MBO Juridisch-administratief dienstverlener

Proefles: MBO Juridisch-administratief dienstverlener

Leuk dat je een proefles hebt aangevraagd! Tijdens deze proefles krijg je een indruk van de MBO-opleiding Juridisch-administratief dienstverlener. Ook krijg je een aantal vragen over de stof. Verderop in de proefles kun je je vragen nakijken. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Succes en veel plezier met je proefles!.


Tijdens de opleiding MBO Juridisch-administratief dienstverlener leer en werk je onder andere uit de boeken ‘Inleiding recht’, ‘Personen- en familierecht en erfrecht’ en ‘Vermogensrecht’. In deze proefles neem je vast een kijkje in de theorie uit de boeken. Over deze theorie beantwoord je 5 vragen, die je verderop in deze proefles na kunt kijken.

Boek 1: Inleiding recht
kaft boek 1 juridisch

1.3 Omschrijving en doel van het recht

Omschrijving van 'het recht'
Het recht is het geheel van overheidsregels dat op een bepaald moment geldt in een samenleving.

Doel van 'het recht'
Het doel van het recht is:
1. ordenen van de samenleving en
2. zorgen voor een rechtvaardige oplossing bij conflicten.

Ordenen
Rechtsregels ordenen de samenleving. Zo zorgen rechtsregels ervoor dat er bijvoorbeeld voldoende scholen ziekenhuizen en wegen zijn, dat bedrijven hun afvalstoffen niet zomaar in het water en in de lucht kunnen dumpen, dat er verkeersregels zijn en dat we in een veilige samenleving leven.
Het recht geeft ook een zekere rust. We weten wat we van elkaar mogen verwachten, wat de rechten en plichten van koper en verkoper, van werkgever en werknemer zijn en we weten ook wat we van de overheid mogen verwachten bijvoorbeeld als we werkloos worden of geld nodig hebben om een opleiding te volgen.

Conflicten oplossen
Het recht helpt ons ook als we een conflict hebben, met elkaar, of met de overheid. De regels van het recht geven (in veel gevallen) de oplossing van het conflict. Zo maakt het recht bijvoorbeeld duidelijk dat een koper er geen genoegen mee hoeft te nemen als zijn staafmixer al na drie maanden niet meer werkt. De verkoper is in zo'n geval verplicht om de staafmixer gratis te repareren of om een nieuwe staafmixer te leveren. Maar dit geldt weer niet, zo blijkt uit onze rechtsregels, als de koper de staafmixer heeft laten vallen en hij daarom niet meer werkt. In dat geval mag de verkoper geld in rekening brengen voor de reparatie of voor het leveren van een nieuw exemplaar.

De beweegbare camera
Wat is een rechtvaardige oplossing voor het conflict tussen buurman A en buurman B in de casus waarmee dit hoofdstuk begint? Er is niet echt één rechtsregel die deze zaak oplost. Een verzekeringsmaatschappij heeft het recht om eisen te stellen aan de beveiliging van kostbaarheden die iemand wil verzekeren tegen diefstal. Buurman A mag daarvoor bijvoorbeeld camera's aanbrengen bij zijn woning. Maar het recht geeft buurman B recht op privacy. Hij hoeft het niet goed te vinden dat de buren via een camera bij hem binnen kunnen kijken. Zo zie je dat verschillende rechtsregels soms met elkaar botsen. Het is dan lang niet altijd duidelijk welke rechtsregel het 'sterkst' is. Daarom speelt de rechter in ons recht een belangrijke rol. Als de partijen er samen niet uit komen, beslist de rechter wat 'recht' is in de zaak die aan hem wordt voorgelegd. In de zaak van buurman A en buurman B besliste de rechter dat A zijn beweegbare camera moest weghalen omdat A met deze camera de privacy van B kon schenden. A mag zijn huis met camera's beveiligen maar hij moet dat zo doen dat er geen camera staat opgesteld waarmee B voortdurend kan worden bespied.  
Recht is het geheel van overheidsregels dat in de samenleving geldt. Het doel van het recht is:

  • ordenen van de samenleving
  • zorgen voor een rechtvaardige oplossing bij conflicten.

