Proefles: Schoolcounselling

Ondersteun leerlingen en leerkrachten

Met deze proefles krijg je een indruk van de beroepsopleiding schoolcounselling van het NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

Jeugdculturen op school

Als counsellor heb je in school met verschillende jongeren te maken. Bepaalde jongeren voelen zich aangetrokken tot bepaalde groepen. Binnen die groepen heerst vaak een aparte sfeer. Er bestaat een aparte cultuur binnen een dergelijke groep. We hebben dan te maken met een jeugd­ cultuur. In deze les wordt verder in gegaan op de verschillende culturen die er op een school voorkomen.

Wat is cultuur?

Omdat mensen  niet zonder anderen  kunnen beïnvloeden ze elkaar. Daarom is het gedrag van de individu  in een groep beter te begrijpen  als dat beschouwd wordt in samenhang met het gedrag van anderen in die groep. Dit geldt voor een basketbaliwedstrijd als een feest, een les­uur op school of een kerkdienst. Het leven bestaat voor een groot deel uit interacties. Voorbeel­den van interacties zijn: gesprekken voeren, blikken uitwisselen, iemand een brief of een e-mail sturen, uitgaan enz.

Het resultaat van die interacties  is vaak onvoorspelbaar Je weet niet of een feestje gezellig zal worden of de uitkomsten van verkiezingen kunnen heel verrassend zijn. Toch zijn er ook voor­ spelbare aspecten aanwezig. Dat heeft te maken met het feit dat er allerlei normen en gedrags­ regels worden afgesproken. Men kan hierbij denken aan wedstrijdregels, verkeersregels, les­tijden en bedrijfsvoorschriften.

Als mensen langer en meer met elkaar te maken hebben, worden de onderlinge afspraken en gemeenschappelijke kenmerken  talrijker: men ontwikkelt een eigen cultuur. Daarmee wordt dus niet alleen beschaving of kunst bedoeld.Onder cultuur wordt verstaan alle waarden, normen en andere aangeleerde kenmerken die de leden van een groep of samenleving met elkaar gemeen hebben en dus ook als vanzelfsprekend beschouwen. In de loop van de tijd ontwikkelt iedere samenleving en iedere groep een be­paalde cultuur.

De onderlinge afhankelijkheid van mensen is een belangrijk element van elke cultuur. Vanzelf­ sprekend zijn er in elke samenleving mensen die niet zonder hulp kunnen; denk maar eens aan gehandicapten, bejaarden  en kleine kinderen. Maarvoor elk mens geld dat hij in wezen afhan­ kelijk is van andere mensen. Er zijn geen mensen zonder bindingen.  De verschillende soorten afhankelijkheid kunnen als volgt gerangschikt worden:

  • affectieve bindingen. Deze bindingen hebben betrekking op de behoefte aan vriendschap en liefde, die we van jongs af proberen  te vervullen. Hieronder vallen ook de band  die supporters van een voetbalclub hebben of de nationale gevoelens van bepaalde mensen.
  • economische bindingen. Hierbij gaat het om alle handelingen  die mensen  verrichten  om in het levensonderhoud te voorzien. in alle arbeidssituaties hebben mensen anderen hiervoor nodig. Ook de ondersteu­ning van die mensen die niet in hun eigen onderhoud kunnen  voorzien, houdt hiermee ver­band.
  • cognitieve bindingen. Voor de overdracht van kennis zijn we afhankelijk van docenten, maar ook van journalisten die informatie geven door middel van massamedia. Cognitieve bindingen zorgen voor de leerproces­sen die veel mensen door maken.
  • politieke bindingen. Deze bindingen komen voort uit het gegeven dat mensen als burgers veel dingen zelf niet kun­nen regelen. ze hebben  een bestuursapparaat nodig om te zorgen voor wezenlijke zaken als wegen, onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid. Wij zijn bijvoorbeeld afhankelijk van de aan­ wezigheid van politie omdat we zelf niet in staat zijn ons te verdedigen tegen lichamelijk ge­weld van anderen.

