Proefles: Positieve psychologie

Op weg naar een mooie toekomst met de cursus Positieve psychologie

Met deze proefles krijg je een indruk van de cursus Positieve psychologie van het NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

Freud publiceerde tijdens zijn loopbaan vele boeken waarin hij zijn gedachtegoed over de menselijke psyche uiteenzette. Volgens Freud worden mensen in sterke mate gedreven door onbewuste instincten en de bevrediging daarvan. Volgens zijn theorie bestaat de persoonlijkheid uit drie onderdelen, namelijk het ‘Id’, het ‘Ego’ en het ‘Superego’. Een groot deel van onze persoonlijkheid bevindt zich, volgens Freud, in het onbewuste of voorbewuste (net onder het niveau van bewustzijn).

IdHet Id is het onbewuste deel van de persoonlijkheid, dat bestaat uit driften en instincten. Het opereert volgens het zogenaamde ‘plezierprincipe’: het is gericht op de directe bevrediging van behoeften, zoals de behoefte aan eten en seks. Daarbij duldt het geen uitstel van bevrediging en trekt het zich niks aan van wat anderen vinden. Het Superego bestaat uit morele opvattingen die we ons eigen hebben gemaakt door onze opvoeding en cultuur. Het bevat de regels over wat goed is en wat slecht, wat we horen te doen en wat we horen te laten.

Het Ego is dat deel van de persoonlijkheid, dat het Id helpt om zijn behoeften te vervullen, rekening houdend met de realiteit. De realiteit is immers dat je de bevrediging van behoeften vaak moet uitstellen en niet altijd (meteen) je zin kunt krijgen. Daarnaast fungeert het Ego als een soort scheidsrechter tussen het Id en het Superego, de tegenhanger van het Id. Het Ego probeert daarbij zo goed mogelijk de tegenstrijdige doelen van het Id en het Superego te combineren. Dat is niet altijd even gemakkelijk. Ga maar na: stel, je hebt reuze trek en je ziet een bord met heerlijk eten. Dat staat alleen wel voor de neus van een ander. Zou het Id vrij spel hebben, dan zou je het eten weggraaien en zo snel mogelijk naar binnen werken. Dat is natuurlijk niet netjes en het Superego zal dan ook flink in opstand komen tegen die impuls van het Id. Het is oorlog van binnen. Het Ego komt dan met een compromis: netjes vragen of je misschien ook iets mag hebben. Die voortdurende strijd vindt voornamelijk onbewust plaats. Het Ego maakt daarbij gebruik van zogenaamde afweermechanismen.

Afweermechanismen
Volgens Freud heeft het Ego verschillende zogenaamde ‘afweermechanismen’ ontwikkeld, dat wil zeggen onbewuste strategieën die helpen om innerlijke spanningen te temperen of in goede banen te leiden. De belangrijkste daarvan zijn:
A. Ontkenning. Je ontkent simpelweg dat iets een probleem is. Zo kan een alcoholist beweren dat hij maar weinig drinkt.
B. Onderdrukking. Je onderdrukt herinneringen aan stressvolle situaties. Zo kunnen mensen pijnlijke herinneringen, bijvoorbeeld die aan seksueel misbruik, ‘vergeten’.
C. Reactieformatie. Je doet het tegenovergestelde van waar je onbewust eigenlijk behoefte aan hebt. Dit gebeurt bijvoorbeeld als iemand die homoseksuele gevoelens ervaart, homoseksuelen discrimineert of beweert dat het ‘mietjes’ zijn.
D. Projectie. Je schrijft een gevoel of behoefte die je zelf ervaart, toe aan een ander. Zo kan een man zijn vrouw verdenken van overspel, omdat hij zelf graag wil vreemdgaan.
E. Regressie. In je gedrag ga je terug naar een eerdere, emotioneel veilige fase in je leven. Gaat je partner bij je weg, dan laat je je bijvoorbeeld, net zoals vroeger, weer dagelijks door je moeder verwennen met haar zelfgemaakte stoofpotjes.
F. Rationalisatie. Je interpreteert een situatie zo dat deze minder vervelend wordt. Ben je gezakt voor een examen, dan denk je bijvoorbeeld ‘Ja, maar ik heb ook niet mijn best gedaan’ of ‘Het was een slecht examen’. De pijnlijke werkelijkheid – dat je misschien wel te dom bent – hoef je dan niet onder ogen te komen.
G. Verplaatsing. Je reageert gevoelens of behoeften af op een ander dan degene waar ze eigenlijk op zijn gericht. Ben je bijvoorbeeld boos op je baas, maar kun je dat niet laten merken zonder je baan op de tocht te zetten? Dan geef je je partner of huisdier de volle laag.
H. Sublimatie. Je weet een sociaal acceptabele uitlaatklep te vinden voor je onbewuste behoeften en impulsen. Om af te komen van innerlijke woede, ga je bijvoorbeeld op kickboksen. Volgens Freud is sublimatie het meest volwassen en wenselijke afweermechanisme van allemaal.

