Proefles HBO Bachelor Journalistiek

Wat leuk dat je geïnteresseerd bent in HBO Bachelor Journalistiek van Hogeschool NTI. De opleiding is opgebouwd uit verschillende modules. We geven je met deze proefles een kijkje in twee modules van de opleiding:

1. Module: Journalistiek schrijven (kennisclip)
2. Module: Interviewtechnieken (theorie + vragen)

Je start zo direct met een kennisclip. Daarna lees je een interessant stuk uit het boek Interviewen in de praktijk. Interviewers, geïnterviewden en het interview. Na het lezen van de lesstof kun je jezelf testen door vragen te beantwoorden. Uiteraard krijg je de antwoorden later in de proefles. Heb je nog vragen? Neem gerust contact met ons op.

Succes en plezier met de proefles van HBO Bachelor Journalistiek!

HBO Studieadvies


Start de proefles

De onderstaande kennisclip is afkomstig uit de module Journalistiek schrijven. Elke module die je volgt bij Hogeschool NTI bevat meerdere video's waarin belangrijke onderwerpen uit de module worden uitgelegd.


Theorie literatuur

Module: Interviewtechnieken

Je gaat nu een deel lezen, afkomstig uit het boek: Van der Lugt, D. (2013). Interviewen in de praktijk. Interviewers, geïnterviewden en het interview. (3e druk). Utrecht: Noordhoff Uitgevers. ISBN: 9789001823054.

HBO Bachelor Journalistiek cover Interviewen praktijk

Voorbereiding

Het motto van dit hoofdstuk luidt: een goed begin is het halve werk. Anders gezegd: hoe beter de voorbereiding, hoe beter het vraaggesprek en hoe beter het interviewartikel.

In paragraaf 3.1 bekijken we welke onderwerpen zich voor een interview lenen, welke personen daar het best bij passen en hoe die te vinden. Nadat onderwerp en persoon zijn bepaald, volgt de voorbereiding. Een hulpmiddel daarbij is het werkplan (paragraaf 3.2), aan de hand waarvan de research plaatsvindt (paragraaf 3.3). Als laatste gaan we in op het maken van de interviewafspraak met als belangrijk onderdeel de locatiekeuze (paragraaf 3.4).

3.1 Keuze van onderwerp, genre en persoon

Een interview begint altijd met de opmaat: wie interview ik over welk onderwerp? Soms ligt de keuze van de persoon voor de hand, omdat hij in het nieuws is. Andere keren is er eerst het onderwerp en moet de geschikte persoon erbij gezocht worden. Toen prins Bernhard begin december 2004 overleed, was het aantal potentiële geïnterviewden legio en niet moeilijk te vinden: de directeur van het Wereld Natuur Fonds (waarvan hij beschermheer en een van de oprichters was), de auteurs van boeken over de prins, veteranen, de burgemeester van Wageningen (waar de Duitsers de capitulatie tekenden), de fractievoorzitters van de politieke partijen in de Tweede Kamer, oud-bewindslieden, personen die hem persoonlijk hadden gekend, gewone burgers bij de hekken van Soestdijk enzovoort. Iets lastiger was het, toen na de moord op Theo van Gogh in Nederland de discussie losbarstte over de vrijheid van meningsuiting. Wat kan ik met zo'n onderwerp, is dan de vraag. Enkele suggesties:

  • Hoever mag een columnist gaan? Daarover voel je medecolumnisten aan de tand.
  • Wat vinden allochtonen van zijn gescheld op moslims? Een vraag voor vertegenwoordigers van allochtonenorganisaties.
  • Wat zijn de ervaringen met de inburgering van allochtonen in andere landen: doen ze het beter of slechter dan wij in Nederland? Een goede vraag om aan onze oosterburen met 2,5 miljoen Turken in hun land voor te leggen.

In de volgende subparagrafen bekijken we welke onderwerpen zich voor een interview lenen (subparagraaf 3.1.1: onderwerp, en subparagraaf 3.1.2: genre), welke personen daar het best bij passen en hoe die te vinden (subparagraaf 3.1.3). Omdat het regelmatig zal voorkomen, dat je met meerdere personen tegelijk praat, besteden we ook aandacht aan het dubbelinterview of tweegesprek (subparagraaf 3.1.4).

