Proefles: Portugees voor beginners

Met deze proefles krijg je een indruk van de cursus Portugees voor beginners van NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

Eerste woorden Portugees 

De eerste Portugese woorden die we gaan leren, zijn bedoeld om u een beetje vertrouwd te maken met de uitspraak. Het zijn de namen van een aantal landen die we allemaal wel kennen. Eigenlijk hoort het bepaalde lidwoord ervoor te staan, maar dat leren we straks pas.
Zegt u de woorden op de volgende pagina maar na.
portugal

Portugal
(poertoekall)

....

Portugal
(poertoekall)

Portugal

Holanda
(‘olandå)

....

Holanda
(‘olandå)

Nederland

Bélgica
(belzjiekå)

....

Bélgica
(belzjiekå)

België

França
(franså)

....

França
(franså)

Frankrijk

Alemanha
(ålĕmånjå)

....

Alemanha
(ålĕmånjå)

Duitsland

Espanha
(ĕsjpånjå)

....

Espanha
(ĕsjpånjå)

Spanje

Inglaterra
(ienklåterrå)

....

Inglaterra
(ienklåterrå)

Engeland

Itália
(ietaliå)

....

Itália
(ietaliå)

Italië

Rússia
(rroesiå)

....

Rússia
(rroesiå)

Rusland

 

     

Bewoners

Nu komen de ‘namen’ van de bewoners van enkele van deze landen. Zegt u de woorden op de volgende pagina na:

bewoners

um português
(oeng poertoekeesj)

....

um português
(oeng poertoekeesj)

een Portugees

uma portuguesa
(oemå poertoekeezå)

....

uma portuguesa
(oemå poertoekeezå)

een Portugese

um holandês
(oeng ‘olandeesj)

....

um holandês
(oeng ‘olandeesj)

een Nederlander

uma holandesa
(oemå ‘olandeezå)

....

uma holandesa
(oemå ‘olandeezå)

een Nederlandse

um espanhol
(oeng ésjpånjoll)

....

um espanhol
(oeng ĕsjpånjoll)

een Spanjaard

uma espanhola
(oemå ĕsjpånjolå)

....

uma espanhola
(oemå ĕsjpånjolå)

een Spaanse

um italiano
(oeng ietaliånoe)

....

um italiano
(oeng ietaliånoe)

een ltaliaan

uma italiana
(oemå ietaliånå)

....

uma italiana
(oemå ietaliånå)

een Italiaanse

Bijzonder uitgangen

De ‘namen’ van de bewoners van Duitsland en België hebben een bijzondere uitgang. Zegt u maar na.

um alemão
(oeng ålĕmaung

.... um alemão
(oeng ålĕmaung)
een Duitser

uma alemã
(oemå ålĕmang)  

....

uma alemã
(oemå ålĕmang)

een Duitse

um belga
(oeng belkå)

.... um belga
(oeng belkå)
een Belg
uma belga 
(oemå belkå) 
.... uma belga
(oemå belkå)
een Belgische


Is het u overigens opgevallen dat deze woorden in het Portugees met een kleine letter worden geschreven?

‘UM’ en ‘UMA’

We hebben kunnen opmerken dat um en uma in het Nederlands allebei een betekenen:

um
(oeng)

bij mannelijke woorden, en

uma
(oemå)

bij vrouwelijke woorden.


Zelfstandige naamwoorden

U zult ook wel opgemerkt hebben, dat er regelmaat zit in de manier waarop van het mannelijke woord de vrouwelijke vorm kan worden afgeleid, en omgekeerd, bijvoorbeeld:

mnl. -o

um russo
(oeng rroeso)

een Rus
vrl. -a

uma russa
(oemå rroeså)

een Russin
 

uma brasileira
(oemå bråzieleirå)

een Braziliaanse
 

um brasileiro
(oeng bråzieleiroe)

een Braziliaan
mnl. -s 

um português
(oeng poertoekeesj)

een Portugees
vrl. -sa

uma portuguesa 
(oemå poertoekeezå)

een Portugese
 

uma holandesa
(oemå ‘olandeezå)

een Nederlandse
 

um holandês
(oeng ‘olandeesj)

een Nederlander
mnl. -1

um espanhol
(oeng ĕspånjoll)

een Spanjaard
vrl. -Ia uma espanhola
(oemå ĕsjpånjolå)
een Spaanse


Oefening

Bij de volgende oefening gaat u zelf de mannelijke vorm afleiden van de vrouwelijke vorm en omgekeerd. Veel succes!

