Proefles: Interieurstylist

Binnen een jaar ben je uitgegroeid tot interieurstylist met de opleiding Interieurstylist!

Met deze proefles krijg je een indruk van de beroepsopleiding Interieurstylist van het NTI.
Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren.
Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op.
Heel veel succes en plezier met de proefles.

Hoofdstuk 9

Materialen en hun interieureffecten

U hebt inmiddels geleerd hoe essentieel een goede inschatting is van de effecten die ontstaan door de toepassing van ontwerpbouwstenen. Met uw keuzes voor materialen maakt u gebruik van die behandelde bouwstenen. Daarnaast weet u dat binnen de hoofdinterieurstijlen bepaal- de materialen passend zijn en andere weer niet. Probeer bij de bestudering van dit hoofdstuk steeds ook na te gaan welke effecten u over de hele linie creëert door de toepassing van de besproken materialen.
In dit hoofdstuk behandelen wij met name de effecten van materialen in het interieur. Het is zeker ook van belang om een goede productkennis te hebben van de verschillende interieuronderdelen, maar wij menen dat hierover voldoende informatie wordt verstrekt door de leveranciers, vakbladen en woonmagazines. Deze informatie is dan ook altijd up-to-date. Het effect van bepaalde materialen bespreken we wel uitgebreid, omdat een interieurstylist deze kennis niet zonder meer van leveranciers, vakbladen en woonmagazines kan krijgen.
Er zal bij de keuze voor een bepaald materiaal niet alleen gekeken moeten worden naar de visuele aspecten van dat materiaal, ook het gebruik door en de smaakvoorkeuren van de opdrachtgever moeten een belangrijke rol spelen.

9.1  De keuze van materialen

De materialen en kleuren op wanden, vloeren, plafonds en ramen worden lang niet altijd op hun waarde geschat. Toch zijn dit voor een interieurstylist misschien wel de meest essentiële onderdelen van het interieur. Deze bieden namelijk de ondergrond en achtergrond voor alles in het interieur! Als hiervoor de juiste keuzes gemaakt zijn, dan vormt het totaal aan materialen als het ware het cement tussen de verschillende onderdelen. Dan pas ontstaat er een interieur. Zijn de keuzes hier niet goed overdacht en mogelijk zelfs conflicterend met elkaar, dan kan geen enkel duur meubelstuk het interieur redden. Het interieur hangt dan als los zand aan elkaar.

Consumenten realiseren zich over het algemeen onvoldoende dat zij met de reeds gemaakte keuzes voor materialen en kleuren het succes van nieuwe meubelstukken of andere interieuronderdelen beïnvloeden. Zo kan het dat de aanschaf van een bankstel dat bij de buren zo prachtig tot zijn recht komt, in de eigen woonsituatie helemaal misplaatst zijn, zelfs als de plattegrond van het huis hetzelfde is als die van de buren. De achter- en ondergrond op vloeren, wanden en voor de ramen is daar immers volledig anders. Men vergeet dan dat het interieur uit veel meer bestaat dan alleen de meubelstukken.

De interieurstylist kan juist met zijn keuzes voor materialen en texturen en kleuren, binnen een bepaalde interieurstijl een eigen signatuur geven aan de ruimte. Hierbij is het ontzettend belangrijk om in te kunnen schatten welke effecten een gekozen materiaal, kleur of dessin heb- ben op de andere onderdelen van het interieur.

9.2  Vloeren

De vloer bestrijkt het totale oppervlak van de woning. De vloer is dan ook het basiselement van het interieur. Op de vloer worden immers de meeste meubelstukken in de ruimte geplaatst. Voor een goede balans in het interieur wordt daarom de vloer als decoratief basisuitgangspunt genomen. Alle verdere gemaakte keuzes voor de aankleding en inrichting moeten hierbij kunnen aansluiten.

Door een neutrale vloer te kiezen, kunt u aansluitingsproblemen in de inrichting voorkomen. Een andere insteek is juist het kiezen van een vloer met kleuren en patronen waarop het totale kleurenschema van het interieur wordt afgestemd. In weer een andere toepassing kiest u heel bewust voor een accentkleur op of in een deel van de vloer (afbeelding 1).

9.2.1     Plinten

Een plint wordt vooral toegepast om de onderzijde van de wand te beschermen tegen vuil en beschadigingen. Daarnaast heeft de plint ook decoratieve effecten.

