Proefles: Massage

Leer diverse technieken met de cursus Massage!

Met deze proefles krijg je een indruk van de cursus Massage van NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren.
Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op.
Heel veel succes en plezier met de proefles.

Massage

skeletDoel van deze les
In dit boek dat over anatomie en fysiologie van het menselijk lichaam gaat, beginnen we met het bestuderen van het voortbewegingssysteem.
Een van de doelstellingen van massage is het ontspannen van het lichaam, wat positieve invloed heeft op het functioneren van het lichaam. Daarom is het belangrijk dat we te allen tijde weten welke spiergroepen er bij iedere massagetechniek wordt behandeld.
Besteed de nodige aandacht aan alle illustraties. Lees de namen van alle spieren goed door en probeer ze in uw eigen lichaam op te zoeken. Tracht al deze namen niet in één keer te onthouden. Het is voldoende om ze zo nu en dan op te zoeken, zodat u ze beetje bij beetje onder de knie krijgt.

De anatomie
Net zoals een automobilist de belangrijkste onderdelen van zijn wagen moet kennen en moet weten hoe ze werken (accu, boogies, schakeldoos, benzinepomp, wielen enzovoort), om te kunnen vermijden dat een klein defect een grotere schade kan aanrichten of zelfs een ongeluk, is het voor een masseur noodzakelijk om enige kennis van de anatomie en fysiologie van het menselijk lichaam te hebben.

De anatomie is de wetenschap die het menselijk lichaam bestudeert vanuit zijn vorm en samenstelling; hoe en waaruit het is samengesteld. Op de tekeningen zien we het menselijk lichaam in zijn geheel: de botten (A), de ingewanden (B) en (op de volgende pagina) de spieren (C).
Laten we eens bekijken hoe de verschillende systemen van ons lichaam eruitzien, hoe ze werken en waar ze zich bevinden:

Voortbewegingssysteem
- Spieren
- Botten
- Gewrichten

Bloedsomloop
- Het hart
-Het bloed

Ademhalingsorganen
- De longen
-Het katabolisme


Spijsverteringsapparaat
spierenDe kennis betreffende het menselijk lichaam is op zich erg interessant, maar als we gaan masseren, komen we tot de conclusie dat deze kennis noodzakelijk is. De anatomie die we hier gaan bestuderen, is niet bedoeld om door wetenschappers, artsen of fysiologen ontcijferd te worden, maar wel om op een simpele manier begrepen te worden door u als masseur.
In deze cursus gaan we de anatomie in drie delen leren.

- We bestuderen alle organen van het lichaam die baat hebben bij een massage of bij een massage worden gestimuleerd. De overige organen worden enkel beschreven omdat een diepere bestudering ervan ‘buiten het veld’ van de masseur valt.

spieren- Daarnaast bestuderen we de cellen, de weefsels, de ademhalingsorganen en de bloedsomloop. Aan de ene kant zijn deze verantwoordelijk voor het opvangen, het zuiveren en het omzetten van voedsel in nieuw weefsel, en aan de andere kant zijn ze nodig voor de ontwikkeling en de energie die weer noodzakelijk is voor de voortbrenging van beweging.
- Waar we de meeste aandacht aan zullen besteden, is het voortbewegingssysteem, en dat behandelen we in deze les.

Het voortbewegingssysteem bestaat uit botten en spieren. De plaats waar verschillende botten samenkomen, heet een gewricht. Dit geheel is bedekt met spieren. Het voortbewegingssysteem is verantwoordelijk voor het dragen van het lichaam en voor het bewegen ervan. Ons voortbewegingssysteem bestaat uit:

  • Spieren. Spieren brengen de bottenstructuur in beweging. Spieren worden in de myologie bestudeerd;
  • Botten. Deze vormen in hun geheel het skelet. Botten worden in de osteologie bestudeerd;
  • Gewrichten. Gewrichten zijn de verbindingspunten tussen de verschillende botten. Zij worden in de artrologie bestudeerd.

De spieren van het lichaam
De spieren zijn verantwoordelijk voor de beweging van ons lichaam in drie aspecten:

  • de voortbeweging, die bewegingen die het ons mogelijk maken om te rennen, te lopen, te springen;
  • het gesticuleren (gebaren), ofwel de bewegingen die we gebruiken als ‘begeleiding’ van woorden wanneer we proberen iets te uiten;
  • de houdingen, die houdingen die we aannemen als ons lichaam in rust is.

spierenHet spierweefsel is het grootste bestanddeel van het lichaam en beslaat 40 tot 45% van het lichaamsgewicht. Men heeft uitgerekend dat een mens 250 miljoen vezels heeft verdeeld over 434 spieren. Hiervan zijn 75 spieren verantwoordelijk voor de houdingen en het bewegen van de belangrijkste botten. Ons voortbewegingssysteem is een precisiewerktuig waarvan al onze bewegingen afhankelijk zijn, van de allersimpelste tot de allermoeilijkste.