In elke cultuur ontwikkelen mensen normen (gedragsregels) en waarden (principes). Het is voor mensen die met elkaar samen leven belangrijk dat deze cultuurkenmerken worden ge­ deeld. Grote verschillen in de normen en waarden  tussen  mensen  kunnen de basis zijn voor allerlei conflicten. Behalve normen en waarden ontwikkelen groepen mensen nog vele andere cultuurkenmerken. Denk hierbij aan kennis, gewoonten, opvattingen, kunst, sport, symbolen en feestdagen. 

Naar de mening van een bekend socioloog is iedereen in elk contact met anderen  erop gericht om een zekere persoon, die verband houdt met al dan niet uitgesproken  onderlinge verwach­ tingen in die ene specifieke omstandigheid. Voorbeelden hiervan zijn de chef en zijn onderge­ schikte, een stel vrienden en tussen een leraar en leerlingen. De persoonlijkheid die wij naar buiten toe laten zien wordt sterk bepaald door maatschappe­ lijke opvattingen  over de wijze waarop men zich in een bepaalde rol moet gedragen. Dus eigen­ schappen en gedragingen die niet in overeenstemming zijn met dit rolpatroon worden verme­ den.

Volgens de eerder genoemde socioloog dragen mensen voortdurend een masker. Mensen heb­ ben verschillende  maskers die ze wisselen als ze in een andere situatie terechtkomen. mensen zijn er voortdurend op uit om geloofwaardig over te komen. Dit geldt niet alleen voor het individu, maar ook voor groepen mensen; zij vormen vaak teams die gezamenlijk een "voorstel­ling" spelen. voorbeelden hiervan zijn de "voorstellingen"  van winkelpersoneel  voor klanten, die van verplegers voor patiënten  en die van restaurantpersoneel voor de cafegasten. Behalve dat er een "frontstage" is waar de "voorstelling" zich speelt, is er ook een "backstage", waar men even zijn rol kan laten  vallen. Voorbeelden van de "backstage" zijn de wc, de kantine  of de kleedkamer van een bedrijf of instelling. Daar kunnen mensen even andere gevoelens tonen. Het is dus duidelijk dat het handelen van mensen en de relaties die ze dagelijks met anderen hebben, samenhangen met de cultuurwaar ze deel van uitmaken. Hiermee kunnen rolconflicten die in het maatschappelijk verkeer optreden verklaren. een rolconflict doet zich voor, als ie­ mand met tegengestelde verwachtingen wordt geconfronteerd. In een dergelijke tweestrijd kan een docent komen als hij weet dat een leerling alleen overgaat als hij die leerling eentiende punt meer voor een toets geeft.

Soorten cultuur

Ook al heeft een land een cultuur dan nog gedraagt niet iedereen zich op dezelfde manier. In de Nederlandse samenleving zijn diverse cultuurgroepen die er afwijkende ideeën en gewoonten op na houden. Ook mensen die een andere nationaliteit hebben houden er een andere, eigen cultuur op na.

Vanwege deze verscheidenheid aan cultuurgroepen is Nederland een multiculturele samenleving geworden. In het algemeen delen deze cultuurgroepen de meest wezenlijke normen en waarden die in Nederland als geheel gelden, maar is dit niet het geval, dan gaat de cultuur van een groep lijnrecht tegen de heersende opvattingen in.

Niet alle culturen in een samenleving zijn even sterk. Er is sprake van een dominante cultuur als een cultuurgroep in de samenleving overheerst. Talloze subculturen zijn ondergeschiktaan de dominante cultuur.Er wordtgesprokenvan een subcultuur als de waarden, normen en andere cultuurkenmerken op bepaalde onderdelen afwijken van de dominante cultuur. Een subcultuurhoeft op zichzelf genomen niet strijdig te zijn met de dominante cultuur. Is dat wel het geval dan is er sprake van een tegencultuur. Deze wordt gedragen door mensen die zich verzetten tegen de dominante cultuur of daar een bedreiging voor vormen. De genoemde men­sen proberen tegen protesten de dominante cultuur te veranderen. Dit betekent dat de basis van de tegencultuur gelegd wordt door verzet en het scheppen van een conflict situatie. Als voorbeeld van een tegencultuur kunnen de feministes in de zeventiger jaren van de vorige eeuw genoemd worden. Zij wilden meer rechten voor de vrouwen zoals een gelijke beloning voor gelijk werk en meer vrouwen in verantwoordelijke banen. Veel van deze eisen zijn ondertussen ingewilligd en maken nu deel uit van de dominante cultuur. Hiermee verloor het feminisme haar karakter als tegencultuur. Vandaag de dag vormen rechts-extremisten een tegencultuur omdat zij apartheid op grond van nationaliteit en ras voorstaan. Dit streven conflicteert met de centrale waarde van gelijkwaardigheid in de Nederlandse cultuur.

