Proefles: Italiaans voor beginners

Leer de taal van de liefde spreken

Met deze proefles krijg je een indruk van de taalcursus Italiaans voor beginners van het NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

Italiaans voor beginners

Uitspraak overzicht

Dit uitspraakoverzicht dient ter verklaring van de uitspraakaanduiding van de Italiaanse woorden. Het is dus niet de bedoeling dat u dit uit het hoofd leert.

De uitspraakaanduiding die in rood is gedrukt, beoogt een zo goed mogelijke benadering van de juiste uitspraak. Laten we beginnen met de uitspraak van de klinkers: a, e, i, o, u.

In het algemeen worden beklemtoonde klinkers in een zogenoemde ‘open’ lettergreep bij het uitspreken langer aangehouden dan in een ‘gesloten’ lettergreep.
Als een klinker de klemtoon krijgt, dan geven we dat aan door de klankaanduidding vet te drukken. Als een klinker langer moet worden uitgesproken, dan geven we dat aan door er een dubbele punt achter te zetten, bijvoorbeeld:
(lie:broo)

De a wordt maar op één manier uitgesproken. De overige klinkers kunnen op verschillende manieren worden uitgesproken, waarvan we hier voorbeelden geven. 

Klinker:

Klank:

Uitspraakaanduiding:

Voorbeeld:

a

als in vader

aa

albero – boom
(aalbeeroo)

e

als in bed

e

fratello – broer
(fraatelloo)

 

als in been

ee

camera – kamer
(kaa:meeraa)

 

ongeveer als in kip

i

sole – zon
(soo:li)

i

als in lied

ie

signore – meneer
(sjienjoo:ri)

 

als: j

j

bianco – wit
(bjaankoo)

o

als in kort

o

porta – deur
(portaa)

 

als in boot

oo

sorella – zus
(soorellaa)

u

als in roem

oe

un – een
(oen)

 

als w na g en q

w

guardare – kijken naar
(gwaardaa:ri)
quattro – vier
(kwaattroo)

c

als k voor:

a, o, u en medeklinkers

k

cappello – hoed
(kaappelloo)
come – zoals
(koo:mi)
cugino – neef
(koedzjie:noo)
classe – klas
(klaassi)

 

als tsj

voor e en i

tsj

cento – honderd
(tsjentoo)
cinque – vijf
(tsjienkwi)

g

als in het Duitse gut voor a, o, u en medeklinkers

g

gamba – been
(gaambaa)
gola – keel
(goo:laa)
gusto – smaak
(goestoo)
grotta – grot
(grottaa)

 

als dzj voor e en i

dzj

gelato – ijs
(dzjeelaa:too)
cugino – neef
(koedzjie:noo)

 

gl

als: lj

lj

figlio -  zoon
(fie:lioo)

gn

als: nj

nj

bagno – bad
(baanjoo)

s

als: s

s

sole
(soo:li)

 

als: z

z

sbaglio – fout
(zbaa:lioo)

sc

als sj voor e en i

sj

scena – scene
(sje: naa)
scimmia – aap
(sjiemmieaa)

 

als sk voor a, o en u

sk

scala – trap
(skaa:laa)
scolaro – scholier
(skoolaa:roo)
scuola – school
(skoeo:laa)

qu

als: kw

kw

quattro – vier
(kwaattroo)

z

als: dz

dz

zero – nul
(dzee:roo)

 

als: ts

ts

zio – oom
(sie:oo)

Waar u verder bij de uitspraak op moet letten:
De ‘h’ wordt niet uitgesproken, maar deze letter regelt wel de uitspraak van de ‘c’, en de ‘g’ die ervoor staan.

Bijvoorbeeld:
Cento                                 (tsjentoo)          honderd 
Chilo                                  (kie:loo)          kilo

Als de ‘h’ in chilo er niet zou staan, dan zou in dit woord de ‘c’ moeten worden uitgesproken als tsj, en dat is niet de bedoeling.
Pago                                   (paa:goo)          ik betaal
Paghi                                  (paa:gie)           jij betaalt

Als de ‘h’ in paghi er niet zou staan, dan zou in dit woord de ‘g’ moeten worden uitgesproken als dzj, en dat is niet de bedoeling.

Die ‘h’ staat er in deze woorden dus alleen maar om ervoor te zorgen dat de ‘c’ wordt uitgesproken als ‘k’ en dat de ‘g’ wordt uitgesproken als ‘g’.