1.4 Wettelijke regels en andere regels

‘Wie te laat op school komt, moet een briefje halen bij de onderwijsadministratie.' "Wie een goed van een ander wegneemt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van maximaal vier jaar of een geldboete van maximaal € 20.250,-.' ledereen zal aanvoelen dat deze twee regels van elkaar verschillen. De eerste regel is een schoolregel waaraan scholieren en docenten van een bepaalde school zich moeten houden. De tweede regel is een wettelijke regel (uit het Wetboek van Strafrecht) waaraan iedereen zich moet houden die zich in ons land bevindt. De schoolregel is gemaakt door de schoolleiding, de wettelijke regel door de overheid. Als iemand de schoolregel overtreedt, reageert de schoolleiding. Als de wettelijke regel wordt overtreden, is het aan de rechter om een oordeel te geven. Aan de hand van de schoolregel en de regel uit het Wetboek van Strafrecht worden de verschillen duidelijk tussen rechtsregels en andere regels (zoals schoolregels, huisregels en regels op een sportclub).

Samenvattend kunnen we zeggen dat het kenmerkend is voor rechtsregels dat
1. ze gemaakt worden door de overheid
2. ze algemeen geldend zijn en
3. de rechter beslist wat er gebeurt als iemand zich niet aan de rechtsregel houdt.

Kenmerkend voor rechtsregels:

  • Ze worden gemaakt door de overheid. 
  • Ze zijn algemeen geldend. 
  • De rechter reageert als ze niet worden nageleefd.

1.5 Rechtsgebieden

In het recht gaat het over zeer verschillende zaken, zoals trouwen, het kopen van een huis, het oprichten van een vereniging, het sluiten van een lening, het opsporen van misdrijven en het afgeven van vergunningen. Omdat het recht over zoveel verschillende onderwerpen gaat is het opgedeeld in vijf rechtsgebieden: staatsrecht, bestuursrecht, strafrecht, burgerlijk recht en internationaal recht.

Staatsrecht
Het staatsrecht beschrijft de organisatie van de overheid. Je vindt in het staatsrecht de taken en de bevoegdheden van de verschillende overheidsorganen en regels over de positie van de burger in de Staat. Bijvoorbeeld: de verhouding tussen de Tweede Kamer en de regering, de positie van de koning, de taken en bevoegdheden van de gemeenteraad en het kiesrecht van de burgers. De basisregels van het staatsrecht staan in de Grondwet. Andere belangrijke wetten op het gebied van het staatsrecht zijn bijvoorbeeld de Kieswet, de Provinciewet en de Gemeentewet.

Bestuursrecht
Besturen is zorgen voor een goede gang van zaken in ons land. Bijvoorbeeld: kinderbijslag geven aan ouders, een belastingsaanslag opleggen, een weg (laten) aanleggen, een school (laten) bouwen of een mileuvergunning verlenen. Besturen is een typische overheidstaak. Officieel zeggen we besturen is het ordenen van de samenleving. In het bestuursrecht staan de regels waaraan de overheid zich moet houden als zij het land bestuurt.

Verschil staatsrecht en bestuursrecht
Het bestuursrecht lijkt op het staatsrecht, want ook dit rechtsgebied gaat over de overheid. Het staatsrecht geeft een 'organisatieplaatje' van de overheid, het bestuursrecht beschrijft de manier waarop de overheid met haar burgers moet omgaan als zij het land bestuurt. We zeggen wel dat het staatsrecht de overheid 'in ruste' beschrijft en het bestuursrecht de overheid 'in actie'. De belangrijkste wet in het bestuursrecht is de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Strafrecht
Het strafrecht neemt binnen het recht een bijzondere plaats in. Ons recht bevat een groot aantal geboden en verboden. In het burgerlijk recht kennen we bijvoorbeeld de koper die de koopsom op tijd moet betalen, de verhuurder die moet zorgen voor 'het rustige genot' van de woonruimte en de werknemer die de afgesproken arbeid zo goed mogelijk moet verrichten. In het burgerlijk recht is er geen politie die de naleving van de wet controleert. In het strafrecht ligt dit anders. Hier gaat het om verboden waarop de overheid straf heeft gesteld, zoals: diefstal, doodslag, vernieling, moord en mishandeling.
Een voorbeeld. Anne neemt van de familie Hoessein sieraden weg ter waarde van € 5000. Daarmee pleegt Anne een strafbaar feit, namelijk diefstal (art. 310 Wetboek van Strafrecht). De familie Hoessein doet aangifte van de diefstal bij de politie. De politie heeft de bevoegdheid om het strafbare feit en de verdachte op te sporen. Als dat lukt, geeft de politie alle informatie door aan de officier van justitie. Hij beslist of de zaak aan de rechter wordt voorgelegd. Als dit gebeurt, komt er een rechtszaak waarin de rechter uiteindelijk moet vaststellen of Anne het strafbare feit heeft gepleegd. Als de rechter meent dat ze schuldig is, zal hij haar (meestal) een straf opleggen.

