Proefles: Opvoeden

Met deze proefles krijg je een indruk van de HBO-opleiding Toegepaste Psychologie van het NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

Krijg inzicht in de ontwikkeling van je kind

Met deze proefles krijg je een indruk van de Cursus Opvoeden van het NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

Hoofdstuk 5: Druk gedrag, impulsiviteit en problemen met concentratie

Inleiding

Bijna alle kinderen zijn wel eens druk of ongeconcentreerd. De meeste peuters hebben moeite om zich langer dan een paar minuten met iets bezig te houden. Hun concentratie is snel weg en ze lijken over te lopen van energie. Jonge kinderen vliegen vaak van de ene activiteit naar de andere en reageren heel impulsief op prikkels. Bij sommige kinderen houden het drukke gedrag, de concentratieproblemen en de impulsiviteit langer aan of is het heviger dan normaal. Het kan zijn dat er dan sprake is van ADHD. In dit hoofdstuk behandelen we overbewegelijkheid, impulsiviteit en concentratieproblemen in de praktijk en komt aan de orde wat ADHD is. Kort staan we stil bij de oorzaak van druk gedrag en concentratieproblemen. Daarna geven we informatie over de samenhang met andere problemen en tot slot gaan we in op manieren om met dit gedrag om te gaan.

5.1 Overbewegelijkheid, impulsiviteit en concentratieproblemen in de praktijk

Drukke kinderen en kinderen met een korte aandachtsspanne vragen veel van hun omgeving. Ouders voelen zich vaak uitgeput omdat hun kind continu aandacht vraagt. Het is niet eenvoudig om het tempo van een druk en impulsief kind bij te houden. Het vraagt veel handigheid en energie om het kind steeds maar bij te sturen. Niet alleen peuters en kleuters kunnen last hebben van overbewegelijkheid, impulsiviteit en concentratieproblemen. Ook op de basisschool, middelbare school en zelfs op volwassen leeftijd kan dit aanwezig zijn. Een kind dat erg druk en ongeconcentreerd is, kan hier in het dagelijkse leven last van hebben. Zowel bij de ouders als het kind kunnen er frustraties ontstaan. Later in het hoofdstuk staan we hier uitgebreid bij stil. Veel kinderen met aandachtsproblemen hebben moeite op school. Ze kunnen zich niet goed op de les concentreren en maken daardoor fouten. Het is voor hen lastig om lang met een bepaalde taak bezig te zijn. Ze zijn snel afgeleid en hebben daarom hun schoolwerk vaak niet op tijd af.

Overbewegelijke kinderen hebben vaak moeite om lang stil te zitten in de klas, maar ook thuis, bijvoorbeeld aan tafel. Deze kinderen praten vaak heel veel en hebben moeite om stil en rustig te zijn. In situaties waarin het gepast is om rustig aan te doen, kan dit voor problemen zorgen. Dit gedrag kan al snel leiden tot irritaties. Impulsieve kinderen doen vaak voordat ze nadenken. Het kost hen moeite om het beste moment af te wachten om antwoord te geven of hun beurt af te wachten. Ook flappen ze er dingen gemakkelijk uit. Soms zijn deze kinderen echte brokkenpiloten. Er kunnen dan gevaarlijke situaties ontstaan: ze rennen zonder na te denken de straat op of klimmen op dingen die daar niet voor zijn bedoeld. Kinderen die erg overbewegelijk en impulsief zijn, kunnen hierdoor ook problemen krijgen met vriendjes en vriendinnetjes. Ze hebben vaak moeite om op hun beurt te wachten tijdens een spelletje, verstoren met hun drukke gedrag het spel of geven andere kinderen geen ruimte om aan het woord te komen.