Maar ook het “omgekeerde” kan zich voordoen, namelijk dat een c “dreigt” te worden uitgesproken als ‘k’ en een ‘g’ als ‘g’, terwijl dat niet de bedoeling is.
In die gevallen staat er een ‘i’ achter de ‘c’ en de ‘g’. Ter vergelijking:
Come                                 (koo:mi)                       zoals
Cioccolato                          (tsjookkoolaa:too)        chocolade

Gola                                    (goo:loo)                       keel
Giorno                                (dzjoornoo)                      dag

Deze “tussengevoegde” i wordt in feite niet uitgesproken. Dat blijkt ook uit de spraakaanduiding, waarbij dzj staat voor de ‘gi’, en oo voor de ‘o’.

De ‘v’ wordt in het Italiaans uitgesproken als een klank die tussen de uitspraak van onze ‘v’ en ‘w’ in ligt.

De ‘b’, ‘d’, ‘f’, ‘l’, ‘m’, ‘n’, ‘p’ en ‘t’ worden in het Italiaans net zo uitgesproken als in het Nederlands.

Een dubbele medeklinker wordt in het Italiaans ook duidelijk “dubbel” uitgesproken. Dit wordt bereikt door de uitspraak van de medeklinker meer te benadrukken. In bijvoorbeeld:

Fratello                              (fraatelloo)               broer

Wordt ‘ll’ dus duidelijk als dubbel-l uitgesproken.

Als de uitspraak van een woord door het volgen van de regels zeer “onlogisch” zou worden of een onuitspraakbare klank zou opleveren, dan wordt de uitspraak daarbij aangepast. In de lessen wordt in ieder geval bij elk woord steeds de juiste uitspraak vermeld.

Dit is les 1 van uw cursus Italiaans voor beginners.

Om te beginnen een paar italiaanse woorden.

libro
(lie:broo)

ragazzo
(raagaattsoo)

giardino
(dzjaardie:noo)

fratello
(fraatelloo)

padre
(paa:dri)

signore
(sienjoo:ri) 

We herhalen nu deze woorden, maar dan met de Nederlandse betekenis erbij. Zegt u de Italiaanse woorden na: 

libro
(lie:broo)

boek

ragazzo
(raagaattsoo)

jongen

giardino
(dzjaardie:noo)

tuin

fratello
(fraatelloo)

broer

padre
(paa:dri)

vader

signore
(sienjoo:ri)

meneer

Het Nederlandse onbepaalde lidwoord ‘een’, zoals in ‘een jongen’, is voor deze mannelijke woorden in het Italiaans un (oen).

Zegt u het een een paar keer na:

un
(oen)

un
(oen)

un
(oen)

Nu geven de Italiaanse woorden nogmaals, maar dan met un ervoor: 

un libro
(oen lie:broo)

un libro
(oen lie:broo)

un ragazzo
(oen raagaattsoo)

un ragazzo
(oen raagaattsoo)

un giardino
(oen dzjaardie:noo)

un giardino
(oen dzjaardie:noo)

un fratello
(oen fraatelloo)

un fratello
(oen fraatelloo)

un padre
(oen paa:dri)

un padre
(oen paa:dri)

un signore
(oen sienjoo:ri)

un signore
(oen sienjoo:ri)

 

Nu nog eens maar dan met de Nederlandse betekenis erbij.

een boek

un libro
(oen lie:broo)

un libro
(oen lie:broo)

een jongen

un ragazzo
(oen raagaattsoo)

un ragazzo
(oen raagaattsoo)

een tuin

un giardino
(oen dzjaardie:noo)

un giardino
(oen dzjaardie:noo)

een broer

un fratello
(oen fraatelloo)

un fratello
(oen fraatelloo)

een vader

un padre
(oen paa:dri)

un padre
(oen paa:dri)

een meneer

un signore
(oen sienjoo:ri)

un signore
(oen sienjoo:ri)

We gaan deze woorden nu toepassen.

Eerst komt het Nederlandse woord. U zegt dan dit woord in het Italiaans, luid en duidelijk. Om te zien of u hetgoed had, volgt dan het juiste Italiaanse woord en de uitspraak.

