Proefles HBO Bachelor Toegepaste psychologie

Wat leuk dat je geïnteresseerd bent in HBO Bachelor Toegepaste psychologie van Hogeschool NTI. De opleiding is opgebouwd uit verschillende modules. We geven je met deze proefles een kijkje in twee modules van de opleiding:

     1. Module: Algemene psychologie (e-video)
     2. Module: Sociale psychologie (theorie + vragen)

Je start zo direct met een e-video. Daarna lees je een interessant stuk uit het boek Sociale psychologie. Na het lezen van de lesstof kun je jezelf testen door vragen te beantwoorden. Uiteraard krijg je de antwoorden later in de proefles. Heb je nog vragen? Neem gerust contact met ons op.

Succes en plezier met de proefles van HBO Bachelor Toegepaste psychologie!

HBO Studieadvies


Start proefles

De onderstaande e-video vertelt in het kort waar de module Algemene psychologie over gaat. Elke module die je volgt bij Hogeschool NTI begint met een e-video.

Kennisclip Psychologische therapieën


Theorie Sociale psychologie

Je gaat nu delen uit de paragraaf ‘De partnerrelatie’ lezen, afkomstig uit het boek Sociale psychologie - inzicht in sociale relaties.

5.3 De partnerrelatie

De meeste mensen verlangen op een bepaald moment naar een seksuele partner. Dat kan een partner voor de langere termijn zijn, het kan ook gaan om een partner voor de korte termijn, denk aan een one-night stand. In zijn algemeenheid geldt dat mannen meer behoefte hebben aan seksuele variatie dan vrouwen, en dus eerder en vaker onenight stands of andere kortetermijnaffaires zullen hebben dan vrouwen. Dit werd duidelijk geïllustreerd in het onderzoek beschreven in het kader 'Zin in seks?' De grotere behoefte van mannen aan seksuele variatie heeft volgens evolutionair psychologen te maken met de voortplanting (Buss, 1992). Een vrouw heeft maar één eicel nodig, en dus maar één sekspartner, voor een bevruchting. Pas negen maanden later heeft een nieuwe bevruchting zin. Omdat vrouwen bovendien, volgens evolutionair psychologen, graag willen dat hun partner bij haar blijft om voor haar en de kinderen te zorgen, bouwen vrouwen het liefste ook een emotionele band met een partner op. Mannen hebben daarentegen miljoenen zaadcellen waarmee ze dagelijks (in theorie) tientallen vrouwen kunnen bevruchten.
Dat zou volgens evolutionair psychologen verklaren waarom mannen eerder geneigd zijn seks te hebben met een ander, ook met sekspartners die ze niet goed kennen en voor wie ze weinig voelen. Op hormonaal niveau is het man-vrouwverschil in behoefte aan seksuele variatie terug te zien in de hogere niveaus van het hormoon testosteron die mannen in hun lichaam hebben: dit hormoon stimuleert, naast agressief gedrag, ook seksueel gedrag. Mannen hebben zelfs vijf maal zoveel van dit hormoon in hun lichaam dan vrouwen (Harris et al., 1996). Het zorgt ervoor dat mannen meer behoefte hebben aan seksuele variatie dan vrouwen en eerder geneigd zijn om vreemd te gaan (Booth & Dabbs, 1993).

Deze hormoonniveaus zijn echter niet statisch, maar afhankelijk van de omgeving waarin mensen verkeren. Zo daalt het testosteronniveau in het mannenlichaam - tot een bepaald minimumniveau – naar mate een relatie langer duurt (Burnham, Chapman & Gray, 2003) en als mannen vader worden. Het maakt mannen in die periodes trouwer en verzorgender (Fleming, Corter & Stallings, 2002). 

Alhoewel korte relaties en one-night stands mensen veel plezier en bevrediging kunnen geven, zoeken de meeste mensen op een gegeven moment toch naar een langetermijnpartner met wie ze hun leven kunnen delen en/of een gezin kunnen stichten. Dit komt mede door de behoefte aan hechting die ook volwassenen hebben en die ze op volwassen leeftijd projecteren op een partner (zie ook paragraaf 5.1.1). Gaven hun ouders hun als kind liefde en geborgenheid, als volwassene zoeken mensen dit bij een partner. Vooral mensen die in sterke mate afwijzend-vermijdend gehecht zijn, kunnen in mindere mate op zoek zijn naar een partner op de langere termijn. Vaker dan anderen hebben zij geen partnerrelatie of alleen kortdurende partnerrelaties.