afbeelding-2

um francês
(oeng franseesj)
een Fransman

.... uma francesa
(oemå franseezå)
een Française
uma italiana
(oemå itåliånå)
een Italiaanse
....  um italiano
(oeng itåliånoe)
een Italiaan
uma inglesa
(oeienkleezå)
een Engelse
.... um inglês
(oeng ienkleesj)
een Engelsman

‘O’ en ‘A

In het Nederlands zeggen we ‘de man’ en ‘de vrouw’ en ‘het jongetje’ en
‘het meisje’ zonder er bij het gebruik van de lidwoorden op te letten of het zelfstandig naamwoord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is. In het Portugees zijn zelfstandige naamwoorden altijd óf mannelijk óf vrouwelijk. Hiervoor worden verschillende lidwoorden gebruikt:

o
(oe)

voor mannelijke woorden = de of het.

a
(å)

voor vrouwelijke woorden = de of het.

We zullen in het vervolg bij het leren van nieuwe woorden steeds het lidwoord erbij leren, zodat we weten of we met een mannelijk of met een vrouwelijk zelfstandig naamwoord te doen hebben.

Beroepen

Nu volgen enkele beroepen. Let u op de lidwoorden en de uitgangen van de zelfstandige naamwoorden. Zegt u de volgende woorden na en oefent u hierbij goed de uitspraak.

o diretor
(oe dieretoor)

.... o diretor
(oe dieretoor)
de directeur

a diretora
(å dieretoorå)

.... a diretora
(å dieretoorå)
de directrice

o cantor
(oe kantoor)

.... o cantor
(oe kantoor)
de zanger

a cantora
(å kantoorå)

.... a cantora
(å kantoorå)
de zangeres

 

o professor
(oe proefĕsoor)

....

o professor
(oe proefĕsoor)

de leraar

a professora
(å proefĕsoorå)

....

a professora
(å proefĕsoorå)

de lerares

o médico
(oe mediekoe)

....

o médico
(oe mediekoe)

de arts

a médica
(å mediekå)

....

a médica
(å mediekå)

de (vrouwelijke) arts

o enfermeiro
(oe ienfĕrmeiroe)

....

o enfermeiro
(oe ienfĕrmeiroe)

de verpleger

a enfermeira
ienfĕrmeirå)

....

a enfermeira
ienfĕrmeirå)

de verpleegster

o camponês
(oe kampoeneesj)

....

o camponês
(oe kampoeneesj)

de boer

a camponesa
(å kampoeneezå)

....

a camponesa
(å kampoeneezå)

de boerin

Persoonsnamen

In de vorige oefening hebben we geoefend met persoonsnamen (zelfstandige naamwoorden die een persoon aanduiden). Persoonsnamen hebben een mannelijke en een vrouwelijke vorm. Ook hier vindt u dezelfde regelmaat in de manier waarop van een mannelijk woord de vrouwelijke vorm kan worden afgeleid, en omgekeerd.


Nieuwe woorden

Eerst leren we nog een aantal nieuwe woorden. Zegt u ze maar na.

o senhor
(oe sĕnjoor)

....

o senhor
(oe sĕnjoor)

de meneer

o amigo
(oe åmiekoe)

....

o amigo
(oe åmiekoe)

de vriend

o menino
(oe mĕnienoe)

....

o menino
(oe mĕnienoe)

het jongetje

o vizinho
(oe viezienjoe)

....

o vizinho
(oe viezienjoe)

de buurman

o tio
(oe tieoe)

....

o tio
(oe tieoe)

de oom


Oefening

Nu komen dezelfde woorden nog een keer. Deze keer zegt u de woorden niet na, maar geeft u direct de vrouwelijke vorm ervan. Geeft u ook de betekenis van de vrouwelijke woorden.
Natuurlijk krijgt u eerst een voorbeeld.

