delicten en de Wet wapens en munitie. Het is goed er al hier op te wijzen dat het strafrecht en het privaatrecht (specifiek het vermogensrecht) op een bepaalde manier met elkaar verbonden kunnen zijn. Het voorbeeld om deze stelling te verduidelijken is een alledaagse, vervelende gebeurtenis: het plaatsvinden van een ongeval. Als Bob met zijn auto geen voorrang verleent en de auto van Marij total loss rijdt, begrijpt Bob dat hij de kosten (de schade) van Marij moet vergoeden. Deze kwestie heeft betrekking op het vermogensrecht. Zoals we later nog zullen zien, is Bobs foutieve handeling een onrechtmatige daad (hoofdstuk 4). Maar met het vergoeden van Marij's schade is Bob er nog niet. Hij zal ook met het strafrechtelijk apparaat in aanraking komen. Het niet-verlenen van voorrang is immers een strafrechtelijk delict waarop een sanctie zal volgen. Voor Bob zal dit inhouden dat hij ook nog een boete (aan de Staat) zal moeten betalen.


Illustratie 1.4. Geen bon ... Ik heb toch al zoveel schade! Toch mogelijk? 

Volg HBO Rechten bij Hogeschool NTI

Wetten met betrekking tot het staatsrecht

Wetten treft men ook aan op het terrein dat wordt samengevat onder de naam staatsrecht. Het staatsrecht regelt ruwweg gesproken de wijze waarop het Nederlandse staatsbestel wordt vormgegeven en de invloed die de burgers daarop kunnen uitoefenen. Op het terrein van het staatsrecht komen de Eerste en Tweede Kamer, de regering, verkiezingen en de totstandkoming van wetten aan de orde. Een zeer belangrijke wet op dit gebied is de Grondwet, waarin de basisregels van ons staatsbestel (een democratische rechtsstaat) staan opgesomd. In de Grondwet staat regelmatig dat de wetgever een bepaalde materie nader moet regelen bij de wet. De wetten die op grond van een dergelijke opdracht tot stand komen noemt men organieke wetten. Voorbeelden daarvan zijn de Wet op de Raad van State, de Kieswet en de Wet op de rechterlijke organisatie.

Wetten met betrekking tot het bestuursrecht

Ten slotte kunnen we ook wijzen op wetten die zich begeven op het terrein van het bestuursrecht. De voorafgaande rechtsgebieden hebben alle een 'kernwet' om het maar zo te noemen: het personen- en familierecht boek 1 BW, het vermogensrecht de boeken 3, 5 en 6 BW, het strafrecht de Wetboeken van Strafrecht en Strafvordering en het staatsrecht de Grondwet. Zo'n kernwet was er voor het bestuursrecht lange tijd niet. Vanaf 1 januari 1994 is echter de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op onderdelen in werking getreden. De Awb wordt ook wel genoemd als een voorbeeld van 'aanbouwwetgeving': de wet wordt in delen (tranches) ingevoerd en uitgewerkt. Vier tranches zijn inmiddels uitgevoerd, de laatste op 1 juli 2009. Daarna volgden nog enkele uitbreidingen.

Het bestuursrecht heeft betrekking op de mogelijkheden die de overheid heeft om regulerend op te treden ten aanzien van de maatschappij. Tot ver in de twintigste eeuw heeft de staat zich afzijdig gehouden van wat zich binnen de samenleving afspeelde. Met name na 1945 is er wat dat betreft veel veranderd. Op alle terreinen van de samenleving wenst de staat regelend op te treden, hoewel de laatste jaren weer een tegenovergestelde tendens valt waar te nemen. De toenemende staatsinterventie wordt ook wel karakteristiek aangeduid met de ontwikkeling van nachtwakersstaat naar socialeverzorgingsstaat. Als de overheid zich meer terugtrekt spreken we wel van privatisering en deregulering. Voorbeelden van bestuurswetten zijn, naast de Awb, de Onteigeningswet, de Wet ruimtelijke ordening, de Dranken Horecawet en de Wet milieubeheer.

Bij de laatste drie rechtsgebieden - strafrecht, staatsrecht en bestuursrechtzien we dat de staat en overheid steeds een belangrijke plaats innemen. Deze drie rechtsgebieden bevinden zich dan ook op het terrein van het publiekrecht. Het procesrecht dat aan deze rechtsgebieden verbonden is (dus de regels als de rechter in beeld komt) wordt eveneens tot het publiekrecht gerekend (zie figuur 1.5).

Volg HBO Rechten bij Hogeschool NTI

 Het voorafgaande is schematisch weergegeven in figuur 1.6

Volg HBO Rechten bij Hogeschool NTI


Vragen

Ben je benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Maak dan de onderstaande vragen. De antwoorden komen later in de proefles terug.

Casus: Lees onderstaand artikel uit het Parool:

Ruim 80 procent van boetes voor te hard rijden
27-06-15   08:31 uur  - Bron: ANP
Ruim vier op de vijf boetes wordt uitgeschreven vanwege te hard rijden. Vorig jaar kwam dat neer op meer dan 6,7 miljoen snelheidsovertredingen. Naast het overtreden van de maximumsnelheid zijn fout parkeren en het negeren van verkeerslichten de meest voorkomende uitgedeelde boetes. Dat blijkt uit cijfers die NU.nl van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) heeft ontvangen. In totaal werden er het afgelopen jaar meer dan 8,3 miljoen verkeersboetes uitgeschreven, zo'n 2 miljoen minder vergeleken met het voorgaande jaar.

Volgens het CJIB is die daling te verklaren door de vervanging van analoge flitspalen. Deze worden verwijderd of vervangen door mobiele radarapparatuur van de politie. De meeste verkeersovertreders wonen in Almere. Inwoners van achttien jaar of ouder krijgen daar minstens 2,5 verkeersboetes per persoon.

 Vraag 1-1 Gaat het in dit artikel om publiekrecht en/of privaatrecht?

  1. publiekrecht
  2. privaatrecht
  3. zowel publiekrecht als privaatrecht

 

Vraag 1-2 Welk rechtsgebied is van toepassing?

  1. vermogensrecht
  2. strafrecht
  3. bestuursrecht

Vraag 2 Leg het verschil uit tussen het ondernemingsrecht en het vermogensrecht. 


Ontdek onze nieuwe online leeromgeving

Sinds dit schooljaar zijn 9 van onze hbo-opleidingen overgegaan op een nieuwe online leeromgeving, waaronder de HBO Bachelor Pedagogiek. De nieuwe digitale leeromgeving biedt je niet alleen e-modules, maar ook interactieve webinars, kennisclips en MemoTrainers om de stof te oefenen.

De nieuwe online leeromgeving van NTI


Bekijk hier de antwoorden

Onderstaand kun je jouw antwoorden controleren.

Vraag 1-1: Publiekrecht: het gaat hier alleen om de relatie tussen overheid en burger.

Vraag 1-2: Verkeersovertredingen vallen onder de wet Mulder. Deze wet valt onder het bestuursrecht. 

Vraag 2-1: Ondernemingsrecht is het recht dat betrekking heeft op alle regels die verband houden met het uitoefenen van een bedrijf en activiteiten in club- en teamverband. Onder het vermogensrecht vallen alle op geld waardeerbare handelingen tussen burgers onderling waaraan juridische gevolgen verbonden zijn.


Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de opleiding HBO Bachelor Rechten dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze digitale leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus

Neem gerust contact met ons op, als je nog vragen hebt. Succes met het kiezen van je studie!

1 / 1