3.1.1 Onderwerp

De genoemde voorbeelden laten al zien dat uit het onderwerp de centrale vraag van het interview volgt. Met centrale vraag bedoelen we de overkoepelende vraag die je in het interview probeert te beantwoorden. Zoals we in subparagraaf 4.3.2 zullen zien, is dat vaak een vraag naar het waarom, naar iemands motieven. Waarom vermoordt iemand na zoveel jaar huwelijk zijn echtgenote? Waarom wordt iemand veganist? Waarom gaat iemand het klooster in? Maar het kan ook een wat-of hoe-vraag zijn. Willem-Alexander en Máxima gaven elkaar live op de televisie het jawoord. De regisseur van de tv-registratie vertelt over de maandenlange voorbereidingen.

De hoe-vraag staat centraal in de interviewbundel Liefde in oorlogstijd. De interviewster, Steffie van den Oord, zocht antwoord op de vraag: hoe wisten mensen onder moeilijke omstandigheden te overleven, hoe konden gevoelens alles doorbreken? Voor filmmaakster Anneke de Wild van Wijngaarden was de centrale vraag, toen ze een film wilde maken over puberteit: wat doet de komst van de tiet met meisjes en jongens? Een ogenschijnlijk simpel onderwerp, maar 'de film vereiste veel research', vertelt ze. 'Ik ben flink wat scholen langsgegaan en heb veel kinderen via via ontmoet. Ik vond het juist bij dit onderwerp belangrijk dat kinderen met het onderwerp bezig zijn.' Het draaien was lastig. 'Het was moeilijk om afspraken met ze te maken. Dan was die ongesteld, had de ander ruzie, beltegoed op en niet terugbellen.' (Vara tv­magazine, nr. 51/1, 2004)

Uiteraard leent niet elk onderwerp zich voor een interview. Van een demonstratie wordt verslag gedaan, op Prinsjesdag staan de kranten vol met nieuwsverhalen, analyses, commentaren en achtergrondverhalen. Een rapport over de verpaupering van een stadswijk vraagt om een degelijk achtergrondverhaal of een reportage; daarbij bestaan delen van de tekst uit interviews, maar de nadruk ligt op respectievelijk achtergrondgegevens en verslaggeving. De multiculturele samenleving is typisch een onderwerp om een opinieverhaal over te schrijven, een film die in première gaat is goed voor een recensie en het verbod van de Europese Unie op chocoladesigaretten is prima stof voor een ironische column.

Centrale vraag: Hoe zit dat nou?
Sinds 1955 werkt Jeroen van Dommelen als parlementair verslaggever voor Radio 1, daarnaast presenteert hij op vrijdag het Radio 1-Journaal.
'Als presentator ben je primair dienstbaar aan het nieuws. Toch kun je persoonlijke accenten leggen.
Ik wil dat luisteraars zich welkom voelen. Parlementair verslag geven is echt iets anders. Je roept mensen ter verantwoording.
Eigenlijk stel je maar één vraag: "Ja maar, hoe zit dat nou?"'
(Bron: Vara tv-magazine, nr. 12, 2005)

HBO Bachelor Journalisitiek Photo by Andrew Neel on Unsplash

3.1.2 Genre

Wanneer en waarom kiezen de media voor een interview? We noemen:

  • De geïnterviewde staat zelf in het nieuws. Bijvoorbeeld: de nieuwe directeur van De Nederlandsche Bank.
  • De geïnterviewde is deskundig op het desbetreffende terrein. Bijvoorbeeld: een criminoloog over het nut van preventief fouilleren.
  • De geïnterviewde is representatief. De directeur van de ANWB reageert op plannen van de overheid om het autorijden duurder te maken.
  • De geïnterviewde is betrokken bij het nieuws. Personificatie noemen we dat. Je kunt een gedegen achtergrondverhaal over vreemdelingen schrijven, maar zo'n onderwerp gaat pas echt leven als een illegaal over zijn misère praat.
  • De geïnterviewde is 'aan de beurt'. Veel kranten hebben om de zoveel tijd een achtergrondinterview met een minister.
  • De geïnterviewde is belangwekkend. Hij kan een bekend persoon zijn: kunstenaar, schrijver of musicus, maar ook een totaal onbekend iemand met een afwijkende levensstijl, interessante hobby, opvallende denkbeelden enzovoort.
  • Toeval. De journalist zoekt nadere informatie over een zaak en stuit op een markante figuur.
  • Armoede. Bij gebrek aan tijd, mankracht, deskundigheid en/of zin wordt er een snel interviewtje tegenaan gegooid.
  • Variatie. Een krant probeert elke editie maar ook de meeste pagina's zo afwisselend mogelijk te maken. Op de opiniepagina staan uiteraard alleen opiniërende artikelen; op andere pagina's wisselen diverse genres elkaar af.
  • Ronde getallen. De burgemeester één jaar na zijn installatie, de voorzitter van het mannenkoor dat honderd jaar bestaat.
  • De krant heeft een serie. NRC Handelsblad praat wekelijks met mensen die een drukke baan hebben: hoe combineren ze hun werk en privéleven?

