Proefles HBO Bachelor Counseling

Wat leuk dat je geïnteresseerd bent in HBO Bachelor Counseling van Hogeschool NTI. De opleiding is opgebouwd uit verschillende modules. We geven je met deze proefles een kijkje in twee modules van de opleiding:

1. Module: Diagnostische vaardigheden (kennisclip)
2. Module: Inleiding in de counseling (theorie + vragen)

Je start zo direct met een kennisclip. Daarna lees je een interessant stuk uit het boek Relatiegerichte Begeleiding. Na het lezen van de lesstof kun je jezelf testen door vragen te beantwoorden. Uiteraard krijg je de antwoorden later in de proefles. Heb je nog vragen? Neem gerust contact met ons op.

Succes en plezier met de proefles van HBO Bachelor Counseling!

HBO Studieadvies


Start de proefles

De onderstaande kennisclip is afkomstig uit de module Diagnostische vaardigheden. Elke module die je volgt bij Hogeschool NTI bevat meerdere video's waarin belangrijke onderwerpen uit de module worden uitgelegd.


Theorie literatuur

Module: Inleiding in de Counseling

Je gaat nu een deel lezen, afkomstig uit het boek: Buijten, B. (2017). Relatiegerichte Begeleiding. Coutinho. Bussum.

HBO counseling cover relatie-gerichte begeleiding

Relatie opbouwen

De meeste mensen in het beroep van begeleiding en hulpverlening zijn het erover eens dat een goede relatie de basis is van het effectief en ondersteunend begeleiden van de cliënt in zijn veranderingsproces. Toch lijkt het opbouwen van een goede relatie met de begeleider of hulpverlener steeds meer van ondergeschikt belang, doordat de begeleidingstijd kort is en er in spaarzame tijd veel moet worden georganiseerd om cliënten zo snel mogelijk weer in hun eigen kracht te zetten.

Het is belangrijk om je te realiseren dat een goede relatie juist bijdraagt aan het verbeteren van de levenssituatie en het eigen functioneren. Een goede relatie waarin veiligheid en vertrouwen is, versnelt het proces van zelfregie en vergroot het oplossend vermogen. Er is dus van alles aan gelegen om in de begeleiding vooral de aandacht te richten op het opbouwen van een goede relatie.

Je kunt op verschillende manieren werken aan een goede relatie. Je kunt bijvoorbeeld de tijd nemen om elkaar eerst te leren kennen. In de kennismaking wordt de basis gelegd voor verdere samenwerking. Elkaar goed leren kennen betekent dat je belangrijke en persoonlijke informatie met elkaar durft te delen. Er wordt door jou als begeleider ruimte gecreëerd om levensgebeurtenissen te onderzoeken en gelegenheid geboden om goed naar elkaar te luisteren. Dit betekent dat je de tijd neemt voor de cliënt zodat de cliënt zich kan openstellen. Zorg dat je niet direct oplossingen aandraagt en als begeleider niet te veel op de voorgrond treedt.
Deze vorm van tijd nemen voor de kennismaking is in veel begeleidingsberoepen een uitzondering.

Begeleiders- en cliëntkenmerken
De eerste impressie die de cliënt van jou als begeleider heeft, bepaalt veel voor het vervolg van de begeleiding (Tielens, 2012). Het is een kwestie van goed aftasten en afstemmen: je ontwikkelt al een achterstand wanneer je als begeleider onduidelijk en onzeker overkomt. Ook is het niet gepast om te veel persoonlijke vragen te stellen in het eerste contact. Niet ingaan op een urgente vraag is onhandig; belangrijke vragen dienen het eerste beantwoord te worden.
In hoofdstuk 1 werd besproken dat de persoon van de begeleider veel invloed heeft op de relatie met de cliënt. Het contact verloopt gemakkelijker en heeft meer invloed als de gedragskenmerken van de ander in de (professionele) relatie aantrekkelijk zijn (Snellen, 2014). Zo zijn betrouwbaarheid, deskundigheid en geloofwaardigheid aantrekkelijk.
Maar ook het referentiekader, de verwachtingen en de behoefte van de cliënt spelen een rol. Hoe jij als begeleider door de cliënt wordt ervaren, hangt af van het type cliënt en zijn sociale achtergronden, ideologische kenmerken en zijn persoonlijke voorkeuren (Snellen, 2014).
Hierna worden de kenmerken van begeleider en cliënt verder uiteengezet.