Socialepsychologieleren

Onder mensen is dan ook monogamie de dominante relatievorm, zeker in de monogamie ontwikkelde wereld. Onder monogamie wordt verstaan dat mensen een seksuele relatie hebben met één persoon en deze seksueel trouw zijn. Levenslange monogamie komt echter steeds minder vaak voor. Uit Amerikaans onderzoek blijkt zelfs dat van de pas getrouwde vrouwen zo'n 74% de verwachting uitspreekt in de toekomst misschien wel te gaan scheiden (Campbell, Wright & Flores, 2012). In Nederland mondt momenteel zo'n 36% van de huwelijken uit in een echtscheiding (CBS, 2013c). In plaats van levenslange monogamie komen in de praktijk vaak varianten daarvan voor, zoals sociale monogamie. Dit is een vorm van monogamie waarbij mensen emotioneel trouw zijn aan de partner, maar niet per se seksueel. Wat exclusief is, is niet zozeer de seks maar de relatie: deze heeft men met maar één persoon (zie bijvoorbeeld Opie et al., 2013). Men kan dus sociaal monogaam zijn en tegelijkertijd overspel plegen. Een andere variant is seriële monogamie (zie bijvoorbeeld Jokela et al., 2010): mensen hebben gedurende hun leven verschillende monogame partnerrelaties, niet tegelijkertijd, maar na elkaar.

In een klein aantal culturen werkt het anders. Zo hebben in bepaalde Arabische landen mannen vaak meer, soms tientallen vrouwen en/ of minnaressen, een relatiepatroon dat polygamie wordt genoemd. Van polyandrie wordt gesproken als een vrouw openlijk meer mannelijke partners tegelijk heeft, een relatief zeldzame relatievorm die bijvoorbeeld kan voorkomen als er in een cultuur een (tijdelijk) overschot is aan mannen (Starkweather & Hames, 2012). Evolutionair psychologen verklaren de onbewuste voorkeur van mensen voor een monogame relatievorm uit het feit dat, in vergelijking met bijvoorbeeld andere zoogdieren, het menselijke nageslacht extreem hulpeloos wordt geboren. Kan een pasgeboren veulentje diezelfde dag nog staan, baby's doen daar ruim een jaar over. Naarmate nageslacht hulpelozer ter wereld komt, is de inzet van beide ouders meer nodig wil het kind overleven, en is dus paar-vorming vereist. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de psychologische processen die een rol spelen binnen partnerrelaties en die ervoor zorgen dat mensen bij elkaar blijven of juist uit elkaar gaan.

5.3.1 Zelf kiezen of gearrangeerd?

In de moderne westerse samenleving kiezen de meeste mensen uit liefde of verliefdheid voor een bepaalde partner (Barich & Bielby, 1997). Dit is echter lang niet altijd zo geweest. Ook in andere culturen is liefde niet altijd de belangrijkste reden om een bepaalde partner te kiezen. Mensen trouwen omdat dat economische zekerheid biedt (iemand is bijvoorbeeld een goede kostwinnaar) of om de band tussen twee families te versterken. In veel van deze gevallen worden huwelijken gearrangeerd. Dit komt vooral in Azië en de Arabische wereld nog veel voor: partners kennen elkaar vaak amper en het huwelijk wordt 'geregeld' door de familie. Westerlingen staat het idee van een gearrangeerd huwelijk vaak tegen. Toch zijn veel van dit soort huwelijk zeker niet liefdeloos, ook al worden ze niet gesloten uit liefde of verliefdheid (zie kader).

Sociaal psychologie vervolg

Een mogelijke verklaring voor het succes van een gearrangeerd huwelijk is dat mensen in een dergelijk huwelijk meer moeite doen om hun huwelijk tot een succes te maken. Er hangt vaak veel af van het huwelijk, zoals het contact tussen de verschillende families. Mensen die daarentegen trouwen uit verliefdheid, kunnen teleurgesteld raken als de verliefdheid voorbij is en hun partner toch niet die ideale man of vrouw blijkt als eerst gedacht. Bij partners die vrijwillig voor elkaar hebben gekozen, maakt de relatie vaak een aantal fasen door.