In een serie Bijzondere fondsen, subsidies en potjes komen personen aan het woord die van deze geldbronnen gebruikmaken. In de serie Onderweg met... rijdt de krant met een ondernemer mee op de achterbank: hoe vaak zit hij in de auto en waarom? Rotterdams Dagblad, editie Waterweg, heeft De Plek: bijzondere Waterwegbewoners worden over hun leven en werk geïnterviewd op hun favoriete stekje. In Buis & Haard in het Vara tv­magazine vertellen echtparen en samenwonenden over hun favoriete en ergerlijke televisieprogramma's.

In de tijdschriftwereld circuleert de slogan 'De vorm is het idee'. Nederland telt ruim 1.500 tijdschriften. Gemiddeld verschijnen per jaar zo'n vijftig nieuwe titels en een wisselend aantal titels verdwijnt; in 2007 zelfs 84 en bij 43 ging het licht uit. 'Actie dus', zegt tijdschriftgoeroe Rob van Vuure. 'Want je wilt, je móet blijven opvallen. Soms is een interview top omdat het simpelweg nieuws bevat of omdat iemand zich eindelijk uitgebreid láát interviewen. Maar bijna altijd moet de vorm het gesprek "nieuw" of "interessant" maken.'

In een speciale uitgave ter gelegenheid van de Bladenmakersweek 2005 geeft hij 104 ('Meer dan 100, want waarom zou je stoppen bij 100?') tips voor originele en al gepraktiseerde invalshoeken en vormen. Een willekeurige greep uit Vuures tips: In bad met ... , Door Artis met ... , Samen met iriscopist interviewen aan de hand van foto van ogen, Het huilmomenteninterview (Wanneer de laatste -pakweg-tien jaar gehuild of traan gelaten? Van het lachen mag ook.), Amsterdammer bepaalde tramlijn laten kiezen (Waarom? Hoezo? Hoe vaak?), Noem de tien belangrijkste data van je leven, Het Eén-Vraaginterview ('Geef maar aan wie volgende week de vraag krijgt, of bedenk een vraag'), Trouwfoto-interview ('Dit verwachtte ik, dit werd het'), Maak een volledig fake-interview met een overleden iemand. (In bad met Katja, 100-interviewvormen. Bedacht en verzameld door Rob van Vuure)

Een praktijkvoorbeeld (1)
In 2007 daalden de beurskoersen, omdat Amerikaanse banken risicovolle hypotheken hadden verstrekt. Tal van Amerikanen bleken niet meer te kunnen voldoen aan hun hypotheekverplichtingen. Freek Staps interviewde Michele, een zwarte alleenstaande Amerikaanse met drie kinderen, die op elk moment op straat kon worden gezet. Hij schrijft op zijn web log: 'Michele is iemand die je op dat soort momenten nodig hebt als journalist. Een praktijkvoorbeeld. Een persoon die duidelijk maakt waar een abstracte crisis (wat dat dan ook is) in de kern om gaat.'
(Bron: http://weblogs.nrc.nl/weblog/newyork/; geciteerd in NRC Handelsblad, 3-4 november 2007)

Een praktijkvoorbeeld (2)
Ook bij EénVandaag kiest de redactie vaak voor een soortgelijke aanpak. Presentator Wouter Kurpershoek vertelt: 'Wat gebeurt er in een doorsnee gemeente als IJsselstein tijdens de crisis? Hoe vergaat het die mensen? Op die manier hebben we ook verslag gedaan van de Amerikaanse verkiezingen. We hebben een doorsnee Amerikaans stadje geadopteerd, Canton, in Ohio. In dat ene stadje met twintigduizend inwoners hebben we al onze verhalen gemaakt: over de lrak-ganger, de vrouw zonder verzekeringen - en noem alle problemen maar op.'
(Bron: Esta, nr. 20, 18 september-1 oktober 2009)