HBO Counseling client begeleiding

De begeleider
In paragraaf 1.1 is al een opsomming gegeven van algemene kwaliteiten van een beginnende begeleider en een lijstje vermeld van houdingsaspecten en vaardigheden die een effectieve begeleider kenmerken. Hier komt nu de volgende opsomming bij. Uit onderzoek komt naar voren (Schaap, Bennum, Schindler & Hoogduin, 1993) dat de cliënt het meeste baat heeft bij een begeleider die:

  • openstaat voor de persoonlijke problemen van de cliënt;
  • de cliënt helpt deze problemen te begrijpen;
  • empathisch is en begrip heeft;
  • vertrouwen uitstraalt;
  • aardig is en een sterke persoonlijkheid heeft;
  • ondersteunend is en troost kan bieden;
  • goede adviezen meegeeft.

Met behulp van deze houdingsaspecten en persoonlijkheidskenmerken kun jij als begeleider het contact met de cliënt positief beïnvloeden en een goede werkrelatie opbouwen.

Oefening Kwaliteiten herkennen
Geef bij elk punt in de opsomming hiervoor een voorbeeld van jezelf waaruit blijkt dat jij deze kwaliteit bezit of weet dat je die nog kunt ontwikkelen. Geef dan tevens aan hoe je deze kwaliteit gaat ontwikkelen.

Beschrijf de uitkomsten in je logboek.

Iedereen heeft van nature een aantal kwaliteiten. Dit worden kernkwaliteiten genoemd (Ofman, 2006). Een kernkwaliteit is een eigenschap die tot het wezen (de kern) van een persoon behoort. Kernkwaliteiten kun je niet leren, je kunt ze wel ontwikkelen.

Kwaliteiten en allergieën
Het ontwikkelen van kernkwaliteiten is vaak een grote uitdaging. Dit individuele proces is sterk afhankelijk van je persoonlijke levensloop en leefomstandigheden en van op welke manier een beroep op je wordt gedaan.
ledere kwaliteit heeft een schaduwkant. Dit wordt een allergie genoemd. Jouw kwaliteiten en allergieën liggen dicht bij elkaar; het zijn twee kanten van dezelfde medaille.
Een voorbeeld is: jouw collega kan goed doorvragen, dat is een kwaliteit. De valkuil is dat hij soms wat doordrammerig is in zijn vraagstelling. Dit kan bij jou een irritatie oproepen. Jouw reactie hierop wordt ook wel een allergie genoemd. Een ander voorbeeld is: jij komt altijd graag op tijd. Dat vind je belangrijk. Hiermee laat je zien dat je de tijd van de ander respecteert. Je bent hierin stipt en accuraat. Andersom gebeurt het weleens dat iemand te laat komt op jouw afspraak. Daar kun je je mateloos aan ergeren. Voor jou geldt de afgesproken tijd. Had je maar eerder van huis moeten gaan, denk je vaak bij jezelf. Jouw reactie wordt een allergie genoemd.
Het is belangrijk om te kijken naar jouw allergieën. Het kan ook zijn dat de betekenis die jij geeft, weleens een andere betekenis kan zijn dan de ander die geeft in dezelfde situatie. Door te praten over kwaliteiten en allergieën krijg je meer zicht op jezelf en de ander en kunnen misverstanden en conflicten beter worden voorkomen. Welke allergieën kun jij bij jezelf herkennen?