In veel gevallen is een tegencultuur een uiting van een generatieconflict. Zo gingen via de Provo­ beweging in de zestiger jaren van de vorige eeuw, via de kraakbeweging en de punkcultuur van de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw de jongeren de strijd aan met de gevestigde waarden en normen die speciaal bij de cultuur van hun ouders hoorden. Op gelijke wijze is in de achterbuurten van de Verenigde Staten de rap ontstaan.

 

Soms is het verschil tussen subcultuur en tegencultuur niet duidelijk aan te geven. In de 60er jaren van de vorige eeuw ontstond in de Verenigde Staten de "underground"-cultuur of ook wel "flower-power" genoemd. Deze beweging kon deels als een subcultuur, deels als een tegen­cultuur gekarakteriseerd worden.

Een van de uitgangspunten van de beweging was dat het geen zin had om de oudere generatie "om te turnen" In plaats van zich te verzetten, gingen de hippies liever hun eigen gang met gewoonten als macrobiotiek, meditatie en het veelvuldig gebruiken van hasj. Tegelijkertijd ontstond, deels vanuit dezelfde hippies, de anti-vietnambeweging. Deze was duidelijk wel een verzet tegen het gewone volk dat verantwoordelijk werd gehouden voor de vele slachtoffers eisende oorlog van de V.S. in Vietnam.

De multiculturele samenleving

De verschillende culturen in Nederland zijn te herkennen aan de verschillende kenmerken zo­ als kerken en moskeeën, spruitjes en kouseband. Daarom wordt Nederland dan ook een multiculturele samenleving genoemd; een maatschappij dus waar mensen met verschillende culturele achtergronden naast elkaar leven.

Het feit dat er zoveel verschillende culturen naast elkaar wonen is niet iets van de laatste tijd. Eigenlijk is dit altijd al zo geweest, maar vroeger kwamen de allochtone uit de ons omrin­ gende landen. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde dat, want sindsdien hebben veel Ne­derlanders zich ergens anders gevestigd (emigranten) en zijn mensen  uit andere werelddelen naar ons land gekomen (immigranten). 

 

In de zestiger jaren van de vorige eeuw kwamen veel van die migranten hierheen omdat hier een arbeidstekort heerste. Later ook om redenen van politieke aard, betere toekomstverwachtingen en vanwege gezinshereniging. Er zijn voor deze ontwikkelingen twee hoofdoorzaken.
Ten eerste is er een betere communicatie, zodat mensen over de hele wereld beter weten wat er op de aardbol afspeelt. En ten tweede is het vervoer beter geworden. Door betere transport­ middelen kunnen mensen gemakkelijker en verder weg reizen. het gevolg van deze twee oorzaken is dat de wereld een werelddorp of global village is geworden.
Leven in een multiculturele samenleving kan als mensen een manier vinden om met elkaars cultuur om te gaan. Dat gaat niet altijd even gemakkelijk, omdat normen soms conflicteren. Zo kunnen mensen in Nederland in de zomer in zwemkleding rondlopen, maar als Nederlandse vrouwen naar Ghana op vakantie gaan moeten ze er rekening mee houden dat dit daar niet kan. Hetzelfde geldt voor de allochtonen die hier wonen. Voor Marokkaanse ouders  is het maar moeilijk te begrijpen dat ouders zich niet bemoeien met de partnerkeuze van hun kinderen. In de Marokkaanse cultuur ligt dat geheel verankerd in de opvoeding. De autochtone Nederlan­ders vinden dat hun kinderen vrij moeten zijn in hun partnerkeuze.

Jeugdculturen

Veel jongeren worden aangetrokken door een bepaalde groep met een bepaalde sfeer. Zij heb­ben hun eigen groepsvoorkeur ten aanzen vankleding, muziek, gedragspatronenen ontmoetingsplekken. De geschiedenis terugkijkend, kan geconstateerd worden, dat er opmer­ kelijke verschillen tussen groepenjongeren of generaties vanjongeren bestaan. Het gedrag van jongeren reageert nauwkeurig en gevoelig op de veranderingen die zich onophoudelijkin onze maatschappij voltrekken.

