Indonesisch voor beginners

Proefles: cursus Indonesisch voor beginners

Leuk dat je een proefles hebt aangevraagd! Met deze proefles krijg je een indruk van de cursus Indonesisch voor beginners. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kunt ook vragen maken en deze zelf nakijken. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Succes en veel plezier met de proefles.

Student aan het woord

"De combinatie van zelfstudie en praktijk werkt voor mij echt heel goed.
Ik kan het prima inplannen naast m'n werk en gezin. Dat is voor mij toch wel heel belangrijk!"


Keluarga Pardede - De familie Pardede

In deze proefles staat het onderwerp familie centraal. We beginnen eerst met een stukje grammatica. Veel plezier!Indonesisch leren

Voornaamwoorden

Persoonlijk voornaamwoord
saya - ik
kami - wij

Vragend voornaamwoord
siapa? - wie?

Bezittelijke voornaamwoorden
... saya - mijn ...
... kami - ons/onze ...
... siapa - wiens ...

Het bezittelijke voornaamwoord komt na het zelfstandig naamwoord.

Saya betekent ik maar als saya achter een woord staat, betekent het mijn ...

Saya Ratna. - Ik ben Ratna.
Nama saya Ratna. - Mijn naam is Ratna.


Dit is ook het geval met kami: kami is zowel wij, als onze of ons.

Kami suka musik. - Wij houden van muziek.
Rumah kami kecil. - Ons huis is klein.

Siapa betekent wie, maar als siapa achter een woord staat, betekent het wiens, van wie.

Siapa ini? - Wie is dit?
Kamar siapa ini? - Wiens kamer is dit?

Dus:
Indonesisch taal voor beginners


A. Siapa ini?

Siapa ini? - Wie is dit?
Siapa itu? - Wie is dat?

1. Siapa ini?

Ini ibu. - Dit is mijn moeder
Siapa itu? - Wie is dat?
Ini Budi. - Dit is Budi.
Saya Ratna. - Ik ben Ratna

2. Keluarga Pardede

Nama saya Ratna.
Ibu saya nyonya Pardede.
Bapak saya tuan Pardede.
Budi adik saya.
Ini rumah saya.
Rumah kami kecil.
Ini kamar saya dan itu kamar Budi.
Budi suka musik.

De familieverwantschap

Keluarga betekent zowel gezin als familie. In de moderne betekenis van het woord duidt het een gezin aan, dat bestaat uit een vader, moeder en de kinderen.

In traditioneel context duidt het een grotere familiekring aan, waarin ook tantes, ooms, neven, nichten, opa en oma een plaats vinden.

ibu - moeder
bapak - vader
ibu bapak - vader en moeder, ouders
orang tua - ouders
anak - kind
anak-anak - kinderen
adik - jongere broer of zus
kakak - oudere broer of zus

Een ander woord voor vader is ayah.

De familie Pardede bestaat uit:

Ibu - moeder
Nyonya Parpede - mevrouw
Bapak - vader
Tuan Parpede - meneer
Anak perempuan - meisje
Ratna
Anak laki-laki - jongen
Budi

Siapa nama ibu? Nyonya Pardede. - Hoe heet moeder? Mevrouw Pardede.
Siapa na ma ba pak? Tuan Pardede. - Hoe heet vader? Meneer Pardede.
Siapa nama anak perempuan? - Hoe heet het meisje? Ratna.
Ratna.
Siapa nama anak laki-laki? Budi. - Hoe heet de jongen? Budi.

Man of vrouw; jongen of meisje

De woorden orang, anak, adik, kakak zijn neutraal. Uit die woorden is niet op te maken of het om een mannelijk of een vrouwelijk persoon gaat.
Die bepaling wordt eraan toegevoegd, bijvoorbeeld:

anak - kind
anak laki-laki - jongen
anak perempuan - meisje
orang - persoon, mens
orang laki-laki - man
orang perempuan - vrouw
adik laki-laki jongere - broer
adik perempuan - jongere zus

Een ander woord voor vrouwelijk en mannelijk (alleen gebruikt, als het om volwassen personen gaat):
vrouwelijk: wanita
mannelijk: pria

De afkortingen gebruikt voor verwantschapsnamen zijn:

bapak - pak
ibu - bu
kakak - kak
adik - dik

Ini buku siapa, bu? - Van wie is dit boek, moeder?
Dit boek wiens moeder

Een deftig woord voor:

zoon - putra
dochter - putri

Bij het vragen naar iemands kinderen gebruikt u putera, puteri. Bij het noemen van uw eigen kinderen is anak correcter.