Gebruiken mensen onbewust de verkeerde afweermechanismen of onderdrukken ze emoties en impulsen te veel, dan kunnen er psychische problemen ontstaan. Kortom, Freud zag de mens als een borrelend vat met onbewuste, donkere driften en conflicten waarbij psychische problemen aangeven dat het evenwicht zoek is. De oplossing voor psychische problemen was, volgens Freud, deze onbewuste conflicten en spanningen bewust te maken. Pas als onbewuste conflicten het daglicht zien, aldus Freud, zal de patiënt verlost raken van zijn psychische problemen. Freud ontwikkelde daarvoor een methode die de psychoanalyse wordt genoemd. Kern van die methode is dat er heel veel wordt gepraat. Cliënten lagen vaak meer keren per week, urenlang, bij Freud op de sofa waar ze praatten over hun klachten, jeugdervaringen en dromen.

Praten met Freud

  • Vrije associatie
    Om toegang te krijgen tot het onbewuste, werkte Freud met ‘vrije associatie’. Hierbij vertelt de cliënt alles wat er maar in hem opkomt en welke emoties hij daarbij ervaart.Door de vrije associatie wordt het onbewuste conflict ‘bewust’ gemaakt en kan het worden aangepakt. Stel dat iemand het met zijn therapeut heeft over ‘controle’, dan vertelt hij alles wat bij hem opkomt over het onderwerp ‘controle’. Misschien komt hij met verhalen over zijn strenge vader of vertelt hij hoeveel moeite hij heeft om de controle los te laten. Hierdoor kan inzicht ontstaan in waarom een cliënt dingen doet of niet doet of waarom hij sommige zaken vervelend vindt. 
  • Droomanalyse
    Dromen zijn de spiegel van het onbewuste, aldus Freud. Door dromen te analyseren en te duiden, worden onbewuste conflicten bewust en kunnen deze worden aangepakt. Droombeelden of -figuren staan volgens Freud vaak voor bepaalde aspecten uit het echte leven. Wie bijvoorbeeld terugkerende dromen heeft over achtervolgingen, voelt zich overdag wellicht opgejaagd en is ergens voor op de vlucht. Daarover kan dan worden doorgepraat.

1.1.2 Geen straf van boven
Alhoewel de theorie van Freud tegenwoordig omstreden is, was het in die tijd, de negentiende eeuw, een revolutionaire theorie. Voordat Freud met zijn theorie kwam, werden psychische problemen vooral gezien als een straf van God of als duivelse bezetenheid. Geprobeerd werd de ‘duivel’ uit te drijven wat er in de middeleeuwen soms zelfs voor zorgde dat mensen op de brandstapel terechtkwamen. Maar ook in de achttiende en negentiende eeuw was er nauwelijks een behandeling voor mensen met psychische problemen. Mensen leefden zo goed en zo kwaad als ze konden met hun probleem of werden ondersteund door familieleden. Pas als de problemen echt te groot werden, bijvoorbeeld omdat iemand een gevaar was voor anderen of zichzelf, konden ze terecht in ‘gekkenhuizen’. Dat waren psychiatrische inrichtingen waar niet zozeer werd behandeld, maar waar patiënten werden opgenomen om de familie te ontlasten in de hoop dat het weer beter zou gaan en de patiënt weer naar huis kon. Ook al zag Freud de mens als een donker borrelend vat vol onbewuste spanningen, zijn theorie was een grote stap vooruit. Psychische problemen kwamen niet van buitenaf (God, de duivel), maar van binnenuit. Bovendien had Freud een behandelingsmethode – de psychoanalyse – bedacht die leek te helpen. Dat wil overigens niet zeggen dat ook veel mensen die behandeling ondergingen. Dat gebeurde pas veel later. In eerste instantie was de therapie van Freud vooral iets voor de elite. Wat wel hetzelfde bleef, was de nadruk op de problemen die een mens ondervond, dus op negatieve ervaringen. Freud besteedde maar weinig aandacht aan de psychisch gezonde mens die lekker in zijn vel zat. Het doel was niet zozeer gelukkig maken, maar problemen wegnemen.