In de eerste tien jaren na de Tweede Wereldoorlog kwam Nederland in het stadium van de wederopbouw. Toe was er sprake van geleide jeugdvorming. Jeugdorganisaties moesten jon­geren inleiden in de wereld van de volwassenen, dat wil zeggen dat de jeugd moest leren zich aan te passen aan de wereld van de volwassenen.

De door volwassenen geleide jeugdorganisa­ties, stimuleerden de jongeren een bijdrage te leveren aan de opbouw van Nederland en wilden op die wijze hun ontplooiing bevorderen. gezien het feit dat de meeste organisaties een levens­ beschouwelijke achtergrond hadden, nam de kerk een belangrijke plaats in bij het jeugdwerk. De jeugd had in die tijd weinig mogelijkheden om zelf vorm te geven aan haar vrije tijd.

Aan het eind van de vijftiger jaren van de vorige eeuw was Nederland in een economisch welva­render positie gekomen. Daarom kon er toen meer aandacht besteed worden aan sociale zekerheid en materiële geborgenheid: dit was het begin van de verzorgingsstaat.

De commercie ontdekte in deze periode de jeugd. Het verschijnsel van de jeugdconsumptie dat toen  zich ontwikkelde, leidde al gauw naar een ander fenomeen. Namelijk consumptiejeugd, die ook wel de "Coca-Cola-generatie" werd genoemd.

Vlak voor 1960 kon men zo hier en daar tekenen van ongenoegen ontdekken onder de jeugd. Er kwam verzet tegen  de oudercultuur; de jongeren uit die jaren wilden zelf aan een toekomst werken en streefden naar een nieuwe manier van leven.

Kenmerkend voor de jaren na 1960 is bijvoorbeeld dat jongeren het bestaande gezag gingen provoceren. Een mooi voorbeeld hiervan waren de nozems, die uit de lagere sociale milieus kwamen en werden gerekend tot de werkende jeugd. De ouders zagen deze jongeren als probleemjeugd, maar in feite was hun  provocatie niet zo veel meer dan een vorm van tijdver­drijf.

Later in de zestiger jaren van de vorige eeuw traden voornamelijk de jeugd van de middenklasse­ milieus op de voorgrond. Bekend zijn de beat-generation, de hippies en de flower-power-jeugd. 
Deze groepen hadden niet alleen hun eigen voorkeuren wat betreft muziek en kleding, maar ze lieten ook een non-conformistische instelling zien. Zij stonden sceptisch tegen de gevestigde orde, de maatschappij van hun ouders. 

Zij wilden bij voorkeur buiten die maatschappij blijven. Een deel van deze jongeren keerde zich af van de volgens hen duffe en vercommercialiseerde maatschappij. Er kwam een subcultuur gekenmerkt door het gebruik van drugs, muziek, kle­ding en eigen ontmoetingsplaatsen.

Het verschijnsel van de provo's heeft veel aandacht in Nederland gekregen, omdat ze opriepen tot verzet en non-conformisme en daagden met rituelen en provocaties het gezag uit. zij streef­den een mentaliteitsverandering na door zich ondermeer te richten tegen het geregelde leven van veel burgers, tegen de gevestigde gezagsdrager en tegen het consumptiegedrag van veel mensen. Een en ander werd gerealiseerd door middel van ludieke acties. zoals het witte-fietsen­ plan, waarbij iedereen gratis  gebruik kon maken van fietsen die overal te leen stonden en na gebruik  overal weer neergezet konden worden. Provo hief zichzelf als beweging in 1967 op. Rond de jaren 1968 en 1969 ontwikkelde een politiek-revolutionair denken binnen de studen­ten beweging. Er werd een ver doorgevoerde democratisering geeist en men organiseerde tal van acties en demonstraties, met name tegen de oorlog in Vietnam. 
Deze studentenbeweging bestond vanzelfsprekend uit een beperkt aantal jongeren, de zoge­naamde jongeren- of generatie-elite. Het zelfde gold min of meer voor de provobeweging. Het grootste deel van de jeugd was niet of nauwelijks betrokken bij die spraakmakende gebeurte­nissen, wat echter niet wil zeggen dat de gesignaleerde verschijnselen niet van betekenis wa­ren. Zij kunnen als een voorbode van een veranderende generatie gezien worden. Het feit dat de generatie jongeren van het eind van de jaren  zestig en zeventig van de vorige eeuw zo in de belangstelling stond, heeft ongetwijfeld te maken met haar omvang. Door de geboortegolf na de Tweede Wereldoorlog was deze groep in kwantitatief opzicht erg belangrijk. Ook nu speelt voor deze generatie, die ondertussen veel ouder is geworden, nog steeds de macht van het getal. Jeugdculturen zetten  zich vaak af tegen de dominante cultuur. Jongeren willen nu eenmaal hun eigen leven leiden en meer vrijheid hebben om zaken zelf te regelen. In hun cultuur geven zij hieraan uiting. Omdat de leefstijl meestal afwijkt is er dikwijls een generatiekloof tussen jongeren en ouderen. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw manifesteerde deze generatiekloof zich in het openlijk verzet tegen de gevestigde orde. Voorbeelden hiervan zijn de kraakbeweging en de punkers.