Even een voorbeeld
Eerst komt:                       een vader
U zegt dan:                        un padre (oen paa:dri)
Daarna komt ter controle het woord in het Italiaans:    un padre (oen paa:dri)

Nemen we de proef op de som. Spreek de woorden duidelijk uit.

een broer

un fratello
(oen fraatelloo)

een meneer

un signore
(oen sienjoo:ri)

een tuin

un giardino
(oen dzjaardie:noo)

een vader

un padre
(oen paa:dri)

een boek

un libro
(oen lie:broo)

een jongen

un ragazzo
(oen raagaattsoo)

Het Nederlandse bepaalde lidwoord (‘de’ of ‘het’) wordt voor deze mannelijke woorden in het Italiaans weergegeven door il (iel).

Het Nederlandse ‘hier is’ of ‘daar is’ wordt in het Italiaans weergegeven door ecco (ekkoo). Laten we dit woord eens oefenen: 

ecco
(ekkoo)

ecco
(ekkoo)

ecco
(ekkoo)

Als we dit woord gaan toepassen, bijvoorbeeld in de zin:

Hier is de meneer.
Dan zegt u:                        Ecco il signore. (ekkoo iel sienjoo:ri)
Ter controle volgt:            Ecco il signore. (ekkoo iel sienjoo:ri)

Laten we dit gaan oefenen. 

Hier is de jongen.

Ecco il ragazzo
(ekkoo iel raagaattsoo)

Hier is het boek.

Ecco il libro
(ekkoo iel lie:broo)

Hier is de vader.

Ecco il signore
(ekkoo iel sienjoo:ri)

Hier is de broer.

Ecco il fratello
(ekkoo iel fraatelloo)

Hier is de tuin

Ecco il giardino
(ekkoo iel dzjaardie:noo)

We gaan er nu enkele woorden bij leren. Zegt u ze na. 

tavola
(taa:voolaa)

tavola
(taa:voolaa)

tafel

pizza
(piettsaa)

pizza
(piettsaa)

pizza

signora
(sienjoo:raa)

signora
(sienjoo:raa)

mevrouw

casa
(kaa:saa)

casa
(kaa:saa)

huis

sorella
(soorellaa)

sorella
(soorellaa)

zus

camera
(kaa:meeraa)

camera
(kaa:meeraa)

kamer

famiglia
(faamie:ljaa)

famiglia
(faamie:ljaa)

familie

televisione
(teeleeviezieoo:ni)

televisione
(teeleeviezieoo:ni)

televisie

madre
(maa:dri)

madre
(maa:dri)

moeder

Het Nederlandse onbepaalde lidwoord ‘een’ wordt voor deze vrouwlijke worden in het Italiaans una (oe:naa). Zegt u dit woordje eens na. 

una

(oe:naa)

una

(oe:naa)

una

(oe:naa)

een tafel

una tavola
(oe:naa taa:voolaa)

una tavola
(oe:naa taa:voolaa)

een pizza

una pizza
(oe:naa piettsaa)

una pizza
(oe:naa piettsaa)

een mevrouw

una signora
(oe:naa sienjoo:raa)

una signora
(oe:naa sienjoo:raa)

een huis

una casa
(oe:naa kaa:saa)

una casa
(oe:naa kaa:saa)

een zus

una sorella
(oe:naa soorellaa)

una sorella
(oe:naa soorellaa)

een kamer

una camera
(oe:naa kaa:meeraa)

una camera
(oe:naa kaa:meeraa)

een familie

una famiglia
(oe:naa faamie:ljaa)

una famiglia
(oe:naa faamie:ljaa)

een televisie

una televisione
(oe:naa teeleeviezieoo:ni)

una televisione
(oe:naa teeleeviezieoo:ni)

een moeder

una madre
(oe:naa maa:dri)

una madre
(oe:naa maa:dri)

Het Nederlandse bepaalde lidwoord (‘de’ of ‘het’) wordt in het Italiaans vrouwelijk weergegeven door la (laa). 