Wat zijn spieren?
De basis van de spieren zijn cellen in de vorm van vezels die gebundeld zijn en daarom spierbundels worden genoemd.
Een groep vezels die omwikkeld is in een vlies heet een primaire bundel. De verbinding van verschillende primaire bundels door een extern groter vlies is een secundaire bundel. Een spier is de verbinding van verschillende secundaire bundels, die op hun beurt weer door een vlies zijn omwikkeld. Dit buitenste vlies dat een spier omwikkelt, bestaat uit bindvliesweefsel en heet spierschede of spiervlies.De uiteinden van dit weefsel zijn de pezen en zij zorgen voor de verbinding tussen de spieren en de botten. De spier is de verbinding tussen verschillende secundaire bundels. Dit geheel wordt omwikkeld door een vlies, spiervlies en spierschede, geheten, en het uiteinde hiervan is de pees. We kunnen dus stellen dat de pezen de koppeling tussen de spieren en de botten vormen.

De spier
1. Pees
2. Spierschede
3. Spierbundels
4. Bot

spierenDe spierindeling
De spieren kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld naar:
• vorm;
• samentrekkingswijze;
• grootte.

Vorm of morfologie
Onder de morfologie verstaan we de vorm van de spieren. De meer dan 400 spieren die in ons lichaam aanwezig zijn, hebben verschillende vormen, die we op de volgende manier kunnen indelen:
• spoelvormig of klosvormig: spieren die in het midden dik zijn en naar de uiteinden toe dun. We vinden spoelvormige spieren in de armen en kuiten;
• plat: zoals de rechte spieren van de onderbuik; waaiervormig: spieren met verschillende breedtes in hun uiteinden, zoals de borstspieren; ringvormig: zoals de sluitspieren; bolvormig: hun vorm lijkt op een knoopsgat en sluiten de ogen en lippen.

Verschillende spiertypes, ingedeeld naar vorm
A Spoelvormig
B Plat
C Waaiervormig
D Bolvormig

Samentrekkingseigenschappen
De spieren kunnen we ook indelen naar de wijze van samentrekken. Het gaat dan om de volgende twee groepen:

spieren

  • Spieren met dwarsgestreept weefsel worden ook wel rode spieren genoemd. Ze bestaan uit cilindervormige cellen en hebben lichte en donkere stroken die op groeven lijken. Dit soort spieren zorgt voor de willekeurige samentrekkingen, dat wil zeggen, ze bewegen als wij dat willen en hun samentrekking is snel. Sporttrainingen richten zich op de werking van dit soort spieren.
  • Spieren met glad weefsel bestaan uit spoelvormig weefsel en zijn minder groot dan de vorige groep. We vinden ze in de ingewanden. Ze zijn wit en hun bewegingen zijn onwillekeurig, en daarom worden ze spieren met langzame en onvrijwillige samentrekking genoemd. Een voorbeeld van deze spieren zijn de wanden van de slokdarm.
    Opmerking: de hartspier bestaat uit gegroefd weefsel met onvrijwillige bewegingen en heeft heel speciale eigenschappen.

Soorten weefsels
A Dwarsgestreept weefsel
B Glad weefsel
Als we een vrijwillige beweging willen maken, zoals een gewicht optillen, wordt er door de hersenen een groep spieren in werking gebracht. Bij de vrijwillige bewegingen worden alleen spieren met dwarsgestreept weefsel gebruikt (C).De spieren met glad weefsel werken altijd onvrijwillig. Bijvoorbeeld, de spieren met glad weefsel van de slokdarm duwen het eten naar de maag (D).

massagemassage

Grootte

Op de rechtertekening zien we de verschillende soorten spieren al naar gelang hun grootte. In de benen en armen vinden we vooral lange spieren, op de borst en de zijkanten van de romp hoofdzakelijk brede spieren. In de handen en voeten vinden we grote hoeveelhedenkorte spieren. In grootte onderscheiden we dus de volgende spieren:

  • lange spieren, zoals de kleermakersspier, die van de heup naar de knie loopt;
  • brede spieren, zoals de buitenste schuine buikspier. Deze spier bedekt de zijkant van de romp ter hoogte van de taille;
  • korte spieren, zoals de spieren die zich in de hand bevinden.