De recente jeugdculturen komen vaak voort uit muziekstromingen. Denk maar eens aan rap, house, punk en hardrock. Oorspronkelijk komt de rap uit de zwarte wijken van de steden in Noord-Amerika, waar de jeugd op straat muziek maakten met gesproken teksten. Met een eigen soort kleding, een spe­ciale taal en eigen muziek zingen de rappers over maatschappelijke problemen zoals racisme. Vooral in het beginstadium protesteerden rappers tegen de commerciële  muziek, die alleen maar werd gemaakt om veel geld te verdienen. De ironie wil dat nu diverse rappers zelf miljo­nair zijn geworden door hun platenverkoop.

Uit de danscultuur is in Europa de house ontstaan. Het ging om nummers met een heel snel dansritme, bepaald door het BMP of "beats per minute". In de loop van de jaren zijn er soorten housemuziek bijgekomen met nog hogere tempo's.
Omdat jongeren een belangrijke doelgroep voor het bedrijfsleven zijn wille volwassenen greep krijgen op jeugdculturen. Bepaalde reclamebureaus hebben zelfs trendwatchers in huis die nieuwe jongerenculturen moeten volgen in kaart brengen.  Hiermee is ook meteen verklaard waarom jeugdculturen continu veranderen. Het belangrijkste kenmerk van een jeugdcultuur is immers dat jongeren een eigen wereld willen hebben waar volwassenen niet mee van doen hebben. Als een bepaalde trend aanslaat en bekend wordt, zoeken jongeren al weer wat nieuws. De cultuur onder de jeugd is dus verouderd als die aanslaat. Uit oude muzieksoorten ontstaan weer nieuwe uit house ontstonden bijvoorbeeld, jungle, ambient, techno en gabber.

Waarom is kennis van jeugd- en andere culturen zo belangrijk?
De kennis van culturele achtergrond vanjongeren is onmisbaar voor de schoolcounsellor, om­dat hij beter kan begrijpen waarom dergelijke jongeren op een bepaalde manier denken, voelen en handelen. Door de processen van socialisatie, sociale controle en internalisatie zijn zij een lid van hun eigen cultuur geworden. Deze drie processen worden hieronder nu beschreven. De schoolcounsellor moet er echter voor waken jongeren uit bepaalde culturen niet te stigmatiseren.

Socialisatie

Onderdelen van een cultuur worden steeds weer aan nieuwe leden, zoals kinderen, immigran­ten, leerlingen van een school of de werknemers van een bedrijf, overgedragen. Dit proces ver­loopt via socialisatie en sociale controle. Er is sprake van socialisatie als het proces waarbij iemand die waarden, normen en ander cultuurkenmerken van zijn samenleving of groep aanleert, zich voltrekt. De bedoeling van so­cialisatie is aanpassing van het individu aan zijn omgeving, maar ook het in stand houden en het continueren van de cultuur over een periode van vele jaren. Door socialisatie wordt bereikt dat het leven in de maatschappij ordelijk kan verlopen. Door socialisatie komen in een cultuur collectieve gedragspatronen tot stand dat wil zeggen gemeenschappelijke gebeurtenissen zoals carnaval vieren, Ramadan houden enz. En ook het overbrengen van normen en waarden wordt hieronder verstaan.

