Opleiding Helpende zorg en welzijn

Met de opleiding Helpende zorg en welzijn kun je alle kanten op!

Met deze proefles krijg je een indruk van de mbo-opleiding Helpende zorg en welzijn van het NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

Aandachtspunten verzorging per leeftijdsfase

1. Inleiding

De verzorging kun je niet alleen als een technische activiteit beschouwen. Als je mensen verzorgt, betekent dat zij afhankelijk zijn van jou. Anders verzorgden zij zichzelf wel. Als iemand afhankelijk is van anderen, is dat voor die persoon niet prettig, Het verzorgen van mensen vraagt daarom de nodige tact en zorgvuldigheid van de helpende zorg en welzijn.
Mensen die verzorgd worden, hebben allemaal hun eigen behoeften en wensen waar je rekening me moet houden. Bovendien zijn zij in verschillende fasen in hun ontwikkeling. Een baby vraagt van jou iets heel anders dan een puber of volwassene. Het verzorgen vraagt dus meer van je dan het uitvoeren van een aantal handelingen: wassen, verschonen, eten geven. In het boek Helpende Zorg en Welzijn heb je al een aantal aandachtspunten gelezen. In dit thema geven we nog een paar aandachtspunten voor de verzorging en de begeleiding in elke leeftijdsfase.

In dit hoofdstuk behandelen we de volgende onderwerpen:

  • Baby's 
  • Peuters 
  • Basisschoolkinderen 
  • Pubers 
  • Volwassenen 
  • Ouderen

2 Baby’s

onder baby’s verstaan we kinderen tot 1 jaar. We behandelen de volgende aandachtspunten bij de verzorging van baby’s.

2.1 Verzorging en ontwikkeling

Als een kind goed verzorgd is en in een verzorgde omgeving is, voelt het zich prettig. Alleen als een kind zich veilig en prettig voelt en als het zich goed verzorgd voelt, kan het zich goed ontwikkelen. Heeft een baby een vieze luier of is hij moe, dan heeft dat invloed op hoe hij zich voelt, op hoe hij speelt en hoe hij rust. Een goede verzorging is dus niet alleen belangrijk voor de hygiëne en gezondheid, maar ook voor de ontwikkeling. We behandelen de volgende aandachtspunten voor de ontwikkeling.
Baby’s en peuters zijn afhankelijk van jouw verzorging. Zij moeten zichzelf nog helemaal leren verzorgen. Je bent  dus niet alleen met verzorgen bezig, maar ook met leren en met de ontwikkeling van kinderen. Verzorgen en opvoeden is een.

De verzorging van baby’s neemt een groot deel van de tijd in beslag. Het is daarom goed om hen tijdens het verzorgen veel aandacht te geven. Je leert een baby tijdens het wassen woordjes en je maakt plezier met hem. Dit doe je niet alleen omdat je dat leuk vindt. Je doet het ook omdat het je daarmee bijdraagt aan de ontwikkeling.

Een baby moet zich eerst veilig, geliefd en geborgen voelen. Pas dan gaat hij de wereld om zich heen verkennen. En pas dan kan hij zicht tot een evenwichtig mens ontwikkelen.

Door met baby’s te communiceren, kun je hen dit gevoel van geborgenheid en veiligheid geven. Communiceren is niet alleen praten. Maar ook gebaren maken en je gezichtsuitdrukking gebruiken. Je communiceert met je hele houding en je gedrag. Je laat merken dat je betrokken bent en aanvoelt wat hij wil. Je reageert positief op wat hij nodig heeft en wil. Je maakt oogcontact, praat vriendelijk en knuffelt zo nu en dan.