Het strafrecht haalt vaak de krant en de televisie ('Tien jaar voor gruwelijke moord'). Zo ontstaat de indruk dat bijna alle recht strafrecht is. Dat is niet het geval. Maar een klein deel van alle geboden en verboden zijn strafbepalingen. Het strafrecht bevat alleen die regels die de overheid voor de veiligheid van de hele samenleving van belang vindt. Als strafbepalingen worden overtreden, is dat niet zomaar een zaak tussen dader en slachtoffer, maar tussen de dader en de samenleving. Want door de daad is de rechtsorde geschonden. Vandaar dat er een overheidsapparaat (politie) is om strafbare feiten op te sporen, zodat de daders kunnen worden berecht. Strafrecht speelt zich dus af tussen dader en overheid, burgerlijk recht is een zaak tussen burgers onderling.

Een belangrijk wetboek op het gebied van het strafrecht is het Wetboek van Strafrecht (Sr). Daarin staat een groot aantal strafbepalingen zoals moord, doodslag, diefstal, verkrachting, mishandeling en vernieling. Het Wetboek van Strafvordering (Sv) geeft aan wat er gebeurt als iemand een strafbaar feit heeft gepleegd. Wanneer mag een verdachte worden aangehouden; in welke gevallen kan de politie een huiszoeking verrichten; hoe verloopt de rechtszaak en welke rechten heeft de verdachte?

Burgerlijk recht
In het burgerlijk recht gaat het vaak om zaken waar we dagelijks mee te maken hebben: wonen, werken, aankopen doen, trouwen of een bedrijf beginnen. In het burgerlijk recht worden de juridische relaties tussen burgers onderling geregeld. Die juridische relaties kunnen gaan over op geld waardeerbare zaken, zoals koop, huur, eigendom en hypotheek, maar ook over persoonlijke zaken, zoals huwelijk, echtscheiding en gezag over minderjarige kinderen. De belangrijkste regels van het burgerlijk recht staan in het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarin staan regels over het personen- en familierecht, over overeenkomsten, zoals huur-, koop- en arbeidsovereenkomsten, en over rechten als eigendom, pand en hypotheek. In het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) staat hoe een rechtszaak in het burgerlijk recht verloopt.

Internationaal recht
Het internationaal recht regelt de verhouding met andere landen en de positie van ons land in allerlei internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties en de Europese Unie. Dit rechtsgebied wordt steeds belangrijker vanwege de toenemende internationale samenwerking. Denk bijvoorbeeld aan de Europese Unie, waartoe Nederland behoort. De regels van deze Unie hebben bijvoorbeeld invloed op de manier waarop wij onze grenzen bewaken, op de prijs van de melk, op het erkennen van buitenlandse schoolopleidingen en op de euro die wij als betalingsmiddel gebruiken.

De rechtsgebieden zijn:

  • staatsrecht 
  • bestuursrecht 
  • strafrecht 
  • burgerlijk recht 
  • internationaal recht.

Vragen over de theorie uit: Inleiding recht

Ben je benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Beantwoord dan de onderstaande vragen. De antwoorden komen later in de proefles terug.

Opdracht 1:
In welk rechtsgebied spelen onderstaande zaken zich af?

a. Een klant klaagt bij de verkoper omdat hij niet tevreden is over zijn nieuwe iPad.
b. Een bruidspaar maakt afspraken in een restaurant voor de bruiloft.
c. De gemeente Venlo verleent een vergunning aan een bloemist om bloemen en planten te verkopen in een kraam op de markt.
d. Twee jongens vernielen de buitenspiegels van de auto's die op de parkeerplaats staan.