3.1.3 Persoon

In het televisieprogramma Keek op de Week parodieerden de humoristen Kees van Kooten en Wim de Bie ooit de rol van de deskundigen, die in tal van actualiteitenrubrieken op de beeldbuis opdraven. Interviewer Loud Hobbema (Wim de Bie) praat met Oost-Europadeskundige doctor R. Ciavan (Kees van Kooten) over de toestand in Duitsland. Na een korte introductie begint het interview als volgt:

  • Het gaat allemaal ongelooflijk snel, hè?
    Ciavan (zorgelijk kijkend): 'Het gaat ongelooflijk snel.'
  • In één week tijd treedt de regering af, er komt een nieuw politbureau, een vervroegde partijconferentie. Het is niet gering wat er daar gebeurt.
    'Als u nagaat dat de regering in één week tijd aftreedt, dat er een nieuw politbureau wordt benoemd, dat er een vervroegde partijconferentie wordt uitgeschreven: dat is niet gering hoor, wat daar gebeurt.'
  • En dan nog de muur die eigenlijk geen functie meer heeft.
    'De muur heeft eigenlijk geen functie meer .. .'

Karikaturaal, maar wel een beetje waar. Gijs van de Westelaken, producent van Van Goghs laatste televisieserie Medea, werd na de dood van Theo van Gogh tot zo'n Ciavan gebombardeerd. Wekenlang wisten alle media hem te vinden. In Metro (14 januari 2005) zegt hij: 'De Nederlandse pers wil steeds commentaar op de laatste ontwikkelingen. Je kan het zo gek niet bedenken of ik word geacht er een mening over te hebben. Wat ik vind van imam Van de Ven? De dood van Theo maakt mij toch niet opeens tot moslimdeskundige?'

Dezelfde bronnen
Uit een onderzoek naar nieuws op de Amerikaanse televisie en in newsmagazines rolde de formule 'Knowns appear four times as often as Unknowns' (K = 4 x U). Berichtgeving over Nederland door buitenlandse media kenmerkt zich eveneens door het raadplegen van steeds dezelfde bronnen.
Kort na de moord op Van Gogh stond Han Entzinger, hoogleraar migratie-en integratiestudies aan de Erasmus Universiteit, 'drie, vier journalisten' per dag te woord. Hij kreeg e-mails tot uit Brazilië en China. Andere 'woordvoerders van Nederland' zijn Paul Scheffer, Afshin Ellian, Ayaan Hirsi Ali, Leon de Winter, Ahmed Larouz en terrorisme-expert Edwin Bakker. Bakker legt in NRC Handelsblad van 30 april-1 mei 2005 uit hoe dat werkt: 'De New York Times was mijn eerste interview. Andere media lezen dat en zo kom je in de quotation carrousel.'

Ook in de Nederlandse media domineren de deskundigen (echte, geen nepdeskundigen, zoals Clavan) en politieke en maatschappelijke actoren (politici, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties enzovoort). Op zich is daar niets mis mee: deze personen hebben verstand van het onderwerp. Ze nemen beslissingen die voor veel mensen gevolgen hebben, hebben ervaring in de omgang met de pers, weten wat de pers van hen verwacht en ze zijn gemakkelijk toegankelijk. Jij weet hen te vinden en zij weten jou te vinden. Niettemin kan het geen kwaad om bij een interviewonderwerp eens een persoon buiten het bekende circuit te zoeken.

Geschikte interviewkandidaten
Hoe vind je personen buiten het bekende circuit? Vooral als je nieuw in een gebied bent of wanneer je aan een onderwerp begint, is het lastig om geschikte interviewkandidaten te vinden. Studenten journalistiek hebben nog wel eens de neiging om onmiddellijk naar formele bronnen te hollen. ze praten met de schooldirecteur, misschien een enkele leerling, maar vergeten de conciërge, amanuensis, onderwijsassistenten en oud-leraren. Ze interviewen de wethouder, maar maken geen praatje met de stadhuisbodes, receptionistes en het kantinepersoneel, die er al langer werken en vaak beter weten wat er zoal in het stadhuis speelt.
Terloopse gesprekken zijn vaak een goed begin. Of je nu bij de kapper zit, op verjaardagsvisite bent, boodschappen doet of in een café uitblaast: praat met zo veel mogelijk mensen en vertel waar je mee bezig bent. Je zult er versteld van staan hoeveel tips je krijgt. Bezoek ook plaatsen of gebeurtenissen, waar niet direct een verhaal in zit, maar waar je wel potentiële bronnen kunt spreken. Het is belangrijk dat ze je leren kennen – dat je meer dan een naam in de krant bent. Verzamel visitekaartjes, telefoonnummers en e-mailadressen.