5.2 Wat is ADHD?

ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder, oftewel een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. Het is een veelvoorkomende stoornis in de kindertijd. Er wordt geschat dat ongeveer 3 tot 5 procent van de kinderen last heeft van ADHD. Jongens krijgen er twee tot vijf keer vaker mee te maken dan meisjes. Niet iedereen die weleens druk, ongeconcentreerd of impulsief is heeft ADHD. Het gedrag moet heviger zijn dan normaal gesproken bij een kind van die leeftijd is te verwachten. Ook moet het gedrag al een halfjaar in die mate bestaan. De diagnose moet altijd door een deskundige, zoals een kinderpsychiater, worden gesteld. Meestal worden er vragenlijsten afgenomen. Er wordt gekeken of het kind voldoet aan de criteria van ADHD, zoals die zijn beschreven in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM)2, een handboek voor diagnostiek. Er wordt hierbij gekeken naar drie typen gedragingen: aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. Daarnaast wordt onderzocht of het gedrag al in enige mate voor het zevende levensjaar aanwezig was en of het drukke, impulsieve of hyperactieve gedrag zich op meerdere plaatsen voordoet, bijvoorbeeld thuis en op school. Verder is het voor het stellen van de diagnose ADHD van belang om na te gaan of het gedrag het kind hindert in het dagelijkse leven, bijvoorbeeld op school of bij het maken van vrienden. We onderscheiden drie typen ADHD:

  1. gecombineerd. Deze kinderen hebben last van aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit.
  2. overwegend aandachtstekort. Deze kinderen vertonen vooral symptomen als concentratieproblemen en onoplettendheid. Deze vorm van ADHD wordt ook wel ADD genoemd.
  3. overwegend hyperactief en impulsief. Deze kinderen vertonen vooral symptomen als overbewegelijkheid en impulsiviteit.

Daarnaast bestaat er nog het type ADHD niet anderszins omschreven (NAO). Deze kinderen passen net niet helemaal in een van bovenstaande categorieën, maar vertonen wel gedrag dat erg doet denken aan ADHD.

Vaststellen of een kind ADHD heeft is niet eenvoudig. De gedragingen die bij ADHD horen komen bij elk kind weleens voor. Bovendien is druk, impulsief of ongeconcentreerd gedrag niet specifiek voor ADHD; het kan ook bij andere stoornissen en problemen voorkomen of door medicijngebruik worden veroorzaakt. Het moet daarom worden uitgesloten dat er sprake is van een ander probleem of medicijngebruik dat het gedrag kan verklaren. Daarnaast blijkt dat kinderen in de aanwezigheid van een arts of deskundige vaak lang niet zo druk en impulsief zijn als thuis of op school

.Wat is ADHD

Er wordt wel gezegd dat ADHD een modeverschijnsel is en dat het veel te vaak wordt gediagnosticeerd. Het is niet duidelijk of dit daadwerkelijk het geval is. Het is ook mogelijk dat ADHD tegenwoordig beter wordt herkend dan vroeger en dat er daarom meer kinderen zijn die deze diagnose krijgen. Vroeger kregen deze kinderen wellicht eerder het etiket 'lastig' of 'moeilijk opvoedbaar' opgeplakt, zonder dat de diagnose ADHD werd gesteld. Het werd dan misschien niet gezien als een stoornis, maar als een extreme vorm van normaal gedrag. Het is ook mogelijk dat er tegenwoordig daadwerkelijk meer kinderen zijn met ADHD. Dit zou kunnen komen doordat de maatschappij en het onderwijs is veranderd en sommige kinderen daardoor meer moeite hebben om mee te komen. Er zijn tegenwoordig veel prikkels en het leven lijkt drukker en chaotischer geworden.

Het gedrag komt daardoor misschien eerder naar boven. Het is niet met zekerheid te zeggen welke conclusie juist is, maar de meeste onderzoekers zijn het er wel over eens dat ADHD een echte stoornis is en dat een juiste behandeling kan helpen om een kind beter te laten functioneren.

5.3 De oorzaken van ADHD

Het is geen eenvoudige taak om te achterhalen wat de oorzaak is van ADHD. Er is veel onderzoek naar gedaan, maar daaruit zijn ook veel tegenstrijdige resultaten naar voren gekomen. Wat in het ene onderzoek wordt gevonden, wordt in een ander onderzoek weer weerlegd. Conclusies over de oorzaken van ADHD moeten dus heel voorzichtig worden getrokken. Onderzoek bij tweelingen heeft aangetoond dat ADHD naar alle waarschijnlijkheid een erfelijke factor heeft. Er is ook onderzoek gedaan naar invloeden tijdens de zwangerschap. Het lijkt erop dat moeders die roken tijdens de zwangerschap een grotere kans hebben op een kind met ADHD.