  • De vloer kan optisch vergroot worden, door te werken met een plint (van het gebruikte vloermateriaal) tegen de wand. Deze plint mag dan maximaal tien centimeter hoog zijn en  moet dezelfde kleur als de vloer hebben. Door dit visuele effect ziet de oppervlakkige waar- nemer de plint aan voor vloer en wordt de vloer optisch vergroot. 
  • Plinten in een opvallend andere kleur als die van de vloer, verkleinen juist de ruimte optisch. Het oog wordt dan juist naar de plint toegetrokken, waardoor deze als kader werkt.
  • Een plint in de kleur van de wand is optisch neutraal. Door te werken met een witte, brede, hoogglans plint ontstaat er een wat chique sfeer.

9.2.2    Licht en donker

De vorm en de grootte van een ruimte, de ligging ten opzichte van de zon en de hoeveelheid licht in een ruimte zijn erg belangrijk voor het effect van een vloer.

  • Donkere kleuren absorberen meer licht dan lichte. Daarom is een donkere vloer in een ruimte met weinig daglicht dus niet zo geschikt. 
  • Daarnaast verkleint een donkere kleur optisch de vloer. In een kleinere ruimte wilt u vaak het omgekeerde effect bereiken. Hier zult u dus vaker een lichte vloer toepassen.

Veel mensen hebben zich erop verkeken wat de effecten zijn van een (terra) plavuizen vloer. Tijdens de vakantie in Italië leek dit zo’n prima keuze. In Italië zorgt echter het klimaat voor een zonnig licht in de schaars gemeubileerde ruimten met hun wit gestuukte wanden. In het regenachtige Nederland zal het effect van de vloer heel anders zijn, zeker als het om een ruimte op het noorden met weinig lichtinval gaat. Heeft de ruimte dan ook nog siermetselwerk aan de wand en staan er veel donkere en zware meubelstukken, dan wordt het geheel toch wel erg somber.

9.2.3    Vloertypen harde vloer

Hierna behandelen we de effecten van de meest gebruikte vloertypen.
Natuursteen
Wordt in de natuur gewonnen. Wordt dus niet gebakken en is poreuzer dan keramische tegels.

  • Kleuren:
    –   Zie onder soort.
  • Visuele kenmerken:
    –   In grotere ruimten: grotere maten toepassen voor een ruimtelijker effect.
    –   In kleinere ruimten: kleinere maten toepassen voor een ruimtelijker effect.
  • Opmerkingen:
    –   In verschillende formaten verkrijgbaar, zoals: 60 x 60, 40 x 60, 45 x 45, 30 x 30, 10 x 10 en 15 x 15 cm.
    –   Vloerverwarming aan te raden.
    –   Materiaal is in meer of mindere mate poreus.
    –   Door polijsten wordt het materiaal glanzend en glad.
    –   Door zoeten (= schuren) wordt het materiaal ruwer en minder glad.
    –   Kies de partij zelf uit; er zijn verschillen in adering.

Marmer

  • Kleuren:
    –   Wit, roze, groen, zwart.
  • Visuele kenmerken:
    –   Glanzend, geaderd materiaal met ruimtelijk, tijdloos en luxe effect.
    –   De witte vloeren, met weinig adering, kunnen een wat kille uitstraling hebben.
    –   Vloeren met veel adering kunnen wat onrustig aandoen
  • Opmerkingen:
    –   Slijtvast.
    –   Door zoeten (= schuren) wordt dit materiaal minder poreus, waardoor het minder vuil opneemt. Hierdoor nemen de glans en kleur echter ook wat af.

Graniet

  • Kleuren:
    –   Vele grijstinten, zwart, groentinten.
  • Visuele kenmerken:
    –   Glanzend, geaderd met ruimtelijke en tijdloze uitstraling.
  • Opmerkingen:
    –   Zeer slijtvast.

Travertin

  • Kleuren:
    –   Crèmig.
  • Visuele kenmerken:
    –   Glanzend, geaderd materiaal met ruimtelijk effect en warme uitstraling.
  • Opmerkingen:
    –   Minst slijtvaste natuursteen.
    –   Zeer poreus en daardoor geschikter voor vensterbanken of bekleding van de (open)haard.

 Leisteen

  • Kleuren:
    –   Zwart, groen en bruintinten.
  • Visuele kenmerken:
    –   Dof, wat ruw materiaal met robuuste, ruimtelijke en tijdloze uitstraling.
  • Opmerkingen:
    –   Slijtvast.