De cliënt
Zoals hiervoor al werd gezegd, bepalen de kijk en de verwachtingen van de cliënt hoe hij de begeleiding ervaart. De verwachtingen van de cliënt zeggen veel over hemzelf en zijn situatie.
Belangrijk voor jou als begeleider is om in het eerste contact met de cliënt de volgende punten na te gaan:

  • Is de cliënt in staat om naar zichzelf en zijn eigen handelen te kijken?
  • Hoe kijkt de cliënt naar zijn aandeel in de situatie?
  • In hoeverre heeft de cliënt zicht op de eigen mogelijkheden?
  • Gelooft de cliënt in zijn eigen kwaliteiten?
  • In hoeverre heeft de cliënt zicht op de maakbaarheid van zijn eigen leven?
  • Hoe gemotiveerd is de cliënt?
  • Hoe onafhankelijk en autonoom wil de cliënt zijn en waar hangt dit mee samen?

Het is verstandig om hier samen met de cliënt over in gesprek te gaan om een beeld te krijgen van het eigen oplossend vermogen, van de situatie en hoe de situatie kan worden behandeld. Op die manier kun je de afstemming in het contact bevorderen.

Herkenning
De aantrekkelijkheid van de begeleider voor de cliënt wordt groter naarmate er meer sprake is van overeenkomsten tussen de cliënt en de begeleider (Snellen, 2014). Een gemeenschappelijke basis kan worden gevonden in leeftijd, sekse, etniciteit, opleidingsachtergrond of maatschappelijke klasse. Herkenning zorgt voor een positieve beïnvloeding van het contact. Dat wil niet zeggen dat wanneer er grote verschillen tussen jullie zijn, er geen aansluiting kan plaatsvinden, maar het kan wel iets langer duren.

Zowel de begeleider als de cliënt brengt in het begeleidingsproces iets anders in en handelt vanuit een eigen kader. Wat jij inbrengt zijn jouw karakter, jouw normen en waarden, jouw culturele affiniteiten, jouw leerreferenties en jouw ervaringen (Snellen, 2014). Ook je hobby's en interesses zijn bepalend voor de herkenning die een contact nodig heeft. Denk maar aan iemand die dezelfde hobby heeft: dat geeft vaak een aanknopingspunt om verder te praten. Al deze factoren noemen we het referentiekader.

Herkenning op ideologische kenmerken geeft een grote kans op een goed contact. De gevonden gelijkheid geeft een bepaalde vertrouwdheid en kan zorgen voor het sneller openstellen binnen de relatie. Het gaat hier om door de cliënt en begeleider gehanteerde waarden, normen en overtuigingen. Vooral in het begin van het contact kunnen gedeelde waardepatronen bevorderend zijn voor de relatie. Waarden, normen en voorkeuren staan voor opvattingen ten opzichte van een bepaald onderwerp en kunnen worden gezien als gedragsneigingen (Snellen, 2014).

Een afwijkende mening
Wanneer iemand geconfronteerd wordt met een andere mening kunnen er verschillende reacties optreden. De cliënt kan het standpunt van jou als begeleider overnemen, of de cliënt trekt zich terug omdat het verschil tussen jullie te groot is. Het kan ook zijn dat de cliënt verhardt in zijn eigen standpunt terwijl hij jouw standpunt probeert te ontkrachten. Een afwijkende mening of overtuiging van de begeleider kan het leereffect bij de cliënt ook vergroten (Snellen, 2014). Dit heeft te maken met de waarde die aan de mening wordt gegeven. Wanneer jij als begeleider van grote betekenis bent voor de cliënt, is de kans groot dat jouw zienswijze wordt overgenomen.

Rolverdeling in de relatie

Het is belangrijk dat je je bewust bent van de rol die je inneemt in het begeleidingsproces. Je zult merken dat je jezelf soms verschillende rollen toe-eigent, zoals de rol van de geruststellende ouder, de rol van de leraar of de rol van coach. Het aannemen van een bepaalde rol zorgt voor een reactie bij de cliënt. De reactie van de cliënt heeft ermee te maken of de cliënt zich in die rol kan vinden. Het aannemen van rollen zorgt altijd voor een wisselwerking. Wanneer jij de rol van leraar aanneemt, door bijvoorbeeld veel uit te leggen, is het maar de vraag of de cliënt daarvan gediend is. Misschien is de cliënt mondig genoeg en heeft hij zelf al veel informatie ingewonnen. In dat geval is de rol van leraar niet gepast en zal deze enkel weerstand of irritatie oproepen.