Er is veel onderzoek gedaan naar mogelijke hersenafwijkingen bij kinderen met ADHD. De resultaten zijn niet eenduidig. Duidelijke beschadigingen aan de hersenen worden doorgaans niet gevonden, maar het zou wel kunnen zijn dat kleine, bijna onzichtbare afwijkingen aan de hersenen een rol kunnen spelen bij ADHD. Bepaalde delen van de hersenen zouden kleiner zijn dan normaal bij kinderen met ADHD. Andere onderzoeken tonen aan dat de hersenen van kinderen met ADHD minder goed functioneren door een tekort aan bepaalde neurotransmitters (stofjes die onder andere helpen bij de signaaloverdracht in de hersenen). Meer onderzoek is nodig om duidelijkheid te krijgen over de exacte invloed van de werking van de hersenen bij kinderen met ADHD.

Daarnaast is er veel onderzoek gedaan naar de rol van allergieën en voedsel bij ADHD. In sommige onderzoeken is een samenhang gevonden tussen ADHD en voedselintolerantie en -allergieën. Het lijkt erop dat voedselintolerantie bij een kleine groep kinderen een rol kan spelen. Het kan daarom de moeite waard zijn om dit te laten onderzoeken. Ook de invloed van suiker is onderzocht. Er werd geen duidelijk verband gevonden tussen het eten van veel suiker en ADHD.

Ook is onderzoek gedaan naar de invloed van de omgeving op het ontstaan van ADHD. Bij dergelijk onderzoek is het altijd moeilijk om oorzaak en gevolg uit elkaar te houden. Ontstaat ADHD door veel ruzie binnen het gezin of ontstaat er veel ruzie binnen het gezin vanwege het moeilijke gedrag van het kind met ADHD? Het lijkt erop dat een stressvolle thuissituatie met veel conflicten niet zozeer de oorzaak is van ADHD, maar dat dit het drukke en onoplettende gedrag wel in stand kan houden of kan verergeren.

5.4 Problemen die vaak samengaan met ADHD

Bij veel kinderen met ADHD is er ook sprake van een andere stoornis of gedragsprobleem. Bij ongeveer de helft van de kinderen kan er ook een andere diagnose worden gesteld. In het oog springend is de relatie met opstandig gedrag en leerproblemen.

Opstandig gedrag

Ouders van kinderen met ADHD geven vaak aan dat hun kind niet luistert, opstandig en prikkelbaar is. Het kan zijn dat in dat geval ook de diagnose oppositioneel opstandige gedragsstoornis wordt gesteld. Het is voor een deskundige vaak lastig om beide stoornissen uit elkaar te houden, omdat kinderen met de ene stoornis vaak ook veel symptomen van de andere stoornis vertonen.

Leerproblemen

ADHD komt relatief vaak voor in combinatie met leerproblemen. De problemen met leren kunnen op allerlei vlakken liggen. Sommige kinderen hebben problemen met het onthouden van dingen, anderen met het verwerken van informatie of ruimtelijk inzicht. Ook komt ADHD relatief vaak voor samen met dyslexie.

Overige problemen
ADHD kan naast opstandig gedrag en leerproblemen ook samengaan met angstproblemen, depressie en drugsgebruik (voornamelijk bij jongeren en volwassenen). Het drugsgebruik kan een vorm van zelfmedicatie zijn. Onder invloed van drugs voelen sommige jongeren of volwassenen zich rustiger of juist meer gefocust. Gaby (7) is een echte wervelwind. Tijdens het spelen, springt ze van de hak op de tak en ze kan nooit ergens lang mee bezig zijn. Wanneer haar moeder haar een opdracht geeft, neemt ze deze vaak niet in zich op. Ze heeft moeite met het stilzitten aan tafel en staat dan de hele tijd op. Als u de moeder van Gaby was, hoe zou u Gaby proberen te helpen?