Fase 1. Kennismaking en 'klik'. In deze fase speelt aantrekkingskracht een belangrijke rol. Deze zorgt ervoor dat mensen besluiten het contact voort te zetten, waardoor er een relatie kan ontstaan.

Fase 2. Verliefdheid.
Verliefdheid is een sterk bindmiddel tussen partners. Het zorgt ervoor dat mensen voortdurend samen willen zijn en met elkaar willen vrijen. Volgens evolutionair psychologen heeft verliefdheid een belangrijke functie: het gevoel zet mensen ertoe aan om zich voort te planten met iemand die ze nog niet zo goed kennen en die geen familie is (Zeifman & Hazan,1997). Op het gevoel van verliefdheid wordt in paragraaf 6.3.1 dieper ingegaan.

Fase 3. Ontnuchtering.
Verliefdheid duurt maximaal twee jaar (Zeifman & Hazan, 2000). Verdwijnt de verliefdheid, dan bezien mensen hun partner met andere ogen: ze zien niet alleen meer diens positieve eigenschappen maar ook zijn of haar minder prettige kanten. Niet langer verliefd wordt er ook minder gevreeën. Sommige stellen gaan in deze fase uit elkaar. Nu de verliefdheid voorbij is, is er niet genoeg dat hen bindt.

Men zoekt een nieuwe partner om daarmee opnieuw fase 1 in te gaan.

Fase 4. Houden-van.
Met de afname van de verliefdheid neemt vaak het 'houden-van-gevoel' toe. Mensen zijn zich steeds meer aan hun partner gaan hechten, en dat kan zich doorzetten, ook al zijn ze niet langer meer zo verliefd.

In de houden-van-fase staat de seks niet zozeer in het teken van de passie en spanning, zoals in de verliefdheidsfase, maar in het teken van een voldaan gevoel en emotionele intimiteit. Volgens evolutionair psychologen heeft het houden-van-gevoel een belangrijke functie: het houdt mensen, ondanks tegenslagen, bij elkaar. Dit helpt hen niet alleen overleven (samen sta je sterker dan alleen), maar geeft ook de kinderen een betere bescherming (zie bijvoorbeeld Fisher, 2000). Op het gevoel van houden-van wordt in paragraaf 6.3.1 dieper ingegaan.

Fase 5. Kinderen krijgen prioriteit.
Zeker als er kinderen komen, krijgen partners minder tijd voor elkaar en wordt er minder gevreeën. Dit kan leiden tot emotionele verwijdering, conflicten, overspel en jaloezie. Het kan zijn dat partners besluiten uit elkaar te gaan. De kans is dan groot dat ze een nieuwe partner zoeken om daarmee weer aan fase 1 beginnen.

Fase 6. Samen door.
Mensen kunnen ook een leven lang bij elkaar blijven. In dat geval blijven ze bij elkaar tot de dood hen scheidt.

5.3.3 Relatiesucces en –problemen
Partners kunnen veel onderlinge problemen en verschillen kennen. Wat maakt dat ze toch bij elkaar blijven? Deels is dit de sterke hechting die in de loop der tijd tussen partners is ontstaan. Een theorie die ook helpt verklarenwaarom mensen bij elkaar blijven, is het investeringsmodel (Rusbult, Drigotas & Verette, 1994; zie figuur 5.6). Volgens het investeringsmodel bepalen drie factoren hoe gebonden mensen zich voelen aan de relatie met hun partner. De eerste factor is de mate van tevredenheid met de relatie, dat wil zeggen de mate waarin mensen van hun partner houden en positieve gevoelens ervaren over hun relatie. Hoe tevredener partners zijn met hun relatie, hoe meer ze zich gebonden voelen aan de relatie en hoe gemotiveerder ze zijn deze voort te zetten. Maar een hoge mate van tevredenheid is niet het enige dat ertoe doet. Een tweede bepalende factor is de omvang van de investeringen die men in de relatie heeft gedaan.
Partners zijn vaak op allerlei manieren aan elkaar verbonden door wederzijdse investeringen in de vorm van bijvoorbeeld een gezamenlijke hypotheek, gezamenlijke vrienden, kinderen, gedeelde herinneringen, de moeite die men in het verleden al heeft gedaan om de relatie te behouden, enzovoort. Hoe groter de investeringen die mensen al in hun relatie hebben gedaan, hoe groter de gebondenheid aan de relatie. De derde factor is de kwaliteit van de alternatieven: hoe positief lijken andere mogelijkheden dan de partnerrelatie, zoals het samenleven met een andere partner of een bestaan als alleenstaande?
Hoe hoger de kwaliteit van deze alternatieven, hoe minder mensen zich gebonden voelen aan de relatie. Mensen voelen zich dus het meest gebonden aan hun relatie als ze tevreden zijn, als ze veel investeringen hebben gedaan in hun relatie en als de kwaliteit van de alternatieven laag is.