In de Transactionele Analyse (TA), een theorie van Eric Berne (1910-1970), worden rollen ook wel posities genoemd. De TA is een theorie over gedrag en communicatie (Thunnissen, 2013). In de TA wordt gebruikgemaakt van modellen die weergeven hoe de persoonlijkheid is opgebouwd. De modellen kunnen helpen om jezelf en de ander beter te begrijpen en effectiever te communiceren en om te gaan met anderen. In het basismodel van de TA worden drie onderdelen van de persoonlijkheid onderscheiden: de Ouder, het Kind en de Volwassene.

Model versus realiteit
Houd er rekening mee dat het hierbij gaat om een manier van kijken naar de mens. Een model is slechts een benadering van de realiteit en het is niet de bedoeling om in het contact met de ander enkel vanuit een model te werken. Echter, het model kan jou als begeleider wel inzicht geven in hoe de communicatie met de cliënt verloopt.

Ouderpositie
Als je in je Ouderpositie zit, dan gedraag je je op een manier zoals jouw ouders/opvoeders zich vroeger naar jou gedroegen. Dit is hoe je geleerd hebt hoe ouders zijn. De ouder is degene die 'het voor het zeggen heeft' in het contact en heeft een dominante positie.

Kindpositie
Als je in je Kindpositie zit, dan gedraag je je zoals je als kind was. Het kind heeft een onderschikte positie en gedraagt zich op verschillende manieren. Soms als het vragende kind dat veel zorg nodig heeft of soms als rebellerende tiener.

Volwassenepositie
De Volwassenepositie heeft te maken met het hier-en-nu. Hier neem je informatie op en verwerkt die zoals die op dit moment op je af komt. De Volwassene is de meest gelijkwaardige positie waarin je samen kijkt naar wat er nodig is en samen besluiten neemt.
Een mens is het meest in balans wanneer hij verbinding heeft met de drie onderdelen van de persoonlijkheid. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor de Volwassene voor het oplossen van problemen in het hier-en-nu. Soms heb je regels nodig om goed in je omgeving te kunnen functioneren en dan is het goed om deze regels vanuit de Ouderpositie te ontvangen of aan de cliënt mee te geven. Vanuit de Kindpositie heb je toegang tot de spontaniteit, creativiteit en intuïtie. In sommige situaties herken je in de Kindpositie ook je eigen hulpeloosheid en onmacht terug.

Wanneer je als hulpverlener te veel vanuit de Ouderpositie werkt, zal je merken dat de cliënt op verschillende manieren kan reageren. Hij kan reageren vanuit zijn Kindpositie. Dit kan variëren van het gehoorzaam opvolgen van afspraken tot het rebelleren tegen de dominante begeleider. Wanneer de cliënt reageert vanuit zijn Ouderpositie ontstaat er meestal een strijd om de macht.

Tegelijkertijd kun je bij jezelf ook verschillende posities waarnemen in je reacties op de cliënt. Het zal op jou als begeleider vreemd overkomen wanneer je cliënt ineens vanuit zijn Ouderpositie op jou reageert, bijvoorbeeld door jou aanwijzingen te geven in het oplossen van zijn problemen. Dit kan op jou dwingend overkomen en op weerstand stuiten omdat dit niet de (ongeschreven) afspraken en verhoudingen zijn.