Het mannelijke woord is:

o senhor
(oe sĕnjoor)

de meneer
U geeft het vrouwelijke woord:  

a senhora
(å sĕnjoorå)

de mevrouw
Ter controle volgt: a senhora
(å sĕnjoorå)  
de mevrouw

Dan bent u nu aan de beurt!

o amigo
(oe åmiekoe)
de vriend
.... a amiga
(å åmiekå)
de vriendin
o menino
(oe mĕnienoe)
het jongetje 
.... a menina
(å mĕnienå)
het meisje
o vizinho
(oe viezienjoe)
de buurman 
.... a vizinha
(å viezienjå)
de buurvrouw
o tio
(oe tieoe)
de oom  
.... a tia
(å tieå)
de tante

Nieuwe Woorden

Tussendoor leren we enkele nieuwe woorden. Zegt u ze weer na?

bonito
(boenietoe)

....

bonito
(boenietoe)

mooi

simpático
(siempatikoe)

....

simpático
(siempatikoe)

aardig, sympathiek

novo
(noovoe)

....

novo
(noovoe)

jong,nieuw

velho
(veljoe)

....

velho
(veljoe)

oud

casado
(kåzadoe)

....

casado
(kåzadoe)

getrouwd

solteiro
(soolteiroe)

....

solteiro
(soolteiroe)

ongetrouwd

Bijvoegelijke naamwoorden

De zojuist geleerde woorden zijn bijvoeglijke naamwoorden. Net als bij de zelfstandige naamwoorden kan de vrouwelijke vorm van het bijvoeglijk naamwoord worden afgeleid van de mannelijke vorm door -o in -a te veranderen. We gaan dit oefenen. Zegt u maar na.

uma cantora bonita
(oemå kantoorå boenietå)

....

uma cantora bonita
(oemå kantoorå boenietå)

een mooie zangeres

uma professora simpática
(oemå proefĕsoorå siempatikå)

....

uma professora simpática
(oemå proefĕsoorå siempatikå)

een aardige lerares

uma enfermeira velha
(oeienfĕrmeirå veljå)

.... uma enfermeira velha
(oeienfĕrmeirå veljå)
een oude verpleegster
uma directora solteira
(oemå dieretoorå solteirå)
.... uma directora solteira 
(oemå dieretoorå solteirå) 
een ongetrouwde directrice

 

 

 

 

 

 

Bijvoegelijk naamwoord achter zelfstandig naamwoord

Zoals u merkt, wordt het bijvoeglijk naamwoord in het Portugees áchter het zelfstandig naamwoord gezet. In het Nederlands is dat net andersom. Probeert u toch zo snel mogelijk vertrouwd te raken met de plaats van het bijvoeglijk naamwoord in het Portugees. Het bijvoeglijk naamwoord wordt écht bijgevoegd: het voegt iets toe aan het zelfstandig naamwoord.

IS = É

Het Nederlandse woordje is, zoais het in deze les wordt gebruikt, is in het Portugees é.

Zegt u nu de volgende zin, uw eerste volledige zin in het Portugees, enkele keren na.

A professora é simpática.
(å proefĕsoorå e siempatikå)
....

A professora é simpática.
(å proefĕsoorå e siempatikå)

De lerares is aardig.

[Zie overzicht 1E en 1F]

Hebt u gemerkt dat het bepaalde lidwoord, het zelfstandig naamwoord en het bijvoeglijk naamwoord alle drie de vrouwelijke vorm aannemen? We zeggen ook wel dat ze overeenstemmen in geslacht.

Uw eerste zinnen

In de volgende oefening gaan we een aantal woorden herhalen, maar nu in zinnen. Let u goed op en zegt u iedere keer de zin na.

Letterlijk:
De boer is Nederlands.