Het inversteringsmodel
Figuur 5.6 Het investeringsmodel

Het investeringsmodel helpt begrijpen waarom stellen die al lange tijd bij elkaar zijn niet per se gelukkig hoeven te zijn met hun partner of relatie. Het zijn dan de investeringen en/of de lage kwaliteit van de alternatieven die hen bij elkaar houden. Het model helpt ook begrijpen waarom mensen bij een tijdelijke dip in tevredenheid niet meteen uit elkaar gaan. Er zijn andere zaken die hen samen houden. Is de tevredenheid tijdelijk of langdurig laag, dan kunnen grote investeringen in de relatie en een lage kwaliteit van alternatieven ervoor zorgen dat mensen toch bij hun partner blijven. Het kan de relatie helpen 'overleven' tot mensen zich wél weer tevreden voelen over hun relatie. Grote investeringen en/ of een lage kwaliteit van alternatieven kunnen er echter ook toe leiden dat mensen in een liefdeloos of zelfs gewelddadig huwelijk blijven zitten.

Ervaren mensen eenmaal een hoge gebondenheid aan hun relatie, dan ontstaat er vaak een vicieuze cirkel ten aanzien van de kwaliteit van alternatieven: men sluit zich vaak af voor aantrekkelijke alternatieven. Een andere aantrekkelijke persoon die interesse toont, wordt bijvoorbeeld gedevalueerd ('Ze ziet er wel mooi uit maar ze is heel saai'). Hierdoor lijken de eigen partner en relatie de beste, waardoor de gebondenheid aan de relatie nog sterker wordt.

Naast het devalueren van alternatieve partners houden partners er bovendien vaak positieve illusies zeer rooskleurige beelden op na over hun partner. Ze vinden deze bijvoor beeld veel aantrekkelijker en leuker dan de partner zichzelf vindt of dan anderen deze partner vinden (zie bijvoorbeeld Barelds & Dijkstra, 2011). Dit soort rooskleurige beelden over de partner worden wel positieve illusies genoemd. Positieve illusies zorgen ervoor dat mensen het idee hebben sterk met hun partner te hebben geboft, waardoor men weinig oog heeft voor alternatieven en waardoor men tevreden blijft.

Ook in partnerrelaties tenslotte speelt de balans tussen 'geven' en 'nemen' een rol. Maar door de grote gebondenheid tussen partners ligt dit wat anders dan bij vriendschappen. Doordat mensen zich vaak sterk identificeren met hun partner, is 'geven' niet alleen iets wat de partner ten goede komt, maar ook het zelf. Door hun partner gelukkig te maken, maken mensen zichzelf gelukkig (Aron, Aron & Smollan, 1992). Desondanks geldt ook voor partnerrelaties dat partners in relaties waar 'geven' en 'nemen' in balans zijn, het tevredenst zijn over hun relatie, meer dan partners die het gevoel hebben meer te 'nemen' of meer te 'geven' (Buunk & Van Yperen, 1991).

Relaties waarin 'geven' en 'nemen' uit balans zijn, kennen vaak meer problemen, zoals ruzies en overspel (Prins, Buunk & Van Yperen, 1992). Maar hoe groot de gebondenheid ook, en hoe evenwichtig ook de relatie in termen van 'geven' en 'nemen', praktisch elk stel krijgt vroeg oflaat te maken met grote of kleine relatieproblemen. Eén van de redenen daarvan zijn verschillen in persoonlijkheid en voorkeuren. Ook al zoeken mensen onbewust vaak een partner uit die op hen lijkt, er zullen altijd gebieden zijn waarop partners het oneens zijn en waarover ze een compromis zullen moeten sluiten.

