Proefles: Sportmassage

Volg nu de opleiding NGS Sportmassage bij het NTI!

Met deze proefles krijg je een indruk van de beroepsopleiding Sportmassage van het NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

Het nieuwe studeren begint hier

Bij het NTI studeer je op je eigen manier. Je kunt op ieder gewenst moment met de opleiding van je keuze beginnen. Dankzij het nieuwe studeren, bepaal je zelf waar en wanneer je studeert. Het nieuwe studeren brengt nog meer voordelen met zich mee. Het is de ideale combinatie van online thuisstudie en klassikale bijeenkomsten. Je volgt thuis een opleiding en je maakt gebruik van moderne studiemethodes waaronder de digitale leeromgeving, waar je contact met andere studenten en docenten hebt, e-modules, interactieve opdrachten en video-instructies. Hiernaast worden tijdens een groot deel van de opleidingen enkele praktijkdagen en/of workshops georganiseerd.

18. Massage: praktijk

Inleiding

Sportmassage wordt toegepast op de gezonde sportman/vrouw en op gezond weefsel en is gericht op het voorkomen van stoornissen in het bewegingsapparaat. Een massage is primair gericht op de feiten en omstandigheden die tijdens het functieonderzoek worden gevonden.
Er wordt gewerkt volgens een bepaald systeem van handelingen. Op grond van de opvattingen die bestaan over de werking worden de handgrepen in een bepaalde volgorde uitgevoerd. De volgorde die wordt gebruikt, is afhankelijk van de toestand en de gevoeligheid van de weefsels. De intensiteit van alle handgrepen kan worden aangepast door kracht, richting, snelheid en tijdsduur te wijzigen. Ook het meer of minder gebruiken van tussenstof is van belang. Naarmate de gevoeligheid van het weefsel groter is, zal minder krachtig gemasseerd moeten worden. Een rustige en ritmisch uitgevoerde massage zal een meer ontspannende invloed hebben. Een snelle massage geeft een stimulerend effect. Handgrepen die dwars op het vezelverloop worden uitgevoerd geven een sterkere prikkel dan wanneer ze in de lengterichting worden uitgevoerd. Langdurig uitgevoerde handgrepen hebben een afstompend effect. Door het gebruik van massageolie neemt de weerstand af. Als geen of weinig olie wordt gebruikt kunnen krachtige stimuli worden gegeven. Voor een ontspannen massage is het gebruik van wat tussenstof aan te bevelen.
Het systeem van handelingen moet voortdurend worden aangepast aan het reactiepatroon van de sportman. De sportmasseur moet tijdens de massagebehandeling goed blijven observeren. De sportmasseur moet als het ware waarnemend behandelen. Er moet continu een wisselwerking bestaan tussen de sportmasseur en degene die gemasseerd wordt. Er ontstaat dan een voortdurende aanpassing van de handgrepen aan de vorm, de gevoeligheid, de weerstand en de beweeglijkheid van het weefsel. Op deze manier ontstaan in de praktijk tientallen verschillende technieken en iedere massagebehandeling zal weer anders zijn.

Vanaf het begin zullen de basistechnieken veelvuldig moeten worden geoefend. Het is belangrijk vaak, aandachtig en met verschillende proefpersonen te oefenen. Op de individueel verschillende reacties kan dan worden ingespeeld. Het is verstandig dat de cursisten onderling consequent het rollenspel als sportmasseur en sporter uitvoeren. De behandelsituatie wordt op die manier tijdens de lessen geoefend. Naast het aanleren van de basistechnieken moet een goed gevoel worden verkregen voor het tempo, de kracht, de richting en het ritme.