Laten we dit woordje enkele malen oefenen.

la
(laa)

..

la
(laa)

la
(laa)

We gaan dit woordje meteen toepassen.
U krijgt:                             de tafel
U zegt:                               la tavola (laa taa:voolaa)

Ter controle volgt:            la tavola (laa taa:voolaa)

Hier komt de oefening. 

een pizza

la pizza
(laa piettsaa)

een mevrouw

la signora
(laa sienjoo:raa)

een huis

la casa
(laa kaa:saa)

een zus

la sorella
(laa soorellaa)

een kamer

la camera
(laa kaa:meeraa)

een familie

la famiglia
(laa faamie:ljaa)

een televisie

la televisione
(laa teeleeviezieoo:ni)

een moeder

la madre
(laa maa:dri)

Nu gaan we op de bekende manier oefenen met ecco (ekkoo).

Hier is de tafel.

Ecco la tavola.
(ekkoo laa maa:dri)

Hier is de pizza.

Ecco la pizza.
(laa piettsaa)

Hier is de mevrouw.

Ecco la signora.
(laa sienjoo:raa)

Hier is het huis.

...

Ecco la casa.
(laa kaa:saa)

Hier is de zus.

Ecco la sorella.
(laa soorellaa)

Hier is de kamer.

Ecco la camera.
(laa kaa:meeraa)

Hier is de familie.

Ecco la famiglia.
(laa faamie:ljaa)

Hier is de televisie.

Ecco la televisione.
(laa teeleeviezieoo:ni)

Hier is de moeder.

Ecco la madre.
(laa maa:dri)

Hier volgen enkele Italiaanse werkwoorden. Zegt u ze maar na.  

lavorare
(laavooraa:ri)

lavorare
(laavooraa:ri)

werken

guardare
(gwaardaa:ri)

guardare
(gwaardaa:ri)

kijken (naar)

entrare
(eentraa:ri)

entrare
(eentraa:ri)

binnenkomen

parlare
(paarlaa:ri)

parlare
(paarlaa:ri)

praten

portare
(poortaa:ri)

portare
(poortaa:ri)

brengen

mangiare
(maandzjaa:ri)

mangiare
(maandzjaa:ri)

eten

Wist u dat…
Italië is beroemd om zijn vele smakelijke gerechten. Zeer bekend zijn de pizza’s, die er zijnin vele soorten enmaten. Kleine pizza’s eet men bijvoorbeeld bij wijze van lunch, grote pizza’s worden vaak genuttigd als hoofdmaaltijd. In Italië eet meen vaak nog pizza’s op nachtelijke tijden, veelal na en gezellig avondje uit. De echte pizzeria (piettseerie:aa) is dan ook dikwijls tot op de zeer late avond geopend.Het is een typische gewoonte om te gaan eten in een pizzeria met een groep vrienden.


Gesproken huiswerk
De nu volgende zinnen kunt u inspreken. Tegelijk met het gesproken huiswerk uit de lessen 2 en 3 kunt u het insturen.
Maria guarda la televisione.   (maarie:aa gwaardaa laa teeleeviezieoo:ni)
C’ è una pizza sulla tavola.    (tsje oe:naa piettsaa soellaa taa:voolaa)
La madre lavora nel giardino. (laa maa:dri laavoo:raa neel dzjaardie:noo)
Il ragazzo parla con la sorella. (iel raagaattsoo paarlaa koon laa soorellaa)
Il signore entra. (iel sienjoo:ri eentraa)

Schriftelijk huiswerk
Maak de volgende opgaven en stuur uw uitwerkingen ter correctie in.

Opgave 1.1 Schrijf de volgende zinnen over, vul il of la in en onderstreep wat u hebt ingevuld.

  1. …. padre mangia …. pizza.
  2. …. sorella parla con …. fratello.
  3. …. famiglia Bianchi e nella camera.
  4. Ecco …. ragazzo.
  5. …. signora porta …. libro.

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de taalcursus Italiaans voor beginners dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus

Het nieuwe studeren begint hier

Bij het NTI studeer je op je eigen manier. Je kunt op ieder gewenst moment met de opleiding van je keuze beginnen. Dankzij het nieuwe studeren, bepaal je zelf waar en wanneer je studeert. Het nieuwe studeren brengt nog meer voordelen met zich mee. Het is de ideale combinatie van online thuisstudie en klassikale bijeenkomsten. Je volgt thuis een opleiding en je maakt gebruik van moderne studiemethodes waaronder de online leeromgeving, waar je contact met andere studenten en docenten hebt, e-modules, interactieve opdrachten en video-instructies. Hiernaast worden tijdens een groot deel van de opleidingen enkele praktijkdagen en/of workshops georganiseerd.

1 / 20