Opdracht 2:
Leg uit of het om privaatrecht of publiekrecht gaat.

a. Een klant klaagt bij de verkoper omdat hij niet tevreden is over zijn nieuwe iPad.
b. Een bruidspaar maakt afspraken in een restaurant voor de bruiloft.
c. De gemeente Venlo verleent een vergunning aan een bloemist om bloemen en planten te verkopen in een kraam op de markt.
d. Twee jongens vernielen de buitenspiegels van de auto's die op de parkeerplaats staan.

Boek 2: Personen- en familierecht en erfrecht

Juridisch administratief dienstverlener

Hoofdstuk 9

Inleiding erfrecht

Na dit hoofdstuk kun je:

  • de termen erflater, nalatenschap, erfgenaam en erfdeel omschrijven
  • het verschil uitleggen tussen het wettelijk erfrecht en het testamentair erfrecht
  • in eenvoudige gevallen uitleggen of een erfgenaam er verstandig aan doet een nalatenschap te aanvaarden, beneficiair te aanvaarden of te verwerpen
  • beschrijven in welke gevallen de erflater bewind in zal stellen over zijn nalatenschap.

Casus
Yolanda overlijdt. Nabestaanden zijn haar twee kinderen. Het vermogen van Yolanda bestaat uit € 30.000,-, een auto ter waarde van € 5.000,- en een oude klok met een waarde van € 4.500,-. Yolanda had een persoonlijke lening van € 7.000,-. Yolanda heeft een testament gemaakt waarin ze haar vermogen nalaat aan haar twee kinderen. De klok is voor haar jongste zus.

9.1 Inleiding

In het erfrecht gaat het om de vraag wat er gebeurt met de bezittingen en de schulden van een persoon die is overleden. De wet wijst erfgenamen aan die in principe het vermogen van de overledene erven. Ook geeft de wet regels voor het geval iemand wil dat de bezittingen en schulden na zijn dood niet (helemaal) naar zijn in de wet aangewezen erfgenamen gaan.
Zoals we hierboven al zagen, het erfrecht behoort tot het onderdeel vermogensrecht van het burgerlijk recht. Vanwege het specifieke karakter van het erfrecht is het geregeld in een 'eigen' boek van het BW, namelijk in Boek 4.
In dit inleidende hoofdstuk geven we een globaal overzicht van het erfrecht en we beschrijven een aantal kernbegrippen.


9.2 Wettelijk en testamentair erfrecht

Het erfrecht kent twee systemen: een wettelijk erfrecht en een testamentair erfrecht.

Wettelijk erfrecht

Als iemand tijdens zijn leven geen testament maakt, heeft hij geen geldige aanwijzingen gegeven over wat er na zijn dood met zijn vermogen moet gebeuren. In dat geval geeft de wet aan voor wie het vermogen van de overledene is. De wet wijst de erfgenamen aan. Dit wordt het wettelijk erfrecht genoemd. Dit wettelijk erfrecht werkt als een vangnet: is er niets geregeld, dan vallen we terug op de regels van het wettelijk erfrecht. In het wettelijk erfrecht zijn de echtgenoot en de kinderen van de overledene de eerste erfgenamen. Is er geen echtgenoot en zijn er geen kinderen, dan wijst de wet andere familieleden als erfgenaam aan. Het wettelijk erfrecht wordt ook wel het versterferfrecht genoemd.

Testamentair erfrecht

Wie wil afwijken van de regels van het wettelijk erfrecht, moet een testament maken. Een testament is een akte die door de notaris wordt opgemaakt. In deze akte legt de erflater vast wat er na zijn overlijden met zijn vermogen moet gebeuren. Yolanda, uit de casus aan het begin van dit hoofdstuk, heeft een testament gemaakt. Dat heeft ze waarschijnlijk gedaan om de klok bij wijze van legaat aan haar zus te kunnen geven.

Is er geen testament, dan geldt het wettelijk erfrecht. De wet wijst dan de erfgenamen van de overledene aan. Heeft de overledene een testament, dan wijst hij daarin zijn erfgenamen aan.