De basis van een goede massage is:

  • een goed ontwikkeld tastgevoel
  • kennis van de normale toestand van het weefsel
  • een goede handvaardigheid (techniek)
  • ­kennis van de effecten van de massage(handgrepen)
  • Ook hygiënische regels moeten tijdens de lessen in acht

worden genomen. De handen en de nagels van de sportmasseur moeten schoon zijn. De kleding moet praktisch en eveneens schoon zijn. Ringen, horloges en armbanden moeten afgelegd worden. Zo wordt de kans op het verwonden van de proefpersoon verkleind. Ook loshangende kleding en kettingen moeten worden vermeden. De proefpersoon wordt in een gemakkelijke uitgangshouding geplaatst, zodanig dat het lichaam ontspannen is en dat geen lichaamsdelen tijdens de behandeling behoeven te worden gefixeerd. Dat geeft onnodige spierspanningen. Blote, niet bij de behandeling betrokken lichaamsdelen dienen te worden afgedekt. Hiervoor zijn meestal twee grote handdoeken en een kleinere nodig. Naast ethische overwegingen moeten we er rekening mee houden dat lichaamsdelen na de massage sterk doorbloed zijn en gemakkelijk afkoelen. Bij het bespreken van de uitgangshoudingen zal op het afdekken van de sportman worden ingegaan. Ook moet de kleding van de proefpersoon worden beschermd tegen massageolie. Tijdens de massage moet het contact met de sportman/-vrouw behouden blijven, om de intensiteit van de massage te blijven aanpassen. Bij eventuele (afweer)reacties moeten de massagehandgrepen worden aangepast.

18.1 Individuele aanpassing aan de massage vereist vooraf een functieonderzoek

Een massagebehandeling moet altijd individueel worden aangepast. Voor een massage vindt altijd eerst een onderzoek plaats. Het onderzoek bestaat uit:

  • informatie/anamnese
  • observatie/inspectie
  • functietests
  • palpatie (beoordeling) van het weefsel door af te tasten

Deze vier onderwerpen zijn bij het functieonderzoek uitgebreid aan de orde geweest. Toch volgen in verband met de massage hier nog enkele bijzonderheden. Op de palpatie wordt uitgebreider ingegaan.

Anamnese
Algemene anamnese (zie ook werkwijze van de sportmasseur)
Het doel van de anamnese is de kennismaking waarbij de cliënt vertrouwen krijgt in het vakmanschap van de masseur en daardoor op zijn gemak wordt gesteld. Vooral de eerste keer is dit belangrijk.
Er kunnen contra-indicaties zijn. Een indruk wordt verkregen van wat het verwachtingspatroon is van de cliënt en hoe zijn gezondheidstoestand is. Er worden gegevens verkregen omtrent het doel van de massage.

Specifieke anamnese:

  • Zijn er plaatselijke aandoeningen?
  • Wanneer is voor het laatst getraind?
  • Hoe is de gezondheidstoestand momenteel (griep – keelontsteking)?
  • Wanneer was de laatst genoten maaltijd?
  • Welke sport bedrijft u?
  • Wat is het voorkeursbeen of welke is de voorkeursarm?
  • Ben je nog ergens voor in behandeling?
  • Welk werk doet u?
  • Enzovoort.

Inspectie
Er wordt bij de inspectie vooral gekeken naar wat afwijkend is:
- links-rechts verschillen
- verschillen in spanning
- verschillen in omvang
- contourverschillen
- verschillen in kleur
- verschillen in beharing
- verschillen in belasting
- veranderingen in stand en statiek
- verdikkingen
- verkleuringen
- littekens
- infecties

Palpatie
Van groot belang voor de sportmasseur is het ontwikkelen van de tastzin. Met een goede tastzin kan de sportmasseur de weefsels beter onderzoeken en de reacties van de sportman op de aanraking of de massagehandgreep beter beoordelen en interpreteren. Vooral in de vingertoppen liggen veel tastreceptoren. We tasten de huid, de onderhuid, de spieren en overige structuren af met de vingertoppen. Door de palpatie leren we te voelen of we te maken hebben met gezonde of afwijkende weefselstructuren.
We passen palpatie vooral toe vóór de massagebehandeling om een goede indruk van de diverse weefsels te krijgen. Maar ook tijdens de massage blijven we voelen hoe de sportman en het behandelde weefsel reageert. Vraag de onderzochte persoon voortdurend naar gevoeligheid.
Techniek van het palperen