Voor het verzorgen en ontwikkelen van baby’s zijn de volgende punten heel belangrijk:

  • Baby’s moeten je kunnen vertrouwen;
  • Baby’s moeten zich ergens thuis en op hun gemak voelen;
  • Baby’s moeten de omgeving kunnen verkennen;
  • Baby’s hebben structuur nodig om zich aan vast te kunnen houden: een vast dagindeling, op tijd naar bed, op tijd eten, vaste gewoonten bij het naar bed brengen, het eten, het wassen en aan- en uitkleden, enzovoort;
  • Deze structuur pas je aan het ritme van de baby aan: de ene baby wil langer opblijven dan de ander, de een wil veel contact, de andere minder, enzovoort;
  • Baby’s hebben afwisselend rust nodig en uitdagingen om te spelen en zich te ontwikkelen;
  • Baby’s hebben volwassenen nodig die naar hen ‘luisteren’ en hen uitnodigen om met hen te communiceren.

Bij communicatie is het belangrijk dat je goed op de signalen let die de baby geeft. Daar reageer je positief op en je stimuleert hem om op ook weer jou te reageren.

Lars van 4 maanden ligt op de aankleedtafel. Juliette verschoont hem. Lars is een beetje huilerig. ‘Waarom huil je?’ vraagt Juliëtte, ‘vind je het vervelend dat je een poepbroek hebt?’ Lars dreinst door. ‘Ik zal je eens van die poepbroek verlossen. Misschien dat je je dan prettiger voelt. Ja… Dat is een hele vieze broek. Je zult wel blij zijn dat je daar vanaf bent, he?’ Juliette stopt bij deze woorden even en kijkt Lars aan. Lars kijkt terug. Hij is inmiddels gestopt met huilen en lijkt geïnteresseerd te zijn in wat Juliëtte doet. Juliette kijkt daarom meer naar hem. ‘Ja, he’ zegt zij, ‘je huilde om je vieze broek, he?’ Daarbij kijkt ze Lars weer aan. Lars beweegt zijn armpjes. ‘ Ga je nu een beetje spelen?’ vraagt Juliëtte. Lars beweegt zijn armpjes weer. Juliette brengt haar gezicht wat naar Lars en raakt met haar neus een handje van Lars aan. Lars begint te lachten. ‘Vind je dat leuk? Nou dan doe ik het nog een keer.’

Je ziet dat Juliëtte goed op de signalen van Lars let. En dat ze goed reageert op wat Lars aan geeft. Lars reageert ook op haar. In deze communicatie is er dus een wisselwerking tussen Juliëtte en Lars. Juliëtte draagt zo goed bij aan de ontwikkeling van Lars.

Verzorging en taalontwikkeling
Tijdens het verzorgen praat je met baby’s. Je kunt die momenten ook bewust gebruiken om de taalontwikkeling te stimuleren. In het voorbeeld hierboven heb je daar al een goed voorbeeld van gezien.

De taalontwikkeling is belangrijk voor de ontwikkeling. Door middel van taal kunnen we de dingen benoemen die we zien, horen, ruiken, proeven, denken en voelen. Je praat om contact te maken met anderen. Om het onderscheid te verduidelijken tussen bijvoorbeeld jouw mening en die van een ander. Om duidelijk te maken dat iets je leuk lijkt of niet. Of om duidelijk te maken dat je het ergens mee eens bent of niet.

In de babyfase wordt de basis gelegd voor de taalontwikkeling. Huilen is voor baby’s wat taal is voor kinderen en volwassenen. Door middel van huilen maken zij duidelijk dat er iets is. Als hierop gereageerd wordt, krijgt de baby het signaal dat het ertoe doet wat hij doet. De basis om met anderen te willen communiceren, is dan gelegd. En dat is de basis voor de sociale ontwikkeling. Door de manier waarop een baby huilt, kan hij duidelijk maken wat er aan de hand is. Als je een baby beter kent, hoor je aan zijn manier van huilen of hij honger heeft, moe is of aandacht wil. Door huilen en geluidjes maken, ontwikkelt de baby ook de spieren die het nodig heeft om te leren spreken. Let wel goed op of de baby het wil. Soms hebben baby’s meer behoefte om te kijken of ze houden van stilte. Als jij dan teveel praat, verstoor je hun ontwikkeling dus juist.