Keramische tegels (plavuizen)

  • Kleuren:
    –   Verschillende kleuren bij geglazuurde tegel.
    –   De kleur van de gebruikte kleisoort bij ongeglazuurde tegel.
  • Visuele kenmerken:
    –   Geglazuurd: glanzend.
    –   Ongeglazuurd: mat.
    –   Hoe smaller de voeg, hoe ruimtelijker het effect.
    –   Bij brede voeg ontstaat een rustiek effect.
    –   In grotere ruimten: grotere maten toepassen voor een rustig en ruimtelijk beeld.
    –   In kleine ruimten: kleinere maten toepassen.
  • Opmerkingen:
    –   In verschillende formaten verkrijgbaar, zoals: 60 x 60, 40 x 60, 45 x 45, 30 x 30, 10 x 10 en 15 x 15 cm.
    –   Vloerverwarming aan te raden.
    –   Dubbelhard gebakken plavuis is het meest slijtvast.
    –   Een glazuurde plavuis slijt sneller (de glazuurlaag slijt eraf) en de kleur verschiet hierdoor.

 

Woonbeton

  • Kleuren:
    –   Zeer veel kleuren.
  • Visuele kenmerken:
    –   Zacht glanzend.
    –   Ruimtelijk.
    –   Lichte tinten.
    –   Moderne designsfeer.
    –   Afhankelijk van de kleurenkeuze een andere uitstraling.
  • Opmerkingen:
    –   Vloerverwarming aan te raden.
    –   Onderhoudsarm.
    –   Een gestorte en afgewerkte betonnen vloer wordt met betonverf en een laag epoxyhars.
    –   afgewerkt. verloop van tijd slijt de kleurlaag eraf.

9.2.4    Vloertypen semiharde vloer

Hout (parket en vloerdelen)

  • Kleuren:
    –   Afhankelijk van de soort en de afwerking: van licht tot zeer donker.
  • Visuele kenmerken:
    –   Lichte soorten: ruimtelijk en modern.
    –   Donkere soorten: sfeervol.
    –   Delen strak aan elkaar gelegd, geven een rustig en ruimtelijk interieurbeeld.
    –   Ruimte tussen de verschillende vloerdelen, door bijvoorbeeld groeven, geeft een wat
    –   onrustiger beeld.
  • Opmerkingen:
    –   Duurzaam, maar afhankelijk van de hardheid van de soort, meer of mindere beschadigbaar.
    –   Door schuren verdwijnen de beschadigingen echter weer.
    –   Door vernis wordt het materiaal glanzend en glad.
    –   Door was wordt het materiaal zacht glanzend en blijft de textuur en de warme glans van het natuurproduct beter zichtbaar. Het trekt echter wel meer vuil aan.
    –   Door beits kan het materiaal donkerder worden gemaakt.
    –   Door verf kan het materiaal lichter en donkerder worden gemaakt.
    –   Kies de partij zelf uit. Hierdoor kunt u kiezen in hoeverre de nerven zichtbaar zijn.

Parket

  • Visuele kenmerken: –   Afhankelijk van de gelegde patronen ontstaat een ander beeld.
  • Opmerkingen: –   Kan gelegd worden in stroken, visgraat, blokkenpatroon en fantasiepatronen (zie ook afbeelding 7).

Vloerdelen

  • Visuele kenmerken: –   Afhankelijk van de afwerking, breedte en groef ontstaat een ander beeld.
  • Opmerkingen: –   Brede planken van vurenhout of grenen.

Laminaat

  • Kleuren: –   In houtprints en kleuren verkrijgbaar.
  • Visuele kenmerken:
    –   Houtprint: ruimtelijke uitstraling van het hout, mist hierbij soms net de textuur en warme gloed van het natuurlijke hout.
    –   Kleur: moderne ruimtelijke uitstraling.
  • Opmerkingen:
    –   Zeer harde slijtvaste kunstvloer met een laminaat toplaag.
    –   Glanzende, gladde, zeer harde, slijtvaste vloer.
    –   Goedkoper dan hout.
    –   Wordt meestal gelegd in strookvorm.

Kurk

  • Kleuren: –   Van licht tot zeer donker.
  • Visuele kenmerken: –      Heeft de natuurlijke tekening en de textuur van kurk.
  • Opmerkingen:
    –   Door verf kan het materiaal lichter en donkerder worden gemaakt.
    –   Door vernis wordt het materiaal glanzend en glad.
    –   Het materiaal voelt warm aan en is verend.