De laatste jaren is het arsenaal aan mogelijkheden aanzienlijk uitgebreid met de social media: Facebook, Twitter, Hyves enzovoort. Aan het eind van paragraaf 3.3 vind je een casus (casus 3.1), waarbij de studente via een website haar interviewkandidaat vindt. Ze had ook de social media kunnen gebruiken, maar we betwijfelen of dat in haar geval een beter resultaat had opgeleverd omdat ze heel gericht op zoek was naar een emetofobiepatiënt. Soms is het voldoende om één bron te vinden, want die kent weer lotgenoten, die ook weer lotgenoten kennen enzovoort. Bouw met je (potentiële) geïnterviewden een vertrouwensband op. 'Vertrouwen is een kostbaar goed', zegt David Ka plan van de U.S. News & World Report. 'Het kost jaren om dat op te bouwen, maar je kunt het in één dag verliezen.' Het zit vaak in kleine dingen. Stuur bijvoorbeeld na een interview je artikel op. Heb je materiaal van de persoon geleend, breng het terug. En citeer nooit iemand als je off the record met hem hebt gesproken.

Benader een onderwerp van verschillende kanten. Twee gescheiden vaders, verkleed als Superman en Spiderman, demonstreren bij de rechtbank in Utrecht. Ze behoren tot de actiegroep Fathers 4 Justice en mogen, evenals vele lotgenoten, hun kind niet zien dan wel de omgangsregeling loopt niet lekker. Wanneer je hen interviewt, moet je wel bedenken dat ze een eenzijdig verhaal vertellen. Laat je niet meeslepen door hun verontwaardiging.

Praat eens met de Kinderbescherming, die de kinderrechter adviseert. Je komt dan te weten dat er bij ruziënde exen altijd problemen zijn over de omgangsregeling, want vader doet in de weekends de leuke dingen met het kind, moeder is doordeweeks de 'boeman'. Vaak worden die ruzies over het hoofd van het kind uitgevochten. Praat eens met een kinderpsychiater en vraag wat de impact van een scheiding op een kind is. Gebruik deze informatie bij je interview.

Straatinterview
Je ziet ze vaak op televisie, maar ook kranten 'bezondigen' zich eraan: het straatinterview of de vox pop (afgeleid van het Latijnse vox populi: de stem van het volk). De Dordtenaar bijvoorbeeld had de dagelijkse rubriek 'Het gesprek van de dag', waarin drie personen op het nieuws van de dag reageerden. Een journalist en een fotograaf trokken de stad in, klampten willekeurige voorbijgangers aan, de een interviewde, de ander fotografeerde en dat was het dan. Je kunt je afvragen wat daarvan de journalistieke relevantie is. Het heeft misschien zin om fans van een voetbalclub te vragen of de trainer het goed doet, maar mensen vragen hoe ze over de situatie in Irak denken, levert weinig nieuwe gezichtspunten op. Zoals cabaretier Wim Kan zei: 'Mensen om een mening vragen die ze niet hebben.' Maar misschien moeten we zo'n rubriek eerder onder de entertainmentfunctie van de krant rangschikken dan onder de nieuwsfunctie.

Voor stagiair(e)s (en beginnende journalisten) is de vox pop evenwel een uitgelezen kans om zich te bekwamen in het interviewen. Sommigen moeten nog leren hun schroom te overwinnen om een compleet vreemde aan te spreken. Je moet snel duidelijk maken wie je bent, voor welke krant je werkt, wat je van die persoon verwacht en als iemand niet wil, hem overreden toch mee te werken. Daarna volgt het interview: een paar heldere vragen, goed luisteren, eventueel doorvragen en terug op de redactie die citaten snel in een aantrekkelijke vorm gieten. Het mag dan weliswaar geen hogeschooljournalistiek zijn, leerzaam is het in ieder geval wel.