3 Peuters

Peuters leer je om zichzelf te verzorgen. Dat betekent dat je de peuter voordoet hoe hij iets moet doen en hem stapje voor stapje leert om dat zelf te doen. Dus eerst doe je iets voor, daarna laat je het kind oefenen en help je alleen als dat nodig is. Grijp niet te snel in, want dan oefent hij niet.
Wassen en aankleden
Wassen en aankleden zijn een mooie gelegenheid om de zelfstandigheid van peuters te stimuleren. Dat vraagt wel wat geduld van de begeleider. Je kunt peuters bij het wassen en aankleden als volgt begeleiden.

  • Doe voor hoe het moet en wijs eventueel op andere kinderen die zich wassen, tandenpoetsen of aankleden.
  • Laat het zoveel mogelijk zelf doen en help een handje als het echt niet lukt.
  • Als peuters koppig zijn, leg ze dan zoveel mogelijk keuze voor: wil je eerst je tanden poetsen of eerst je handen wassen?
  • Neem de tijd voor het wassen en aankleden.
  • Begrijp dat een kind zich ontwikkelt door zichzelf te wassen en aan en uit te kleiden. Het vergroot zijn zelfstandigheid en zelfvertrouwen en het ontwikkelt zijn fijne motoriek.

Tanden poetsen
Tandenpoetsen doe je als volgt:

  • Zorg dat elk kind zijn eigen tandenborstel en bekertje heeft;
  • De tandenborstel is zacht;
  • Een baby tot 1 jaar poets je 1 maal per dag de tanden zonder tandpasta;
  • Peuters van 2 tot 5 jaar poetsen 2 keer per dag de tanden met peutertandpasta;
  • Kinderen vanaf 5 jaar poetsen 2 keer per dag de tanden met tandpasta voor volwassenen;
  • Doe in het begin voor hoe het moet; tegen de zijkant zowel aan de binnen als buitenkant kleine ronddraaiende bewegingen maken, op de kauwvlakken heen en weer gaan;
  • Help kinderen tot zij het zelf echt goed kunnen, laat ze bijvoorbeeld eerst zelf poetsen en poets dan na;
  • Na het poetsen goed spoelen en de tandenborstel goed uitspoelen;
  • De bekers dagelijks wassen;
  • Tandenborstels zo opbergen dat ze niet tegen elkaar komen.

Schaamtegevoelens
Als peuters ouder worden en zich meer bewust worden van hun eigen persoonlijkheid, gaan zij een gevoel voor schaamte ontwikkelen. Zij willen dan meer privacy op het toilet en bij het douchen. Je kunt daar rekening mee houden door oudere peuters alleen naar het toilet te laten gaan, of door je even om te draaien als zij plassen.

4. Basisschoolkinderen

Het verzorgen van kinderen die op de basisschool zitten is meer dan alleen maar eten geven, wassen en aankleden. Goede verzorging heeft bij hen ook te maken met zorg, zorgzaamheid en gezondheid. En met respect voor iemands persoon, voor zijn welbevinden, lichamelijke en geestelijke gesteldheid.

Verzorgen
Verzorgen doe je omdat je graag wilt dat iemand er goed verzorgd uitziet, dat hij gezond is en zich prettig voelt.
Een kind dat goed verzorgd wordt en leert om zichzelf goed te verzorgen, functioneert maatschappelijk beter. Mensen die reageren erop als iemand er onverzorgd uitziet. En mensen worden ziek of zieker als hun lichamelijke verzorging te wensen overlaat. Eerder gaven we al aan dat verzorgen alles te maken heeft met opvoeden. Ook bij basisschoolkinderen is dat zo.

Merijn gaat iedere dag zonder ontbijt naar school. Hij pakt een koek uit de kast en eet die onderweg op. Halverwege de ochtend krijgt hij weer honger. Daarvoor heeft hij nog een reservekoek. Zijn dorst stilt hij met een cola.

Merijn is door dit gedrag te dik geworden. Met zijn dik zijn, wordt hij gepest. Hij trekt zich steeds meer terug. Om zichzelf te troosten, gaat hij nog meer snoepen. Hij komt in een negatieve spiraal. Hadden zijn ouders en de school in een vroeger stadium met hem en elkaar gesproken over hoe Merijn zichzelf verzorgt, dan was hem misschien veel leed bespaard gebleven.