Aka

Aku is een ander woord voor saya.

Het wordt alleen in familiekring of intieme sfeer gebruikt.
Als bezittelijk voornaamwoord wordt het afgekort tot -ku:

Ibuku - mijn moeder
namaku - mijn naam

-ku wordt aan het voorafgaande woord geschreven.

Suka = houden van, iets graag doen, iets graag nuttigen, iemand aardig vinden, iets leuk vinden, iets lekker vinden.

Saya suka musik pop. - Saya suka jalan-jalan.
Saya suka sate ayam. - Saya suka Budi.

Uitspraak

1. Uitspraak en klemtoon
Bij de uitspraak van de volgende woorden gelden de volgende uitspraakregels.
De twee laatste lettergrepen van negeri worden kort uitgesproken, dus ne-gri, terwijl de e een zachteeis (de Nederlandse e van geluk). De -k op het eind van een woord (of van een lettergreep) klinkt ingehouden. De lettergreep -sia klinkt als sja.

De klemtoon is als volgt:

  • Als een woord drie of meer lettergrepen heeft, dan valt de klemtoon op de voorlaatste lettergreep.
  • Als een woord uit twee lettergrepen bestaat én een korte en een lange lettergreep heeft, dan valt de klemtoon op de lange lettergreep.
  • Als een woord uit twee gelijke lettergrepen bestaat, dan kan de klemtoon op de eerste, soms ook wel op de tweede vallen.
  • Wordt in het Nederlands een klemtoon op het verkeerde woorddeel gelegd, dan kan dat een heel andere betekenis aan het woord geven, bijvoorbeeld: minister cf. minister. Dat is niet het geval in het Indonesisch.

3

Uitspraakoefening

Let op de vraagtoon, de lichte adempauze (de schuine streep!) tussen de zinsdelen, en de klemtoon die op de voorlaatste lettergreep valt, ook bij woorden in een woordgroep zoals karnar mandi.

4

Oefen deze dialogen met een ander persoon

Ratna: Budi! Ini buku siapa?
Budi: Itu buku saya. Itu buku bahasa Belanda.
Ratna: Wah! Budi mau ke negeri Belanda?


Oefeningen

Benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Maak dan de onderstaande oefeningen en opdrachten.

Vertaal de onderstaande woorden

indonesisch leren


Vul in met de woorden die tussen haakjes staan
Siapa itu? - Itu ... saya (ibu, adik, keluarga).
Apa itu? - ltu ... Budi (radio, kamar, telepon, nornor telepon).


Vertaal de onderstaande zinnen

  • Dit is onze vader.
  • Mijn broertje is klein.
  • Wie is die man?
  • Wiens telefoonnummer is dit?
  • Dit is de radio van mijn broertje
  • Dat is het kantoor van mijn moeder.
  • Dat is de winkel van mijn zus.
  • Wiens boek is dit? (Van wie is dit boek?)
  • Wiens huis is dat?

Beschrijf een foto van uw gezin of familie

Bijvoorbeeld: 
Dit is mijn moeder. 
Dit is niet (bukan!) mijn zusje. 
Dit is mijn familie. 
Wij zijn geen (bukan!) Belgen, wij zijn Nederlanders.


Oefen de volgende gesprekken met een ander persoon

> lni rumah kami.
< ni karnar duduk?
>Ya, ini karnar duduk.
< Karnar ini besar.
> Ya, (betul), tetapi karnar rnakan kecil.

> Karnar siapa in i?
< lni karnar saya.

> ltu pintu?
< Ya, itu pintu karnar mand i.

> Foto siapa itu?
< ltu saya dan Tono, putera dosen bahasa. Saya belajar bahasa lndonesia.

5.1


woorden in indonesisch

Indonesisch leren


Hoe studeer je bij het NTI?

Dankzij het nieuwe studeren bepaal je zelf waar en wanneer je studeert. Het nieuwe studeren is de ideale combinatie tussen online en klassikaal onderwijs. De onderstaande video laat je het nieuwe studeren zien.


Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de cursus Indonesisch voor beginners dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze digitale leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus

Neem gerust contact met ons op, als je nog vragen hebt. Succes met het kiezen van je cursus!

1 / 1