Hoeveelheid hoofden
Op de tekening hieronder zien we vier verschillende spieren onderverdeeld naar hun aantal hoofden:

  • eenhoofdige spier, bijvoorbeeld de armbuiger,
  • tweehoofdige spier, bijvoorbeeld de tweehoofdige armbuigspier;
  • driehoofdige spier, bijvoorbeeld de driehoofdige armstrekspier;
  • vierhoofdige spier, bijvoorbeeld de vierhoofdige dijbeenspier (quadriceps).

De spierenatlas
We gaan nu eerst de belangrijkste spieren van ons lichaam opzoeken en hun namen leren.

Dankzij de volgende twee tekeningen kunnen we de oppervlakkige spieren plaatsen. Op de volgende bladzijden gaan we hier dieper op in.

massageDe belangrijkste spieren (voorkant)

A De spieren van het hoofd
B De spieren van de romp en de bovenste extremiteiten
C De spieren van de onderste extremiteiten

1 Voorhoofdsspier
2 Slaapspier
3 Kringvormige ooglidspieren
4 Kringvormige mondspier
5 Buitenste kauwspier
6 Voorste halsspier
7 Grote borstspier
8 Tweehoofdige armbuigspier
9 Voorste getande spier
10 Rechte buikspier
11 Opperarm-spaakbeenspier
12 Vingerstrekspier
13 Buitenste schuine buikspier
14 Kleermakerspier
15 Vierhoofdige dijbeenspier (quadriceps)
16 Voorste scheenbeenspier

Het is niet nodig om alle spiernamen uit het hoofd te leren. Beetje bij beetje zullen ze wel blijven hangen zonder er al te veel moeite voor te hoeven doen. Voorlopig is het voldoende om deze namen enkele keren te lezen en ze in verband te kunnen brengen met het hoofd, de romp of de extremiteiten.

massageDe belangrijkste spieren (achterkant)

A De spieren van het hoofd
B De spieren van de romp en de bovenste extremiteiten
C De spieren van de onderste extremiteiten

1 Achterhoofdspier
2 Monnikskapspier
3 Deltaspier
4 Driehoofdige armstrekspier
5 Brede rugspier
6 Vingerstrekspier
7 Oppervlakkige vingerstrekspier
8 Grote bilpsier
9 Tweehoofdige dijbeenspier
10 Kuitspier (buitenste en binnenste)
11 Achillespees

De hoofd- en halsspieren
Bij de hoofdspieren onderscheiden we:

  • de kauwspieren. Deze spieren bewegen de kaken;
  • de gebarenspieren. Deze zorgen voor de gelaatsuitdrukkingen.

 

En bij de halsspieren onderscheiden we:
- de voorste halsspier. Deze zorgt voor het zijen voorwaarts bewegen en het draaien van het hoofd;
- de spleniusspier. Deze spier zorgt voor de zijen achterwaartse bewegingen van het hoofd;
- de monnikskapspier. Deze spier bevindt zich in de nek en schouder en zorgt voor het opheffen van de schouders en voor het buigen van het hoofd naar de zijkanten;
- de grote en de kleine ruitvormige spier. Deze spieren laten het schouderblad kantelen en buigen de ruggengraat;
- de borstbeen-tongbeenspier. Deze spier beweegt het tongbeen;
- de schoudertop-tongbeenspier. Deze spier zorgt voor een neergaande beweging van het tongbeen.

We raden u aan om wat tijd te besteden aan de werking van al deze spieren in het eigen lichaam. U kunt bijvoorbeeld het volgende doen: leg beide handen in de nek. Laat het hoofd naar links en rechts vallen. Voelt u hoe de voorste halsspier samentrekt en weer ontspant? Ga in het eigen lichaam na waar alle spieren van deze tekeningen zitten en probeer erachter te komen bij welke beweging ze werken. In sommige gevallen is dat erg makkelijk en in andere gevallen niet, maar daar moet u dan wat meer tijd aan besteden. Geef in ieder geval niet op. U zult zien dat na verloop van tijd het spierstelsel geen geheimen meer voor u heeft.