Verzorging van basisschoolkinderen is vooral gericht op het aanleren van goede eetgewoonten en een goede zelfzorg.

Het hanteren van regels
Hanteer voor de verzorging (en de zelfzorg) een beperkt aantal regels. Als je teveel regels maakt, krijg je een vervelende sfeer. Je bent dan niet meer aan het opvoeden maar aan het drillen. En dat wekt weerstand op. Concentreer je opvoeding voor de verzorging dus op een paar regels op de belangrijkste terreinen: bijvoorbeeld handen wassen en tafelmanieren. Zorg dat deze regels goed duidelijk zijn voor de kinderen. Maak er desnoods een prentenboekje voor de kleuters en haal dat weer eens uit de kast als het nodig is. Leren de kinderen een aantal belangrijke regels, dan komt de rest vaak vanzelf. Hebben zij geleerd dat zij hun handen moeten wassen als ze vies zijn, dan kun je hen daar op alle momenten aan houden.

Kinderen met een beperking
Kinderen met een beperking kunnen speciale verzorging nodig hebben. De verzorging zal per kind verschillend zijn. Als je een kind met een beperking gaat verzorgen, kun je je daarop voorbereiden. Je kunt jezelf de volgende vragen stellen:

  • Wat kan het kind zelf en waar heeft het hulp nodig;
  • Welke hulpmiddelen gebruikt het: gehoorapparaat, leesbril, stokken, speciaal bed, enzovoort;
  • Is het nodig om aanpassingen in de ruimte te doen;
  • Welke extra verzorging heeft het nodig: kan het zichzelf wassen en tandenpoetsen, kan het zelfstandig naar het toilet, kan het zelf eten en drinken, enzovoort;
  • Heeft het kind speciale verzorgingsmiddelen: zeep, crèmes, enzovoort;
  • Welke medische aandachtspunten zijn er: gebruikt het medicijnen, kan het een epileptische aanval krijgen en hoe moet je dan handelen, enzovoort;
  • Waar kan eventueel meer informatie verkregen worden over de beperking en de behandeling;
  • Moet er afgestemd worden met gespecialiseerde zorg en hoe dan;
  • Is er een hulpverlenende organisatie die ondersteuning kan bieden?

Je hebt waarschijnlijk instructies voor de verzorging gekregen. Neem die ter harte. Als die niet duidelijk zijn, stem je de aanpak alsnog met de ouders en je leidinggevende af.

5. Pubers

Pubers zitten in een stormachtige ontwikkelingsfase. Zij zijn op zoek naar hun identiteit, denken na over wat zij vinden en willen. En vooral ook over wat zij niet willen en waar zij tegen zijn. Zij verkennen en verleggen grenzen. Pubers willen van alles uitproberen. Soms gaan zij daar te ver in. Aan de ene kant hebben zij behoefte aan leiding en advies van volwassenen. Aan de andere kant willen zij juist dingen zelf uitzoeken en uitproberen. Zij willen het contact met hun ouders niet verstoren, maar zijn tegelijkertijd opstanden en proberen uit hoe ver zij kunnen gaan.

Begeleiding
De begeleiding van een puber bij zijn ontwikkeling vraagt daarom om bijzondere vaardigheden. Als HZW ben je geen begeleiden. Maar tijdens de verzorging moet je je aanpak toch wel aanpassen aan de aard van de puber.

Begeleiding van de pubers:

  • Toon interesse in de puber. Vraag bijvoorbeeld hoe zijn dag was of hoe de nacht was.
  • Probeer een band te krijgen met de puber. Praat over zijn interesses en hobby’s. Heb belangstelling voor zijn mening. Nodig hem uit zich te uiten.
  • Reageer op wat de puber zelf aangeeft. Wil hij praten, praat dan. Wil hij dat niet, dring dan niet op met welgemeende adviezen.
  • Laat de puber zelf verantwoordelijk zijn voor zijn verzorging en adviseer hem als je denkt dat hij dat nodig heeft en geadviseerd wil worden.
  • Houd er rekening mee dat veel pubers zich erg onzeker voelen. Bevestig hun goede kanten daarom zoveel mogelijk.
  • Geef complimenten als iets goed gaat. Negeer zoveel mogelijk wat minder goed gaat.
  • Maak een paar(en niet teveel) duidelijke afspraken over de verzorging. Houd de puber daaraan.
  • Zorg voor een zo stabiel mogelijke dagindeling met tijd voor slapen, eten, huiswerk maken en ontspanning.
  • Houd de sfeer plezierig en gebruik humor om kleine conflicten op te ossen.
  • Als een puber te ver is gegaan of je vindt zijn gedrag vervelend, formuleer je kritiek dan in de vorm van een ik-boodschap: ‘ Ik heb er last van dat je steeds je kleren niet opruimt. Dan heb ik het gevoel dat ik dat moet doen.’ Je uit dus geen verwijt, maar legt een probleem van jou voor. De puber zal meer geneigd zijn jou te helpen bij het oplossen van je probleem. Als je hem iets verwijt, gaat hij er eerder tegenin of gaat zich verdedigen

Verzorging
De verzorging van pubers gaat veel over het aanleren van goede eetgewoonten en het leren zichzelf goed te verzorgen.

Pubers kunnen met talloze vragen en onzekerheden over hun uiterlijk zitten: hoe zie ik eruit, wat vinden leeftijdgenoten van mij, kleed ik me wel goed, wat kan ik aan mijn puistjes doen? Het lichaam van een puber ontwikkelt zich razendsnel tot een volwassen lichaam. De puber ontdekt zijn eigen seksualiteit en leert daarmee omgaan. Maar hij kan daarbij ook een gevoel van schaamte ontwikkelen.

Veel pubers experimenteren met drugs en alcohol. Het drinken van alcohol op jonge leeftijd kan een grote negatieve invloed op de ontwikkeling van de hersenen hebben. Daarnaast heeft het ook een slechte invloed op de lichamelijke ontwikkeling, met name die van de lever. Alcoholgebruik kan tot blijvende schade leiden aan het lichaam en aan de hersenen.

Bij de verzorging van pubers houd je rekening met deze aspecten. Je verzorging zal gericht zijn op het geven van voorlichting over voeding, verzorging en over seksualiteit.

Voor de verzorging in de pubertijd let je vooral op:

  • Voorlichting over goede voeding en voedingsgewoonten, let op of bepaalde voeding invloed heeft op de huid en laat de puber veel groenten en fruit eten;
  • Voorlichting over het gebruik van alcohol en drugs;
  • Voorlichting over lichamelijke ontwikkelingen;
  • Voorlichting over seksualiteit, het ontwikkelen van vriendschappen, verliefdheid, geslachtsziekten en het voorkomen van zwangerschappen;
  • Regelmatig douchen (omdat een puber meer zweet), maar niet overmatig schrobben met zeep (vanwege de puistjes);
  • Dagelijks schoonhouden van de penis of vagina;
  • Het gezicht dagelijks goed schoonmaken met een zachte lotion;
  • Probeer uit welke middelen goed zijn tegen puistjes en welke juist puistjes veroorzaken;
  • Geen dikke laag foundation of crème gebruiken, want dat verstopt de huid;
  • Matig gebruik van de zonnebank kan positief voor de huid zijn, teveel is schadelijk;
  • Als de puistjes toch blijven en ernstig zijn, laat de puber dan naar de huisarts gaan.

6 Volwassenen

Bij volwassenen hoef je niet meer op te voeden. Het werken met volwassenen vraagt daarom wat anders van je dan het werken met kinderen en pubers. Bij het werken met volwassenen richt je je volledig naar hun wensen en behoeften. Tenzij de volwassene een stoornis of beperking heeft die dat onmogelijk of minder gewenst maakt. Een verstandelijk beperkte vindt het bijvoorbeeld misschien heel vervelend om zichzelf steeds te moeten wassen. Toch is dat belangrijk.
Volwassen hebben in principe hun leven al ingericht zoals zij dat goed vinden. De meeste hebben een vaste partner, kinderen werk en een woning. Soms zijn zij tijdelijk op ondersteuning aangewezen bij het huishouden of de verzorging. Bijvoorbeeld als zij een ongeluk hebben gehad. Andere volwassenen zijn niet in staat om zelfstandig te wonen door een lichamelijke of verstandelijke beperking. Zij wonen in een groepswoning of een instituut.