  • Zorg voor een ontspannen uitgangshouding.
  • Het beste is te palperen met de vingertoppen van de 2e, 3e en eventueel 4e vinger.
  • Begin met lichte druk en met de handen/vingers plat.
  • Te grote druk in het begin geeft vervorming van de gevoelszintuigen in de vingertoppen hetgeen irritatie geeft en afweerreactie.
  • Zorg voor een goed contact met de patiënt.
  • Let goed op reacties en gevoeligheid.
  • Palpeer van oppervlakkige naar diepere structuren.
  • Begin met de hele hand, daarna met delen van de hand.
  • Vergelijk de bevindingen met de andere zijde.
  • Verplaats de vingers geregeld, anders treedt adaptatie op.
  • Voer de druk langzaam op; wissel van druk, richting en kracht.
  • Om diepere structuren te beoordelen kunnen de vingers schuin, tot loodrecht worden geplaatst.
  • Blijf zeer rustig en voorzichtig werken en houd een goed tastcontact.
  • Onderzoek verschillende structuren.

Voorwaarden voor een goede palpatie zijn:

  • precieze anatomische kennis
  • driedimensionale voorstelling van de weefsels
  • ontwikkeling van de tastervaring (door veel vergelijking)
  • tastcontact met de sportman
  • zowel objectief (sportmasseur) als subjectief (onderzochte) moeten de reacties beoordeeld worden
  • verandering in het weefsel die in de loop van de tijd optreden moeten worden herkend

Palpatie van huid en onderhuid
De huid moet zacht en elastisch zijn en gemakkelijk over de onderlaag verschuiven. De onderhuid moet vrij zijn van verhardingen, verklevingen en verdikkingen.
De huid en onderhuid kunnen worden beoordeeld op:

  • temperatuur (met de handrug)
  • vochtigheid (tussenstof)
  • gevoeligheid (vingertoppen)
  • indrukbaarheid (tonus) van de huid
  • elasticiteit
  • verschuifbaarheid ten opzichte van de onderlaag
  • verklevingen

Temperatuur (foto 1)
De temperatuur kan het beste beoordeeld worden met de rug van de hand. Neem de hand steeds weg en vergelijk links en rechts met dezelfde hand. Verhoogde temperatuur kan wijzen op koorts of op een ontsteking (dan niet masseren!) maar ook op een verhoogde stofwisseling ter plaatse, als een blessure nog niet volledig is genezen.


Huidvochtigheid (foto 2)
Door zacht te strijken over de huid met de handen, wordt de huidvochtigheidendaarmee de samenhangende stroefheid van de huid beoordeeld. Een klamme huid is stroef, een vochtige huid is glad.Als de huid vochtig aanvoelt kan dat wijzen op nervositeit. Het geeft de sportmasseur informatie over het gebruik van tussenstof.

Gevoeligheid
Het pijnmechanisme, de gevoeligheid van de huid en het onderhuidse weefsel is een zeer complexe meterie met nog veel onduidelijkheden. Zijn de vrije zenuwuiteinden in de huid verantwoordelijk voor eventuele pijn. Ook beïnvloeden verschillende stoffen zoals acetylcholine en histamine, afhankelijk van de concentratie, de gevoeligheid. Het pijngevoel kan bovendien worden verhoogd door de aanwezigheid van melkzuur. Behalve pijnverwekkende stoffen zijn in ons lichaam ook stoffen die prikkeldrempelverlagend kunnen werken. Bij de pijnbeleving spelen psychosociale factoren ook een belangrijke rol. Door lichtjes met de vingertoppen over de huid te strijken, wordt de gevoeligheid van de huid zelf getest.

Indrukbaarheid
Door rustig met de vingertoppen de huid in te drukken bepalen we de huidspanning. Als we dieper doordrukken, voelen we de spiertonus. Als we de vingertoppen langer in het weefsel drukken en er ontstaat een putje betekent het, dat er vocht in de huid en het onderhuidse weefsel zit. Ga na wat hiervan de oorzaak is.

Elasticiteit – verschuifbaarheid – verklevingen (foto 3)
Door met de vingertoppen wat dieper de huid en onderhuid ten opzichte van de onderliggende structuren te verschuiven, krijgen we een indruk van de elasticiteit en eventuele verklevingen met de onderlaag. De cutis is ten opzichte van de onderliggende subcutis te verschuiven. Door met de middelste drie vingers van beide handen lichte tractie aan de huid te geven, kan de verschuifbaarheid van de onderlaag worden onderzocht. Op sommige plaatsen, zoals normaal het geval is op de rug, kan de huid zelfs over de duimen heen worden geplooid.

