Proefles: Relatiepsychologie

Volg de cursus Relatiepsychologie!

Met deze proefles krijg je een indruk van de cursus Relatiepsychologie van het NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

Inleiding

De cursus Relatiepsychologie gaat over de relaties die mensen met anderen onderhouden, met vrienden, partner, familie, collega’s, buurtgenoten en mensen met wie ze contact hebben via internet. In deze proefles wordt ingegaan op individuele verschillen tussen mensen in het omgaan met anderen. De een gedraagt zich in sociale contacten immers anders dan de ander. We bespreken in deze proefles twee belangrijke eigenschappen van mensen die bepalen hoe ze zich gedragen in de omgang met andere mensen.

Eigenschap 1: Extraversie

Er zijn mensen die het heerlijk vinden om bij anderen te zijn, bij familie of vrienden, en om te praten. Ze zijn spontaan en actief en vinden het leuk om nieuwe mensen te leren kennen. Ze maken makkelijk een praatje met iemand die ze niet kennen, bijvoorbeeld in de trein of op een feestje. Deze mensen noemen we ‘extravert’. Introverte mensen vormen de tegenpool van extraverte mensen. Zij zijn liever alleen dan samen, en bij onbekenden voelen ze zich vaak niet zo op hun gemak. Aan praten over hun gevoelens en gedachten hebben ze minder behoefte, ze puzzelen het liever voor zichzelf uit. Alhoewel introversie vaak samengaat met verlegenheid, zijn niet per se alle introverte mensen verlegen. Er zijn introverte mensen die uitstekend met anderen kunnen omgaan als dat moet, ze vinden het alleen vermoeiend of doen het niet zo graag. Eén van de redenen dat introverte mensen graag op zichzelf zijn is hun grotere gevoeligheid voor prikkels (Kumari et al., 2004). De hersenen van introverte mensen zijn sneller over gestimuleerd waardoor ze zich eerder gestrest voelen en zich terugtrekken uit het sociale verkeer. Ze hebben dan tijd voor zichzelf nodig. Extraverte mensen zijn daarentegen minder snel overprikkeld. Ze hebben niet alleen een minder gevoelig zenuwstelsel maar praten stress ook makkelijker van zich af. Daardoor hebben ze meer behoefte aan actie, avontuur en gezelschap. De meeste mensen zijn overigens niet ofwel extravert of ofwel introvert, maar een tussenvorm.

Mini-test: Hoe extravert bent u? Hieronder ziet u 5 begrippenparen, gescheiden door een zeven-puntschaal. Geef steeds aan welke eigenschap het meest kenmerkend is voor u. Omcirkel het cijfer dat het beste uw mening weerspiegelt.


Klaar? Tel dan alle cijfers die u hebt omcirkeld bij elkaar op, dit is uw score. Hieronder leest u wat deze betekent.

  • ≤ 20 punten: U bent extravert, dat wil zeggen spontaner, vrolijker en actiever dan de meeste mensen. U maakt makkelijk contact met anderen en bent liever samen dan alleen.
  • 21 – 27 punten: U bent gemiddeld extravert. U bent graag onder de mensen maar hebt ook tijd voor uzelf nodig. Echt verlegen bent u niet, maar u bent ook geen flapuit.
  • ≥ 28 punten: U bent introvert, dat wil zeggen wat geslotener van aard dan de meeste mensen. U bent graag alleen en kunt uzelf uitstekend zelf vermaken. Bron testitems: Duijsens & Diekstra (1995)

In het algemeen hebben extraverte mensen het in onze maatschappij wat gemakkelijker dan introverte mensen. Ze zijn stressbestendiger en hebben vaak goede sociale vaardigheden. Bovendien wordt, in onze huidige maatschappij, de extraverte persoonlijkheid sterk geïdealiseerd. Kijk maar eens naar tv-reclames. In reclames zijn vaak gezellige, lachende, pratende, feestende, drukke en vrolijke mensen te zien die allerlei avontuurlijke en spannende dingen doen. Kortom, mensen op televisie zijn vaak spontaan en vrolijk of doen alsof. Mensen die rustig in hun eentje iets doen, zijn veel minder op televisie te zien. Logisch, want dat is voor kijkers saai om naar te kijken. Maar mede daardoor is wel een verschuiving in denken ontstaan.