Midlifecrisis
Veel volwassenen evalueren als zij een jaar of veertig, vijftig zijn hun leven. Zij kijken terug op het leven dat zij gehad hebben. Zij vragen zich af welke zin hun leven tot nu toe gehad heeft en nog kan hebben in de toekomst. Of zij gedaan hebben wat zij wilden doen. Of zij hun dromen verwezenlijkt hebben en of zij tevreden zijn met het leven dat zij leiden. Zij evalueren hun leven vanuit het bewustzijn dat zij ouder worden. Niet alle volwassenen kunnen heel goed omgaan met het feit dat zij ouder worden. Zij belanden in een crisis. Dat noemen we midlifecrisis.
Een midlifecrisis is een identiteitscrisis. Mensen twijfelen over hun identiteit en willen verandering. Die periode duurt ongeveer 3 tot 10 jaar bij mannen en 2 tot 5 jaar bij vrouwen. Vooral mannen tussen de 40 en 45 jaar kunnen hier last van hebben. Vaak doen volwassenen in hun midlifecrisis nog één belangrijke stap. Ze scheiden bijvoorbeeld van hun partner, veranderen van beroep of baan of verhuizen naar een ander land. Maar niet iedereen die in een midlifecrisis zit, verandert het leven zo ingrijpend. Sommige volwassenen zouden wel dingen in hun leven willen veranderen, maar hebben de moed niet om dat te doen. Zij berusten uiteindelijk het leven dat zij leiden. Of zij realiseren zich dat zij het eigenlijk helemaal niet anders willen.

Mensen die in een midlifecrisis zitten, kunnen de volgende kenmerken hebben:

  • Ze vinden het ouder worden vervelend en verlanger ernaar weer jong te zijn;
  • Ze zoeken naar een bepaald doel in hun leven of koesteren een bepaalde droom;
  • Ze gaan ineens dure dingen aanschaffen: sieraden, dure auto en kleding;
  • Ze besteden veel aandacht aan de conditie van hun lichaam: gaan sporten, zich anders kleden, enzovoort;
  • Ze besteden ineens veel aandacht aan vrienden of hebben juist meer behoefte om alleen te zijn;
  • Ze denken na over hun normen en waarden;
  • Zij voelen zich vaak onrustig en zijn ontevreden over hun bestaan.

Je zult als helpende zorg en welzijn in ieder geval wel merken als een cliënt in een midlifecrisis zit. Je kunt niet veel meer doen dan luisteren als iemand erover praat en begrip tonen. Verwijs door naar de huisarts of het maatschappelijk werk als je denkt dat iemand meer ondersteuning nodig heeft.

Menopauze
Vrouwen tussen de 45 en 55 jaar komen in de menopauze. Zij krijgen dan een tekort aan oestrogeen. Oestrogeen is een vrouwelijk hormoon dat een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van de geslachtskenmerken. Oestrogeen wordt afgescheiden door de eierstokken. Door het tekort aan oestrogeen in de menopauze wordt de menstruatie onregelmatig en houdt uiteindelijk helemaal op. De menopauze is een feit als een vrouw een jaar lang niet meer gemenstrueerd heeft. De menopauze kan ook ontstaan door bepaalde medicatie of door het verwijderen van de eierstokken. Ook jongere vrouwen kunnen dus al in de overgang belanden. Dat komt bij ongeveer 1% van de vrouwen voor.