Palpatie van de musculatuur
Spieren moeten soepel en elastisch aanvoelen. Toch moet er een zekere spanning zijn. Vooral het verschil in spanning moet worden nagegaan. Bij het palperen van de spieren is het beoordelen van de tonus belangrijk. Er treden gemakkelijk consistentieveranderingen op zoals bindweefselstrengen, zwellingen en verklevingen. Bij sportmensen ontstaan gemakkelijk myogelosen. Ook is van belang na te gaan of in het bewegingspatroon de zogenaamde ‘tendomyotische ketens’ zijn ontstaan.
Dit zijn bindweefselstrengen die als een keten door bepaalde spiergroepen kunnen lopen. Gezonde spieren en pezen zijn niet pijnlijk.

Palpatietechnieken
Laat een goede uitgangshouding innemen. Let op een goede ontspanning van de spieren.
a. In de lengte (foto’s 4 en 5) Met de vingertoppen wordt in de vezelrichting van de spier  gepalpeerd. Eerst de spierranden,dan naar het midden toewerkend. Deze techniek kan heel goed met twee handen tegelijk worden toegepast. Door heen-en-weergaande bewegingen wordt de huid over de spier bewogen. Door de vingers te verplaatsen wordt de hele spier onderzocht. Vooral consistentieveranderingen kunnen op deze manier worden ontdekt, maar ook kan zo de tonus worden beoordeeld. De tonus van ronde extremiteitsspieren bepalen we door de spier met de hand te omvatten en vervolgens lichte druk te geven. Platte spieren kunnen we met de vlakke hand palperen.

b. Dwarspalpatie
Dezelfde techniek als bij  a, nu uitgevoerd dwars op de vezelrichting. Strengvorming en verklevingen vallen met deze techniek het meeste op.

c. Stootpalpatie (foto 6)
Met de vingertoppen wordt plotseling in de spier gedrukt, waardoor op pijnlijke plaatsen eenaanspanning van de spier ontstaat (défense musculaire).

d. Omvattend oppakken van de spier
Als het ronde extremiteitsspieren betreft kan hiermee vooral het volume van de spier worden beoordeeld alsmede de spierspanning en eventuele verklevingen.

e. Palpatie van pezen – peesscheden (foto 7)
Bij palpatie van pezen wordt met duim/wijsvinger aan weerszijden langs de pees bewogen. Gevoeld wordt naar oneffenheden en pijnlijke plaatsen. Ook kan dwars worden gepalpeerd. Normaal mag een pees niet pijnlijk zijn.

f. Palpatie van origo’s en inserties
Ook de proximale en distale aanhechtingsplaatsen van de spieren worden beoordeeld op verhoogde gevoeligheid.
Gezocht wordt naar:

  • hyper- en hypotonus
  • hypo- en hypertrofie
  • plaatselijke verhardingen en verdikkingen
  • strengvorming – verklevingen
  • pijnlijke plaatsen (drukpijn
  • littekenvorming (van oude rupturen)
  • gevoeligheid
  • myogelosen

g. Palpatie van gewrichten – kapsel
Gewrichten worden beoordeeld op temperatuur, vocht, indrukbaarheid, crepitatie en standsveranderingen. Door met de rug van de hand het gewricht links en rechts te vergelijken wordt de  temperatuur beoordeeld. Verhoogde temperatuur wijst op overbelasting of op een ontsteking (dan niet masseren!).
Vocht in het gewricht (hydrops) kan worden waargenomen door eerst lichte strijkbewegingen naar één zijde te maken en dan te palperen op  indrukbaarheid.  Crepitatie kan worden gevoeld door het gewricht met de handen te omvatten en dan te (laten) bewegen. Ook  standsveranderingen moeten worden beoordeeld.
Voorafgaand aan de massage is palpatie een belangrijk onderdeel bij het onderzoek. Met name voor de juiste dosering van een massage is het interpreteren van de bevindingen van de palpatie noodzakelijk. De aandacht gaat vooral uit naar de spieren, die bij training en wedstrijd in het bewegingspatroon het meest worden belast. Informatie over tonus, spierverklevingen en myogelosen wordt ook verkregen tijdens de massagebehandeling.