1.2 De ommekeer

Halverwege de twintigste eeuw opperde psycholoog Abraham Maslow (1908- 1970) het idee om meer aandacht te schenken aan de positieve kanten van mensen. Hij werd er moe van dat psychologen zich alleen maar met psychologische ellende bezighielden. Het was dan ook Maslow die in 1954 voor het eerst kwam met de term ‘positieve psychologie’. Het duurde echter nog even voordat de positieve psychologie echt van de grond kwam, maar het begin was er.

1.2.1 Een vat met mogelijkheden
Naast de introductie van de term positieve psychologie bedacht Maslow ook een theorie over de mens met 

Masloween hele nieuwe en positieve benadering van de mens. Maslow zag de mens als een wezen dat van nature behoefte heeft aan persoonlijke ontwikkeling. Mensen streven naar wat hij noemde ‘zelfactualisatie’, dat wil zeggen het optimaal benutten van de mogelijkheden die een mens heeft. Oftewel, mensen willen het beste uit zichzelf halen en de beste versie worden van zichzelf. Om die toestand te bereiken, moeten er echter heel wat obstakels worden overwonnen, aldus Maslow. De mens heeft namelijk ook andere, belangrijker behoeften dan de behoefte aan zelfactualisatie. Honger, dorst, een dak boven zijn hoofd, mensen die van je houden en het gevoel te worden gewaardeerd, moeten in ieder geval deels eerst worden bevredigd. Pas dan komen mensen toe aan zelfactualisatie. De theorie van Maslow laat zich heel gemakkelijk vangen in een piramide. De theorie van Maslow helpt verklaren waarom lang niet alle mensen toekomen aan zelfactualisatie en waarom ze kunnen blijven steken in psychische problemen of onaardig zijn voor elkaar. Eerst moeten de basale behoeften worden bevredigd. Wonen mensen bijvoorbeeld in een land waar honger heerst, dan kun je er als Westers land wel heel goed bedoeld scholen neerzetten, maar je moet niet vreemd opkijken als mensen daar uit zichzelf niet naartoe gaan. Ze moeten zich eerst veilig voelen en een volle maag hebben. Voelen mensen zich heel eenzaam, dan willen ze eerst mensen hebben om van te houden en om zich mee verbonden te voelen. Om tot zelfactualisatie te komen, hebben mensen dus een bepaalde luxe nodig, zowel in materieel als in relationeel opzicht. Ze moeten zich goed gevoed, veilig, gewaardeerd en geliefd voelen. Aan deze basale behoeften moet zijn voldaan. Maar zelfs dan is er geen garantie voor zelfactualisatie. Want ook al zijn alle basale behoeften bevredigd en verlangen mensen naar zelfactualisatie, toch zijn veel mensen er ook bang voor. Dit wordt ook wel het Jona-complex genoemd. Persoonlijke groei houdt namelijk ook verandering in en veel mensen vinden dat eng. Liever blijven veel mensen zoals ze zijn, dat is veilig en zonder risico’s, dan dat ze veranderen, ook al is de uitkomst daarvan positief. Door het Jona-effect en doordat andere, lagere behoeften mensen steeds afleiden, wordt geschat dat maar één procent van de mensheid zichzelf volledig heeft geactualiseerd (Schultz & Schultz, 2008).