9.3 Aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap

Een nalatenschap maakt een erfgenaam niet altijd rijker. Een erfgenaam erft de bezittingen en de schulden van de erflater. Een nalatenschap kan dus ook negatief uitpakken, als de schulden van de overledene groter zijn dan zijn bezittingen. Mede daarom heeft iedere erfgenaam het recht zelf te beslissen of hij de nalatenschap aanvaardt of verwerpt (art. 4:190 BW). Als een erfgenaam een erfenis verwerpt, doet hij afstand van zijn totale erfdeel, van de bezittingen en van de schulden. Art. 4:192 BW beschrijft hoe een nalatenschap wordt verworpen of aanvaard: 'door het afleggen van een daartoe strekkende verklaring bij de griffie (het secretariaat) van de rechtbank in de woonplaats van de overledene'. Deze verklaring wordt vervolgens ingeschreven in het zogeheten boedelregister van de rechtbank (zie daarover ook par. 5.2).

Aanvaarden van de nalatenschap
Wie een nalatenschap aanvaardt, hoeft geen verklaring af te leggen bij de rechtbank. Aanvaarden kan namelijk ook blijken uit daden van aanvaarding (art. 4:191 BW). Zo gauw de erfgenaam zich met de nalatenschap gaat bemoeien, bijvoorbeeld door met de andere erfgenamen de boedel te verdelen, door goederen uit de nalatenschap te verkopen of door vorderingen van de overledene bij schuldeisers op te eisen, heeft hij de nalatenschap aanvaard. Op deze aanvaarding kan hij niet meer terugkomen. Een erfgenaam die nog niet weet of hij de erfenis aanvaardt, doet er daarom verstandig aan zich nog niet met de nalatenschap te bemoeien. Want als hij goederen gaat verdelen of verkopen, heeft hij de nalatenschap door zijn gedrag aanvaard.

Verwerpen van de nalatenschap
Voor het verwerpen van een nalatenschap is wel altijd een verklaring bij de griffie van de rechtbank noodzakelijk. Deze verwerping werkt terug tot het moment van het openvallen van de nalatenschap. Na het verwerpen wordt de erfgenaam geacht nooit erfgenaam te zijn geweest.

Beneficiair aanvaarden van de nalatenschap
Vooral bij een ingewikkelde nalatenschap, als er nog goederen moeten worden getaxeerd en de schulden nog niet helemaal duidelijk zijn, is het niet verstandig om de nalatenschap onmiddellijk te aanvaarden. Maar verwerpen is ook niet slim, want wie weet valt de nalatenschap uiteindelijk toch positief uit.
Daarom biedt de wet ook een mogelijkheid tussen aanvaarden en verwerpen in. Die mogelijkheid wordt beneficiair aanvaarden genoemd. Door beneficiair te aanvaarden beschermt de erfgenaam zijn eigen vermogen. Want de schuldeisers van de nalatenschap kunnen nu hun schulden alleen uit de nalatenschap halen, ze kunnen het eigen vermogen van de erfgenaam niet aanspreken. Ook de keuze voor beneficiair aanvaarden gebeurt door het afleggen van een verklaring bij de griffie van de rechtbank, die deze verklaring weer inschrijft in het boedelregister.

Aanvaardt een erfgenaam beneficiair, dan beschermt de wet (art. 4:202 e.v. BW) de belangen van de schuldeisers. Het komt erop neer dat de erfgenamen hun erfdeel pas krijgen als alle schulden zijn voldaan. Aanvaardt één erfgenaam beneficiair, dan heeft dat gevolgen voor alle erfgenamen. Want in dat geval moet de nalatenschap op de in de wet voorgeschreven wijze worden vereffend. Deze procedure geldt voor alle erfgenamen (art. 4:195 BW).
Wacht de erfgenaam te lang met duidelijk te maken of hij de nalatenschap aanvaardt of verwerpt, dan kan de kantonrechter hem een termijn stellen waarbinnen hij zijn keuze moet maken. De kantonrechter doet dit op verzoek van een belanghebbende, bijvoorbeeld een andere erfgenaam of een schuldeiser van de nalatenschap. Laat de erfgenaam deze termijn verlopen, dan wordt hij geacht de erfenis te hebben aanvaard (art. 4:192 lid 2 en 3 BW). Aanvaarden noemt men wel zuiver aanvaarden, om het verschil met beneficiair aanvaarden duidelijk te maken. Beneficiair aanvaarden wordt ook wel aanvaarden onder het voorrecht van boedelbeschrijving genoemd.