Met het ontwikkelen van de tastzin moet de masseur op den duur in staat zijn:

  • links-rechts-verschillen te constateren
  • consistentieveranderingen in het weefsel waar te nemen
  • tonus te beoordelen
  • de trofiek te beoordelen
  • afwijkingen in de weefselstructuren te ontdekken
  • zijn massages aan te passen aan het onderzoek
  • zowel positieve als negatieve veranderingen te constateren
  • de juiste technieken toe te passen

Vanuit de geschiedenis van de massage worden diverse consistentieveranderingen en oorzaken hiervoor beschreven. Ik maak hier in willekeurige volgorde een opsomming: Muskelschwielen (Frorieb), myogelosen  (Schade), Muskelhärten (Lange), myalgisch syndroom  (Bayer), Muskelspasmus (Fenz), reflectoire hypertonie (Monnier), Muskeldisbalans (Janda), Tendomyose  (Brügger), Kraftflusskette ­(Gierlich). Telkens weer duikt spierpathologie op. De verschillende auteurs geven ook verschillende benamingen aan, de verklaringen veranderen, maar er wordt praktisch hetzelfde bedoeld. Het moet duidelijk zijn dat het lichaam zich met spierreacties weert en probeert zich aan te passen aan allerlei vormen van belasting en overbelasting. Deze aanpassing ontaardt veelal in structurele veranderingen. Dit moet vroegtijdig worden gesignaleerd.
De sportman zelf geeft dit vrij snel aan. Palpaties alleen geven geen uitsluitsel. Uit het totaal van de anamnese moet een duidelijk beeld worden verkregen van de toestand van de spieren, de gewrichten en andere weefsels.

18.2 De uitgangshoudingen bij de massage
Bij de massage moet zowel de uitgangshouding van de sportmasseur, als die van de sporter aan bepaalde voorwaarden voldoen. Dit om een zo goed mogelijk resultaat van de massagebehandeling te verkrijgen en om klachten bij de sportmasseur te voorkomen. Een ontspannen spier heeft een goede doorbloeding. Bij spierspanning wordt de doorbloeding van de spier verminderd.
De voornaamste eisen zijn:

Overzicht van het palperen
Informatie over

Temperatuur
Vochtigheid
Weerstand
Verschuifbaarheid
Spiertonus
Spierverhardingen
Spierverklevingen
Gevoeligheid

Techniek
Rugzijde van de vingers
Met de volle hand(en)
Met de volle hand
Huid t.o.v. de onderlaag
Diverse: oppakken, drukken
Met vingertoppen (lengte)
Dwarspalpaties
Tijdens de massage zelf

Indicatie
C.I. bij verhoging (ontsteking)
Huid voorbereiden (afdrogen)
Gebruik van massageolie
Huidhandgrepen
Sederend of stimulerend masseren
Frictioneren (circulair)
Mobiliserende handgrepen
Aanpassen handgrepen (intensiteit)

A. De uitgangshouding moet voor de sporter zo gemakkelijk mogelijk zijn.
Het te behandelen lichaamsdeel en de te behandelen spieren moeten zo ontspannen mogelijk zijn. De uitgangshouding moet stabiel zijn. Actieve aanspanningen moeten worden voorkomen door goed steunmateriaal te gebruiken. De uitgangshouding moet tijdens de massage zo weinig mogelijk worden veranderd. Door extra aanspanningen wordt de bereikte ontspanning verstoord. De sporter moet tijdens de massagebehandeling zo veel mogelijk passief blijven. Omdat een massage vooral gericht is op de spieren, moeten die ontspannen zijn. Dan wordt het beste effect bereikt op de circulatie in het spierweefsel. De beste ontspanning wordt bereikt wanneer origo en insertie van de te behandelen spieren naar elkaar toe worden gebracht, mits de ontspannen uitgangshouding gehandhaafd blijft.