1.2.2 Oog voor positieve eigenschappen
De theorie van Maslow doet nu lijken alsof alleen zelfactualiseerders over positieve eigenschappen beschikken. Dat is zeker niet waar. Elk mens, ook als hij zich niet boven in de piramide van Maslow bevindt, heeft positieve eigenschappen. Ook daarvoor kregen psychologen gedurende de twintigste eeuw steeds meer oog. Verschillende psychologen hebben in kaart gebracht welke positieve eigenschappen, ook wel ‘deugden’ genoemd, mensen zoal kunnen hebben. In een van de meest recente onderzoeken daarnaar hebben psychologen de taal ontleed. De taal is namelijk een uitstekende bron als je wilt weten wat mensen zoal belangrijk vinden. Voor alles wat (een beetje) belangrijk is, is immers een woord. Door uit het woordenboek alle ‘deugden’ te halen, krijg je een overzicht. Toen men dat bij de Nederlandse taal deed, kwamen er zes zogenaamde ‘hoofddeugden’ uit (De Raad & Oudenhoven, 2011). Dit zijn zes positieve eigenschappen die mensen, in ieder geval in Nederland, kennen en kunnen hebben, in meerdere of mindere mate. 

6 hoofddeugden

  • Factor 1. Sociaal
    Hieronder vallen deugden zoals vriendelijk, behulpzaam, sociaal, warm, sympathiek, menselijk, tolerant, meelevend, vergevingsgezind, aardig, gastvrij, samenwerkend en vrolijk. 
  • Factor 2. Hardwerkend
    Hieronder vallen deugden zoals bedrijvig, ijverig, toegewijd, accuraat, zorgvuldig, leergierig, punctueel, plichtsgetrouw, ordelijk, consistent en ambitieus. 
  • Factor 3. Respect
    Hieronder vallen deugden zoals welgemanierd, netjes, beleefd, ordelijk, beschaafd, keurig, correct, gehoorzaam, deugdzaam, hoffelijk en zorgzaam. 
  • Factor 4. Kracht
    Hieronder vallen deugden zoals zelfverzekerd, doortastend, daadkrachtig, dapper, resoluut, lef, moedig, krachtig, optimistisch, in balans, competent, wilskrachtig en standvastig.

 

  • Factor 5. Altruïsme 
    Hieronder vallen deugden zoals onzelfzuchtig, heilig, zelfopofferend, gul, aardig, groothartig, medelevend, nobel en dankbaar. 
  • Factor 6. Ingetogenheid
    Hieronder vallen deugden zoals integer, voorzichtig, elegant, sober, filosofisch, discreet, gevoelig, onpartijdig, onbekrompen en onbevooroordeeld.

1.2.3 Groeiende interesse
Al met al kwam er dus in de vorige eeuw steeds meer interesse voor de positieve kant van de mens en het leven, zowel bij wetenschappers als bij leken. Door de toenemende welvaart in de vorige eeuw kregen mensen meer geld, meer vrije tijd en daarmee ook meer aandacht voor een stuk zelfontwikkeling. Het leven was niet alleen meer een kwestie van overleven en werken tot je doodging. Mensen kwamen in de gelegenheid om na te denken over wat ze wilden en om te genieten van hun leven. Dat zorgde ervoor dat mensen steeds meer oog kregen voor hun innerlijke wereld: voor hun emoties en gedachten. Het zorgde ervoor dat de samenleving sterk ‘verpsychologiseerde’. Dat is vandaag de dag makkelijk te zien aan de boekhandel: deze ligt vol met zelfhulpboeken en tijdschriften zoals Psychologie Magazine en menig krant heeft een speciale psychologiebijlage. Roddelbladen pluizen de gemoedstoestand en relaties van bekende Nederlanders uit tot op het bot. De psychologie is niet alleen meer het gebied van therapeuten en mensen met psychische klachten, maar van iedereen. Mensen zoeken daarbij antwoord op vragen zoals: Hoe word ik gelukkig? Hoe kan ik het beste uit mezelf halen? Wat zijn mijn talenten? Dat zijn nu precies vragen en thema’s waar de positieve psychologie zich mee bezighoudt.