Linoleum

  • Kleuren: –   In vele kleuren.
  • Visuele kenmerken:
    –   Het materiaal is mat glanzend en wordt in effen, gemarmerd (marmoleum) en prints (artoleum) uitvoeringen aangeboden.
    –   Er zijn veel verschillende visuele effecten te bereiken.
  • Opmerkingen:
    –   Gemaakt van kurk, houtolie, lijnolie en kleurstoffen. Dit alles wordt geperst op linnen bij een hoge temperatuur. Het is dus een natuurproduct.
    –   Zeer duurzaam en onderhoudsvrij.
    –   Kan goed bacterievrij gehouden worden en daardoor geschikt voor projectomgevingen.
    –   Kan makkelijk in patronen worden gesneden en gelegd.

Rubber

  • Kleuren: –      Veel kleuren, effen, gemarmerd en met reliëf.
  • Visuele kenmerken: –   Afhankelijk van de uitvoering zijn er veel verschillende visuele effecten te bereiken.
  • Opmerkingen:
    –   Slijt- en slipvast.
    –   Isolerend.
    –   Natuurlijk materiaal.
    –   Ruikt ook naar ‘rubber’.

Vinyl

  • Kleuren: –   Veel kleuren en dessins.
  • Visuele kenmerken:
    –   Imitaties van hout en natuursteen verkrijgbaar.
    –   Al dan niet met reliëf.
    –   Afhankelijk van de uitvoering kunnen we verschillende visuele effecten bereiken.
  • Opmerkingen:
    –   Kunststof vloer in tegels of kamerbreed verkrijgbaar.
    –   Veel verschillen in prijs en kwaliteit.
    –   De dikkere uitvoeringen zijn niet koud en veren.
    –   Gevoelig voor krassen en druk (van bijvoorbeeld wieltjes van bureaustoelen).

9.2.5     Vloertype zachte vloer

Tapijt en karpet

  • Kleuren:
    –   Zeer veel kleuren.
  • Visuele kenmerken:
    –   Over het algemeen een warme, sfeervolle uitstraling.
    –   Afhankelijk van de toegepaste kleur, het dessin en de textuur verschillende optische effecten te bereiken.
    –   Neutrale vloeren: gebroken witten, grijzen, bruinen, antraciet en taupe, waarvan een mêlee een rustige optiek geeft.
    –   Gesneden pool: velours: fluwelige vloer, gladde bovenlaag, luxe uitstraling, wordt snel plat.
    – Saxony: tapijt met langere rechtopstaande pool (20 mm) opvallend ogend, zachte en weelderige uitstraling.
    –   Frisee: krullige textuur, gespikkeld of met dessin; traditionele uitstraling.
    –   Luspool: kleine stevige lussen voor tapijt.
    –   Grove lussen: berber voor karpet; wordt snel plat.
  • Opmerkingen:
    –   In natuurlijke materialen zoals wol, katoen, linnen.
    –   In synthetische vezels zoals acryl en nylon.
    –   Ook in combinaties van beiden verkrijgbaar in veel verschillende kwaliteiten.
    –   Formaten: 200, 400 en 500 cm breed.
    –   Soms ook in tegels verkrijgbaar.
    –   Gang, trap en overloop hebben intensief verkeer: tapijt met dichte pool, donkere tinten of dessin.
    –   Huiskamer en eetkamer: gemiddelde slijtage: dus ruimere keuze mogelijk.
    –   Slaapkamer: geringe slijtage, meer nadruk op luxe, dan op slijtvastheid.
    –  Karpetten zijn in allerlei maten verkrijgbaar, ook tapijt kan tot karpet worden vermaakt.
    –  In veel verschillende texturen verkrijgbaar.
    –  Naden moeten met de looprichting worden mee gelegd.
    –  Bij vloerbedekking op de trap moet de poolrichting naar beneden lopen, haaks op de neus van de traptreden.

9.3  Wanden

De wanden in een ruimte zijn belangrijker dan veel mensen denken. Het zijn de grootste (kleur) vlakken in een ruimte en ze vormen de achtergrond voor alles wat in de ruimte staat of voor de wanden hangt. De afwerking en kleur van de wanden bepalen voor een groot gedeelte de ruimtebeleving en sfeer van het interieur. Daarom is het goed om doordacht deze materialen en kleuren uit te kiezen. Al eerder behandelden wij, meer in het algemeen, de effecten van kleuren en vormen. Hierna behandelen we summier de effecten van de meest gebruikte wandbekledingsoorten. Eerst laten we een aantal originele voorbeelden zien van een meer thematische aankleding van een wand. 