Aanvaarden of verwerpen door een minderjarige
Als een minderjarige erfgenaam is, kan hij zelf geen verklaring afleggen over het aanvaarden of verwerpen van zijn erfenis. Dat moet zijn wettelijk vertegenwoordiger voor hem doen. Om de belangen van de minderjarige te beschermen bepaalt art. 4:193 BW dat een wettelijk vertegenwoordiger een nalatenschap alleen beneficiair kan aanvaarden. Wil de wettelijk vertegenwoordiger de nalatenschap verwerpen, dan heeft hij daarvoor een machtiging (toestemming) nodig van de kantonrechter. Deze regels gelden ook voor de curator die namens een curandus optreedt.


Vragen over de theorie uit: Personen- en familierecht en erfrecht

Ben je benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Beantwoord dan de onderstaande vragen. De antwoorden komen later in de proefles terug.

Opdracht 1:
Yolanda, uit de casus aan het begin van dit hoofdstuk, is een alleenstaande moeder. Op het moment dat zij een testament maakt, zijn haar kinderen 18 en 19 jaar oud. Ze vindt hen nu nog veel te jong om zelfstandig over haar nalatenschap te beschikken, maar als ze pas over tien of twintig jaar zou overlijden, ligt dat anders.

Welke bepaling raad je Yolanda in haar testament aan?

Opdracht 2:
Malika krijgt bericht van de notaris dat ze enig erfgenaam is van haar tante. Tante heeft een eigen huis waarvan de verkoopwaarde niet zo gemakkelijk is vast te stellen vanwege veel achterstallig onderhoud en de aanwezigheid van huurders in het pand. Er zit in ieder geval een forse hypotheek op het huis. Daarnaast heeft tante een aantal schuldeisers en een paar vorderingen op schuldenaren. Het is niet helemaal duidelijk of deze vorderingen wel geïnd kunnen worden, ook al omdat de schuldenaren in Afrika wonen. Om duidelijkheid te krijgen wil Malika meteen beginnen met het aflossen van de schulden en het innen van de openstaande vorderingen.

Wat raad je Malika aan, en waarom?

Boek 3: Vermogensrecht

Boek MBO Juridisch administratie

16.5 Aansprakelijkheid van ouders

In art. 6:169 BW wordt de aansprakelijkheid geregeld van ouders voor schade die hun kinderen aanrichten. Voor deze aansprakelijkheid is de leeftijd van de kinderen van belang.

Kinderen tot 14 jaar
Ouders kunnen in alle gevallen aansprakelijk worden gesteld voor de schade die kinderen tot 14 jaar aanrichten. Deze regel geldt ook als de ouders geen schuld treft. We noemen dit een risicoaansprakelijkheid. Dit wil zeggen dat de schade gewoon voor hun rekening komt, ook als ze niets aan de daden van hun kinderen kunnen doen.

Jongeren van 14 en 15 jaar
Bij jongeren van 14 en 15 jaar gaat de wet ervan uit dat de ouders aansprakelijk zijn. Maar slagen de ouders erin aannemelijk te maken dat zij er niets aan konden doen dat hun kind schade aanrichtte, dan is het kind zelf (met zijn eigen 'vermogen') aansprakelijk. We noemen deze aansprakelijkheid van de ouders een schuldaansprakelijkheid met omgekeerde bewijslast. Omgekeerde bewijslast wil zeggen dat ervan uitgegaan wordt dat de ouders schuld treft. Het is aan hen om duidelijk te maken dat ze geen schuld hebben aan de onrechtmatige daad van hun kind.

Juridisch administratie medewerker

Jongeren van 16 jaar en ouder
Jongeren vanaf 16 jaar zijn zelf aansprakelijk voor schade veroorzaakt door hun onrechtmatige daden. Dit wil zeggen dat ze met hun eigen 'vermogen' voor de schade opdraaien en dat ouders niet meer aangesproken kunnen worden op de schade die hun kind heeft aangericht.