1.2.4 De ‘geboorte’ van de positieve psychologie
Zoals eerder gezegd, werd de term positieve psychologie voor het eerst geopperd in 1954 door Abraham Maslow. In 2000 was er inmiddels zoveel belangstelling voor de positieve psychologie dat deze officieel werd ‘gedoopt’ als stroming binnen de psychologie. Dat gebeurde door de Amerikaanse psycholoog Martin Seiligman.

thema'sHij hield een lezing over de positieve psychologie op een belangrijk congres en schreef er een artikel over in een toonaangevend wetenschappelijk tijdschrift (Seligman & Csikszentmihalyi, 2000). Vanaf toen was de positieve psychologie als stroming binnen de psychologie op de kaart gezet.

Mopperkont af . Martin Seligman onderzocht tientallen jaren het thema depressie. Op een dag ging de knop om en tegenwoordig bestudeert hij thema’s zoals geluk, hoop en optimisme. Hoe kan het dat, na het tientallen jaren bestuderen van depressies, een psycholoog het roer ineens volledig omgooit? Seligman verklaart het als volgt: “Op een dag was ik in mijn tuin onkruid aan het wieden, samen met mijn 5-jarige dochter Nikki. Alhoewel ik boeken schrijf over kinderen, moet ik toegeven dat ik eigenlijk helemaal niet zo goed ben met kinderen. Ik ben doelgericht en stipt, dus als ik aan het onkruid wieden ben, wil ik gewoonweg zo efficiënt mogelijk onkruid wieden. Maar Nikki gooide het onkruid door de lucht, zong en danste in het rond. Ik schreeuwde tegen haar. Ze liep weg, kwam terug en zei: ‘Papa, ik wil met je praten.’ ‘Ja, Nikki?’ ‘Papa, herinner je je nog de tijd voor mijn vijfde verjaardag? Tussen mijn derde en mijn vijfde was ik een huilebalk. Ik huilde de hele dag. Toen ik vijf werd, besloot ik niet meer te huilen. Dat was het moeilijkste dat ik ooit heb gedaan. Als het mij lukt om te stoppen met huilen, dan kan jij stoppen met zo’n mopperkont te zijn’. Dit was voor mij een goddelijke manifestatie, niets minder. Ik leerde iets over Nikki, over het opvoeden van kinderen, over mezelf en mijn beroep. [….] Wat betreft mijn eigen leven, sloeg Nikki de spijker op zijn kop. Ik was een mopperaar. Ik had het merendeel van 50 jaar rondgelopen met slecht weer in mijn ziel en de laatste 10 jaar waren als een regenwolk in een huishouden vol zonneschijn. Het geluk dat ik kende kwam waarschijnlijk niet door mijn mopperen, maar bestond ondanks het mopperen. Op dat moment besloot ik te veranderen.” Anekdote ontleend aan Seligman & Csikszentmihalyi (2000).

Daar waar Freud de mens ziet als een vat met borrelende, onbewuste conflicten, ziet de positieve psychologie de mens als een vat vol mogelijkheden: mensen hebben allerlei positieve eigenschappen en talenten die ze kunnen ontwikkelen. Mensen kunnen daarbij zelf sturing geven aan hun leven en ervoor zorgen dat ze gelukkiger worden. Ze worden niet alleen maar gedreven door onbewuste conflicten. Het is gemakkelijk om te zien hoe anders deze benadering is dan de traditionele benadering van bijvoorbeeld Freud.

SmileysDe traditionele psychologie probeert mensen zo op te peppen dat ze van plaatje 1 (zielig) naar plaatje 2 (neutraal) verschuiven. Het psychische probleem is dan voorbij. De positieve psychologie probeert mensen juist van plaatje 2 (neutraal) naar plaatje 3 (gelukkig) te krijgen of wil ervoor zorgen dat mensen bij plaatje 3 blijven. Dat wil niet zeggen dat de positieve psychologie ontkent dat mensen ook allerlei psychische problemen kunnen hebben. Het leven is nu eenmaal niet altijd een feestje. De positieve psychologie kiest er echter voor om zich daar niet op te richten, maar zich te richten op positieve ervaringen van mensen, zoals hoop, liefde en geluk, en op positieve eigenschappen van mensen, zoals moed en optimisme.