Waren mensen vroeger nog netjes en beleefd als ze niet zoveel zeiden, tegenwoordig worden introverte mensen vaak gezien als saai, asociaal of verlegen. Extravert is de norm geworden. Een extraverte persoonlijkheid heeft zeker voordelen. Zoals gezegd, zijn extraverte mensen stressbestendiger en opener over hun gevoelens wat communiceren gemakkelijker maakt. Ook hebben extraverte mensen vaak een beter humeur dan introverte mensen: ze zijn vaker opgewekt en vrolijk. Maar ook introversie heeft voordelen. Introverte mensen kunnen vaak goed luisteren, denken goed na voor ze iets zeggen en kunnen zichzelf prima vermaken. In tegenstelling tot extraverte mensen flappen ze er niet zomaar van alles uit, iets dat averechts kan werken bij ergernissen en ruzies. Kortom, als het gaat om introvertextravert is er geen goed of slecht, ook al doet de media het anders voorkomen.

Doordat in de media zoveel extraverte mensen te zien zijn, kunnen mensen al snel het gevoel krijgen een grijze muis te zijn of saai of verlegen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat maar liefst 40% van de mensen zichzelf bestempelt als chronisch verlegen, dat nog eens 40% zegt in het verleden verlegen te zijn geweest en dat 15% van de mensen zichzelf soms verlegen vindt. Maar 5% van de mensen zegt nooit verlegen te zijn (geweest) (Anthon  & Swinson, 2000). Ook denken de meeste mensen dat ze minder vrienden hebben dan hun vrienden (Feld, 1991). Dit alles betekent niet dat er inderdaad zoveel verlegen mensen zijn. Het betekent alleen dat veel mensen denken dat ze socialer en spontaner zouden moeten zijn dan ze zijn. En dat komt doordat de maatschappij de lat hoog heeft gelegd. Zoals gezegd, extraversie is de norm geworden. Daardoor kunnen zelfs extraverte mensen gaan denken da  ze verlegen zijn. Het extraverte ideaalbeeld maakt mensen in de war over hoe ze zijn en hoe ze zouden moeten zijn. Dat kan het aangaan en onderhouden van relaties onnodig ingewikkeld maken.

Eigenschap 2: Sociaal aanpassingsvermogen

Naast verschillen in extraversie, is er nog een verschil dat ertoe doet in het sociale verkeer. Mensen verschillen ook in de mate waarin ze zich iets aantrekken van anderen en hun gedrag aanpassen om ‘erbij’ te horen. Deze eigenschap wordt ook wel ‘self-monitoring’ genoemd. Het woord geeft eigenlijk al aan wat mensen doen die deze eigenschap in sterke mate beschikken: ze kijken goed naar hun omgeving (monitoren) en stemmen hun gedrag daarop af. Ze gedragen zich in gezelschap zoals ze denken dat van hen wordt verwacht. Mensen die daarentegen een zwakke self-monitoring hebben, gedragen zich overal en altijd (ongeveer) hetzelfde. Ze blijven zichzelf, bij wie ze ook zijn. Mensen met een zwakke self-monitoring worden wel ‘low self-monitors’ genoemd, mensen met een sterke self-monitoring ‘high selfmonitors’.

In onze maatschappij denken veel mensen dat het belangrijk is om altijd jezelf te zijn. Op het eerste gezicht lijkt het dan ook alsof het beter is om een ‘low self-monitor’ te zijn. Maar ook hier geldt: er is geen goed of slecht. Onderzoek laat zien dat beide (‘low’ en ‘high selfmonitors’) hun voor- en nadelen hebben. Zo hebben ‘low self-monitors’ vaak minder sociale vaardigheden dan ‘high self-monitors’, maar zijn ze vaak wel tevredener over hun relaties (Oyamot, Fuglestad & Snyder, 2010). Door hun vermogen om anderen goed aan te voelen, presteren ‘high self-monitors’ vaak weer beter op hun werk (Day & Sleicher, 2006). Zo zijn er nog een heleboel voor- en nadelen te noemen. Net zoals voor extraversie geldt ook hier overigens dat de meeste mensen niet laag of hoog scoren op self-monitoring, maar ergens daar tussenin. Een klein aantal mensen scoort extreem hoog of extreem laag op self-monitoring. In dat geval kunnen er wel problemen ontstaan (zie voorbeelden hieronder).