O camponês é holandês.
(oe kampoeneesj
e ‘olandeesj)

....

O camponês é holandês.
(oe kampoeneesj
e ‘olandeesj)

De boer is
Nederlander.

Letterlijk:
De zangeres is Braziliaans.

A cantora
é brasileira.
(å kantoo
e bråzieleirå)

....

A cantora
é brasileira.
(å kantoo
e bråzieleirå)

De zangeres
is Braziliaanse.

Letterlijk:
De lerares is Portugees.

A professora é portuguesa.
(å proefésoo
e poertoekeezå)

 

....

A professora é portuguesa.
(å proefĕsoo
e poertoekeezå)

De lerares
is Portugese.

 

O vizinho
é enfermeiro.
(oe viezienjoe
e ienfĕrmeiroe)

....

O vizinho
é enfermeiro,
(oe viezienjoe
e ienfĕrmeiroe)

De buurman is verpleger.

Let op

Let u er goed op dat in de eerste drie zinnen van de vorige oefening de aanduiding van de nationaliteiten (in het Nederlands) verschilt van die aan het begin van deze les. Het gaat híer om bijvoeglijke naamwoorden, zoais bijvoorbeeld Frans, terwijl het dáár ging om zelfstandige naamwoorden, zoals bijvoorbeeld Fransman. In het Nederlands gebruiken we in dit soort zinnen het zelfstandig naamwoord na is: ‘De boer is Nederlander.’ In het Portugees zegt men letterlijk vertaald: ‘De boer is Nederlands’.

Werkwoorden

Er komen nu enkele Portugese werkwoorden. Zegt u ze maar na.

trabalhar
(tråbåljar)

....

trabalhar
(tråbåljar)

werken

estudar
(ĕsjtoedar)

....

estudar
(ĕsjtoedar)

studeren

cantar
(kantar)

....

cantar
(kantar)

zingen

almoçar
(almoesar)

....

almoçar
(almoesar)

lunchen

nadar
(nådar)

....

nadar
(nådar)

zwemmen

andar
(andar)

....

andar
(andar)

lopen

ajudar
(åzjoedar)

....

ajudar
(åzjoedar)

helpen

De vorm van werkwoorden verandert als we ze gaan gebruiken in zinnen. Bij de net genoemde werkwoorden, die allemaal eindigen op -ar, wordt de derde persoon enkelvoud gevormd door het weglaten van de -r. U kunt dit zelf constateren in de volgende zinnen. Zegt u maar na.

O diretor canta.
(oe dieretoor kantå)

....

O diretor canta.
(oe dieretoor kantå)

De directeur zingt.

A menina estuda.
(å mĕnienå ĕsjtoedå)

....

A menina estuda.
(å mĕnie
ĕsjtoedå)

Het meisje studeert.

O cantor almoça.
(oe kantoor almoså)

....

O cantor almoça.
(oe kantoor almoså)

De zanger luncht.

A professora nada.
(å proefĕsoo
nadå)

....

A professora nada.
(å proefĕsoorå nadå)

De lerares zwemt.

Klemtoon

Het zal u opgevallen zijn, dat de klemtoon in de vervoegde vorm van het werkwoord is verschoven naar de vóórlaatste lettergreep. Waarom dit gebeurt, kunt u nog eens nalezen bij de klemtoonregels in de speciale bijlage over de uitspraak.

Oefening

We gaan nu oefenen met de werkwoorden. Natuurlijk krijgt u eerst een voorbeeld.

Eerst komt: o médico/ajudar  
U zegt dan:  O médico ajuda.
(oe mediekoe åzjoedå)
De arts helpt.
Ter controle volgt:  O médico ajuda.
(oe mediekoe åzjoedå)
De arts helpt.

Dan bent u nu aan de beurt. Doe uw best!

o enfermeiro/
ajudar

....

O enfermeiro ajuda.
(oe ienfĕrmeiroe åzjoedå)

De verpleger helpt.

a vizinha/
trabalhar

....

A vizinha trabalha.
(å viezienjå tråbaljå)

De buurvrouw werkt.

o amigo/
cantar

....