Naarmate via socialisatie allerlei waarden en normen wordt over gebracht des te meer ontwik­keld een kind zijn persoonlijkheid.

De resultaten hiervan zijn het eigen maken van allerlei emoties, het hebben van behoeften en het tonen van bepaalde gedragspatronen.

De persoonlijke identiteit wordt mede gevormd door talloze sociale ervaringen die een mens in de loop van de tijd meemaakt. Het is dus voor een aanzienlijk deel het product van socialisatie. Het maakt dus heel wat uit of iemand in Nederland is opgevoed of dat hij zijn kinderjaren in de oerwouden van het Amazonegebied doorbrengt. Mensen zijn op hun eigen wijze uniek, maar tegelijkertijd worden mensen in hun opvattingen en gedrag sterk bepaald door de cultuur waar ze deel van uit maken. Zonder socialisatie zou vrijwel geen mens overleven. Maar een cultuur kan ook niet overleven als er geen sprake zou zijn van socialisatie. De samenleving zou desinte­greren.

Als het over cultuuroverdracht gaat onderscheidt men twee vormen:

Enculturatie. Dit is het aanleren van de cultuurkenmerken in de samenleving of het milieu waarin men gebo­ren is. Hiervan is sprake bij het opvoeden van kinderen.

Acculturatie. Dit is het later aanleren  van de kenmerken van de cultuur waar men niet oorspronkelijk  toe behoort. Hier is sprake van bij o.a. leden van een etnische minderheid.

Het socialisatieproces komt aanvankelijk via het gezin tot stand, later komen andere socialise­ rende instituties zoals instellingen, organisaties en overige collectieve gedragspatronen waar­ mee de cultuuroverdracht plaats vindt. Hierbij denken we aan school, werk, maatschappelijke groeperingen,  de overheid en de media.

Sociale controle

Behalve socialisatie is sociale controle belangrijk voor het overdragen van cultuur aan en vol­ gende generatie  mensen. Sociale controle is de wijze waarop mensen  andere mensen stimule­ ren of dwingen zich aan de geldende  normen  te houden.  Hierdoor  verloopt het socialisatie proces goed en voorkomt dat mensen zich onmaatschappelijk gaan gedragen. Er wordt onder­ scheid gemaakt in:

Formele sociale controle. Hieronder vallen alle geschreven regels die mensen in acht nemen. Voorbeelden hiervan zijn: wetten, contracten  en reglementen.

Informele sociale controle. Hieronder  vallen alle ongeschreven  regels die mensen in acht nemen. Een voorbeeld hiervan zijn de gedragsregels die mensen naleven.

Sociale controle vindt vaak in de vorm van sancties plaats, waarmee mensen ervoor zorgen dat anderen zich gedragen volgens de normen.  ze kunnen  een positief of een negatief karakter hebben. Er wordt dagesproken over belonen en straffen. Zo worden vier vormen van maatre­ gelen onderscheiden:

  • formele positieve sancties: het uitreiken van een diploma is hiervan een voorbeeld;
  • formele negatieve sancties: het opleggen van een boete valt hieronder;
  • informele positieve  sancties: bijvoorbeeld het applaus na een voorstelling; 
  • informele negatieve sancties: het wegsturen van een kind naar zijn kamer  kan als hiervan voorbeeld gelden.

lnternalisatie

Het uiteindelijke doel van socialisatie en sociale  controle is bereikt, wanneer er internalisatie van cultuur heeft plaatsgevonden. Daarmee wordt bedoeld dat mensen zich sommige aspecten van cultuurgroep zo deel van henzelfhebben gemaakt, dat zij zich vanzelfsprekend gaan gedra­ gen zoals de groep  dat van hen verwacht. Het laatste is dus belangrijk voor het voortbestaan van de cultuur.