De menopauze gaat met een aantal verschijnselen gepaard. Doordat het lichaam steeds minder eicellen aanmaakt, raakt de lichaamstemperatuur ontregeld. Vrouwen gaan daardoor blozen en zweten. Dat zijn zogenoemde ‘opvliegers’ . Sommige vrouwen krijgen ook hartkloppingen, depressies, zijn vermoeid, vergeetachten, krijgen een drogere vagina, hebben concentratieproblemen, minder zin in seks en kunnen last hebben van stemmingswisselingen. Bij de een zijn klachten erger dan bij de ander. Sommige vrouwen hebben zelfs bijna geen klachten.

Tot voor een aantal jaren geleden kregen vrouwen die erg veel klachten hadden vaak hormoon preparaten voorgeschreven. Het blijkt echter dat deze een verhogend risico hebben op borstkanker, de ziekte van Alzheimer, hart- en vaatziekten en herseninfarcten geven. Bovendien zijn veel artsen van mening dat niet alle klachten per se aan de overgang zijn toe te schrijven. Er kunnen veel meer redenen zijn voor bijvoorbeeld de hartkloppingen en de vermoeidheid. De oorzaken moeten dus zorgvuldig onderzocht worden. Alleen de opvliegers zijn volgens artsen echt te wijten aan de overgang. Tegenwoordig worden daarom alleen in uitzonderlijke gevallen hormoonpreparaten voorgeschreven. Soms worden antidepressiva voorgeschreven.

Vrouwen kunnen echter ook zonder medicijnen iets doen aan de overgangsverschijnselen. Zij kunnen bij de overgang begeleid worden door een overgangsconsulent. Deze neemt ruim de tijd voor gesprekken en geeft voorlichting. Alleen de aandacht die de vrouwen daardoor krijgen, heeft al een positief effect op hun gevoel. Er heerst nog altijd een beetje een taboesfeer rond de overgang. Er wordt niet veel over gepraat. Als helpende zorg en welzijn kun jij vrouwen die last hebben van de overgang dus ondersteunen door met hen te praten en hen te adviseren. Uiteraard alleen als de cliënt zelf aangeeft dat zij dat graag wil. En adviseer als eerste dat de cliënt laat begeleiden door en huisarts of overgangsconsulent. 

De overgang bij vrouwen is niet alleen een lichamelijke kwestie. De menopauze luidt bij vrouwen een nieuwe periode in hun leven in. Net als bij mannen de midlifecrisis. Vrouwen denken in deze periode daarom ook veel na over wat zij willen met de rest van hun leven.

7 Ouderen

De ouderdom als ontwikkelingsfase loopt vanaf het 65ste levensjaar tot de dood. Er zijn grote verschillen tussen de ene of de andere oudere. Kenmerkend voor de ouderdom is dat deze met gebreken komt. Bij de een minder en bij de ander meer. Bij de een eerder en bij de ander later. De behoefte aan zorg verschil dus ook enorm per persoon. We bespreken de verschillende ontwikkelingsaspecten en de behoefte aan zorg. We behandelen alleen die aspecten die nog niet in het boek Helpende Zorg en Welzijn aan bod zijn gekomen.

Lichamelijke aspecten.
De lichamelijke ontwikkeling van ouderen wordt gekenmerkt door:

  • Lichamelijke aftakeling;
  • Afnemen van het gehoor en het gezichtsvermogen;
  • Moeite met het uitvoeren van ingewikkelde handelingen.

Blijven bewegen is heel belangrijk voor ouderen. Het houdt hen gezond en fit. Ouderen kunnen meedoen aan sport en de cursussen ‘meer bewegen voor ouderen’. Zij komen zo ook in aanraking met anderen. Dan heeft het bewegen ook een positieve invloed op de sociale contacten.

Cognitieve aspecten
Bij ouderen gaan de cognitieve vermorgen achteruit. Dat betekent dat het denken, waarnemen, het geheugen, de taal, het bewustzijn en de creativiteit achteruitgaan. De snelheid van het denken neemt af. Het leren van nieuwe inzichten en vaardigheden gaat moeilijker. Vooral het geheugen wordt slechter. Oefenen is de beste manier om het proces van achteruitgang zo beperkt mogelijk te houden of te vertragen. Dat kan door middel van allerlei spelen, zoals: kruiswoordpuzzels, sudoku, memory, kaartspelen, schaken en rummikub. Nintendo heeft digitale trainingen voor de cognitieve vermogens.