O amigo canta.
(oe åmiekoe kantå)

De vriend zingt.

o tio/
almoçar

....

O tio almoça.
(oe tieoe almoså)

De oom luncht.

Nieuwe woorden

Voordat we aan de laatste oefening van deze les beginnen, komen er eerst nog enkele woorden waarmee u in de loop van de cursus al gauw zelf zinnetjes zult kunnen maken. Zegt u de woorden maar na, dan gaat de laatste oefening straks gemakkelijker.

a Maria
(å mårieå)

....

a Maria
(å mårieå)

Maria

o Peter
(oe peetĕr)

....

o Peter
(oe peetĕr)

Peter

o John
(oe zjonĕ)

....

o John
(oe zjonĕ)

John

Lisboa
(liezjbooå)

....

Lisboa
(liezjbooå)

Lissabon

Amsterdão
(amsterdaung)

....

Amsterdão
(amsterdaung)

Amsterdam

Londres
(londrĕsj)

....

Londres
(londrĕsj)

Londen

a capital
(å kåpietall)

....

a capital
(å kåpietall)

de hoofdstad

a cidade
(å siedadĕ)

....

a cidade
(å siedadĕ)

de stad

falar
(fålar)

....

falar
(fålar)

spreken

 

     

Laatste oefening:

Nu volgt de laatste oefening: een korte leestekst. Om u alvast te laten wennen aan de snelheid en de zinsmelodie van de Portugese taal, wordt de tekst op normale snelheid uitgesproken. Zó klinkt nu het rasechte Portugees!

Als u een paar woorden begrijpt van deze woordenstroom, mag u tevreden zijn na de eerste les Portugees. Na de volledige tekst kunt u de tekst zelf nog een keer lezen, maar dan zin voor zin met de vertaling erbij.

Leestekst:

Esta é a Maria. A Maria é portuguesa. A Maria fala português, francês e inglês. A Maria mora em Lisboa. Lisboa é a capital de Portugal. Lisboa é uma cidade bonita.

Este é o Peter. O Peter é holandês. O Peter fala holandês e francês e estuda português. O Peter é solteiro e mora em Amsterdão. Amsterdão é a capital da Holanda.

Este é o John. O John mora em Londres. O John é inglês. O John é médico. O John estuda português e fala português com o Peter e a Maria.

MAAKT U NU ZELF DE LES AF

[Zie overzicht 1H.]

Tot zover les 1. Maakt u nu zélf de les verder af volgens de aanwijzingen in het lesboekje.
Eerst volgt de leestekst nog een keer, maar dan zin voor zin.

Zin voor zin

Portuegese 1

Portuegese 2

                                                 

Gesproken huiswerk

De nu volgende zinnen kunt u inspreken.
Tegelijk met het gesproken huiswerk uit de lessen 2 en 3 kunt u het insturen. Spreekt u alleen de Portugese zinnen in!

 

O vizinho é médico.
(oe viezienjoe e mediekoe)

De buurman is arts.

A camponesa é italiana.
(å kampoeneezå e ietåliånå)

De boerin is Italiaanse.

Letterlijk:
De oom is leraar.

O tio é professor.
(oe tieoe e proefĕsoor)

Oom is leraar.

 

A amiga é holandesa.
(å åmiekå e ‘olandeezå)

De vriendin is Nederlandse.

 

 

A amiga fala holandês, francês, inglês e português.
(å åmiekå falå ‘olandeesj, franseesj, ienkleez ie poertoekeesj)

De vriendin spreekt Nederlands, Frans, Engels en Portugees.

Schriftelijk huiswerk

Maak de nu volgende opgaven en stuur uw uitwerkingen (alleen schriftelijk) ter correctie in.

Opgave 1.1

Schrijft u de volgende zinnen over, vult u o of a in en onderstreep wat u hebt ingevuld. Maakt u vervolgens de Nederlandse vertaling van de zinnen.

1. ....   tia é italian....
2. ....   senhor é simpátic...
3. ....   menina é nov....
4. ....   menino é russ....
5. ....   vizinha é solteir....