B. De werkhouding van de sportmasseur moet zodanig zijn, dat het technisch handelen niet wordt verstoord.
Het lichaamsgewicht moet worden benut. Daarvoor moeten de voeten over het algemeen in de werkrichting worden geplaatst. De masseur moet kunnen werken met een gestrekte romp, het hoofd niet voorover gebogen. De afstand moet zo kort mogelijk zijn, waardoor de schouders ontspannen kunnen blijven.
De te behandelen lichaamsdelen moeten goed en op de juiste hoogte kunnen worden bereikt. Het te behandelen weefsel moet vrij liggen. Er moet voldoende werkruimte zijn. Door een goede werkhouding kunnen allerlei klachten aan rug, nek en schouders worden voorkomen. Door de statische belasting is er ook een verhoogde kans op vermoeide benen, vochtvorming in de benen en/of spataderen. Soms zal de sportmasseur moeten improviseren. In veel kleedkamers is geen massagetafel aanwezig. De sporter zal dan gemasseerd moeten worden in een zo gunstig mogelijke uitgangshouding, waarbij de sportmasseur zich zal moeten behelpen met de middelen die wel aanwezig zijn.

C. Criteria voor een goede uitgangshouding van de sporter.

  • De uitgangshouding moet zo min mogelijk worden gewijzigd, zodat geen onnodige spanningen worden opgeroepen.
  • De te behandelen spieren moeten zoveel mogelijk in een ontspannen uitgangshouding worden gemasseerd. Er moet daarvoor een optimale ondersteuning zijn en origo en insertie van de te behandelen spieren moeten naar elkaar toegebracht worden.
  • Goede ondersteuning van de betrokken gewrichten.
  • Goede bereikbaarheid van de te masseren spier(groepen).

Afdekken
Het afdekken is nodig om afkoeling te voorkomen en om het schaamtegevoel van de sportman of vrouw te respecteren. Daarnaast zijn er ook hygiënische redenen, zoals het beschermen van de kleding tegen de massagetussenstof. Ook de massagetafel moet goed worden afgedekt. Minimaal twee grote, liefst effen handdoeken en een kleine handdoek zijn hiervoor nodig, alsmede wat hulpmiddelen als een haarklem of haarband, een grote veiligheidsspeld of een wasknijper. Deze hulpmiddelen voorkomen onnodige en storende onderbrekingen tijdens de massage.

Buikligging
Bij behandelingen aan de achterzijde van het lichaam ligt de sporter meestal op de buik. In buikligging kunnen massages worden toegepast van de nek, de bovenzijde van de rug, de achterzijde van de schoudergordel en een deel van de bovenarmen, de lumbogluteaalstreek, de achterzijde van de bovenen onderbenen. Deze uitgangshouding moet veelal worden gecorrigeerd, omdat een aantal gewrichten zich in een eindstand bevindt, hetgeen altijd als onaangenaam wordt ervaren. Ook moeten origo en insertie van een aantal spieren dichter bij elkaar worden gebracht.

Hoofd
Geroteerd naar links of rechts. Om deze voor veel mensen onaangename stand te vermijden, kan gebruik worden gemaakt van een bank met een uitsparing voor het gezicht. Het hoofd kan dan recht worden gehouden.

Armen
De armen liggen in endorotatie, met de handpalmen omhoog, ontspannen langs het lichaam. Spontaan worden vaak de armen onder het hoofd gebracht. Dit is geen goede houding, omdat een aantal spieren zich dan in een uitgerekte stand bevindt.

  • Wervelkolom
    Als een (sterke) lendelordose aanwezig is, kan een kussentje of een opgevouwen handdoek onder de buik worden gelegd, om de lendelordose op te heffen.
  • Knieën
    Om druk op de knieschijven te voorkomen, kan een opgevouwen handdoek onder de bovenbenen, juist boven de patellae worden gelegd.
  • Benen
    Om de spieren aan de achterzijde van de benen te ontspannen, kan de klep van de massagetafel schuin omhoog worden gesteld. Voor rugmassage wordt een rol onder de wreven geplaatst, waardoor de knieën en enkels in een lichte flexiestand komen.