5.5 Hoe kunt u omgaan met een kind met ADHD?

Janneke wiebelt weer op haar stoel. Ze wil eigenlijk opstaan en juist niet de hele tijd stilzitten. Ze probeert zich te concentreren op haar sommen, maar steeds wordt haar aandacht getrokken naar het raam of naar Martin die aan de andere kant van de klas gekke bekken zit te trekken. De juf neemt de blaadjes in en Janneke beseft dat ze haar sommen weer niet af heeft. Ze had eigenlijk helemaal gemist dat er een tijdslimiet aan de opdracht vastzat. De juf praatte ook zo lang achter elkaar! Het is ook altijd hetzelfde liedje, ik kan me gewoon niet concentreren, denkt Janneke. Janneke zal nu wel weer een onvoldoende halen en omdat dit probleem al zo lang speelt moet ze misschien een klas overdoen. Ook de juf en de moeder van Janneke maken zich zorgen.De moeder van Janneke vraagt zich af wat ze met dit gedrag aanmoet: hoe kan ik Janneke helpen? Kan een arts medicijnen voorschrijven? En wat kan de school doen? 
De moeder van Janneke heeft allemaal vragen die veel ouders van drukke kinderen hebben. In deze paragraaf geven we op bovenstaande vragen antwoord en gaan we na welke strategieën ouders kunnen gebruiken voor het omgaan met een druk, impulsief of overbewegelijk kind. Het kan gaan om een kind dat daadwerkelijk de diagnose ADHD heeft gekregen, maar het kan ook zijn dat het kind hetzelfde gedrag in net wat mindere mate vertoont en geen diagnose heeft.

Medicatie
Kinderen met ADHD krijgen vaak methylfenidaat (Ritalin) voorgeschreven. Gek genoeg is methylfenidaat een stimulerend middel. Het is verwant aan amfetamine. Het is nog niet helemaal bekend hoe het medicijn precies werkt. Men vermoedt dat bepaalde delen van de hersenen van kinderen met aandachtsproblemen juist te weinig actief zijn. Daardoor hebben ze moeite om te focussen en hun aandacht te richten. Methylfenidaat zorgt ervoor dat deze delen van de hersenen meer worden geactiveerd, zodat het kind zich beter kan concentreren. Methylfenidaat werkt vooral bij kinderen die problemen hebben met aandacht, impulscontrole en de motoriek. Ouders en leerkrachten merken vaak ook dat kinderen beter luisteren en minder opstandig zijn. Kinderen waarbij gedragstherapie eerder geen effect heeft gehad, kunnen ook baat hebben bij medicatie. Het kan zijn dat ze onder invloed van de medicijnen wel vatbaar zijn voor gedragsinterventies. Hoewel het medicijn bij een grote groep kinderen werkt, heeft niet iedereen met ADHD er baat bij. Bovendien kunnen er bijwerkingen optreden, zoals vermindering van de eetlust, slaapproblemen en hartkloppingen. Ritalin valt onder de Opiumwet en daarom is er vaak een verklaring nodig als uw kind naar het buitenland reist, bijvoorbeeld voor een vakantie. (Bron: bijsluiter Ritalin.). Een ander, betrekkelijk nieuw middel dat kan worden voorgeschreven bij ADHD is atomoxetine (Strattera). Dit medicijn heeft net weer andere aangrijpingspunten dan methylfenidaat. Atomoxetine kan ervoor zorgen dat kinderen minder last hebben van concentratieproblemen, impulsiviteit en hyperactiviteit. Het middel kan worden voorgeschreven bij kinderen ouder dan zes jaar. Anders dan methylfenidaat valt atomoxetine niet onder de Opiumwet, omdat de werkzame stof niet in de groep amfetaminen valt. Ook bij gebruik van atomoxetine kunnen bijwerkingen optreden, zoals een allergische reactie, het krijgen van een gele huid of gele ogen, misselijkheid, buikpijn en vermoeidheid (Bron: bijsluiter Strattera.). Kinderen met ADHD moeten vaak jaren achtereen medicatie slikken. Het is daarom goed om regelmatig contact met de arts te hebben om te controleren of alles nog goed gaat, er geen bijwerkingen optreden en om te bespreken of medicatie nog steeds nodig is. Veel ouders vinden het een moeilijke beslissing om hun kind wel of geen medicatie te laten gebruiken voor ADHD. Overleg goed met de behandeld arts en leg uw eventuele zorgen op tafel. Lees goed de bijsluiter voor gebruik, zodat u op de hoogte bent van de mogelijke bijwerkingen.