Veel relatieproblemen komen daarbij niet zozeer voort uit inhoudelijke verschillen, maar uit de manier waarop mensen zich hierover in de communicatie opstellen. Mensen luisteren niet goed naar elkaar, kunnen hun gevoelens slecht verwoorden, voelen zich slecht door elkaar begrepen, zijn niet bereid een compromis te sluiten, hangen sterk aan het behalen van hun gelijk, schreeuwen of schelden tijdens de communicatie of hebben moeite om 'sorry' te zeggen. Mensen kunnen elkaar daarmee onbedoeld kwetsen en onderlinge verschillen kunnen dan zorgen voor emotionele verwijdering en verwijten. Een van de beruchtste problemen in de communicatie tussen partners is het zogenoemde aandringen-en-terugtrekken-patroon (zie bijvoorbeeld Heavey, Christensen & Malamuth, 1995). Dit betreft de situatie dat partner A iets gedaan wil hebben van partner B, maar partner B daar weinig zin in heeft (zie kader).

Casus Het aandringen en terugtrekken patroon

Het voorbeeld in het kader illustreert wat er kan gebeuren als partner A iets wil maar partner B niet: naarmate partner A meer aandringt, trekt partner B zich verder terug. Dit frustreert partner A, waardoor deze nog meer gaat aandringen, waardoor partner B zich nog meer terugtrekt, enzovoort.

HBO bachelor tp

Het aandringen-en-terugtrekken-patroon ontstaat vaak in de communicatie over het huishouden, waarbij de vrouw degene is die aandringt en de man degene die zich terugtrekt. Het patroon gaat vaak gepaard met onvrede over de partnerrelatie en kan op termijn bijdragen aan een relatiebreuk Professionals die te maken krijgen met stellen die veel in dit communicatiepatroon vervallen, kunnen het best partners helpen met het maken van duidelijke afspraken. Wie doet wat, wanneer en hoe, bijvoorbeeld in het huishouden? Beide partners moeten daarin een compromis sluiten als hun meningen hierover uiteenlopen. Zijn er eenmaal afspraken waar beide partners achter staan, dan voorkomt dat dat er steeds weer opnieuw onderhandeld moet worden over (en aangedrongen op) een bepaalde klus.

Soms zijn er zoveel conflicten of is de emotionele verwijdering zo groot dat partners besluiten om uit elkaar te gaan. Mensen denken vaak dat ze van een scheiding gelukkiger worden. Maar dat is niet per se altijd het geval. Amerikaanse psychologen volgden vijf jaar lang een paar honderd stellen waarvan één of beide partners ongelukkig was in de relatie (Waite, Luo & Lewin, 2009). In de loop der jaren gingen sommige stellen uit elkaar, anderen besloten, ondanks de problemen, bij elkaar te blijven. Het onderzoek toonde aan dat de mensen die besloten hadden te scheiden, vijf jaar daarna niet gelukkiger waren dan de mensen die hadden besloten de relatie voort te zetten. Zelfs als gescheiden mensen een nieuwe liefde hadden gevonden, waren ze vaak niet gelukkiger dan partners die bij elkaar waren gebleven. De onderzoekers verklaren dit door erop te wijzen dat veel relatieproblemen of -crises tijdelijk van aard zijn.

Een van beide partners is bijvoorbeeld depressief, gaat vreemd of heeft het te druk met zijn werk. Veel van deze problemen zijn tijdelijk en gaan weer over. Bovendien leren mensen in de loop der jaren beter met hun eigen problemen en die van hun partner omgaan. Is iemand bijvoorbeeld in eerste instantie ontevreden dat zijn of haar partner zoveel werkt, in de loop der jaren kan iemand besluiten om meer tijd te steken in hobby's of vrienden en wordt de lange werkweek van de partner niet langer gezien als een groot probleem. Nu is het ook niet zo dat alle relatieproblemen wel weer overgaan. Vooral als de verschillen in persoonlijkheid tussen partners erg groot zijn en mensen niet in staat zijn deze verschillen te overbruggen met een goede communicatie, zullen relatieproblemen blijven bestaan. Zoals gesteld in paragraaf 2.2.3 is de persoonlijkheid op volwassen leeftijd lastig te veranderen: partners moeten elkaar nemen zoals ze zijn. Lukt dat maar niet, dan is de kans op een scheiding groot. Gaan mensen uiteindelijk uit elkaar, dan is een van de meest genoemde redenen die exen geven voor hun scheiding dan ook 'botsende karakters' (CBS, 2003).