 

9.3.1     Harde wand

Glad gepleisterde wand

  • Kleuren:
    –   Met muurverf kan de wand in zijn geheel in vele tinten geschilderd worden.
    –   Of gedeeltelijk, bijvoorbeeld boven een tafel of achter een bank.
  • Visuele kenmerken:
    –   Moderne, ruimtelijke uitstraling.
    –   Afhankelijk van de gekozen kleuren ontstaan effecten die de ruimte optisch beïnvloeden (zie ook het hoofdstuk over kleur).
    –   Gladde oppervlakken reflecteren meer licht en hebben een meer ruimtelijke werking dan ruwe. De wand kan ook worden voorzien van een glanslaag door transparante lak.
  • Opmerkingen:

–   De wand wordt door de stukadoor meestal wit afgeleverd.
–   Een beperkt aantal kleuren kan rechtstreeks aan het pleisterwerk worden toegevoegd. Hierdoor wordt de laag door en door van kleur.
–   De wand kan onbeperkt van muurverf voorzien worden.

Schuurwerk

  • Kleuren:
    –   Met muurverf kan de wand in vele tinten worden geschilderd.
  • Visuele kenmerken:
    –   Rustieke, landelijke uitstraling.
    –   Afhankelijk van de diepte en het type structuur ontstaat er een meer of minder onrustig ruimtebeeld.
    –   Ruwe oppervlakken absorberen meer licht en hebben minder ruimtelijke werking dan gladde.
  • Opmerkingen:
    –   De wand wordt door de stukadoor meestal wit afgeleverd.
    –   Een beperkt aantal kleuren kan rechtstreeks aan het pleisterwerk worden toegevoegd waardoor de laag door en door is.
    –   Met schuurwerk krijgt een gepleisterde wand een bepaalde structuur. Het kan gespoten
    –   worden of met de hand worden aangebracht. Structuur ontstaat door de kalk en het zilverzand.
    –   Als de wand geschilderd wordt, zal de structuur wat afnemen.

9.3.2   Wandaankleding 

Spiegelpanelen

  • Visuele kenmerken:
    –   Met spiegelpanelen kunt u extra ruimte suggereren. Het grootste effect krijgt u al voor het paneel subtiel een ander object wordt geplaatst. Hierdoor merkt men niet direct de spiegel op.
  • Opmerkingen:
    –   Spiegels vragen wel wat onderhoud. Ze worden snel vies.

Betimmering

  • Kleuren: –   Met verf in vele tinten overschilderbaar.
  • Visuele kenmerken:
    –   Afhankelijk van de gekozen houtdelen en de afstand tussen de verschillende delen, ont- staat een meer of minder onrustig beeld.
    –   Lambriseringen zijn vooral in hoge ruimten decoratief. Al naar gelang de gebruikte panelen en kleuren ontstaan decoratieve effecten en stijlkenmerken.
  • Opmerkingen:
    –   Toepassingen van houten schroten, platen en lambrisering op (onderste deel van) de wand.
    –   Door vernis wordt het materiaal glanzend en glad.
    –   Door beits kan het materiaal donkerder worden gemaakt.
    –   Door verf kan het materiaal lichter en donkerder worden gemaakt.

 

Trompe-l‘œil

  • Visuele kenmerken:
    –   Een geschilderde voorstelling, die een driedimensionale werkelijkheid suggereert
  • Opmerkingen:
    –   Zeer geschikt voor een entree, maar ook voor een overloop of in een grote ruimte.

Wandkasten

  • Kleuren:
    –   In de kleur van de wand is het effect ruimtelijk en maakt het meubel zich ondergeschikt aan de zaken die er in staan (zie afbeelding 26).
    –   In een contrasterende kleur krijgt deze meer visuele aandacht.
  • Visuele kenmerken:
    –   Zeer fraaie, praktische en originele wijze van wand afwerken.
    –   Bijvoorkeur op maat aanbrengen.
    –   Kan ook rondom een deur of aan weerzijden van een schouw.