Uitgangshouding, afdekken

  • Massage van de rug

De rug moet worden ontbloot. De sportman kan eventueel de broekaanhouden.De benen, inclusief de voeten moeten worden afgedekt. Het best kan eengroot badlaken worden gebruikt. De rand van het badlaken wordt om de bandvan de broek of rok geslagen, waarna het kledingstuk tot over het staartbotje wordt teruggeschoven. De kleding is dan goed beschermd. Bij een sportvrouw kan hierna de beha worden losgehaakt.

Buikligging: De uitgangshouding voor de rug en de schoudergordel. Onder de rug verstaan we alle spieren, vanaf het bekken, inclusief de bekkenrand en de spieren tot aan het achterhoofd, exclusief de gluteaalmusculatuur. Onder de schoudergordel wordt verstaan: de m.m. deltoidei, inclusief de nek en de rompmusculatuur aan beide zijden. De m. latissimus dorsi, de m. trapezius, de mm. rhomboidei, de m. infraspinatus en de m. supraspinatus

  • Massage van de gluteaalstreek en de lage rug

De bovenkant van de rug en schouders worden afgedekt, evenals de benen en voeten. Kleding (inclusief de handdoek) moet tot onder de bilplooien worden teruggeschoven. 

Uitgangshouding: Buikligging met het afdekken voor de massage van de gluteaalmusculatuur. Deze spieren worden behandeld bij de massage van de achterzijde van de onderste extremiteit.

  • Massage van de achterzijde van de benen

De armen mogen eventueel onder het hoofd. De knieën kunnen nog extra geflecteerd worden door de klep van de massagetafel omhoog te brengen. De spieren aan de achterzijde van de benen worden op deze manier beter ontspannen. Het niet te behandelen been wordt volledig afgedekt. 

Uitgangshouding en het afdekken bij massage van de achterzijde van de onderste extremiteit. Hieronder worden alle spieren gerekend, inclusief de gluteaalmusculatuur tot en met de achillespees, dus exclusief de voet.

Zijligging
In principe kunnen in zijligging alle bovenliggende lichaamsdelen worden gemasseerd. Bij sportmassage wordt de zijligging nauwelijks of nooit gebruikt, omdat deze uitgangshouding zeer instabiel is, waardoor voornamelijk eenhandige technieken kunnen worden gebruikt. De andere hand dient hierbij ter ondersteuning. Het hoofd, de bovenliggende arm en het bovenliggende been moeten worden ondersteund. De wervelkolom moet zodanig worden gesteund, dat deze recht is.

Rugligging
Ook wordt bij de sportmassage slechts gebruik gemaakt van de rugligging voor massage van borst, buik en gezicht. Voor een buikmassage moeten de heupen ongeveer 45° geflecteerd zijn. Dit kan bereikt worden door een hoge steun onder de knieën aan te brengen. Ook het hoofd moet enigszins geflecteerd worden ondersteund

Langzit
Voor behandelingen aan de voorzijde van de benen en van de voeten, wordt de langzit gebruikt.
De sportman steunt met de rug tegen de opstaande klep. Onder het te behandelen been wordt in de knieholte een ondersteuning in de vorm van een opgerolde handdoek aangebracht, om overstrekking van het kniegewricht te voorkomen. Het niet te behandelen been wordt volledig afgedekt. Met dezelfde handdoek kan de rand van de kleding van het andere been worden beschermd. Het is beter de sportman/vrouw dit zelf te laten doen.
Als alleen het onderbeen wordt behandeld, moet het bovenbeen worden afgedekt. De bovenkleding kan worden aangehouden.

Uitgangshouding: Zit tegen de klep. Massage van de voorzijde van de onderste extremiteit. Hieronder verstaan we alle spieren van de lies tot en met de voet, inclusief de voetzool.
Zit aan de korte zijde van de bank (parallelzit)

De parallelzit aan de klepzijde van de bank wordt gebruikt voor massagebehandelingen van de nek en het thoracale gedeelte van de rug, eventueel in combinatie met een deel van één of beide bovenarmen. Door de klep te verstellen, of de stoel wat meer naar voren of naar achteren te zetten moet een comfortabele en stabiele houding worden verkregen. De normale krommingen van de wervelkolom moeten worden behouden. Het voorhoofd kan op de armen worden gesteund. Om meer stabiliteit te verkrijgen kan de sportman de bovenarmen over de tafel leggen met de borst tegen de rand van de tafel. Het hoofd steunt dan op een grote massagerol. Harde randen worden gepolsterd met een handdoek.