Vragen

Ben je benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Maak dan de onderstaande vragen. De antwoorden komen later in de proefles terug.

Introductie
Waarom stranden veel relaties terwijl anderen er wel in slagen lang bij elkaar te blijven én gelukkig te zijn samen? Het investeringsmodel probeert dit te verklaren. Volgens dit model wordt de duur van een relatie bepaald door de gebondenheid aan de relatie. Drie factoren bepalen deze gebondenheid:

  1. Tevredenheid met de relatie
  2. Omvang van de investeringen in de relatie
  3. Kwaliteit van de alternatieven

Casus:
Kees en Frieda zijn sinds 8 jaar bij elkaar en ervaren een grote verbondenheid met elkaar. Frieda werkt als ambtenaar bij de gemeente waar ze met veel mannelijke collega’s intensief samenwerkt. Hoewel enkele collega’s zeker aantrekkelijk zijn, peinst ze er niet over om met hen een relatie te beginnen. De meeste van haar collega’s zijn óf totaal niet sportief of hebben andere interesses. Kees voelt zich tevens erg tevreden in deze relatie. Hij boft toch maar met zo’n mooie en intelligente vriendin. Frieda lacht hier altijd om; zo kijkt ze helemaal niet tegen zichzelf aan.

Vraag 1 Op welke manier(en) zorgen Kees en Frieda ervoor dat hun verbondenheid hoog blijft?

A. Emotionele investeringen
B. Devaluatie van alternatieven
C. Positieve illusies
D. Investeringen veranderen

Vraag 2 Het principe van de balans in geven en nemen blijkt voor liefdesrelaties helemaal niet van belang te zijn. Partners halen er ook voldoende voldoening uit om alleen te geven en niet te nemen in een relatie.

Deze bewering is:
A. Juist
B.Onjuist

Wanneer de relatieontevredenheid erg groot is, kun je het beste scheiden. Na een scheiding is de kans op gelukkig zijn immers groter dan wanneer je in de relatie blijft. 

Deze bewering is:
A. Juist 
B. Onjuist


Ontdek onze nieuwe online leeromgeving

Sinds dit schooljaar zijn 9 van onze hbo-opleidingen overgegaan op een nieuwe online leeromgeving, waaronder HBO Toegepaste psychologie. De nieuwe digitale leeromgeving biedt je niet alleen e-modules, maar ook interactieve webinars, kennisclips en MemoTrainers om de stof te oefenen.

De nieuwe online leeromgeving van NTI


Bekijk hier de antwoorden

Onderstaand kun je jouw antwoorden controleren.

Vraag 1 Juiste antwoord:
B en C. In de casus laten Kees en Frieda de devaluatie van alternatieven en positieve illusies zien. Frieda devalueert de alternatieven. Haar mannelijke collega’s zijn immers wel aantrekkelijk, maar ze ziet vooral ook veel minpunten bij hen. Kees laat positieve illusies zien: hij heeft een zeer rooskleuriger beeld van Frieda. Voor meer informatie zie pagina 199-200 (Dijkstra, 2014)

Vraag 2 Juiste antwoorden:
B.Onjuist. De balans tussen geven en nemen is belangrijk in iedere relatie. Het klopt dat dit in liefdesrelaties anders ligt dan in andere relaties. Wanneer jij je partner ‘geeft’, heb je hier immers zelf ook profijt van. Desondanks is ook voor liefdesrelaties deze balans belangrijk. Relaties waarin geven en nemen uit balans is, worden vaker gekenmerkt door ruzies en overspel (Prins, Buunk & Van Yperen, 1992). Voor meer informatie zie pagina 200 (Dijkstra, 2014). 
B.Onjuist. Onderzoek (Waite, Luo & Lewin, 2009) laat zien dat mensen die zijn gescheiden na vijf jaar niet perse gelukkiger zijn dan mensen die niet zijn gescheiden. De onderzoekers denken dat dit komt doordat de relatieproblemen vaak tijdelijk zijn, waardoor het ongelukkige gevoel kan verminderen bij mensen die in een relatie blijven. Voor meer informatie zie pagina 202 (Dijkstra, 2014)


Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de opleiding HBO Bachelor Toegepaste psychologie dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze digitale leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus

Neem gerust contact met ons op, als je nog vragen hebt. Succes met het kiezen van je studie!


1 / 1