9.3.3   Zachte wand

Behang

  • Kleuren:
    –   Zeer veel kleuren.
  • Visuele kenmerken:
    –   De print, textuur en de kleuren hebben een invloed op de sfeer en ruimtelijke effecten.
    –   Een gladde behangsoort in een rustig dessin en kleur oogt neutraal.
    –   Pas op voor te veel dessins in een kleine ruimte.
    –   Horizontale strepen op de wand verbreden de ruimte optisch.
    –   Verticale strepen verhogen de ruimte optisch.
  • Opmerkingen:
    –   Keuze uit een grote verscheidenheid aan materialen en uitvoeringen: papier, vinyl, textiel, glasvezel, houtvezels en dergelijke.

Textiel

  • Kleuren:
    –   Afhankelijk van het gekozen dessin.
    –   Op wit doek dat u zelf voorziet van kleuren.
  • Visuele kenmerken:
    –   Afhankelijk van het dessin van de gekozen stof kunt u vele decoratieve effecten bereiken.
  • Opmerkingen:
    –   U kunt een wand (tijdelijk) een ander aanzien geven door mooie lappen stof (bijvoorbeeld aan een plafondrail) voor de wand te hangen.

Glasvezel
Vaak toegepast in projectomgevingen.

  • Kleuren:
    –   Met muurverf kan de wand in vele tinten geschilderd worden.
  • Visuele kenmerken:
    –   ’Hotel’-sfeer.
    –   Afhankelijk van de gekozen structuur ontstaat een ruimtewerking.
    –   Ruwe oppervlakken absorberen meer licht en hebben minder ruimtelijke werking dan gladde.
  • Opmerkingen:
    –   Op een gestuukte wand of een plafond kan ter camouflage van beschadigingen, of ter voorkoming ervan, glasvezeldoek worden aangebracht.
    –   Het doek, meestal met een wafeltjesstructuur, wordt als behang op de wand aangebracht en moet daarna nog geschilderd worden.
    –   Geeft een uitstekende bescherming aan de wanden
    –   In vele structuren en patronen verkrijgbaar.

 

Tot slot 
Het inzicht in de effecten van materialen, kleuren en meubelkeuzes krijgt u niet alleen maar door het uit uw hoofd leren van de verschillende effecten. U leert de interieureffecten vooral kennen door heel veel interieurs te analyseren. Het is belangrijk dat u op de hoogte bent van het aanbod en de verkrijgbaarheid van materialen. Daarnaast wilt u misschien stalen opvragen om te beoordelen of te gebruiken in uw kleuren- en materialenplan.

Hiervoor is het essentieel dat u ziek goed oriënteert op de markt. Contacten met locale detaillisten zijn belangrijk, zij kunnen u goed informeren en helpen bij het maken van uw keuzes. Daarnaast is het tegenwoordig gangbaar dat ontwerpers via internet informatie en stalen kunnen opvragen bij de fabrikanten. Bijna iedere fabrikant biedt via de homepage een stalenservice en pdf-bestanden aan met productspecifieke informatie.

1.    Soms zullen dezelfde meubelen in de ene situatie schitterend tot hun recht komen, maar in een andere woonsituatie niet, zelfs als er wel sprake is van dezelfde plattegrond. Hoe komt dit?
2.    Wat kunt u in het algemeen zeggen over de formaten van natuursteen en de ruimtelijke effecten ervan?
3.    Wat kunt u in het algemeen zeggen over het effect van de breedtes van voegen op het effect van een vloer?
4.     Wat kunt u in het algemeen zeggen over het ruimtelijk effect van een houten vloer?
5.      a. Welke zachte vloeren zijn er? b. In welke kleuren zijn deze verkrijgbaar? c. Welke soorten zijn er? Noem enkele kenmerken van de verschillende soorten.
6.     Wat is het verschil in effecten tussen een gladde en ruwe wand?

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de opleiding Interieurstylist dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus

Het nieuwe studeren begint hier

Bij het NTI studeer je op je eigen manier. Je kunt op ieder gewenst moment met de opleiding van je keuze beginnen. Dankzij het nieuwe studeren, bepaal je zelf waar en wanneer je studeert. Het nieuwe studeren brengt nog meer voordelen met zich mee. Het is de ideale combinatie van online thuisstudie en klassikale bijeenkomsten. Je volgt thuis een opleiding en je maakt gebruik van moderne studiemethodes waaronder de online leeromgeving, waar je contact met andere studenten en docenten hebt, e-modules, interactieve opdrachten en video-instructies. Hiernaast worden tijdens een groot deel van de opleidingen enkele praktijkdagen en/of workshops georganiseerd.

1 / 23