Wat doet de positieve psychologie? 
De positieve psychologie:

  • onderzoekt op wetenschappelijke wijze de positieve kanten van mensen en het leven; 
  • bedenkt manieren om mensen hun positieve kanten te laten ontwikkelen en meer uit het leven te halen.

 

1.2.5 Geen geklungel 
Sinds de hernieuwde aandacht wordt de positieve psychologie als een volwaardige tak van de psychologie beschouwd en wordt er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de positieve kanten van mensen en het leven. De positieve psychologie gaat daarbij te werk volgens de wetenschappelijke methode. Dat wil zeggen, op wetenschappelijke wijze verzamelt ze gegevens en bestudeert ze mensen en hun leven. Onderzoekers maken bijvoorbeeld gedegen vragenlijsten die ze voorleggen aan grote groepen mensen en trekken daar conclusies uit. Ze observeren hoe mensen zich gedragen onder bepaalde omstandigheden of voeren wetenschappelijke experimenten uit om er achter te komen hoe mensen reageren. Daarmee stijgt de positieve psychologie uit boven de individuele ervaring, zoals u, uw buurman en uw collega die hebben. Dat is belangrijk, want wat voor de één geldt kan voor de ander heel anders zijn. Door grote groepen mensen te bestuderen en dat op wetenschappelijke wijze te doen, kan de positieve psychologie iets zeggen over hoe mensen zich gemiddeld genomen of in de meeste gevallen voelen en wat ze doen of denken. Op basis van die gegevens worden dan weer adviezen en tips geformuleerd, waar veel mensen iets aan kunnen hebben om zich gelukkiger te voelen, om hun talenten beter te benutten en om hun leven vorm te geven op een manier die het beste bij hen past. De positieve psychologie heeft inmiddels op diverse gebieden laten zien dat een positieve benadering vaak beter werkt dan de traditionele benadering, gericht op problemen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat het versterken van positieve werkomstandigheden – zoals het uiten van meer waardering voor elkaar – voor veel meer motivatie zorgt bij werknemers dan het verminderen van werkstress (Schaufeli & Dijkstra, 2010). Iets positiefs toevoegen, werkt vaak dus beter dan iets negatiefs weghalen.

Tip: leer van overlevers!. Mensen die een ingrijpende levensgebeurtenis hebben meegemaakt – een ongeluk, een burn-out of het overlijden van een naaste – worden op een harde manier met ziekte en dood geconfronteerd. In het begin is dat pijnlijk. Maar het opent vaak ook de ogen en leidt tot een positievere levenshouding. Mensen worden als het ware ‘wakker’ en realiseren zich: je leeft maar één keer. In een dergelijke gemoedstoestand kun je veel beter prioriteiten stellen. Je wilt alleen nog die dingen doen die werkelijk belangrijk zijn en durft (eindelijk) radicale beslissingen te nemen 

die je leven ten goede komen. ‘Overlevers’ maken zich dan ook veel minder druk om onbenulligheden, laten zich niet meer opjagen en kunnen veel beter genieten van de kleine dingetjes in het leven. Wie zich weer eens druk maakt om onbenulligheden of te veel stress ervaart, doet er goed aan daar eens bij stil te staan.

1.2.6 Helemaal van nu 
De positieve psychologie is begonnen in de VS en daarna overgewaaid naar Europa en past helemaal bij de tijdgeest van deze eeuw. Door onder meer de aanslagen in de VS op de Twin Towers en de wereldwijde economische recessie hebben mensen behoefte aan goed nieuws. Ze willen horen over hoop, liefde, een betere toekomst en weten hoe je gelukkig kunt zijn, ook al heb je misschien niet zoveel geld. Die behoefte sluit aan bij waar de positieve psychologie zich mee bezighoudt. De positieve psychologie is dus echt van nu. Het geeft mensen goed onderbouwde adviezen om hun leven en zichzelf in positieve zin te verbeteren.