Structureer

Kinderen die symptomen van ADHD vertonen, hebben veel baat bij structuur en regelmaat. In een gestructureerde omgeving hebben ze vaak veel minder last van hun onoplettendheid en drukke gedrag. Er wordt ook wel gezegd dat dit een reden is waarom deze kinderen zich wel goed kunnen concentreren op computerspelletjes. Spelletjes op de computer zijn meestal heel gestructureerd en volgens vaste patronen opgebouwd. Bovendien zijn ze erg stimulerend. Zorg ervoor dat de dingen in huis volgens een redelijk vaste routine gebeuren. Geef ook heel duidelijk aan wat er wanneer gaat gebeuren. Maak bijvoorbeeld een schema waarop staat wat er per dag op het programma staat en hoe laat dat ongeveer gaat gebeuren.

Structeer de week Het aanbrengen van structuur kan een kind helpen om het eigen gedrag te sturen en er grip op te krijgen. De duidelijkheid en voorspelbaarheid kan ook meer rust geven. Laat het kind bijvoorbeeld ook zijn eigen kamer ordelijk houden. Veel kinderen met ADHD hebben de neiging om chaotisch te werk te gaan als ze spelen of huiswerk maken. Zorg ervoor dat alles een vaste plaats heeft en overzichtelijk is.

Structuur aanbrengen in huis betekent ook dat het duidelijk moet zijn welke regels er gelden. Wees consequent met het volgen van deze regels. U kunt ervoor kiezen om de regels op papier te zetten en bijvoorbeeld op de koelkast te plakken, omdat een kind met aandachtsproblemen de neiging heeft het weer snel te vergeten. Als u de regels aan het kind uitlegt, is het belangrijk om het kort te houden en duidelijk en vriendelijk te praten. Ook op school is een kind dat druk en ongeconcentreerd is gebaat bij structuur. U kunt met de leerkracht bespreken hoe hier in de klas mee kan worden omgegaan. Bij elk kind werkt het anders: u en de leraar kunnen elkaar goede tips geven over wat bij uw kind juist wel of niet werkt. Het maken van een schema kan ook in de klas helpen. Verder kan de leerkracht vooraf aankondigen wat er gaat gebeuren: "Over vijf minuten is de lunchpauze afgelopen en gaan we rekenen." Het is voor een leraar ook belangrijk om heel duidelijk te maken wat er van het kind wordt verwacht: "Je moet nu deze tien rekensommen maken en daar heb je vijftien minuten de tijd voor. Daarna kom je naar mij toe en kijken we samen naar jouw antwoorden." De onderwijzer kan het kind eventueel tussendoor nog even aan de afspraken herinneren. De uitleg is bij voorkeur kort en bondig, zodat het kind de aandacht er makkelijk bij kan houden.

Beloon goed gedrag. Kinderen met ADHD krijgen vaak negatieve reacties uit hun omgeving: 'doe dit nou niet', 'zit nou eens stil', 'ik word helemaal gek van dat drukke gedrag' of 'ik heb dit toch al honderd keer verteld'. Goed gedrag valt vaak minder op dan het onrustige en verstorende gedrag. Toch is het heel belangrijk om ook het positieve gedrag op te merken en dit te belonen. Geef bijvoorbeeld een compliment als het kind een bepaalde tijd aan tafel blijft stilzitten, een taak heeft afgemaakt of goed heeft geluisterd naar een opdracht. Het kost een kind met ADHD, of gedrag dat daarop lijkt, meestal veel moeite om zich zo goed te gedragen. Als het daarvoor niet wordt beloond, raakt het snel de motivatie kwijt. Kleine stappen kunnen al worden beloond: "Pieter, wat heb jij dat rode blokje netjes opgeruimd!" Belonen kan ook worden gedaan door middel van een stickerkaart. Begin dan bij voorkeur met het belonen van één bepaalde gedraging, bijvoorbeeld aan tafel blijven zitten tijdens het eten. Maak het niet te moeilijk: een kind moet het, zeker in het begin, zonder moeite kunnen volbrengen. Als het het kind is gelukt om een vooraf afgesproken (korte) tijd aan tafel te blijven zitten, krijgt het kind een stickertje dat op een kaart kan worden geplakt.

