Cursus Spaans voor gevorderden

Proefles: Spaans voor gevorderden

Leuk dat je een proefles hebt aangevraagd! Met deze proefles krijg je een indruk van de cursus Spaans voor gevorderden. In deze proefles besteden we aandacht aan nationaliteiten en familierelaties. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kunt ook vragen maken en deze zelf nakijken. Mocht je andere vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

Namen van landen

We kennen de namen van sommige landen al en leren er nu een aantal bij. Zeg ze na. Ya conocemos los nombres de algunos países y ahora aprendemos otros nuevos. Repita a continuación.cursus Spaans voor Gevorderden


Nationaliteit

We hebben geleerd dat bij de Spaanse bijvoeglijke naamwoorden van herkomst onderscheid gemaakt wordt tussen mannelijke en vrouwelijke vormen.
Bij de vrouwelijke vorm wordt een -
a toegevoegd en daarmee vervalt het accent. Ze worden met een kleine letter geschreven.
Diga las siguientes palabras del holandés directamente en español. (Zeg de Nederlandse woorden direct in het Spaans.) 



Maar nationaliteitsaanduidingen op -ense of -í hebben, net als belga, dezelfde vorm voor mannelijke en vrouwelijke bijvoeglijke naamwoorden: estadounidense, marroquí 

Dit gaan we toepassen in een oefening. Diga las oraciones del holandés en español. 


landen in het spaans


We gaan nog een oefening met de nationaliteitaanduidingen maken. Weet u nog dat aanduidingen van nationaliteit zich net zoals bijvoeglijke naamwoorden aanpassen als het zelfstandig naamwoord in het meervoud staat? Als ze op een klinker eindigen, wordt een -s toegevoegd, als ze op een medeklinker eindigen wordt -es toegevoegd.



Familierelaties

We gaan enkele woorden van de familierelaties opnieuw leren. Zeg ze na en let goed op de uitspraak.

Vamos a recordar algunas palabras del vocabulario de la familia. Repítalas y preste atención a la pronunciación.

Voor de woorden 'neef' en 'nicht' wordt in het Spaans een verschil gemaakt tussen de kinderen van je ooms en tantes (el primo / la prima / los primos) en de kinderen van je broers of zusjes (el sobrino / la sobrina / los sobrinos).

Voor de Nederlandse woorden 'echtgenoot' en 'echtgenote' worden in het Spaans de woorden marido en mujer gebruikt, maar ook esposo en esposa. Deze laatste twee woorden worden in Latijns-Amerika meer gebruikt. Het woord hombre wordt niet gebruikt in de betekenis van 'echtgenoot'.


Opgave 1

Lees de volgende tekst over de familie Santana en vul daarna de stamboom met alle familie- leden in.

La familia Santana El abuelo José Santana Rivero es el patriarca de la familia. Tiene ochenta años pero se mantiene muy joven y, a pesar de sus años, sigue trabajando en el negocio familiar. Su mujer es Adela Hernández Segura, una abuela simpática y muy cariñosa con sus cuatro nietos. Los dos nietos mayores son Laura y Daniel van der Kleij Santana. Son los hijos de su yerno René y su hija Ana. El marido de Ana es holandés y por eso sus hijos tienen un apellido holandés y otro español. A Laura y Daniel les gusta mucho ir a casa de sus primos, Alejandro y Aurelio Santana Moreno. Los tíos de Laura y Daniel trabajan con el abuelo José en el bar, se llaman Javier y Araceli. El tío Javier es el hermano de Ana. Araceli y Ana son cuñadas. A Javier le encanta estar con sus so-brinos Laura y Daniel y los visita muchas veces en Holanda.


Antwoord opgave 1

Onderstaand zie je de juiste stamboom. Klopt jouw stamboom?

 


Dan nu de toepassing in een oefening. Diga las oraciones del holandés en español

 

Let op: y ('en') verandert in e voor een woord dat met een i -klank ( of hi) begint:
Portugués e inglés
Marcos e Inés

En o ('of') verandert in u voor een woord dat met een o -klank (o of ho) begint:
mujer u hombre
Marcos u Oscar


Opgave 2

Benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Vertaal de volgende zinnen in het Spaans. De antwoorden komen later in de proefles terug.

1. Ik ben Spaans, mijn man is Nederlander en mijn schoonmoeder is Belgische.

2. Waar komen jouw schoonzusters vandaan? Zij komen uit de Verenigde Staten.

 3. De toeristen zijn Amerikanen (VS), Brazilianen, Argentijnen, Marokkanen en Engelsen.

4. De ouders, de broers en zusters en de kleinkinderen van Patricia zijn Cubanen. Haar man is Frans.

5. Jullie neefjes en nichtjes (kind van je broer of zus) spreken Spaans en Engels. Mijn neefjes en nichtjes (kind van je oom of tante) spreken Duits en Frans.

6. De visboer verkoopt vis zoals kabeljauw, tong en ook mosselen.

7. Bij de fruitwinkel kan men kersen, watermeloen en perzik kopen.

8 Er is geen vis vandaag bij de visboer. We moeten hem op de markt kopen.

9. Hoeveel kost een kilo perziken? Ze zijn duur omdat ze uit Chili komen.

10. De vis in Spanje is niet duur. We eten drie keer per week verse vis en én keer ingevroren vis.


Hoe studeer je bij het NTI?

Dankzij het nieuwe studeren, bepaal je zelf waar en wanneer je studeert. Het nieuwe studeren is de ideale combinatie tussen online en klassikaal onderwijs. Onderstaande video laat je het nieuwe studeren zien.


Antwoorden opgave 2

1. Soy española, mi marido es holandés y mi suegra es belga.

2. De dónde son tus cuñadas? Son estadounidenses.

3. Los turistas son estadounidenses, brasileños, argentinos, marroquís e ingleses.

4. Los padres, los hermanos y los nietos de Patricia son cubanos. su marido es francés.

5. Tus sobrinos hablan español e inglés. Mis primos hablan alemén y francés.

6. El pescadero vende pescado como bacalao, lenguado y también mejillones.

7. En la frutería se puede comprar cerezas, sandía y melocotón.

8. Hoy no hay pescado en la pescadería. Tenemos que comprarlo en el mercado.

9. Cuánto cuesta un kilo de melocotones? Son caros porque son de Chile.

10. El pescado no es caro en España. Comemos tres veces por semana pescado fresco y una vez pescado congelado.


Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de cursus Spaans voor gevorderden dus zet vandaag nog de eerste stap

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze digitale leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus
1 / 1