Opgave 1.2

Vult u bij de volgende zinnen um of uma in en tevens de correcte uitgangen van de woorden. Onderstreep wat u hebt ingevuld. Maakt u ook
weer de Nederlandse vertaling van de zinnen.

1. ....   cantora nov....
2. ....   enfermeiro velh....
3. ....   director brasileir....
4. ....   inglesa solteir....
5. ....   francês casad....

Opgave 1.3

Vertaalt u de volgende zinnen in het Portugees.

1. De jongen spreekt Portugees.
2. Dit is de leraar.
3. Dit is de aardige buurvrouw.
4. Het meisje werkt in Amsterdam.
5. De vriendin is een Russin.
6. De buurvrouw spreekt Russisch, Engels en Frans.
7. De Engelse zangeres is jong en mooi.
8. De directeur woont in Lissabon.
9. De arts praat met de verpleegster.
10. De lerares is getrouwd.

Lusitania


Portugal

Portugal

Portugal en Spanje vormen samen het Iberisch Schiereiland, dat in het noorden grenst aan Frankrijk, in het oosten en het zuiden aan de Middellandse Zee en de Straat van Gibraltar en in het westen aan de Atlantische Oceaan.

Portugal is het meest westelijke land van Europa en vormt een langgerekte strook van ongeveer 800 km lang en ongeveer 200 km breed. De kustlijn is met de inhammen meegerekend zo’n 1200 km lang.

Sinds de 15e eeuw hebben Portugese zeevaarders vele ondekkingsreizen gemaakt, wat resulteerde in een enorm koloniaal rijk, waar vandaag de dag weinig van over is. Madeira en de eilandengroep van de Azoren worden als provincies van Portugal beschouwd. Macau, een smal schiereiland aan de zuidoostkust van China tegenover Hong Kong, heeft nog steeds een speciale band met Portugal.

Na een koloniale oorlog die in 1961 begon en waaraan de Anjerrevolutie van 25 april 1974 een eind maakte, werden in 1975 de koloniën Angola, Mozambique, de Kaap Verdische Eilanden en de eilanden São Tomé en Príncipe onafhankelijk. Brazilië werd al in 1822 onafhankelijk en vroegere Portugese bezittingen in India (Goa, Damião) en in het Verre Oosten (Timor) vallen ook niet meer onder Portugees bestuur.

De naam Portugal is afkomstig van het graafschap Portucale aan de monding van de rivier de Douro, waar tegenwoordig de stad Oporto (de haven) ligt. Het graafschap Portucale heeft in de strijd tegen de Moren, die Zuid-Portugal van 711 tot 1252 na Christus bezet hielden, een belangrijke rol gespeeld.
Portucale werd in 1143 dan ook door het machtige koninkrijk Castilië erkend als een apart koninkrijk. In 1179 werd de koning van Portucale door de paus als vazai geaccepteerd. De grens tussen Portugal en Spanje, die tijdens de strijd tegen de Moren is ontstaan, is een van de oudste grenzen van Europa.

De Portugese natie is dus ontstaan in wat nu Noord-Portugal is.
Het economisch en politiek zwaartepunt van Portugal heeft zich in de loop der tijden naar het zuiden verplaatst. De huidige hoofdstad is Lissabon.

De bewoners van de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland werden door de Romeinen Lusitaniërs genoemd. Zij leverden van 193 tot 61 vóór Christus een hevige strijd tegen de Romeinen. In 27 vóór Christus maakte keizer Augustus Lusitania tot afzonderlijke provincie van het Romeinse Rijk. De belangrijkste steden waren: Olisipo (Lissabon), Pax Iulia (Beja), Augusta Emerita (Mérida) - de hoofdstad - en Salmantica (Salamanca).De laatste twee steden liggen in het huidige Spanje.

Lusitania is dus een oude naam voor Portugal. Vandaar dat de stukjes ‘Portugalkunde’ in deze lessen Lusitania worden genoemd.

 


Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de cursus Portugees voor beginners dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus
1 / 1