Uitgangshouding, parallelzit aan de korte zijde van de behandelbank met het hoofd ondersteund. Let daarbij op de goede uitgangshouding van de wervelkolom en het hoofd. Ook moet de stabiliteit worden gewaarborgd. Deze uitgangshouding wordt veel gebruikt voor massage van de nek en de schoudergordel aan de achterzijde.

Afdekken
Het te behandelen gebied moet goed bereikbaar zijn. Een grote handdoek wordt om de borst geslagen en aan de achterzijde vastgezet. Dan kan eventueel een beha worden losgemaakt. Voor behandelingen van het thoracale gedeelte van de wervelkolom moet de rug verder worden vrijgemaakt. Loshangend haar moet worden opgestoken, waarbij een strik, een haarband of een handdoek handig kunnen zijn. Gewerkt moet kunnen worden tot aan de haargrens.

Zit naast de korte zijde van de bank (dwarszit)
Voor behandelingen van de hand, de onderarm, de bovenarm en de schouder kan de sporter het beste aan de korte zijde – de klepzijde – van de bank zitten. De klep moet zo hoog worden geplaatst, dat de schouder en armmusculatuur zoveel mogelijk ontspannen zijn. Dit wordt het beste bereikt als de arm in een abductiestand is van ongeveer 60°.
Bij massage van de voorzijde van de arm en van de schouder moet de arm enigszins naar voren worden gebracht. Voor de spieren aan de achterzijde wordt de arm wat naar achteren gebracht. Ook de stand van het ellebooggewricht moet worden aangepast om de te behandelen spieren in een optimaal ontspannen toestand te brengen.

Uitgangshouding: dwarszit aan de korte zijde van de behandelbank, voor massage van de bovenste extremteit daaronder wordt verstaan de m. deltoideus, plus alle spieren van de bovenarm, onderarm en hand. In deze uitgangshouding kunnen ook de spieren aan de schoudergordel worden behandeld, met name de m. pectoralis, m. latissimus dorsi, de m. supraspinatus en de m. infraspinatus en eventueel de nekmusculatuur de m. trapezius en de m.m. rhomboidei aan één zijde.

Voor  behandelingen  van  de  onderarm  moet  de  hand  extra worden gesteund.
In deze uitgangshouding moeten alle spieren van de bovenste extremiteit goed bereikbaar zijn. De sportmasseur kan zowel voor als achter de sporter staan of zitten. Om de spieren aan de achterzijde van de romp goed te kunnen behandelen wordt de stoel schuin geplaatst, zodanig dat de sporter met één zijde van de romp tegen de stoelleuning zit.
Op deze manier kan de schoudergordel vrij behandeld worden.

Afdekken
Vooraf moet bij een vrouw het schouderbandje van de beha af om na het afdekken géén moeilijkheden te krijgen.
Een grote handdoek wordt onder de te behandelen arm door- geslagen en aan de achterzijde van het lichaam vastgemaakt. Het te behandelen gebied moet vrij zijn. De niet te behandelen lichaamsdelen moeten worden afgedekt. Zo  moet  bijvoorbeeld  de  bovenarm  worden  afgedekt  bijbehandeling van de hand en onderarm. 

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de cursus Sportmassage dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus

Het nieuwe studeren begint hier

Bij het NTI studeer je op je eigen manier. Je kunt op ieder gewenst moment met de opleiding van je keuze beginnen. Dankzij het nieuwe studeren, bepaal je zelf waar en wanneer je studeert. Het nieuwe studeren brengt nog meer voordelen met zich mee. Het is de ideale combinatie van online thuisstudie en klassikale bijeenkomsten. Je volgt thuis een opleiding en je maakt gebruik van moderne studiemethodes waaronder de online leeromgeving, waar je contact met andere studenten en docenten hebt, e-modules, interactieve opdrachten en video-instructies. Hiernaast worden tijdens een groot deel van de opleidingen enkele praktijkdagen en/of workshops georganiseerd.

1 / 23