Bij bijvoorbeeld drie stickertjes mag het iets lekkers uitzoeken of iets leuks doen. Als het kind een aantal keren met gemak een stickertje heeft verdiend, kunt u het iets moeilijker maken. Doe dit stap voor stap, zodat het kind gemotiveerd blijft. Na verloop van tijd gaat het aan tafel zitten beter en kunt u een andere gedraging uitkiezen om te belonen, bijvoorbeeld zelfstandig spelen.

Wees begripvol
Al is het kind nog zo druk en ongeconcentreerd, het is goed om te beseffen dat het dit niet expres doet. Het kind kan zichzelf niet beheersen en vindt het vaak ook heel moeilijk om met zijn eigen gedrag of de drukte in zijn hoofd om te gaan. Het is onmacht, geen onwil.

Gun uzelf rust
Een druk, impulsief en ongeconcentreerd kind vraagt veel van zijn ouders. Veel ouders voelen zich regelmatig uitgeput en moe. Gun uzelf dan ook voldoende rust. Plan bijvoorbeeld regelmatig een aantal uren of een dagje in waarin u niets hoeft te doen en maak tijd voor uzelf vrij. U kunt bijvoorbeeld een oppas of familielid vragen om uw taken even over te nemen. Als u zelf goed bent uitgerust, kunt u uw kind ook beter helpen om te gaan met zijn gedrag. Ook is het dan makkelijker om met irritaties en spanningen om te gaan.

Professionele hulp
Kinderen met ADHD kunnen gebaat zijn bij professionele hulp. Een orthopedagoog of kinderpsycholoog kan u en uw kind helpen om beter met het gedrag om te gaan of een eventuele negatieve spiraal te doorbreken. Dit kan op verschillende manieren, die vaak worden gecombineerd. Er kan bij het kind worden gewerkt aan het verkrijgen van inzicht in het eigen gedrag, maar het is ook mogelijk om aandacht te besteden aan de sociale vaardigheden, het concentreren op school of andere specifieke problemen. Vaak wordt zowel u als het kind bij de therapie betrokken. Schaam u niet wanneer u een steuntje in de rug nodig hebt van een therapeut. Het is geen makkelijke situatie waar u mee te maken hebt en het kan daarom geen kwaad om wat extra hulp te vragen.

Samenvattend
Druk en impulsief gedrag horen bij de normale ontwikkeling van een kind. Sommige kinderen zijn echter veel drukker dan normaal is voor hun leeftijd. Het kan zijn dat er dan sprake is van ADHD. ADHD is een veelvoorkomende stoornis in de kindertijd. Het wordt gekenmerkt door hyperactiviteit, aandachtstekort en impulsiviteit. Er zijn drie typen ADHD:

  1. gecombineerd type;
  2. overwegend aandachtstekort (ADD);
  3. overwegend hyperactief en impulsief.

ADHD komt bij ongeveer 3 tot 5 procent van de kinderen voor en vaker bij jongens dan bij meisjes. Het is niet helemaal duidelijk wat de oorzaken zijn van ADHD. Er is onderzoek gedaan naar het functioneren van de hersenen van kinderen met ADHD. De uitkomsten zijn niet eenduidig, maar er zijn een aantal factoren gevonden die van invloed lijken te zijn, zoals erfelijkheid, kleine, vrijwel onzichtbare afwijkingen in de hersenen, de grootte van bepaalde delen van de hersenen en een tekort aan bepaalde neurotransmitters. Mogelijk speelt voedselintolerantie ook een rol. Ernstige conflicten binnen het gezin en veel stress kunnen het drukke gedrag waarschijnlijk in stand houden of doen verergeren. ADHD gaat relatief vaak samen met opstandig gedrag en leerproblemen. Ook komen depressies, angstproblemen en drugsgebruik vaker voor. Een aantal zaken kunnen helpen om beter om te gaan met ADHD:

  • medicatie;
  • structureren;
  • goed gedrag belonen;
  • begripvol zijn;
  • uzelf rust gunnen;
  • professionele hulp inschakelen.