Twee voorbeelden van extremen

Mark is een jongen van 7 jaar met autisme. Op de speciale school waar hij op zit, loopt hij steeds door het lokaal als hem dat uitkomt. De leerkracht stimuleert hem voortdurend om te blijven zitten, maar Mark blijft onrustig en beweeglijk. Mark praat bovendien wel, maar luistert niet naar wat anderen zeggen. Als hij zijn zegje heeft gedaan, is het voor hem klaar. De reactie van de ander is voor hem niet interessant. Andere kinderen zijn hem daardoor snel beu. Hij is alleen maar met zichzelf bezig en kan zich niet aanpassen aan hun spel. De dingen moeten gaan zoals Mark wil, anders wordt hij boos. Contact maken met Mark is al met al erg moeilijk. Mark is een voorbeeld van een extreme ‘low self-monitor’. Annemieke is een jonge vrouw van 21 jaar. Annemieke heeft last van sociale angst: sociale contacten roepen bij haar extreem veel spanning op. Ze heeft voortdurend het gevoel dat anderen op haar letten en haar beoordelen. Op haar werk, als administratief medewerkster, maakt dat haar overbewust van zichzelf. Ze denkt voortdurend: Wat zouden ze van me vinden? Doe ik het wel goed? en: Ik mag geen fouten maken!. Ze loopt voortdurend op haar tenen. Eenmaal thuis is ze bekaf van alle spanning. Annemieke is een voorbeeld van een extreme ‘high self-monitor’.

 

Vragen

Meerkeuzevragen

1. Wie zal eerder de behoefte hebben om alleen in de natuur te gaan kamperen: een introvert of een extravert persoon?
a. Een extravert persoon.
b. Een introvert persoon.
c. Er is geen verschil tussen beide.

2. Stel een sollicitatiecommissie zoekt een kandidaat voor een functie als verkoopster. Er hebben een aantal mensen gesolliciteerd waarvan er 3 op gesprek komen. Welke van onderstaande kandidaten zal waarschijnlijk het beste bij het profiel passen van de functie?
a. kandidaat A: zij is extravert en een ‘high-self monitor’
b. kandidaat B: zij is introvert en een ‘high-self monitor’
c. kandidaat C: zij is extravert en een ‘low-self monitor’

Open vragen

1. Maak de test (hoe extravert bent u?) die u in deze proefles vindt. Laat de test vervolgens door iemand invullen die u goed kent – uw partner, een vriend of collega - over u. Oftewel, vraag de ander aan te geven hoe hij u ziet op de 5 eigenschappen in de test. In hoeverre komt uw eigen testscore overeen met die van de ander? Hoe kunt u de verschillen verklaren?

2. Stel u raakt in gesprek met iemand met de kenmerken van een ‘high self-monitor’. Deze persoon probeert heel bewust een goede indruk op u te maken. U wilt echter weten wat deze persoon écht bezig houdt en hoe hij werkelijk is. Geef aan wat u kunt vragen, zeggen of doen om ervoor te zorgen dat deze persoon zichzelf meer laat zien. Noem minstens 4 dingen.

Antwoorden

Meerkeuzevragen

1. b. Introverte personen hebben meer behoefte aan rust en stilte.


2. a. Een verkoopster moet mensen gemakkelijk te woord kunnen staan en het leuk vinden om met mensen te werken. Een extraverte persoonlijkheid past daar het beste bij. Een verkoopster moet daarnaast klantvriendelijk zijn, een goede indruk maken en goed aan kunnen voelen wat de klant wil en nodig heeft. Dat zijn eigenschappen die een ‘high self-monitor’ beschikt.

Open vragen

1. Wijken uw testscores (sterk) af van die van de ander, realiseer u dan dat mensen er vaak een vertekend beeld van zichzelf op na houden (Pronin, Lin & Ross, 2002). Anderen kunnen daardoor een objectiever beeld van u hebben dan uzelf: zij beoordelen u op hoe u zich daadwerkelijk gedraagt, en niet op hoe u zich zou willen gedragen of uw bedoelingen.
2. Om meer zichzelf te zijn en minder bezig te zijn met het maken van een goede indruk, kunt u het volgende doen:

  • Stel de ander op zijn gemak. Zeg bijvoorbeeld: ‘Fijn dat je er bent.’
  • Maak leuke grapjes en lach veel. De ander ontspant dan meer en wordt losser.
  • Laat opmerkingen vallen zoals ‘iedereen maakt wel eens een fout’ en ‘we zijn allemaal maar mensen van vlees en bloed’. Of vertel over een fout die u zelf eens hebt gemaakt. U benadrukt daarmee dat je beter voordoen dan je bent niet nodig is.
  • Vertel iets persoonlijks over uzelf. De ander zal dan eerder bereid zijn zijn sociale masker af te doen en ook iets persoonlijks te vertellen.
  • Vraag naar persoonlijke zaken, zoals familie, hobby’s en vrienden. De ander voelt zich dan persoonlijk benaderd, en kan achter zijn façade wegkomen.
  • Vraag naar gevoelens, bijvoorbeeld: ‘Wat voelde je, toen je dat overkwam?’ Ook hier vraagt u de ander indirect om zijn sociale masker af te doen.

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de cursus Relatiepsychologie dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus
1 / 10