Juridisch medewerker

De meeste mensen hebben een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering (WA-verzekering). De verzekerde is dan gedekt tegen de schade die voortkomt uit onrechtmatige daad. Stelt iemand anders de verzekerde aansprakelijk voor schade die hij bij deze ander heeft veroorzaakt, dan keert de verzekering de schade aan het slachtoffer uit. Een WA-verzekering dekt dus niet de eigen schade van de verzekerde, maar de schade die een ander lijdt en waar de verzekerde voor opdraait omdat hij volgens de wet aansprakelijk is. In de meeste gevallen dekt een WA-verzekering ook de schade die thuiswonende kinderen tot 18 jaar aanrichten.

Voor automobilisten, motor- en scooterrijders en voor bromfietsers is een WA-verzekering verplicht.

Ouders zijn aansprakelijk voor de onrechtmatige daden van hun kinderen tot 14 jaar. Voor jongeren van 14 en 15 jaar dragen ouders een schuldaansprakelijkheid met omgekeerde bewijslast. Jongeren vanaf 16 jaar zijn zelf aansprakelijk voor schade die zij aanrichten.


Vragen over de theorie uit: Vermogensrecht

Ben je benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Beantwoord dan de onderstaande vragen. De antwoorden komen later in de proefles terug.

Opdracht 1:
Wie is er aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door twee 15-jarige jongens die met vuurwerk spelen?


Bekijk hier de antwoorden

Onderstaand kun je jouw antwoorden controleren.

Antwoorden theorieboek: Inleiding recht

Opdracht 1
a. burgerlijk recht
b. burgerlijk recht
c. bestuursrecht
d. strafrecht (overtreding van strafbepaling vernieling (art. 350 Sr) of baldadigheid (art. 424 Sr)) én burgerlijk recht want er ontstaat een verplichting tussen de jongens en de eigenaar van de auto om de schade aan de auto te vergoeden

Opdracht 2
a. privaatrecht
b. privaatrecht
c. publiekrecht
d. privaatrecht


Antwoorden theorieboek: Personen- en familierecht en erfrecht

Opdracht 1
Yolanda zou in haar testament kunnen bepalen dat de nalatenschap van de jongens onder bewind wordt gesteld tot hun dertigste jaar. Overlijdt Yolanda eerder, dan beheert een bewindvoerder hun erfdeel tot hun dertigste. Overlijdt Yolanda als de jongens ouder zijn dan dertig jaar, dan is de bepaling in het testament niet meer van toepassing.

Opdracht 2
Malika doet er goed aan de nalatenschap van haar tante beneficiair te aanvaarden. Op die manier houdt ze haar eigen vermogen buiten bereik van de schuldeisers van de nalatenschap. Dit is vooral van belang als de nalatenschap uiteindelijk uit een negatief vermogen blijkt te bestaan, dus als er meer schulden dan bezittingen zijn.

Antwoorden theorieboek: Vermogensrecht

Opdracht 1
De daad is onrechtmatig, er is schade ontstaan en er is een causaal verband tussen schade en daad. De daad kan aan de jongens worden toegerekend. Maar de ouders zijn hiervoor aansprakelijk, tenzij ze hun onschuld aannemelijk kunnen maken. In dat geval zijn de jongens zelf aansprakelijk (zie art. 6:169 BW).


FlexibelStuderen® doe je bij NTI

Boekenwurmen, nachtbrakers, ochtendmensen, carrièretijgers; iedereen is anders en iedereen studeert anders. Met FlexibelStuderen® van NTI studeer jij op een manier die echt bij jou past. Start met jouw opleiding wanneer je wilt. Bepaal zelf waar en wanneer je studeert in een online leeromgeving en met echte studieboeken. Zo kun jij een opleiding goed combineren met een drukke baan, hobby’s en gezinsleven. FlexibelStuderen® doe je bij NTI.

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de opleiding MBO Juridisch-administratief dienstverlener, dus zet vandaag nog de eerste stap!

Daarom FlexibelStuderen®:

  1. Erkende opleidingen, bekende naam
  2. Studeren met veel persoonlijk contact
  3. Voordelig studeren, transparant over kosten
  4. Studeren op jouw moment en jouw manier
  5. Overal studeren met onze online leeromgeving
  6. Persoonlijke begeleiding door mentoren en ervaren docenten
  7. Werkgevers zijn snel overtuigd

Neem gerust contact met ons op, als je nog vragen hebt. Succes met het kiezen van je opleiding!

1 / 1