De spieren van het hoofdmassage
1 Voorhoofdsspier
2 Kringvormige ooglidspieren
3 Neusspier
4 Kleine en grote jukbeenspier
5 Trompetterspier
6 Kringvormige mondspier
7 Drepressorspier van de mondhoek
8 Mentalisspier

9 Drepressorspier van de onderlip
10 Slaapspier
11 Achterhoofdsspier
12 Buitenste kauwspier
13 Monnikskapspier
14 Voorste halsspier

De belangrijkste spierenmassage
1 Monnikskapspier
2 Spleniusspier
3 Schouderbladheffer
4 Voortse halsspier
5 Platysma

De belangrijkste spierenmassage
1 Semispinaliscapitisspier
2 Spleniusspier
3 Monnikskapspier
4 Middelste scheve halsspier
5 Achterste scheve halsspier
6 Schoudertop-tongbeenspier
7 Voorste scheve halsspier
8 Borstbeen-sleutelbeen-tepelspier (links)
9 Borstbeen-sleutelbeen-tepelspier (rechts)
10 Borstbeen-tongbeenspier
11 Schoudertop-tongbeenspier

De spieren van de romp
In de romp hebben we spieren aan de voorkant, op de rug en aan de zijkanten. We gaan de belangrijkste bekijken. Aan de voorkant bevinden zich:

  • de grote borstspier. Deze spier beweegt de armen naar voren en naar het lichaam toe vanaf opzij en draait de arm naar binnen;
  • de tussenribspieren. Deze spieren bevinden zich tussen de ribben en helpen bij het ademhalen;
  • de rechte buikspier. Deze spier ondersteunt de buik.

Dit zijn de belangrijkste spieren. Op de volgende tekening vindt u het spierstelsel van de voorkant van de romp wat uitgebreider.

Zoek de spieren in het eigen lichaam op en probeer achter hun functie te komen.
De spieren van de romp (voorkant)massage
1 Voorste halsspier
2 Sleutelbeen
3 Schoudertop
4 Grote borstspier
5 Bindweefsel van het borstbeen
6 Tussenribspieren
7 Witte lijn
8 Buitenste schuine buikspier
9 Rechte buikspier
10 Navel
11 Iliacus
12 Balspier
13 Kleine sleutelbeenholte
14 Grote sleutelbeenholte

15 Monnikskapspier
16 Schoudergordel
17 Grote borstspier (sleutelbeengedeelte)
18 Grote borstspier (borstbeengedeelte)
19 Grote borstspier (ribgedeelte)
20 Deltaspier
21 Brede rugspier
22 Voorste getande spier
23 Grote borstspier
24 Schede van de rechte buikspier
25 Rechte buikspier
26 Schuine buikspier
27 Dwarse buikspier
28 Ligamenten (Banden die de baarmoeder op haar plaats houden)

En aan de achterkant, op de rug, bevinden zich de volgende spieren:

  • de monnikskapspier. Deze spier houdt het hoofd verticaal en tilt de schouders op;
  • de brede rugspier. Deze spier beweegt de armen naar achteren;
  • de ondergraatsspier. Deze spier zorgt ervoor dat de bovenarm naar buiten draait;
  • de kleine ronde armspier. Deze spier helpt de ondergraatspier bij zijn werking.

Aan de zijkanten van de romp hebben we:

  • de buitenste schuine buikspieren. Deze spieren laten ons lichaam naar voren buigen;
  • de tussenribspieren. Deze spieren bevinden zich onder de arm en laten de ribben bij de inademing naar buiten treden.

Binnen in de romp bevindt zich het middenrif. Deze spier werkt bij het ademen. De hik is een onvrijwillige samentrekking van deze spier.

De spieren van de romp (achterkant)massage
1 De buitenste knobbel van de achterhoofdsspier
2 Voorste halsspier
3 Spleniusspier
4 Peesblad van de monnikskapspier
5 Monnikskapspier
6 Deltaspier
7 Infraspinatus
8 Grote ronde spier
9 Brede rugspier
10 Voorste getande spier
11 Buitenste schuine buikspier
12 Peesblad van de grote bilspier
13 Grote bilspier
14 Achterhoofdspier
15 Bovenste deel van de monnikskapspier
16 Middelste deel van de monnikskapspier
17 Grote ruitvormige spier
18 Lende-rugpeesblad
19 Erector spinaespieren
20 Bekkenkam

De armspieren
In de bovenste ledematen bevinden zich de volgende spieren:

  • de deltaspier. Deze spier vormt de schouder en tilt de arm op;
  • de tweehoofdige armbuigspier (biceps). Deze spier laat de elleboog buigen;
  • de vingerbuig- en vingerstrekspieren. Deze spieren bewegen de vingers.
  • de driehoofdige armstrekspier (triceps). Deze spier strekt de arm;
  • de onderarmspieren. Deze spieren laten de hand en de pols bewegen. 