Interviewen van een bekende
Een enkele keer zul je iemand (moeten) interviewen die je goed kent en/ of met wie je een persoonlijke relatie hebt. Is dat mogelijk? Kun je de professionele distantie tot deze persoon bewaren die nodig is om het onderste uit de kan te halen?

Een voorbeeld:
Een tweedejaarsstudent interviewde Doekle Terpstra die toen nog CNV-voorzitter was. Hij kende hem goed, omdat hij 'iets moois heeft' met een van zijn dochters. Zowel de interviewer als de geïnterviewde had het er moeilijk mee, constateerde de student na afloop, vooral omdat het interview moest gaan over de invloed van Terpstra's werk op zijn gezinsleven. In het volgende fragment durfde de interviewer niet door te vragen: 'Of ik ook slechte kanten heb? Haha, die bestaan bij mij niet. Nee, ik kan moeilijk op mijn gat zitten. Ik ben eerder van het snelle dan het trage en ik kan me voorstellen dat het soms wat ongezellig is.'

Niet doen dus, een bekende interviewen. Je komt ontegenzeggelijk in een rolconflict en je verliest je scherpte. Maar ook hier geldt: de uitzondering bevestigt de regel. Cherry Duyns maakte een documentaire over Armando, een van de uitzonderlijkste kunstenaars van Nederland. De titel geeft al de relatie tussen beiden aan: 'Armando, portret van een vriend', en illustreert tegelijkertijd wat voor hem het moeilijkste was aan het maken van de film.

Hij zegt daarover:
'Ik heb moeten zoeken naar de juiste toon. Een onderonsje mocht het niet worden. Niets zo vervelend als een ouwe-jongens-krentenbroodverhaal. Dan voelt een kijker zich buitengesloten. Maar het is lastig om heel gewone vragen te stellen als je elkaar zo goed kent.'
(Bron: VPRO Gids, nr. 48, 2005)

Ook wij overtreden wel eens de regel dat je een bekende beter niet kunt interviewen. We geven studenten dan de opdracht een bekende te interviewen, bijvoorbeeld over vroeger. Maar die opdracht heeft primair tot doel hen te confronteren met het probleem van de betrouwbaarheid van iemands geheugen en manieren om herinneringen te laten terughalen.


Vragen

Ben je benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Maak dan de onderstaande vragen over de theorie die je net gelezen hebt. De antwoorden komen later in de proefles terug.

1. Wat wordt bedoeld met de formule K=4xU?

2. Is het slim om iemand te interviewen met wie je een persoonlijke relatie hebt?

3. Leent elk onderwerp zich voor een interview?


Studeren op jouw moment

Bij NTI kun jij studeren wanneer het jou uitkomt. Je start met een opleiding wanneer jij dat wilt. Je bepaalt zelf waar en wanneer je studeert in een online leeromgeving en met echte studieboeken. Zo kun jij een opleiding goed combineren met een drukke baan, hobby’s en gezinsleven. Dus echt studeren op jouw moment.


Bekijk hier de antwoorden

Onderstaand kun je jouw antwoorden controleren.

1. Wat wordt bedoeld met de formule K=4xU?

Knowns appear four times as often as Unknowns. Met andere woorden: Journalisten raadplegen veelal dezelfde bronnen, maar het kan geen kwaad om bij een interviewonderwerp eens een persoon buiten het bekende circuit te zoeken. (slide 11)

2. Is het slim om iemand te interviewen met wie je een persoonlijke relatie hebt?

Nee, je komt ontegenzeggelijk in een rolconflict en je verliest je scherpte. (slide 14)

3. Leent elk onderwerp zich voor een interview?

Nee, van een demonstratie wordt bijvoorbeeld een verslag gedaan en de multiculturele samenleving is typisch een onderwerp voor een opinieverhaal. (slide 6)


Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met HBO Bachelor Journalistiek dus zet vandaag nog de eerste stap!

Daarom studeer jij bij NTI op jouw moment

  1. Erkende opleidingen, bekende naam
  2. Studeren met veel persoonlijk contact
  3. Voordelig studeren, transparant over kosten
  4. Flexibel studeren
  5. Overal studeren met onze online leeromgeving
  6. Persoonlijke begeleiding door mentoren en ervaren docenten
  7. Werkgevers zijn snel overtuigd

Neem gerust contact met ons op, als je nog vragen hebt. Succes met het kiezen van je studie!

1 / 1