Samenvatting

In de psychologie stonden lange tijd de tekortkomingen en psychische problemen van mensen centraal. Vooral het gedachtegoed van Sigmund Freud heeft lange tijd een belangrijke stempel gedrukt op het denken over mensen. Freud ging ervan uit dat mensen worden gedreven door onbewuste conflicten die, als ze niet worden opgelost, kunnen leiden tot allerhande psychische problemen. Het denken vanuit problemen heeft dan ook jarenlang de psychologie gedomineerd. Sinds de opkomst van de positieve psychologie is dat veranderd. Deze stroming onderzoekt vooral de positieve ervaringen van mensen en wat goed is aan de mens. Ze wil (gezonde) mensen helpen hun leven (nog verder) te verbeteren of goed te houden.

Opgaven

In deze proefles zijn niet alle onderwerpen van hoofdstuk 1 van de cursus Positieve Psychologie van het NTI aan bod gekomen. Het kan daarom voorkomen dat er een vraag wordt gesteld die niet in de theorie van deze proefles behandeld is.

Meerkeuzevragen 
1. Waar bevindt zich volgens Freud een groot deel van onze persoonlijkheid? 
A. In het onbewuste. 
B. In het bewuste. 
C. In de hersenen.

2. Simon voelt zich slecht. Hij is ontslagen en tot overmaat van ramp bleek zijn auto ook nog weggesleept. Hij belt zijn moeder en vraagt of hij bij haar op de koffie mag komen. Op de vraag van zijn moeder of ze nog iets voor hem kan doen, antwoordt hij met een zucht: “Oh mam, kun je die lekkere appeltaart van vroeger voor me bakken?” Welk afweermechanisme is hier in werking getreden? 
A. Reactieformatie. 
B. Regressie. 
C. Sublimatie.

3. Wie nam als eerste de term ‘positieve psychologie’ in de mond? 
A. Freud. 
B. Seligman. 
C. Maslow.

4. Wat is, denkt u, typerend voor mensen aan de top van de piramide van Maslow? 
A. Ze zijn perfect. 

B. Ze accepteren hun imperfecties. 
C. Ze streven naar perfectie.

5. Stel, iemand redt een onbekende uit een brand. Welke van de in dit hoofdstuk besproken hoofddeugden bezit deze persoon? 
A. Respect. 
B. Altruïsme. 
C. Kracht.

Open vragen 
6. Hoe komt het dat in ons huidige tijdperk de positieve psychologie zo snel populair kon worden? Bedenk twee redenen.
7. Geef twee voordelen en twee nadelen van positief denken.
8. Persoonlijke ontwikkelingsvraag. 
Martin Seligman ziet drie belangrijke onderwerpen in de positieve psychologie, namelijk: 
- positieve emoties die mensen kunnen hebben, zoals geluk, hoop en liefde; 
- positieve eigenschappen van mensen, zoals vitaliteit, doorzettingsvermogen en wijsheid; 
- positieve instituties oftewel manieren waarop instellingen een positief verschil kunnen maken binnen de maatschappij.
Bedenk bij ieder thema een actueel voorbeeld uit uw eigen leven, waaruit blijkt hoe belangrijk dat thema is.

9. Persoonlijke ontwikkelingsvraag. 
In het kader ‘Mopperkont af’ is te lezen hoe Martin Seligman zich bewust werd van de mogelijkheid van een andere denkwijze. Veel mensen ervaren op een bepaald punt in hun leven dat het roer om moet en dat een positieve kijk op zaken ze veel meer brengt. Wat brengt u ertoe om zich te verdiepen in positieve psychologie?