Opgaven

Meerkeuzevragen

  1. Welke drie typen gedragingen kunnen we bij kinderen met ADHD onderscheiden?
    A. Aandachtsproblemen, impulsiviteit en hyperactiviteit/bewegelijkheid.
    B. Aandachtsproblemen, impulsiviteit, depressiviteit.
    C. Angstigheid, impulsiviteit en hyperactiviteit.
    D. Geen van bovenstaande combinaties is juist.

  2. Ieder kind is wel eens druk. Wat is het verschil tussen een kind met ADHD en een kind zonder een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit?
    A. Een kind met ADHD is doorgaans vaker druk dan gemiddeld.
    B. Bij een kind met ADHD is het drukke gedrag meestal heviger dan gemiddeld.
    C. Een kind met ADHD vertoont het drukke gedrag vaak in meer situaties dan een kind zonder ADHD.
    D. Alle bovenstaande antwoorden zijn goed.

  3. Hoe werkt Methylfenidaat (Ritalin) bij kinderen met ADHD?
    A. Het is een versuffend middel, dat de hersenen tot rust brengt, zodat de kinderen minder druk zijn.
    B. Tegenwoordig blijkt dat Ritalin helemaal geen effect heeft bij kinderen met ADHD.
    C. Het is een oppeppend middel, dat de hersenen stimuleert. Hierdoor kunnen kinderen hun aandacht beter richten.
    D. Geen van bovenstaande beweringen is waar.

4. Er is veel onderzoek gedaan naar de hersenen van kinderen met ADHD. Wat zijn de belangrijkste bevindingen?
A. Bij kinderen met ADHD worden meestal duidelijke hersenafwijkingen gevonden.
B. Bij kinderen met ADHD worden meestal geen duidelijke hersenafwijkingen gevonden, maar er wordt wel vermoedt dat kleine bijna onzichtbare hersenafwijkingen een rol kunnen spelen.
C. De hersenen spelen zeker geen rol bij de ontwikkeling van ADHD.
D. Geen boven bovenstaande beweringen is juist.

5. Welke van onderstaande problemen komen bij kinderen met ADHD vaker voor dan bij kinderen zonder ADHD?
A. Leerproblemen en drugsgebruik. 
B. Drugsgebruik en opstandig gedrag. 
C. Leerproblemen en opstandig gedrag. 
D. Alle bovenstaande problemen.

6. Valerie is altijd in de weer. Ze kan nooit stilzitten en iets even rustig afmaken. Voor je het weet is ze al weer opgestaan en beziggegaan met wat anders. Ook vindt ze het lastig om goed haar aandacht te houden bij wat andere mensen haar zeggen. Op school heeft ze hier vooral last van. Ze mist regelmatig delen van de uitleg van de juf, omdat ze niet zo lang kan opletten. Welk type ADHD zal Valerie waarschijnlijk hebben?
A. Overwegend hyperactief/impulsief. 
B. Overwegend aandachtsproblemen. 
C. Het gecombineerde type. 
D. Geen van bovenstaande antwoorden.

Open vragen

7. Waarom is het niet eenvoudig om vast te stellen of een kind ADHD heeft?

8. ADHD wordt door sommigen gezien als modeverschijnsel, doordat kinderen tegenwoordig vaker dit label krijgen dan vroeger. Welke andere verklaring is te geven voor het feit dat tegenwoordig meer kinderen ADHD lijken te hebben?

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de cursus opvoeden, dus zet vandaag nog de eerste stap! 

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Jouw persoonlijke mentor voor jouw studiebegeleiding
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus
1 / 17