Opdrachten

  1. Vader Jansen komt bij, de counsellor die zijn eigen praktijk heeft naast een schoolcounsellorschap. Hij heeft uw hulp gezocht omdat hij het even helemaal niet meer ziet zitten met zijn zoon Willem, een jongen van 16 jaar. Willem heeft absoluut geen zin meer om naar school te gaan en wil liever met zijn leeftijdgenoten op een hangplek verblijven. Vader herkent in het gedrag van zijn zoon veel van zijn eigen gedrag toen hij 16 jaar was toen hij die zelfde neiging had. Jarenlang had hij spijt van die houding. Later heeft hij flink moeten bijstuderen en had spijt dat hij school als een ballast ervoer. Gesprekken met Willem hebben niets opgeleverd en ouders hebben geen vat meer op hen. Vader maakt  zich ernstig zorgen om Willem, want de geruchten gaan dat op de hangplek wordt gedealed en dat er verdovende middelen worden gebruikt. Vader is ten einde raad, bang dat hij is dat Willem in de verkeerde circuits  terecht komt. U houdt het gesprek met vader waarin het erom gaat om vader perspectieven te geven waarmee hij verder kan. Gebruik hiervoor 4 A4-tjes en met gebruikmaking van de bekende notaties voor technie­ken en signalen.
  2. U bent studentencounsellor verbonden aan een hogeschool in het midden van het land. Bij u zit Pim de Pee, een derdejaarsstudent. Hij zit behoorlijk in de nesten zoals hij het zelf zegt. Het volgende is namelijk het geval: hij is lid van een studentenvereniging, waar hij veel werk voor verzet. Op aanraden van zijn ouders is hij er bij gegaan, want volgens zijn ouders gaat er een vormende waarde uit van de studentencultuur. Pim volgde de raad van zijn ouders op en hij is actief lid van het als vrij elitair bekend staande studentencorps geworden. Zijn ouders waarschuwden hem echter dat de studie niet mocht  lijden  onder het studentengezelligheidsleven. Pim echter is, doordat hij veel in het studentencafé zat, ver achter geraakt met zijn studie. Zijn ouders hebben gedreigd de financiering van de studie stop te zetten. U voert nu het tweede gesprek met Pim waarin hij verder geholpen moet worden. U realiseert zich ter dege dat een studentencultuur een invloed op Pim heeft en daar houdt u rekening mee als u het gesprek met hem voert. Die invloed komt dan ook steeds weer in het gesprek terug. U probeert samen met naar een oplossing toe te werken. U ge­bruikt 4 A4-tjes met in achtneming van de gebruikelijke notaties voor technieken en signalen.

3. Voor de ouders van groep 8 van basisschool" 't Kofschip" wordt een thema-avond georganiseerd. De directeur van de school had het plan opgevat om ouders voor te bereiden op de overstap die hun kind van de basisschool naar het voortgezet onderwijs zal gaan maken? U bent als schoolcounsellor werkzaam bij het voortgezet onderwijs en u heeft het ver­ zoek gekregen om een kort praatje te houden over de invloed die jeugdculturen hebben op middelbare scholieren. U schrijft uw praatje uit en u stuurt die in ter beoordeling. Ook beantwoord u vragen van ouders die schrijft u ook op en stuurt u in.

U dient er rekening mee te houden dat er allochtone ouders zijn en mensen met een niet zo hoogopleidingsniveau.
 
4. Bij u komt Iman Chellah een Marokkaans meisje. Als ze bij u zit barst ze in tranen uit. Zij is door een aantal racistische jongeren uitgescholden voor hoer en verder kreeg ze een aantal zaken naar het hoofd geslingerd die niet voor herhaling vatbaar zijn. U voert met haar het eerste gesprek en u probeert  achtergronden van dit incident te achterha­len.

Het blijkt dat dit incident een uitvloeisel is van een conflict tussen een groep skaters en Marokkanen. Aanleiding was een vechtpartij in de aula van de school om een plekje te krijgen voor de drankenautomaat waar door jongens nogal eens wordt voorgedrongen. Meer incidenten hebben zich nadien voorgedaan en lman stond hierbij in het middel­punt.

Nog los van de paniek is zij bang voor het totaal uit de hand lopen van de conflictsituatie met alle gevolgen van dien. U bespreekt dit met haar. Een aantal problemen verdienen snel een oplossing. U heeft ook het school belang in het oog.

U gebruikt voor de dialoog vier A4-tjes met in achtneming van de bekende notaties voor technieken en signalen.

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de beroepsopleiding schoolcounselling, dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus
1 / 16