Het is erg belangrijk om de spieren te voelen en door strekking of samentrekking erachter te komen welke spieren bij iedere beweging werken. Als het om de grotere of meer oppervlakkige spieren gaat, is dit vrij makkelijk, maar u zult zien dat u langzamerhand op dezelfde wijze de functies van alle spieren leert. 

De armspieren (voorkant en achterkant)massage
1 Deltaspier
2 Tweehoofdige armbuigspier (korte deel)
3 Tweehoofdige armbuigspier (lang deel)
4 Voorste opperarmspier
5 Radiaire armspier
6 Lange radiaire polsstrekspier
7 Grote borstspier
9 Driehoofdige armstrekspier (buitenste deel)
10 Driehoofdige armstrekspier (binnenste deel)
11 Onderdeel van de driehoofdige armstrekspier
12 Binnenste beenmassief
13 Ellepijpshoofd
14 Deltaspier

15 Opperarm-spaakbeenspier
16 Lange armstrekspier
17 Opperarmspier

Spieren van de handmassage
1 Peesband van de vingerbuigspieren
2 Korte duimafvoerderspier
3 Tegenoverliggende duimspier
4 Korte duimbuigspier
5 Duimaanvoerderspier
6 Pinkbuigspier
7 Pinkafvoerderspier
8 Tussenbeenspieren

Spieren van de onderarm (voorkant en achterkant)massage
1 Tweehoofdige armbuigspier
2 Voorste opperarmspier
3 Ronde pronatiespier
4 Opperarm-spaakbeenspier
5 Eerste buitenste strekspier
6 Tweede buitenste strekspier
7 Binnenste beenmassief
8 Korte polsbuigspier
9 Lange polsbuigspier
10 Polsbuigspier
11 Vingerbuigspieren
12 Driehoofdige armstrekspier
13 Ellepijpshoofd
14 Polsbuigspier

15 Polsstrekspier
16 Pinkstrekspier
17 Lange armstrekspier
18 Eerste buitenste strekspier
19 Tweede buitenste strekspier
20 Vingerstrekspier
21 Lange duimafvoerderspier
22 Korte duimstrekspier

De beenspieren
In de benen bevinden zich de volgende spieren:

  • de bilspieren. Deze spieren vormen de billen en dienen voor het zitten en het rechtop blijven van het lichaam;
  • de kleermakersspier. Deze spier zorgt ervoor dat de benen over elkaar gezet kunnen worden. De naam heeft deze spier te danken aan de houding van de kleermaker bij het naaien;
  • de grote aanvoerderspier. Deze spier bevindt zich aan de achterkant van het been en buigt af tot aan de knie;
  • de vierhoofdige dijbeenspier (quadriceps). Deze spier bevindt zich aan de voorkant en zorgt voor de strekking van het been;
  • de tweehoofdige kuitspier. Dit zijn twee praktisch identieke spieren die de kuit vormen en de hiel optillen. Ze eindigen in de achillespees, waarmee ze aan de voet verbonden zijn. Dit zijn samen met de scholspier de wandelspieren;
  • de tenenbuig- en tenenstrekspieren. Deze spieren buigen en strekken de grote teen.

De dijbeenspieren (voorkant en achterkant)massage
1 Spanner van het bovenbeen
2 Rechte dijbeenspieren
3 Peesblad van het bovenbeen
4 Brede dijbeenspier
5 Knieschijf
6 Iliospoasspier
7 Pectinatusspier
8 Lange aanvoerderspier
9 Kleermakersspier
10 Slanke spier
11 Binnenste dijbeenspier
12 Grote bilspier
13 Grote aanvoerderspier
14 Slanke spier
15 Halfpezige spier
16 Halfvlezige spier
17 Kleermakersspier
18 Tweehoofdige kuitspier
19 Darmbeen-scheenbeenkanaal
20 Tweehoofdige dijbeenspier (lang)
21 Tweehoofdige dijbeenspier (kort)
22 Knieholte

Spieren van het onderbeen (voorkant en achterkant)massage
1 Darmbeen-scheenbeenkanaal
2 Lange kuitspier
3 Voorste scheenbeenspier
4 Korte kuitspier
5 Lange teenstrekspier
6 Vierhoofdige dijbeenspier
7 Knieschijf
8 Halfpezige spier
9 Binnenste kuitspier
10 Scholspier
11 Binnenenkel
12 Halfvlezige spier
13 Halfpezige spier
14 Kuitspier
15 Scholspier
16 Knieholte
17 Kuitspier
18 Scholspier
19 Achillespees
20 Buitenenkel