Een afhankelijke cliënt die reageert vanuit zijn Kindpositie heeft een voortdurende behoefte aan hulp, bevestiging en affectie (Snellen, 2014). Soms heeft deze cliënt gewoon weinig ambitie of weinig profileringsdrang. Vaak heeft deze cliënt weinig zelfvertrouwen en voelt hij zich angstig of hulpeloos. Dit type cliënt wordt vaak alleen gemotiveerd door veel empathie en ondersteuning. Belangrijk is om bij jezelf als begeleider na te gaan in hoeverre je deze empathie en ondersteuning kunt geven en vanuit welke positie je dit doet.
Je kunt ook kijken of je de cliënt op een andere manier kunt prikkelen. Wanneer je merkt dat een cliënt jou vragen stelt vanuit een Kindpositie, zou je ervoor kunnen kiezen om niet direct vanuit de Ouderpositie te reageren maar vanuit een van de andere twee posities.

  • Vanuit de Kindpositie zou je kunnen reageren met: 'Goh, ik zou het ook niet een twee drie weten ..: (en dan een tijdje stil blijven).
  • Vanuit de Volwassenepositie zou je kunnen zeggen: 'Het valt mij op dat jij je vrij onmachtig voelt, klopt dat? Hoe zou het voor je zijn om zelf te mogen kiezen wat je wilt?'

De meest gewenste benadering in het contact met volwassen cliënten is die van gelijkwaardigheid (Volwassene-Volwassene). Deze gelijkwaardige verhouding helpt om een goede en werkbare relatie op te bouwen waarbij ruimte wordt gecreëerd voor hulp, voor verantwoordelijkheid, voor zelfstandigheid en het zelfoplossend vermogen.


Vragen

Ben je benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Maak dan de onderstaande vragen over de theorie die je net gelezen hebt. De antwoorden komen later in de proefles terug.

1. Wanneer je merkt dat een cliënt jou vragen stelt vanuit een Kindpositie, zou je ervoor kunnen kiezen om niet direct vanuit de Ouderpositie te reageren maar vanuit een van de andere twee posities. Noem de twee andere posities.

2. Wat is de Transactionele Analyse (TA) theorie van Eric Berne?

3. Noem drie houdingsaspecten van een goede begeleider waarbij de cliënt het meeste baat heeft.


Studeren op jouw moment

Bij NTI kun jij studeren wanneer het jou uitkomt. Je start met een opleiding wanneer jij dat wilt. Je bepaalt zelf waar en wanneer je studeert in een online leeromgeving en met echte studieboeken. Zo kun jij een opleiding goed combineren met een drukke baan, hobby’s en gezinsleven. Dus echt studeren op jouw moment.


Bekijk hier de antwoorden

Onderstaand kun je jouw antwoorden controleren.

1. Wanneer je merkt dat een cliënt jou vragen stelt vanuit een Kindpositie, zou je ervoor kunnen kiezen om niet direct vanuit de Ouderpositie te reageren maar vanuit een van de andere twee posities. Noem de twee andere posities.

Kindpositie en/of Volwassenepositie

2. Wat is de Transactionele Analyse (TA) theorie van Eric Berne?

De TA is een theorie over gedrag en communicatie. In de TA wordt gebruikgemaakt van modellen die weergeven hoe de persoonlijkheid is opgebouwd. 

3. Noem drie houdingsaspecten van een goede begeleider waarbij de cliënt het meeste baat heeft.

De cliënt heeft het meeste baat bij een begeleider die:

  1. Openstaat voor de persoonlijke problemen van de cliënt
  2. De cliënt helpt deze problemen te begrijpen
  3. Empathisch is en begrip heeft
  4. Vertrouwen uitstraalt
  5. Aardig is en een sterke persoonlijkheid heeft
  6. Ondersteunend is en troost kan bieden
  7. Goede adviezen meegeeft

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met HBO Bachelor Counseling dus zet vandaag nog de eerste stap!

Daarom studeer jij bij NTI op jouw moment

  1. Erkende opleidingen, bekende naam
  2. Studeren met veel persoonlijk contact
  3. Voordelig studeren, transparant over kosten
  4. Flexibel studeren
  5. Overal studeren met onze online leeromgeving
  6. Persoonlijke begeleiding door mentoren en ervaren docenten
  7. Werkgevers zijn snel overtuigd

Neem gerust contact met ons op, als je nog vragen hebt. Succes met het kiezen van je studie!

1 / 1