Door het afnemen van de cognitieve functies krijg de oudere soms ook minder interesse in de omgeving. Doordat de interesse afneemt, worden zij weer te weinig geprikkeld om de cognitieve functies te trainen. Zij komen zo in een neerwaartse spiraal terecht. Het is heel belangrijk dat ouderen zo lang mogelijk in contact blijven komen met anderen. Dat contact prikkelt het meest om (te blijven proberen) de cognitieve vermogens op peil te houden.

Sociaal-affectieve aspecten
Onder het sociaal-affectieve aspecten verstaan we het vermogen om met anderen om te gaan en mee te doen in de samenleving. Sociaal-affectieve aspecten zijn ook gevoelens als vertrouwen, veiligheid, angst en jaloezie.

Ondanks alle gebreken en ongemakken die we hierboven genoemd hebben, voelen de meeste ouderen zich goed. Zij hebben er het meeste last van dat mensen om hen heen overlijden en dat de sociale contacten verminderen. Eenzaamheid is dan ook een probleem onder ouderen. Ongeveer 10 tot 20% van de ouders zegt dat zij zich alleen voelen. De meeste onderhouden hun sociale contacten goed. Zij volgen cursussen en trainingen, nemen deel aan activiteiten, doel vrijwilligerswerk of zorgen voor andere ouderen.

Maar bij sommige ouderen wordt het sociale netwerk wel erg klein. Soms nemen familieleden, buren of vrienden zorgtaken over en komen geregeld op bezoek. Maar bij anderen ben jij misschien wel de enige die zij op een dag zien. Dat betekent dat zij ook afhankelijk van jou zijn wat betreft hun sociale contacten. Een praatje en een luisterend oor zijn dan heel welkom.

Als je het idee hebt dat een oudere echt vereenzaamt, dan kun je de oudere activeren. Dat wil zeggen dat je de oudere stimuleert om deel te nemen aan activiteiten in de buurt. Bijvoorbeeld in een servicepunt voor ouderen, een activiteiten centrum in een zorgcentrum, of in een buurthuis. Een andere kan ook een indicatie krijgen voor activering. Dat wil zeggen dat de kosten voor de activering in een dagverblijf betaald worden door de verzekering. De oudere kan dan één of meer dagen per week naar een dagverblijf in de buurt. Daar neemt hij deel aan allerlei activiteiten.

Er zijn vrijwilligersorganisaties die huisbezoeken organiseren aan mensen die teveel alleen zijn, zoals de Zonnebloem en de Algemene Hulpdienst. Je kunt hen bellen of zij huisbezoeken voor jouw cliënt kunnen regelen. Er zijn ouderenadviseurs die bij de ouderen langs kunnen gaan om te kijken waar zij behoefte aan hebben. Zij kunnen de oudere informeren over activiteiten in de buurt en over regelingen voor ouderen. De ouderenadviseurs zijn vaak aangesloten bij een servicepunt voor ouderen of bij een buurthuis.

Hebben ouderen vragen over de gezondheid of hebben zij advies nodig dan kun je hen doorverwijzen naar de huisarts of een consultatiebureau voor ouderen. Consultatiebureaus voor ouderen zijn er in verschillende steden. Ouderen kunnen er terecht voor voorlichting en advies of voor een medische check-up. Dat is een onderzoek naar de gezondheidstoestand.

Ouderen blijken nogal wat alcohol te drinken. Ongeveer 20% van het aantal verslaafden is 55 jaar of ouder. Achter de verslaving kunnen dezelfde problemen schuilgaan als waar we het hiervoor over hadden. Maar iemand kan ook verslaafd raken doordat de gewoonte om te drinken uit de hand loopt. Gebruikt de oudere medicijnen, dan kan het gebruik van alcohol extra gevaarlijk zijn. Als je constateert dat er mogelijk sprake is van een verslaving, waarschuw dan je leidinggevende.

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de opleiding Helpende zorg en welzijn dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus
1 / 19