Spieren van de voet
(bovenkant)massage
1 Lange teenbuigspier
2 Pees van de lange kuitbeenspier
3 Korte teenbuigspier
4 Pezen van de lange tenenstrekspier
5 Tussenbeenspieren
6 Pees van de voorste scheenbeenspier
7 Pees van de lange buigspier van de grote teen

De dwarsgestreepte spier
De dwarsgestreepte spier bestaat uit cellen waar we het al over gehad hebben: de spiervezels. Afgezien hiervan heeft de spier peesbladen, ook wel pezen genoemd, die hem aan het bot verbinden.

De spiervezels hebben een cilindrische vorm, een diameter tussen de 10 en 100 micron (1 micron = 0,001 mm), en een lengte tussen 1 mm en 30 cm (de kleermakersspier is de langste). Tussen de 100 en 150 vezels zitten tezamen in spierbundels, omringd door een vlies (of spierschede) bestaande uit verbindend weefsel dat spierfascie heet. Verschillende bundels samen vormen een spier die weer is omringd door een andere schede, eveneens de fascie geheten.
Deze vliezen komen samen aan de uiteinden van de spieren en vormen de pezen, die voor de hechting aan het bot zorgen. Het spierweefsel bestaat hoofdzakelijk uit proteine, myosine geheten, en is elastisch en samentrekbaar, zodat spieren kunnen bewegen.

Elke spiervezel heeft een gevoelige cel die de hersenen op de hoogte brengt van het stadium waarin de spier zich bevindt (gestrekt, rust). En de hersenen sturen antwoord met de mededeling of de spier in die positie moet blijven of dat deze moet worden veranderd.
De spieren met witte vezels (onwillekeurige samentrekking) zijn afhankelijk van het onwillekeurige zenuwstelsel, waardoor ze vanzelf werken. Deze werking kan door onze wil niet worden veranderd.

Spieren hebben de volgende drie eigenschappen:

  • veerkracht. De veerkracht is de eigenschap die bestaat uit het zichzelf langer kunnen maken en daarna weer teruggaan naar de oorspronkelijke staat, alsof de spieren uit elastiek bestaan;
  • prikkelbaarheid. De prikkelbaarheid is het vermogen van de spier om te reageren op prikkels van buitenaf, zoals temperatuursverschillen, een prik, enzovoort;
  • spankracht. De spankracht is het vermogen van de spier om zich te verzetten tegen zijn verlenging. De spanning komt voort uit het zenuwstelsel.

De spankracht wordt groter bij het sporten en kleiner bij een warm bad of een ontspannende massage. Afhankelijk van de sport die iemand beoefent, verhoogt of verlaagt deze spankracht.

De spiersamentrekking

Een spier kan zich door een prikkel samentrekken, dat wil zeggen dat hij zich kan verkorten en verdikken, maar het volume blijft hetzelfde.

Bij een spiersamentrekking onderscheiden we drie fases:

  1. de latente fase. Dit is de tijd die verstrijkt tussen het zich voordoen van de prikkel totdat de samentrekking werkelijk plaatsvindt
  2. de samentrekkingsfase. Dit is de tijd die verstrijkt tijdens de samentrekking. Om de spier samen te trekken zijn verschillende zenuwprikkels nodig (ongeveer 40 per seconde);
  3. de ontspanningsfase. Dit is de tijdsduur waarin de spier zijn oorspronkelijke positie terugkrijgt.

Bij alle spierbewegingen vinden we spieren die een primaire invloed op de actie hebben (de agonisten), spieren die deze actie tegenwerken (de antagonisten) en spieren die helpen bij het verrichten van de actie (synergisten).

De verschillende soorten spiersamentrekkingen (-contracties) kunnen vanuit het volgende oogpunt worden bekeken:

  • de isotonische contractie, die weer onderverdeeld kan worden in concentrische en excentrische contractie;
  • de isometrische contractie; de isokinetische contractie.

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de cursus Massage voor gevorderden dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij NTI te studeren

  • Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  • Deskundige begeleiding door ervaren docenten
  • Voordelig lesgeld
  • Flexibel studeren
  • Studeren met veel persoonlijk contact
  • Modern studeren via onze online leeromgeving
  • Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  • Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus
1 / 23