Antwoorden

1. A

2. B
 
3. C

4. B, perfectie bestaat namelijk niet en dat weten zelfactualiseerders

5. Zowel B als C 

6. Mogelijke verklaringen zijn:

  • In tijden van (economische en maatschappelijke) crisis zoeken mensen houvast. Ze willen een positieve boodschap horen en optimistisch zijn over de toekomst. Gebeurtenissen zoals de aanslagen op de Twin Towers, de moord op Pim Fortuyn en de economische crisis hebben allemaal een klimaat geschapen, waarin de positieve psychologie welkom was. Bij economische crises zoeken mensen bovendien het geluk minder in geld en materie en meer in zichzelf en in hun relaties met anderen. Ook daarbij past de positieve psychologie. 
  • De positieve psychologie houdt zich bezig met vragen die voor veel mensen in een welvaartsmaatschappij erg belangrijk zijn. Wellicht de meest centrale vragen zijn: Wat is geluk? Hoe word ik gelukkig? Met deze vragen houdt de positieve psychologie zich bezig. Zie ook hoofdstuk 2 van het boek. 
  • De ‘verpsychologisering’ van de samenleving zorgt ervoor dat mensen sowieso meer met hun eigen en andermans psychologische vraagstukken bezig zijn.

7. • Positief denken over de toekomst, bijvoorbeeld: 
- Voordeel: u bent optimistisch, hebt zin in wat er gaat komen, u kijkt naar dingen uit en voelt u hoopvol. 
- Nadeel: u denkt dat ellende alleen anderen overkomt. U kunt roekeloos gedrag vertonen, omdat u denkt dat het toch wel goed gaat (onveilig vrijen, hard rijden enzovoort).
• Positief denken over uzelf, bijvoorbeeld: 
- Voordeel: u voelt u zelfverzekerd, ook in uw relaties met anderen, waardoor de communicatie soepeler verloopt. U durft nieuwe uitdagingen aan te gaan. U gelooft dat u iets kunt, doet daardoor uw best en dat leidt tot succes. 
- Nadeel: u kunt uzelf overschatten (‘Dat kan ik best’) en tegen uw grenzen aanlopen of daaroverheen gaan.

• Positief denken over anderen, bijvoorbeeld:
- Voordeel: u staat open voor anderen, u vertrouwt anderen. Dat zorgt ervoor dat vriendschappen en liefdesrelaties makkelijker verlopen.
- Nadeel: u kunt onbetrouwbare mensen vertrouwen, omdat u onterecht denkt dat ze goede bedoelingen hebben. NB: De voordelen van positief denken wegen veel zwaarder dan de nadelen. Bovendien, gaat er al iets mis, dan helpt het positief denken u er weer bovenop.

8. • Positieve ervaringen. Voorbeeld: misschien bent u op dit moment wel heel erg verliefd op iemand of dolgelukkig met uw nieuwe kleinkind.
• Positieve eigenschappen. Voorbeeld: misschien is het u onlangs gelukt om iemand te vergeven voor iets naars wat hij u heeft aangedaan.
• Positieve instanties. Voorbeeld: misschien ziet u hoe blij uw kind is als het naar de crèche mag of merkt u hoe fijn het is dat tafeltje dekje elke dag langskomt.

9. Veel mensen die een ingrijpende gebeurtenis hebben meegemaakt, zoals een ziekte, bevalling of burnout, besluiten over te gaan op een andere denkwijze. Ze besluiten bijvoorbeeld om zich niet 

langer druk te maken om onbenulligheden, alleen nog te doen wat ze belangrijk vinden en te genieten van wat het leven te bieden heeft. Het kan ook zijn dat bij u een groeiend besef of interesse heeft plaatsgevonden: u wilt zich verdiepen in de positieve kant van uzelf, het leven en andere mensen.

Gebruikte bronnen in deze proefles

Raad, B. de & Oudenhoven, J.P., van (2011). A psycholexical study of virtues in the Dutch language, and relations between virtues and personality. European Journal of Personality, Eur. 25, pag. 43–52.

Schaufeli, W. & Dijkstra, P. (2010). Bevlogen aan het werk. Zaltbommel: Thema.

Schultz, D.P. & Schultz, S.E. (2008). Theories of Personality. Wadsworth Publishing Company.

Seligman, M.E.P. Csikszentmihalyi, M. (2000). Positive psychology. An introduction. American Psychologist, 55, pag. 5-14.

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de cursus Positieve psychologie dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus
1 / 18